|

Life’s like a road that you travel on When there’s one day here and the next day gone Sometimes you bend, sometimes you stand Sometimes you turn your back to the wind Uit: Life is a highway Tom Petty
Nicaragua 23-2-'10 - 7-3-'10 Tijdsverschil - 7 uur 100 Nicaraguaanse Córdoba = € 3,20 En je dacht dat het verhaal van Costa Rica saai was? Moet je eens opletten! We moeten voor het eerst een grensovergang over. Als we andere reizigers moeten geloven, is dat hier in Centraal Amerika niet altijd een even prettige bezigheid. De grensovergang van Costa Rica wordt door sommigen ook wel: “The Border from Hell” genoemd. Als we de bus uitstappen worden we belaagd door jongens met stapels geld in hun handen. We hebben nog wat Colones op zak en zij zijn wel bereid om dat om te wisselen voor Cordoba, de munteenheid van Nicaragua. Wanneer ik de rij met mensen zie die buiten langs het douanegebouw staan te wachten snap ik waarom men het hier “The Border from Hell” noemen. Bijna iedereen staat in de brandende zon. Veel mensen hebben een handdoek op hun hoofd of proberen een beetje schaduw te pakken als ze in de buurt van het gebouw staan. De gezichtsuitdrukkingen zeggen genoeg. Hier wordt je echt niet blij van. Ik ben dan ook blij als er een jongen bij ons komt die zegt dat hij tegen betaling van tien dollar ons de twee uur hel kan besparen en direct een stempel kunnen krijgen. ‘Doen!!!’ zeg ik tegen Martine. Alles beter dan achteraan sluiten. Een kleine tien minuten later hebben we de stempel en kunnen we door. We besluiten toch nog wat geld te wisselen voor de bus en het lukt ons om bijna het dubbele te krijgen als dat ons eerst was aangeboden. Na een stukje niemandsland te hebben overgestoken komen we bij het Nicaraguaanse douanegebouw met…een andere rij mensen. Hier moeten nog wat papieren ingevuld worden. Maar dit gaat gelukkig snel. Een jongen die weet dat we naar Granada willen, pakt de tas van Martine en wijst ons de weg naar de bussen. Bij het hek is het weer een chaos. Er staan wat mensen in uniform die roepen dat ze een dollar moeten hebben als we naar binnen willen. Ik wijs naar achteren, naar Martine en loop door. Ook Martine roept iets dat ze al betaald heeft en passeert het hek zonder te betalen. In de chaos is er niemand die verder op ons let en we bereiken eindelijk de bus die ons naar Granada moet brengen. Si, si, Granada’ roept iedereen als we nog maar eens checken of het de goede bus is. Maar iedereen is zo druk en loopt zo te schreeuwen dat het op me overkomt dat ze maar roepen wat ik graag wil horen. Op goed geluk stappen we dus maar in.
Het verschil met Costa Rica is groot als je vanuit de bus naar buiten kijkt. Costa Rica is een vrij schoon land terwijl hier de bermen vol liggen met rotzooi. Dat veel mensen hun geluk in Costa Rica zoeken wordt me ook snel duidelijk. De mensen zijn hier stukken armer dan in het buurland. Na een uur of twee komt de regelneef van de bus bij ons en zegt ons dat we bijna in Granada zijn. Als ik naar buiten kijk is er geen stad te zien en ik sta dan ook vreemd te kijken als de bus stopt en de jongen het luik onder de bus opent en onze tassen eruit haalt. Het gaat allemaal zo snel. Voor we het weten rijdt de bus verder, niet in de richting van Granada, terwijl de jongens iets roepen waarvan wij denken dat het betekend dat de bus naar Granada er zo aankomt. En daar sta je dan. Direct komt er een tuk-tuk aangereden waarvan de bestuurder zo te zien Adolf heet want hij heeft de naam groot op zijn arm getatoeëerd. Granada blijkt tien kilometer verderop te liggen. Na een prijs gemaakt te hebben stappen we in en even later staan we dan eindelijk in het centrum van Granada en kunnen we een slaapplek gaan zoeken. Granada Het oude centrum van Granada is een plaatje. Het Parque Central is omgeven door mooie oude Spaanse koloniale gebouwen met de grote gele kathedraal als blikvanger. Op het plein en in de straat waar zich de meeste restaurants en hotels bevinden, staan veel kraampjes waar allerlei souvenirs worden verkocht. Achter de kraampjes staan naast de verkopers veelal ook wat kleine jochies die, aan hun ogen te zien, behoorlijk zijn doorgesnoven.
