Cuba

Cuba

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

On the road again.
Goin' places that I've never been.
Seein' things that I may never see again.
And I can't wait to get back on the road again.

                             
                                    Uit: "On the road again"
                                    Willie Nelson

 

 

 


 


 

 

 

Cuba

13-1-'10
Tijdsverschil
- 6 uur
1 Cubaanse Pesos Convertibles (CUC)= € 0,70

 

  Martine 
Edwin
Top:
De auto's en de vergane glorie.  De steden, mooie auto's.
Flop:
Dat de vluchten naar Isla de Juventud waren uitverkocht. Het eenzijdige eten.
Tip:
Neem genoeg contanten mee, Cuba is niet goedkoop en je kan er niet pinnen. 
Ga slapen in een Casa Particulares om te zien hoe de mensen wonen.
Opvallend:  Weinig reclameborden en uithangborden, er is ook niet veel te verkopen.  De ontelbare standbeelden en muurschilderingen. Door de verschillende meningen van mensen is het moeilijk te peilen wat nu wel en niet mag in Cuba.

 

 

Van -5 naar +25. 

Blijkbaar zijn we beiden bang om ons te verslapen want we kunnen onze laatste nacht op de Markt in Hardenberg de slaap maar niet vatten. Na amper twee uur wat te hebben gedommeld druk ik om 5.40 uur het knopje van de wekker in voordat hij is afgegaan. Dit gaat dus een hele, hele lange dag worden.
Mijn God, wat is het koud als we de deur van ons tijdelijke appartementje voor de laatste keer achter ons dicht trekken. De winterjassen liggen weer bij mijn moeder, ongetwijfeld gestreken en wel, op zolder. Met de dikste kleren die we hebben lopen we naar het station, hopend dat de trein niet al te lang op zich laat wachten. Gelukkig is dat niet het geval en om 06.00 uur zitten we er wat warmer bij in de coupé en komt de trein in beweging. “We’re on the road again!!’

Op de Stationsstraat in Hardenberg rond 5.40 uur. Brrrrrrrrrrr.


We zijn expres op tijd vertrokken zodat we eventueel een trein mogen missen mochten ergens de wissels zijn bevroren of iets anders onverhoopt aan de hand zijn. Maar de hele reis naar Frankfurt verloopt vlekkeloos zodat we ruim op tijd op het vliegveld aanwezig zijn. Na een hele tijd te hebben rond gehangen kunnen  we eindelijk richting het vliegtuig. Een bus rijdt ons er naar toe, en wanneer we de trap oplopen waait de sneeuw en een ijzige wind om ons de oren. Heel wat anders is het, wanneer we na een doodsaaie vlucht van elf uur op het vliegveld van Holguin in Cuba landen.

 

Holguin

 

Hoewel het hier ook winter is, is het met een graadje of twintig reuze aangenaam in Cuba. Al snel doe ik al wat kledingstukken uit omdat het te warm is in de rij voor de douane. Als we die zijn gepasseerd is het op zoek naar een bank waar we Euro’s kunnen omwisselen tegen Convertible peso’s. ( CUC ) In Cuba heb je twee soorten geld. De Cuban peso’s voor de Cubanen, en de toeristen betalen het merendeel met de CUC. Wel is het handig om ook wat Cuban peso’s op zak te hebben wanneer je bijvoorbeeld op straat iets te eten wilt kopen of bij een restaurantje waar je wel met Cuban peso’s kunt betalen want dat scheelt je een hoop geld komen we al snel achter.
Omdat we van te voren wel wisten dat we kapot zouden zijn van de reis hebben we besloten om de eerste nacht in een hotel te slapen. In Holguin is er maar één groot toeristen hotel wat de keus dus lekker makkelijk maakt. Een klein uurtje nadat we geland zijn, 22 uur na vertrek uit Hardenberg, zitten we in de korte broek en met een koud biertje op het terras van het hotel. Martine krijgt het blikje half opgedronken en ik moet ook moeite doen om het bier weg te krijgen. Niet dat het niet te drinken is maar we zijn helemaal op. Snel naar bed dus om de nodige uren slaaptekort in te halen.

 

Een te dure fietstaxi brengt ons de volgende dag na het ontbijt naar het centrum van Holguin. Op de hoek van “Park Calixto García”, het centrale plein, worden we gedropt.
Het eerste wat we horen is keiharde Salsamuziek. Veel locals en een enkele toerist staan op de stoep voor een huis naar binnen te kijken. Binnen in de zweterige kleine ruimte zit een groep mannen de menigte op te zwepen met hun muziek. De trompettisten gebruiken de paar seconden rust die ze tijdens een nummer krijgen om de parels zweet van hun voorhoofd te vegen. Om vervolgens met een enthousiasme en plezier, die van alles afstraalt, het nummer te vervolgen. Welcome to Cuba!!
Holguin staat niet bekend als de mooiste stad van Cuba maar ik kijk er mijn ogen uit. De mooie koloniale huizen en de oude Amerikaanse auto’s in het straatbeeld geven me het gevoel dat ik met de tijdmachine van professor Barrabas een aantal decennia terug in de tijd ben gegaan. Back to the future. Veel vrienden en kennissen van mij in Nederland rijden in een oldtimer. Voor hen zou Cuba één grote natte droom zijn denk ik wanneer ik door de straten loop en al die prachtige auto’s zie.

 
 

De ene oldtimer in Cuba is nog mooier dan de andere.


In een internetcafé sturen we het thuisfront nog even een berichtje dat we veilig zijn geland en bekijk ik op teletekst het laatste nieuws.
‘Wil je lachen?’ vraag ik aan Martine
‘Hoezo?’
En ik tik pagina 704 in. ( Kon het niet laten )

 

Aan het eind van de middag halen we onze spullen op uit het hotel en laten we ons naar het busstation brengen. We zijn ruim op tijd en hebben dus nog mooi even de tijd om bij een eetstalletje tegenover het station een maaltijd naar binnen te werken. Het is een eetstalletje voor locals en we kunnen dus betalen met Cuban peso’s. Voor ongeveer € 0,60,- hebben we een bord rijst met zes bonen, drie plakjes tomaat en een geweldig groot stuk varkensvlees. Een heel wat betere deal als de halve boterham met gebakken ei waar we ’s middags ongeveer € 2,- voor hebben neergeteld in het centrum van Holguin.
In Cuba is het gebruikelijk dat je ruim drie kwartier voordat de bus vertrekt al op het busstation bent. Martine heeft al een paar keer gevraagd of ze een kaartje kan kopen maar steeds wordt gezegd dat dat pas kan als de bus er is. Wanneer deze arriveert, is het onduidelijkheid troef. Van een paar toeristen hoor ik dat het wel de bedoeling is dat je binnen een kaartje koopt. Martine gaat met de tassen de bus in en ik sluit achteraan in de rij voor het loket waar een medewerker, naar het aanziet, de gezellige avond van gisteren met een vriendje aan het evalueren is. Tussendoor is ze twee toeristen voor me aan het helpen en dan vraagt ze om hun paspoort.
‘Shit, heb ik die ook nodig?’ denk ik en ik wil naar de bus lopen om ze op te halen. Dan zie ik dat de bus al in beweging is en van plan is om op weg te gaan. Ik zie Martine door het gangpad naar voren lopen om ongetwijfeld in haar beste Spaans de chauffeur uit te leggen dat ze nog iemand zijn vergeten. Gelukkig stopt de bus en kan ik aan boord springen, zonder kaartjes. Wanneer vijf minuten later de controleur naast ons staat verdenk ik Martine ervan dat ze de afgelopen maanden, zonder het mij te hebben verteld, een cursus Spaans heeft gevolgd.
‘Quisiera dos boletos de ida a Santiago de Cuba?’ vraagt ze in vloeiend klinkend Spaans.
‘Once.’ Antwoord de man.
Ik zit er tussenin en zit van links naar rechts dit tafereel met mijn bek op half tien te bekijken.
‘Elf’ zegt Martine
‘Ja, wat elf..’ vraag ik.
‘Twee enkeltjes naar Santiago de Cuba kost elf CUC.’
Ik besluit om maar gewoon mijn portemonnee te pakken en de beste man te betalen.
‘Gracias’ antwoord de man wanneer ik het geld hem gepast betaal.
‘Waar heb jij in vredesnaam zo snel Spaans geleerd’ vraag ik Martine wanneer de controleur verder loopt. Maar dan blijkt het dat Martine het zinnetje razendsnel heeft opgezocht in haar boekje, “Wat&Hoe in het Spaans.”
‘En je verstond ook wat hij terug zei’ vraag ik haar.
‘Once is elf, je kunt toch wel tellen in het Spaans’
Dat “Wat&Hoe in het Spaans” blijkt overigens een verdomd handig boekje. Zoals je misschien wel weet, hebben sommige woorden in Spaanstalige landen in het ene land een andere betekenis dan in het andere land. Bel anders maar eens met Prins Willem Alexander, hij kan je er alles over vertellen.
Zo kwamen wij erachter dat de papajavrucht in Cuba “Fruta bomba” wordt genoemd. Altijd handig om te weten wanneer je een Jucho de Papaja ( Papajasap ) wilt gaan bestellen. Helemaal als je weet dat de betekenis van Papaja in Cuba, vagina is. 

 

Vlak voor ons vertrek zag ik op televisie dat Edwin Evers is uitgenodigd op de lunch bij Willem Alexander en Maxima. Dus voor de mensen in Hardenberg, mocht je hem nog tegenkomen, waarschuw hem dan even. Laat hem even checken hoe die vrucht in Argentinië wordt genoemd. Met een prinses uit Argentinië in het paleis neem ik aan dat een gewoon glas halfvolle melk of een koppie thee met suuker er niet inzit bij de lunch met het Koninklijk Paar. En het zou toch wel erg lullig zijn als hij in zijn enthousiasme tegen Maxima gaat roepen dat haar vers geperste papajasap heeeeeeerlijk is, mocht dat onverhoopt geserveerd worden. 


Santiago de Cuba

 

In Santiago de Cuba slapen we voor het eerst in een zogenaamde “Casas Particulares.” ( Casa ) In Nederland kennen we dit fenomeen als zijnde een Bed & Breakfast. Het mooie van een Casa is, buiten dat het goedkoper is dan een hotel, dat je bij de mensen in huis woont. En dat is in een land als Cuba, waar we niet echt meer van weten dan wat we op televisie te zien krijgen en dat vaak niet erg positief is, des te interessanter.
In elke stad barst het van de Casas. Overal zie je het blauwe logo op de huizen geschilderd. En op elk busstation stikt het van de mensen die je voor een paar CUC naar de beste Casa in Town willen brengen.




Een Casa Particulares is te herkennen aan dit symbool.


In een oude roestbak brengen twee jongens ons naar één van deze Casas maar die blijkt bij nader inzien al volgeboekt. Geen enkel probleem. De huisvrouw die al gekleed gaat in haar nachtjapon en de krullers al strak in het haar heeft zitten gebaart ons plaats te nemen op de rode leren bank in de woonkamer terwijl zij een collega belt. Als ik rond kijk vallen me de vele foto’s aan de muur en op de kast op. Een grote foto van een jong meisje in een soort van trouwjurk is het stralende middenpunt.
Martine weet me te vertellen dat dit een Cubaanse traditie is die Fidel Castro niet heeft kunnen uitbannen omdat het niet religieus of politiek is. Elk meisje krijgt op haar vijftiende verjaardag zo’n jurk aangemeten en wordt in veel gevallen rondgereden in een open auto zodat ze door iedereen kan worden bewonderd. Dit alles omdat Cubanen vinden dat meisjes op hun vijftiende op hun mooist zijn en de overgang van meisje naar vrouw te symboliseren.
Er is plek in de andere Casa, dus de tassen worden weer in het stuk blik gegooid en even later racen we weer door de nauwe straatjes en steegjes van Santiago de Cuba.
Bij de Casa worden we vriendelijk ontvangen door Ortega, de oude eigenaar. Hij gaat ons voor naar boven waar op het dak nog een klein huisje staat met twee slaapkamers en een douche en toilet. Aan de voorzijde en de achterzijde hebben we ook nog een eigen dakterras. We vinden het direct helemaal geweldig en nemen ons voor om de tijd die ons rest in Cuba in Casas Particulares te overnachten.