Cathedraal We moeten eerst op zoek naar een bank om onze laatste Costaricaanse Colones om te wisselen en te pinnen. Voor de bank staan weer mensen met van die stapels biljetten in hun handen. Wij bedanken vriendelijk en willen bij een officiële bank het geld gaan wisselen. Bij de balie wordt ons verteld dat dit niet mogelijk is. De vrouw wijst op één van de zwarthandelaren die is meegelopen naar binnen. De Colones moeten we maar bij hem wisselen. Gelukkig geeft het pinnen hier geen probleem en hebben we snel een voorraadje geld op zak. Granada is een klein stadje. Buiten het oude centrum is er niet zo heel veel te zien. De markt, met zijn chaotische sfeer en de lucht van vers fruit en stinkend vlees, die net buiten het centrum ligt is wel leuk. Martine laat bij een kraampje nieuwe hakken onder haar doorgesleten schoenen zetten voor een paar euro en bezorgt de schoenmaker een goede dag.
Schoenlappers Bij een toeristenbureau boeken we een dagtour naar de Mombacho vulkaan. We melden ons de volgende dag bij het bureau en worden voorgesteld aan onze gids. Met hem lopen we naar het busstation om de localbus naar de vulkaan te nemen. We zijn nog geen twee stappen op weg of hij begint zijn verhaal af te steken. ‘Nicaragua is a veeeery beautiful country. There is a lot to see.’ Martine en ik kijken elkaar aan. Oh nee, niet zo’n één.’ Gelukkig lukt het ons om de cassette in zijn hoofd stop te zetten door wat andere onderwerpen aan te snijden. Als je hier met de bus rijdt is de kans groot dat je een gladde verkoper treft die een heel verhaal afsteekt over een weeshuis, politiek of Jezus. Het komt er op neer dat je tegen een kleine vergoeding iemand anders of jezelf een grote dienst bewijst. Ook in de bus naar de vulkaan treffen wij er één. Jezus redt, Jezus redt, alle mensen opgelet is zijn handelswaar. Onze gids loopt zich behoorlijk op te winden als we de bus verlaten hebben. Het zijn volgens hem allemaal oplichters. Jezus vroeg nooit geld. Hij verteld ons dat hij Jehovagetuige is maar uit de gemeenschap is gezet omdat hij een grote fout heeft gemaakt. Hij is druk bezig om zijn plek bij de Jehova’s terug te verdienen. Wat voor verschrikkelijks hij heeft gedaan verteld hij ons niet maar wij denken dat hij meer geïnteresseerd in mannen is dan in vrouwen. De Mombacho vulkaan is een actieve vulkaan. Maar hij is anders dan de vulkanen die we tot nu toe hebben gezien. De krater en de vulkaan zijn begroeid met tropisch regenwoud. Op bepaalde plekken kun je voelen dat de grond warm is maar er is verder niet veel vulkanische activiteit. Het merendeel van de wandeling heb ik dan ook het idee dat ik een gewone berg aan het beklimmen ben. Zo heel erg speciaal is hij dus niet.