 

In onze reisgids staat dat Santiago de Cuba zelfs bij de Cubanen bekend staat om de vele ronselaars die in het centrum rondlopen. En het blijkt te kloppen. Om de haverklap worden we aangesproken in een perfect Engels door vriendelijk ogende jongemannen. Wanneer we antwoorden op de vraag waar we vandaan komen zetten ze in alle gevallen zulke grote ogen op alsof je ze net het bewijs hebt gegeven dat Cuba helemaal niet geboycot wordt en dat ze zonder problemen naar het buitenland kunnen reizen.
‘Holland?, I have a ( vul maar een familielid in ) in RRRotterdam.’
Ze mogen dan de beste honkballers ter wereld hebben in Cuba, goede acteurs zullen het nooit worden.
Maar hoe slecht ze ook acteren, er zit er altijd wel één bij die je bijna om weet te lullen. Een jongen wil ons een mooi panorama van zijn stad laten zien vanuit een restaurant om de hoek en voor we het weten lopen we met zijn drieën er naartoe. Eenmaal binnen zeg ik tegen Martine dat ik hier weinig zin in heb en straks weer met zijn tweeën de stad wil bekijken. Als de jongen Martine ook nog beet pakt om met haar op de Salsamuziek te gaan dansen die zacht in het restaurant klinkt weet ik het zeker. Lozen die gast!! Als ik hem dat duidelijk maak komen de ogen weer. Maar dit keer proberen ze me duidelijk te maken dat ik hem zojuist het meest verschrikkelijke nieuws in jaren heb verteld.
‘Ja ajuus, ik kom dan wel uut Salland, maar ik ben nie gek!’

 

Santiago de Cuba is een mooie stad. Het centrum is een wirwar van kleine straatjes met oude vervallen, kleurrijke huisjes waarop in veel gevallen graffiti is aangebracht die te maken heeft met de revolutie. Soms is het een enkele spreuk als: “ Viva Fidel y Raúl en in andere gevallen zijn het van bekende foto’s nageschilderde beeltenissen waarvan het portret van Ernesto ( Che ) Guevara wel de bekendste is.




Eén van de ontelbare muurschilderingen.


De kleine parkjes in de stad doen me op de één of andere manier een beetje denken aan Parijs. Met het enige verschil dat hier ook weer die prachtige oude voertuigen rondrijden. En in plaats van schilders die je, voor weinig, willen portretteren zijn het hier de muzikanten die, voor weinig, aan je tafel een nummer komen zingen….. maar voor de rest lijkt het echt een beetje op Parijs.
Het kleine centrum is gemakkelijk in één dag te bekijken en hoewel je wel wat moe wordt van de ronselaars is het een bezoek meer dan waard. En mocht je wel knettergek worden van die gasten dan is er buiten het centrum ook genoeg te zien zoals de begraafplaats waar onder andere Emilio Bacardi (die van de rum ) en Compay Segundo ( Buena Vista Social Club) liggen begraven. Blikvanger is het mausoleum met daarin de houten kist van José Marti. Er is geen stad in Cuba waar er niet een straat of plein is vernoemd naar deze schrijver en Nationale held. En op de begraafplaats van Santiago de Cuba wordt hij elk half uur geëerd met een wisseling van de wacht.

 

Het graf van Compay Segundo in Santiago de Cuba.


De volgende dag gaan we met de taxi naar een fort en een klein eilandje dat tien kilometer buiten het centrum ligt. De taxi rijdt op de meter dus we betalen deze keer niet teveel. ( € 9,- ) Als we daar zijn uitgekeken en we terug naar de stad willen is er geen taxi te bekennen. Wel staan er twee vrachtwagens die hier ook fungeren als taxi. Overal zie je ze rijden met de laadbak vol mensen. Als we het aanbod krijgen dat we wel mee mogen rijden voor iets meer dan € 3,- is de keus snel gemaakt en klimmen we in de vrachtwagen.
De Cubanen die in de voorste vrachtwagen zaten te wachten tot hij vol zou zijn en kon vertrekken, springen er allemaal uit en klimmen bij ons in de laadbak. We weten niet of de chauffeur van de voorste vrachtwagen blij met ons is geweest maar wij gaan op een leuke manier terug naar het centrum waar we op Plaza de Marti worden afgezet. Enthousiast worden we door de chauffeur en zijn compagnon uitgezwaaid. Zij hebben goed aan ons verdiend en wij zijn goedkoop, leuk en snel terug in Santiago de Cuba. Iedereen blij dus.


Baracoa


Om 7.45 uur vertrekt de bus vanuit Santiago de Cuba richting Baracoa in het uiterste oosten van het land. Het is een lange rit van vijf uur maar allerminst vervelend. Vooral het stuk tussen Guantánamo en Baracoa is prachtig. De bus slingert daar, soms bijna stapvoets, door de bergen en het tropisch regenwoud. Er zijn duidelijke verschillen met het tropisch regenwoud in Azië.
Hier zien we veel cactussoorten langs de weg staan en groeien er grote Aloë Vera’s tegen de rotswanden. En er is geen Sawa te zien. In de lucht zweven grote groepen gieren. Deze grote zwarte vogels met hun lelijke rode koppen doen zich alleen te goed aan dode karkassen en zijn dus prima puinruimers. Ze laten de gewassen en levende dieren van de boeren met rust en daarom is het in Cuba een beschermde vogelsoort zoals we later zullen horen. 


 

Erik Engerd. 


Baracoa blijkt een klein gehucht aan de kust. Voor de hagelwitte stranden moet je hier niet zijn. De reden dat toeristen hier komen is om te wandelen in het Nationaal Park en te genieten van de rust. In de reisgids wordt Baracoa omschreven als Cuba’s Shangri-La.
Binnen een minuut na aankomst hebben we alweer een Casa gevonden. Als de tassen op de kamer liggen lopen we het dorpje in en zien dat de verhalen die we in Santiago de Cuba al hoorden inderdaad kloppen. In september 2009 heeft Baracoa een grote vloedgolf te verwerken gekregen. Veel huizen aan de kust zijn veranderd in ruïnes.
We spreken een jongen die ons verteld dat hij al zijn bezittingen heeft verloren. Hij wil er eigenlijk niet teveel over praten omdat het hem nog steeds kwaad maakt dat hij aan zijn lot wordt overgelaten en op geen enkele steun van de regering kan rekenen. Als hij een belangrijker persoon was geweest, dan had hij al lang een nieuw huis gehad verteld hij ons. Tot nu toe moet hij het doen met een klein noodlokaaltje bij een school.

 

De volgende dag boeken we een dagtocht bij één van de boekingskantoortjes in het dorp. De tocht, een korte wandeling, het stukje varen over de Toa rivier en het strand waar we even kunnen zwemmen, is niet de meest spectaculaire tocht die we gedaan hebben. Onze gids Karel is wel een hele aardige jongen, die goed Engels spreekt en veel weet te vertellen over de flora en fauna in dit gebied.
Wanneer we terug zin in Baracoa kopen we een zogenaamde “peso pizza.” Een kleine dubbel gevouwen pizza voor 5 peso’s. ( € 0,20,- ) Dit ondanks de waarschuwingen van de jongen die in onze Casa werkt. Volgens hem moeten we niet in het dorp eten omdat het eten daar erg slecht zou zijn. Volgens hem is het veel beter om in de Casa te eten. Ik denk dat het weer zo’n smoes is om op deze manier extra geld aan ons te verdienen en sla zijn advies in de wind.
Normaal gesproken is het Martine die erg snel op iets wat dubieus voedsel reageert. Zij heeft echter totaal geen last van de peso pizza. We hebben de hele dag hetzelfde gegeten tot aan het diner in de Casa. En of het nou dat diner is geweest of toch de peso pizza, ’s nachts is het bij mij helemaal mis. Ik heb alle verschijnselen van een kleine voedselvergiftiging. Ik zal de komende dag dan ook in de Casa blijven en alleen maar slapen.
Martine gaat dus alleen naar het Nationaal Park. Gelukkig voel ik me na 36 uur slapen weer goed. De troep is uit mijn lichaam en we kunnen de volgende dag, zoals gepland, terug naar Santiago de Cuba.
Als we daar de volgende dag rond de middag op het busstation arriveren, moeten we een kleine tegenvaller incasseren. De enige bus die de volgende dag het hele eind naar Trinidad gaat is een nachtbus, onze favoriet……..NOT!


Trinidad

 

Bij de bus is het nog rustig, maar als we met onze tassen van het terrein van het busstation lopen worden we weer opgewacht door een horde mensen die ons een Casa aanbieden. We zijn te moe van de reis en gaan dus maar met één van die gasten mee. De Casa blijkt een oud koloniaal huis net buiten het centrum. De kamer is klein en het bed niet al te best zal later blijken. Welja, sometimes you win, somtimes you lose.
In het centrum pakken we een taxi naar het strand. Om de kosten te drukken delen we die met een Frans stel op leeftijd. De vrouw spreekt Spaans en de man geeft ons de vertaling in de paar woorden Engels die hij spreekt.
‘C’est magnefique.’ Is het antwoordt als we ze vragen hoe het strand hier is.
‘It is like Tahiti!, you know Tahiti?’
Op het strand besluiten we Tahiti van onze lijst met plaatsen waar we nog naar toe willen te schrappen.
Maar het is goed genoeg om bij te komen van een nacht in een nachtbus. De enige activiteit die we vandaag nog doen is dat we met een kleine catamaran een kilometer de zee op gaan om met een snorkel voor het eerst de onderwaterwereld in de Caraïben te bekijken.
Op de heenweg was ons al opgevallen hoe verschrikkelijk druk het Franse stel was. Van een hele dag in de zon liggen zijn ze echter niet rustig geworden, integendeel. Met open mond van verbazing bekijk ik het toneelstuk dat ze op de terugweg in de taxi opvoeren.
‘Tjezus, WAT EEN STEL!’ schatert Martine het in de taxi uit.
Ze verstaan toch geen woord van wat we zeggen, en ze zijn veel te druk in de weer met de taxichauffeur om erachter te komen of de stad Cienfuegos de moeite waard is om te bezoeken. De man houdt ons zo af en toe op de hoogte van waar het over gaat. Het is alsof we bij Bart Chabot en Pière Wind in de taxi zitten. Ik ben blij dat we weer in de stad zijn en we afscheid kunnen nemen van de twee.


De afgelopen tijd hebben we van andere toeristen veel goede verhalen over Trinidad gehoord. Volgens velen is het de mooiste stad van Cuba. Zoals ik al zei, kreeg ik het gevoel dat ik een aantal decennia terug ging in de tijd toen ik in Cuba aankwam. In Trinidad lijken dit wel eeuwen.
De straten in het centrum zijn niet geasfalteerd. Het wegdek bestaat uit oude keien waar je je enkels bijna over breekt wanneer je erover heen loopt. Martine heeft om haar rug te ontlasten een rugzak met wieltjes die je achter je aan kunt trekken. Maar in de straten van Trinidad blijkt dit domweg bijna niet mogelijk. Zelfs de prachtige oldtimers, die ook hier weer in groten getale rondrijden, lijken niet in het straatbeeld te passen. 




Op de keien van Trinidad is het hard werken voor de mensen van de fietstaxi. 


Trinidad is verreweg de meest toeristische plaats die we tot nu toe hebben bezocht. De bevolking speelt hier handig op in en in het centrum barst het dan ook van de kleine galeries en winkeltjes waar je allerlei rotzooi kunt kopen.
Net als in de andere steden blijken de georganiseerde dagtochtjes in Trinidad aan de prijzige kant. We besparen € 40,- door op eigen houtje een wandeltocht naar een waterval te ondernemen die in onze reisgids vermeldt staat in plaats van er met een gids opuit te gaan. De enige dagtocht waar we ons geen buil aan kunnen vallen is die met een stoomtreintje door de vallei. Het ding zit vol Denen op leeftijd die de hele rit van anderhalf uur met de videocamera lijken vast te leggen. De trein kotst zulke ongelooflijke stinkende, zwarte rookwolken naar buiten dat ik medelijden krijg met de mensen die in hun kleine bouwvallige boerderijtjes langs het spoor wonen. Sommige huisjes verdwijnen helemaal in een grote zwarte wolk als de trein passeert. En dat twee keer per dag.


We hebben een Iers stel ontmoet tijdens de wandeltocht naar de waterval. Met hen spreken we af om ’s avonds op het Plaza Major, het centrale plein, wat te gaan drinken. Boven aan de trappen naast de kerk staat elke avond een band te spelen. Veel toeristen komen hier wat drinken en veel locals komen hier om te dansen. Muziek en dansen lijken in Cuba bijna een eerste levensbehoefte. Wanneer je door de straten van een stad loopt dan hoor je uit bijna elk huis muziek te komen. We zijn nu bijna twee weken in Cuba. Maar wanneer ik de muzikanten en de locals op de dansvloer zo bezig zie komt toch de scene van het in nood verkerende schip bij me naar boven. De scene waar de kapitein het orkest, dat tot aan de enkels in het water staat, toeroept dat er niets aan de hand is en dat ze vooral door moeten blijven spelen. En waar hij de gasten geruststelt en ze aanmoedigt te blijven dansen.