Vulkaan Mombacho Ometepe Het eiland Ometepe ligt in het grootste meer van Centraal Amerika, het Lago de Nicaragua. In het meer schijnen nog een paar zoetwaterhaaien te leven maar het merendeel is de afgelopen jaren tot Sushi verwerkt. Het eiland heeft de vorm van een 8 en op beide rondingen staat een grote vulkaan. Om de top te bereiken moet je bij de kleine vulkaan een wandeling van acht uur maken en bij de grote duurt het tien tot twaalf uur. Op de boot ernaar toe is het voor ons al duidelijk dat we de vulkanen mooi vanaf een afstandje gaan bekijken. Verder is er op het eiland niets te beleven. Dat komt mooi uit want we willen een paar dagen relaxen op de strandjes. Het dichtstbijzijnde strandje is twee kilometer van het hotel. Het is een leuke wandeling langs een bananenplantage. De locals zijn hier vriendelijk en poseren graag voor onze camera waarna ze in lachen uitbarsten als ze zichzelf terug zien. Al die bananen zijn lekker maar het heeft ook een nadeel. Op het strand worden we opgewacht door miljarden kleine fruitvliegjes. Gelukkig steken ze niet maar het zijn er zoveel dat we na een paar uur, als onze magen beginnen te rommelen toch maar terug gaan naar het dorp. Rustig eten is op het strand niet mogelijk. We besluiten dan ook snel naar Santo Domingo te gaan. De plaats met het mooiste strand van het eiland volgens onze reisgids. En dat blijkt gelukkig te kloppen. Er is geen fruitvlieg te zien en er is maar een handjevol toeristen. Prima plek om te relaxen…..als het goed weer is. ’s Nachts doen we bijna geen oog dicht omdat het erg hard is gaan waaien. Onze kamer staat vol in de wind en door de huilende wind lijkt het binnen te spoken. Het blijft geen strandweer en tijdens een wandeling zien we dat er inderdaad niets te beleven valt op het eiland. Snel de tassen pakken dus en terug naar het vaste land. .JPG)
León en Matagalpa De bus naar Managua staat al klaar als we van de veerboot stappen. We kunnen direct door. Vlak voordat we Managua binnerijden vraagt de regelneef waar we naartoe gaan. Ik zeg dat we doorgaan naar León maar dat had ik beter niet kunnen doen. De bus stopt bij een paar taxi’s langs de weg en de jongen maakt ons duidelijk dat we die moeten nemen naar het goede busstation waar de bussen naar León vertrekken. De taxichauffeur rijdt echter naar een minibusjes standplaats en vraagt een krankzinnig bedrag voor de taxirit. De minibusjes blijken goedkoop en we besluiten maar om die te nemen in plaats van opzoek te gaan naar het busstation. Ik wil zo snel mogelijk door omdat ik de sfeer in de grote steden helemaal niets vind. Het hostel dat gerund wordt door een paar Belgen is, op de sl…o….m…e bediening na erg goed. En wakker worden met Hans de Booij en Henk ( met de vlam in de pijp ) Wijngaard in het restaurant is weer eens wat anders dan de Salsa muziek die je overal hoort. Het kan nog erger. In een bus kwam er een nummer van Gerard Joling voorbij. Denk je een paar jaar te zijn verlost van die schreeuwerige relnicht, hoor je hem in Nicaragua. León zou vergelijkbaar moeten zijn met Granada maar dat blijkt niet te kloppen. Ik vind het een nietszeggend stadje waar buiten de grote kerk niet zoveel te zien valt. We bezoeken er nog wel een museum waar zelfs een paar Picasso’s hangen. De ramen van de zalen waar de doeken hangen staan open zodat de vochtige warmte ook binnen goed te voelen is. Ik ben geen kenner maar dit lijkt me nou niet de meest ideale omstandigheden om dure schilderijen op te hangen. Het is zo bloedheet in León dat we na twee dagen besluiten naar het koelere Matagalpa te gaan dat in de bergen ligt.