Na maanden in Azië te hebben rondgezworven en daar de heerlijkste gerechten gegeten te hebben, valt het eten ons in Cuba toch wat tegen. Niet dat het vies is maar je gaat er ook niet van rond de tafel dansen. Het is behoorlijk eenzijdig. De salades bestaan steevast uit wat droge witte kool, tomaat, komkommer en wat slablaadjes. Varkensvlees, vis of een kippenpoot is altijd het hoofdgerecht. En deze lijken altijd op dezelfde manier klaargemaakt zodat je het gevoel hebt bijna elke dag hetzelfde te eten.
Waar ik onze Lieve Heer nog wel eens voor wil bedanken is de bruunebonen soep die ik een paar keer heb gehad. Deze is in Cuba bijna net zo lekker als die van mijn moeder thuis in Nederland. Het meest nog missen we gerechten met verse groenten. We zijn nog geen restaurant of Casa tegengekomen waar het op het menu stond. Zelfs geen zoete maïs.
Ik dacht altijd dat maïs, in dit deel van de wereld, zo’n beetje op elke straathoek verkocht zou worden en dat het typisch iets was voor de armere mensen. Maar hier in Cuba heb ik nog geen maïskolf of maïsveld gezien. Terwijl het klimaat me er uitermate geschikt voor lijkt. Of dit komt omdat ze hier in Cuba niet echt een eetcultuur hebben of dat het komt omdat men domweg niet zoveel heeft is me onduidelijk.
Zelfs Martine is na bijna twee weken toe aan iets anders. Mensen die haar een beetje kennen weten dat het vrij opmerkelijk is wanneer ze enthousiast naar een soort van snackbar wijst waar op een uithangbord staat dat ze er hamburgers verkopen.

 

El Comedante 


Via Cienfuegos naar Havana en direct weer door.

 

We hebben de dagen geteld die ons nog resten in Cuba en een reisplan gemaakt voor de komende tijd. Dit betekent dat we maar één dag in de stad Cienfuegos blijven. De stad staat op de Unesco werelderfgoed lijst en dat lijkt ons zeer terecht. Het oude centrum staat vol met mooie, redelijk goed onderhouden koloniale gebouwen. Het centrum hier is wederom klein en in een dag goed te bekijken. Er is zowaar iets dat op een winkelstraat lijkt en waar de winkels gevuld lijken. De musea hier spreken ons niet echt aan dus blijven we lekker buiten en slenteren en genieten de hele dag door en van de stad.
In elke stad waar we tot nu toe zijn geweest is het me opgevallen hoe verschrikkelijk schoon ze zijn. Wegen, trottoirs, parken, nergens is er zwerfvuil te bekennen. In de, in deze tijd van het jaar, zanderige perkjes worden de paar blaadjes die onder de bomen liggen nog opgeveegd. Wanneer de persoon klaar is legt hij de bezem en het blik achter een heg en er is niemand die het ook maar in zijn hoofd lijkt te halen om het daar weg te halen of om het te vernielen.
In Cienfuegos hebben we een hele mooie Casa. We hebben een hele bovenverdieping voor ons zelf, inclusief dakterras. Het is er erg schoon en het grote bed heeft een prima matras. Maar helaas zullen we er maar één nachtje van genieten.
Wanneer de eigenaar ’s avonds even komt kennismaken, vraagt hij of we al een Casa in Viñales hebben. Hij zegt dat een vriend van hem in Viñales woont met ook een prima Casa en hij pakt het visitekaartje van die persoon uit zijn zak.
‘Is very nice man, he is also Mason’.
Wanneer ik hem niet begrijpend aankijk steekt hij zijn hand naar voren en zie ik om zijn vinger een grote gouden ring met het vrijmetselaarsteken. Ik neem het kaartje aan maar vertel hem dat hij verder niets hoeft af te spreken. Als we in Viñales zijn dan zullen we wel zien.
Ook in Havana blijven we één nacht. We willen hier alleen een ticket regelen naar het eiland Isla de la Juventud, dat volgens onze reisgids de plek is met de mooiste duiklocaties van Cuba. Er wordt wel bij vermeld om op tijd te reserveren omdat de vluchten vaak zijn volgeboekt. En dat blijkt wel wanneer we bij een boekingskantoortje naar de beschikbare data vragen. Voor de komende tien dagen zit alles vol. Geen “Isla de la Juventud dus. We zijn gedwongen om het reisplan wederom aan te passen.
En dat geldt niet alleen voor Cuba. Van een toerist horen we dat de beste reistijd voor Ecuador, Peru en Bolivia, ondanks dat het op het zuidelijk halfrond ligt, van mei t/m september is. En deze landen staan hoog op ons verlanglijstje en willen we dus wel bezoeken in de best mogelijke tijd. We moeten dus ook voor Centraal Amerika de plannen wat omgooien. Na Cuba hebben we vijf maanden de tijd voor dit deel, inclusief de Verenigde Staten. In een aantal landen zullen we dus korter blijven dan dat we hadden verwacht. Gelukkig zijn de meeste landen niet zo heel erg groot en kun je in twee à drie weken de meeste hoogtepunten wel pakken.
Iets wat teleurgesteld verlaten we het boekingskantoortje en slenteren Havana in. Het voordeel van een grote stad is dat er meer voorhanden is. Bij een Italiaans restaurant genieten we, na het wat eenzijdige eten tot nu toe, van een heerlijk pastagerecht en we nemen ons voor dat wanneer we terugkomen in Havana, we alleen nog maar in restaurants gaan eten. 

 


Viñales en Maria la Gorda

Cuba blijkt toch sawa’s te hebben. En ook zie ik tijdens de busrit naar Viñales wat stukken grond waar maïs wordt verbouwd. Die eerdere constatering was dus iets te voorbarig. Het landschap is ook veel groener als dat we tot nu toe hebben gezien. Naast de verschillende gewas soorten en bloemen staat dit deel van Cuba ook bekend als de plek waar de meeste tabaksbladeren voor de Cubaanse sigaren vandaan komen. 

Fietsen in de mooie omgeving van Viñales.