León We krijgen mail uit Nederland dat Wilders op weg is om premier te worden na zijn grote overwinning in Almere. Tot mijn verbazing blijkt dat ook één van ons heeft gestemd. Een handtekening is zo vervalst nietwaar. Ik hoop maar dat het niet mijn handtekening is geweest want de kans is groot dat ik dan sinds twintig jaar weer op de PvdA heb gestemd. Het moet Goddomme niet gekker worden. In Matagalpa trekken we een paar dagen op met twee Duitsers. Eén spreekt goed Spaans dus dat is ook altijd handig. Helemaal als je een auto wilt huren om naar Peñas Blancas te gaan dat zeventig kilometer verderop ligt. Met een mooie luxe Toyota gaan we met z’n vieren op pad. De weg rond Matagalpa is nog redelijk maar wanneer we tien kilometer verder zijn veranderd hij in een stoffige weg vol gaten. Stapvoets slalommen we ons een weg richting Peñas Blancas. Een paar keer horen we een flinke knal onder de auto als we iets te hard door één van de gaten rijden. Na twee uur rijden hebben we net vijftig kilometer afgelegd en dan wacht ons plotseling een verassing. De weg wordt versperd door een grote vrachtwagen met aanhanger die haaks op de weg staat. Hoe die kerel het voor elkaar heeft gekregen om de wagen zo op de weg te krijgen is ons een raadsel. Maar wij kunnen er met geen mogelijkheid langs. De file aan beide kanten wordt steeds langer en steeds meer mensen beginnen zich ermee te bemoeien. Er is iets mis met de versnelling wordt ons verteld en het kan wel even duren. Heel fijn! Na een uur geven we het op. We keren de auto en gaan weer langzaam op weg naar Matagalpa. Geen mooie wandeling bij Peñas Blancas dus.
Weer een unieke belevenis in Nicaragua. Wanneer we terug komen bij het autoverhuurbedrijf wordt de auto op een brug gezet. Als de jongen de onderkant inspecteert en even later zijn baas roept ben ik bang dat de 500 dollar borg die we betaald hebben behoorlijk zal slinken. Na een poosje gewacht te hebben komt de baas uit zijn kantoor en zegt goddank dat alles goed is en dat we nog maar eens terug moeten komen ‘Doen we, ajuus’ Morgen vertrekken we uit Matagalpa en gaan we op weg naar Honduras. Nicaragua is geen land dat me lang zal bijblijven. Het land heeft wat mij betreft niet zoveel nieuws te bieden. Ik vind het dan ook niet raar dat veel mensen ervoor kiezen om naar Costa Rica, Mexico of Guatemala te gaan We wilden Honduras eigenlijk overslaan gezien de politieke situatie daar op dit moment. Van andere reizigers hebben we gehoord dat je op de eilanden in de Caribische zee niets merkt van de problemen. Het zal een zeer kort verblijf worden. We willen alleen een paar dagen op een eiland blijven om wat te duiken. ( als het goed gaat met mijn holtes ) Daarna gaan we direct door naar Guatemala.
|
Is er nog een prijsvraag in de maak? Ik heb Wes en Pim hiervoor nu op 1 slaapkamer gezet, zodat ik 1 kamer vrij heb. Dit wordt Freds Prijzenkamer. Zie het met belangstelling tegemoet.
Groeten,
Freddy
_________________________________________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
We zulluen eens kijken of we binnenkort wat kunnen bedenken om die kamer van je aan te kleden.
Ik zeg: foto's!!!!
----------------------------------------------------
REACTIE MARTINE:
Haaievinnesoep=bijna leeg meer. :(
Muziek helemaal goed gekeurd...
Zal wel (weer) uitgelachen worden maar klinkt als Madrugada?!
Kuzz
-------------------------------------------------------------
REACTIE MARTINE:
(weer)???
Is een tribute voor de dooie gitarist van Madrugada en zanger/gitarist van My Midnight Creeps door: Madrugada&MyMidnightCreeps (zonder dus die zanger/gitarist)(duhh). Tien punten voor je goeie gehoor!
ik had al een tijdje niet meer gekeken bij het kopje ETEN&DRINKEN.
phieuw....respect. wat een narigheid allemaal zeg!