Viñales is een klein dorp waar op zichzelf niet zo heel veel te beleven valt. De toeristen die hier komen, komen voornamelijk om de prachtige omgeving rond het dorp te verkennen. Het karstgebergte rondom Viñales doet ons denken aan plekken die we in Azië hebben bezocht.
Wanneer de bus in het dorpje stopt merken we dat het aanbod van Casa’s vele malen hoger is dan de vraag. Van alle kanten wordt de bus bestormd door mensen. Veel hebben een kaartje of foto in hun handen waarop de aangeboden Casa prachtig is afgebeeld. Vanuit de bus zie ik een man lopen met een vel papier in zijn handen waarop onze namen zijn geschreven. De vrijmetselaar in Cienfuegos heeft blijkbaar toch zijn vriend gebeld om te melden dat we vandaag aankomen. Om weg te komen van de gekte rondom de bus besluiten we maar om eens te kijken wat hij in de aanbieding heeft.
De kamer in het huis van zijn dochter blijkt prima en we nemen hem. Al gauw verteld de vrouw ons dat ze een alleenstaande moeder is die in een juridisch gevecht is verwikkeld over het huis waarin ze woont. Haar ex man is overleden en volgens haar zit zijn familie, die de helft van het huis bewoont, nu te azen op dat deel van de woning. Blijkbaar is dit heel normaal hier om te vertellen tegen een paar toeristen die je net een uur kent.
Ze is wel erg aardig en ze blijkt de lekkerste soep van Cuba te maken. Maïssoep, pompoenensoep, bruine bonensoep, het is allemaal heerlijk. De rest van het eten is zoals we gewend zijn hier te eten. Ook blijkt ze de kampioen in een ander Cubaans gebruik dat ons al een paar keer is opgevallen.......schreeuwen. Als je iets nodig hebt van een buurvrouw dan lopen ze hier niet naar die persoon toe maar wordt er keihard geschreeuwd. Ook als de persoon vier huizen verder woont. En wanneer de persoon iets te ver weg woont, wordt het bericht wel door een andere buurtbewoner doorgeschreeuwd. We vonden dit op zich wel grappig, maar als je onder één dak woont met een kampioene wordt je er wel eens moe van. Ook als ze wat van de kinderen gedaan wil krijgen is dit vijf huizen verderop duidelijk te horen. En het maakt niet uit of de kinderen buiten zijn of gewoon bij haar in de kleine woonkamer staan. De kinderen hebben ook minimaal één keer per dag een krijs/schreeuwbui.
Eerst denk ik nog dat dit iets te maken heeft met het Zuid Amerikaanse temperament dat er al vroeg inzit. Later ben ik er echter van overtuigd dat ze gewoon hun moeder imiteren.
En nou heb ik niet zo heel veel geduld met kleine kinderen. Ze mogen dus blij zijn dat ze hier geen behang aan de muren hebben. De moeder trouwens ook, ondanks het feit dat ze wel erg gastvrij is.
In Viñales heeft bijna iedereen een kleine vrijstaande woning. Het verschil met andere steden, waar je bij iedereen vanaf de straat zo de woonkamer inkijkt omdat ramen en deuren allemaal open staan, is dat de meeste van deze huizen een voortuintje hebben. Elk huis is tevens voorzien van een veranda waar steevast een paar schommelstoelen staan. Ook hier is de inrichting weer erg minimalistisch. Maar dat is in de kleine woning noodgedwongen ben ik bang.
Wat opvalt, is dat in geen enkele woning, waar wij zijn geweest in ieder geval, ook maar iets staat of hangt dat naar de revolutie verwijst. Terwijl buiten bijna elke muur is beschilderd of er staat wel een tekst met betrekking op deze gebeurtenis.
We hebben al flink wat gewandeld en zijn er al een dag op een fiets opuit geweest. We besluiten om eens bij Havanatur naar binnen te stappen om te kijken of die ons nog wat hebben aan te bieden. Havanatur is, met Cubatur, het grootste toeristenbureau van het land en je vindt ze in elke stad.
Wanneer je bij deze gasten naar binnenstapt dan weet je dat je voor hun diensten moet betalen maar je gaat er ook vanuit dat ze eerlijk tegen je zijn. Dat blijkt in Viñales niet het geval. Als we informeren naar een wandeling wordt ons direct gezegd dat we er met een taxi naartoe moeten en we moeten wandelen onder begeleiding van een gids. Het blijkt dat dit ons een bom duiten gaat kosten. Ik vertrouw de man niet echt en wijs hem op een wandeling die we de dag ervoor zelf hebben gelopen.
‘And do we need a guide for this one?’
Het antwoord is wat ik eigenlijk al had verwacht.
‘Ohh yes of course, you might get lost. But the entree fee is included!’
Wij hebben de vorige dag nergens entree hoeven te betalen en verdwaald zijn we ook niet. Als ik dit tegen hem vertel dan hebben we volgens hem geluk gehad dat we geen Park ranger zijn tegen gekomen. Ja, ja.
Zo gaat het overigens niet alleen bij Havanatur. Wanneer we bij een infobalie van een duur ressort vragen waar het begin van de wandelroute is, dat volgens onze reisgids bij het hotel moet zijn, en we laten blijken geen prijs te stellen op een gids blijkt de vrouw het plotseling niet  meer te weten.
‘Somewhere over there.’
Wij bedanken de man van Havanatur en besparen ons veel geld door in de straat bij een jongen in de auto te stappen die ons aanbiedt om ons voor een paar CUC naar de plek te brengen waar de wandelroute begint. Er is in geen velden of wegen ook maar iets te bekennen wat lijkt op een kantoor waar we entree moeten betalen. En net als de dag ervoor wandelen we zonder gids de mooie route en verdwalen we niet. Daarna lopen we door naar de grote Santo Thomas grot. En dat is er één die je niet mag missen als je deze kant nog eens opgaat.  


De vader van onze hostess heeft ons trots verteld dat hij zichzelf Engels heeft geleerd. Wij hebben hem voor de gein gezegd dat we vloeiend Spaans willen kunnen als we uit Viñales vertrekken. Maar op een middag staat hij voor onze neuzen en moeten we eraan geloven, Spaanse les! Het is een prima kerel maar een waardeloze leraar Spaans. Hij ratelt van de hak op de tak en we begrijpen maar een enkel woord van wat hij ons duidelijk probeert te maken.
Na de les nodigt hij ons uit om ’s avonds wat bij hem te komen drinken en om kennis te maken met zijn vrouw. Onder het genot van een glas honingwijn probeert hij de Spaanse les voort te zetten. Ik wil echter wel wat meer weten over die club waar hij lid van is en begin voorzichtig wat te vragen over hoe dat nou zit met die vrijmetselarij. Ik weet hier niet zo gek veel van maar had verwacht dat de Cubaanse leiders een dergelijke club wel als potentieel gevaar zouden zien en het dus verboden zou zijn. De man verteld me dat dit niet het geval is. Het is grotendeels wel geheim. De vrijmetselaars herkennen elkaar door onopvallende non verbale tekens. Het belangrijkste is dat je je mede vrijmetselaars ( je broeders ) zoveel mogelijk helpt. Ik moet denken aan onze aankomst in Viñales en onze namen op het vel papier terwijl we gezegd hadden dat we wel zouden zien wat we zouden doen wanneer we zouden arriveren.
In Cuba, vervolgt de man, zijn de mensen vrij om te gaan en te staan waar ze willen. Ze hebben dan wel geen geld maar als ze dat wel zouden hebben dan mogen ze zonder problemen naar het buitenland reizen. Bovendien is er in Cuba genoeg te eten voor iedereen. Hier gaan geen mensen dood van de honger zoals in Afrika of sommige andere landen in Centraal Amerika. Nee, volgens de man is er niets mis met Cuba en is de reden dat de mensen hier weinig geld en producten hebben de boycot van de kapitalistische landen en dan in het bijzonder de VS. Cuba op zich is een vrij land! Tja, het is maar hoe je het bekijkt.
Onderweg hebben we heel wat tegenstrijdige verhalen gehoord over wat de Cubanen nu wel en niet mogen. De één verteld dat het verboden is om van internet gebruik te maken, dat alleen toeristen dat mogen. Op de visitekaartjes van de Casa’s staat echter wel vaak een e-mailadres vermeld. Anderen zeggen dat het voor Cubanen verboden is om in het land zelf te reizen en is reizen naar het buitenland voor de gewone man uit den boze. Voor bijvoorbeeld sporters of artsen is reizen naar het buitenland aan hele strenge regels verbonden. Er zitten echter wel Cubanen bij ons in de bus en volgens de vader van onze hostess is het dus gewoon een geldkwestie.
Eén ding is wel duidelijk, iedereen lult zoals het hemzelf het beste uitkomt en is alleen bezig om zoveel mogelijk geld aan ons te verdienen. Hoe de vork nou precies in de steel zit komen we niet te weten.


We ontkomen er niet aan. Als we naar Maria la Gorda willen dan zal dit via Havanatur moeten. Er is daar maar één hotel en de enige bus die er naar toe gaat is die van het toeristenbureau. Bij de prijs van het hotel zit het ontbijt en diner inbegrepen. We gaan dus iets doen wat we eigenlijk hebben geprobeerd te voorkomen. Zo’n All Inclusive arrangement.
Wanneer we aankomen zie ik nergens het grote, hoge hotel dat ik had verwacht. Ik zie eigenlijk niet eens zo gek veel als ik de bus uitstap. Twee restaurantjes en aan het strand staan wat lage gebouwen waar wat kamers in lijken te zitten.
Bij het inchecken horen we dat onze kamer achter de receptie ligt in, wat in eerste instantie lijkt, op een wat woeste bebossing. In die struiken blijkt echter een pad op vlonders te zijn aangelegd en er staan een stuk of wat mooie houten bungalows. We hebben een grote kamer, grote douche, een tv met Engelstalige zenders en een veranda waar vanaf we over de struiken naar de zee kunnen kijken. Dat is dus al een meevallertje.




Ons huisje in Maria la Gorda. Met uitzicht op de struiken.


Buiten het personeel is hier geen Cubaan te zien. Het is dus een beetje een mini Varadero. Varadero is de bekendste toeristenplaats van Cuba. Een plek die we bewust gemeden.
Wanneer we ’s avonds aanschuiven voor het diner, wordt me duidelijk waarom ik, van mensen die al eens in Cuba zijn geweest en in het toeristische Varadero verbleven, niets heb gehoord over eenzijdig eten. Er is volop keus bij het buffet. Nasi, rijst, aardappelpuree, vis, veel vlees, fruit en…….groente! En hoewel de boontjes en wortelen hier koud worden geserveerd, scheppen we onze borden er flink mee vol. Na de maaltijd is er nog koffie en kun je kiezen uit verschillende soorten koekjes en cakejes. Shit, dat All Inclusive is best nog wel leuk…….voor vier dagen.
Naast zon, zee en strand is er niet zoveel te beleven hier in Maria la Gorda. Een verstopte neus weerhoudt me ervan om een duik te kunnen maken. Martine doet er wel drie waaronder haar eerste nachtduik. Maar omdat ze koraal leuker vindt dan vissen en andere dieren komt ze hier niet super enthousiast van terug, koraal is niet zo goed te bekijken in het donker. Overdag duiken vindt ze wel geweldig mooi. Na vier dagen hebben we genoeg van Maria la Gorda en gaan we terug naar Havanna voor onze laatste paar dagen in Cuba.


Havana      


Vijf uur rijden we in de bus over de bijna verlaten snelweg richting Havana. Van een fileprobleem hebben ze hier nog nooit gehoord. Onderweg zien we honderden mensen, vaak in de schaduw van een viaduct, die langs de snelweg staan. Hopend op een lift die ze naar hun plaats van bestemming kan brengen. Een enkele keer zien we dat er net een vrachtwagen is gestopt met een open bak waar de mensen inklimmen en weer een eindje op weg worden geholpen.
Mocht je deze kant trouwens nog eens opwillen maar de bus of een huurauto te duur vinden? En je bent toevallig wel in het bezit van twee ossen en een oude tractorband? Er is geen mens die hier raar opkijkt als je die band met wat touwen aan de ossen bevestigd en je zo over de snelweg van A naar B laat slepen.  
De bussen hier in Cuba komen veelal uit andere landen. Op de Viazul bussen staan grote Chinese tekens en komen dus waarschijnlijk van vriendje China, er rijden van die Canadese schoolbussen rond en……. Oude Nederlandse NZH bussen. De krengen zijn waarschijnlijk al decennia geleden in Nederland afgekeurd maar hier zetten ze zonder probleem nog wat extra ton op de teller. Achterop de bussen staat nog het 0900 9292 reisinformatie nummer en op de voorkant staat vaak nog een Nederlands plaatsnaam en het busnummer. Leuk voor de Nederlandse toerist maar voor bijvoorbeeld Duitsers lijkt het me wel wat verwarrend.
‘Verdamt nogmal du dreck kerl. Was fur ein scheisse reisebuch von Cuba hast du den gekauft. Rhenen, Loenen und Boiten Dienst stehen ja gar nicht auf die mappe.’
Mocht de bus na nog tig jaar trouwe dienst het echt opgeven dan is er hier nog geen man overboord. Boven de voorwielen wordt gewoon een grote hoek van 90 graden uitgezaagd, het hele gevaarte wordt op een oplegger van een vrachtwagen gemonteerd, en hopla, je hebt weer een bus. Het is net als in Azië. Hoe minder de mensen hebben, hoe inventiever ze worden.


 

Oude Nederlandse NZH bus in Holguin.


We hadden eigenlijk beloofd om de Casa die we in Havana hebben besproken te bellen. Maar in Maria la Gorda vroegen ze  €8,- voor één belletje en dat vonden we toch iets te ver gaan.
Een dag later dan afgesproken, en hopend dat de kamer nog vrij is, staan we ’s avonds in het donker voor de deur. De kamer is vrij en we zijn welkom. De eigenaar is een man van onze leeftijd en hij gaat ons voor naar zijn ruime kamer. Als ik later bij hem in de woonkamer zit komt het gesprek al gauw op Cuba. Hij geeft aan zo snel mogelijk te willen vertrekken uit zijn land. Hij heeft zijn hoop gevestigd op Canada, het land waarvan hij de papieren voor een werkvergunning al op tafel heeft liggen.
Een paar maanden geleden is zijn vergunning om een Casa te runnen afgepakt door de politie. Dit omdat hij satelliet televisie had en dat is hier illegaal. In de drie dagen dat wij hier zijn pakt hij er een halfjaar salaris zwart bij. Hij verteld ook dat internet alleen toegankelijk is voor mensen die voor de regering werken. Hij heeft echter bij zijn moeder een computer staan waar hij wel internet op heeft. Dit heeft hij kunnen ritselen met een bevriende journalist.
Hij is heel duidelijk.
‘Ik wou dat het mogelijk was om voorstanders van Fidel en zijn revolutie, van buiten Cuba, uit te nodigen om hier één maand te komen wonen.’ ‘Niet als toerist, maar dat ze leven zoals het merendeel van de Cubanen hier leven.’ ‘Daarna zou ik hun mening nog wel eens willen horen.’
Twee dagen bekijken we de stad. We bezoeken onder andere het Museo del Revolution maar die pro revolutie, anti kapitalistische show vind ik eerder lachwekkend dan interessant. Achter het gebouw staat: “The Grandma”. Het schip waarmee Fidel Castro met 81 anderen van Mexico naar Cuba voer om de revolutie te starten. Het ding staat in een grote glazen vitrine en wordt zwaar bewaakt. Volgens onze reisgids is dit misschien wel omdat Castro bang is dat hij gestolen wordt door mensen die met de boot de overtocht naar Florida willen maken.
Havana is een geweldig mooie stad. We vergapen ons aan de prachtige gebouwen in het centrum en de oude vervallen woningen in de smalle steegjes.




Havana staat vol mooie gebouwen.


Wat ook opvalt, zijn de ontelbare standbeelden. Dit is overigens niet alleen zo in Havana. Het hele land staat er vol mee. Het zijn er zoveel dat je haast gaat denken dat iedereen hier een standbeeld krijgt. Heeft een ober 10.000 Cuba Libre’s geserveerd?, hupsakee, een standbeeld. 50.000 kaartjes geknipt?, geef die conducteur er ook één.
Ook John Lennon heeft er één gekregen. Het staat in een park dat naar hem is vernoemd. Eigenlijk vond Castro de muziek van The Beatles helemaal niks. In de jaren zestig was het zelfs verboden om die “decadente rotzooi” op de radio te spelen. Toen Lennon zich in de jaren zeventig openlijk uitsprak tegen de Vietnamoorlog en zo mooi in het straatje van Fidel kwam, werd hij ineens als held en revolutionair gezien. In 2000, op de twintigste sterfdag van John Lennon, was het Castro zelf die het standbeeld voor de muzikant kwam onthullen.
Maar meestal zijn het toch dezelfde personen die op de sokkels staan. Oude Cubaanse helden als Marti, en revolutionairs als Cienfuegos en Guevara.
De Poolse dichter en aforist Stanislav Jerzy Lec sloeg wat mij betreft de spijker op de kop met zijn uitspraak over de revolutie

 
When smashing monuments, save the pedestals.
They always come in handy   

 

 

Het standbeeld van José Marti in het Park Central, Havanna. 

 

  

 

 

 

 

 

 

    

     

 

 

  

 

 

 

LAST_UPDATED2
 
Reacties (10)
haha
10 vrijdag, 19 februari 2010 13:24
Marcel Stoeten
Haha, nederlandsche bussen, mooi verhaal en die foto met je sigaartje, haha!!

Enjoy!!

Groeten, Marcel.
papaja
9 donderdag, 18 februari 2010 22:44
regina
machtig mooi verhaal, ik heb de lachspieren weer getraind.
erik engerd is inderdaad een lelijkerd zeg. hij is een plork (prachtig lichaam, ontzettende rotkop)

geniet geniet geniet,
liefs
Warm
8 donderdag, 11 februari 2010 11:15
arie bloed
Ik krijg het er warm van als ik dit lees, zojuist nl. naar de Nederlandse kampioenschappen op natuurijs gekeken.
Als het met julie planning niet echt uitkomt,de zgn. opwarming van de aarde gaat niet door waardoor het hier bijna op Antarctia lijkt.
Have fun
7 dinsdag, 26 januari 2010 08:22
klari baarslag
Hoi allebei. Heel veel fun en genieten. Ik zal de verhalen weer volgen. Groetjes klari uut baalder
de sneeuw is weg
6 dinsdag, 19 januari 2010 15:20
Freddy Gerrits
hoi Edwin en Martine,
de sneeuw is weg hier, er zal bij jullie ook wel geen sneeuw (meer) liggen. is het nog een beetje mooi weer daar? mag het hier ook wel weer worden. ik weet niet eens meer hoe de zon eruit ziet.
als er bij jullie zon is, kun je er dan een foto van sturen,
alvast bedankt, groeten, Freddy
______________________________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Hoorde net via de Skype dat er weer een witte laag lag. We zullen de zonnige foto's snel voor je plaatsen.
johooooo
5 zondag, 17 januari 2010 18:31
regina
t heeft nu wel weer lang genoeg geduurt hier
>> maak dat je wegkomt ;-)
heul veul schik. Op naar nog zo'n mooi fotoboek

liefde, regien
Geniettuuuh!!!
4 vrijdag, 15 januari 2010 10:41
Fam. Potgieter
Heel veel plezier en we wachten weer vol spanning op jullie verhalen en foto's
Witte zandstranden
3 donderdag, 14 januari 2010 10:27
arie bloed
Als dat maar goed gaat vanaf Frankfurt, ik zag er maandagmiddag 11 jan.) wel van die witte zandstranden waarop veel vliegtuigen stonden te bibberen ... of was het trillen door de warmte
En zo izt maar net :)
2 woensdag, 23 december 2009 22:16
Jettepet
Nix toe te voegen an Aniet.
Sigaruh
1 woensdag, 23 december 2009 21:07
Aniet
13 januari, dat is al vet snel.....
Maar kan me voorstellen dat jullie er inmiddels wel mega aan toe zijn.
Hoe gezellig we ook allemaal wel niet zijn, uiteindelijk zijn we geen van allen een steek veranderd :)
Dus op naar het dikke sigaruh land!
_________________________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Ik vond het helemaal niet gezellig! ..................... Hahaha. En gelukkig ben je geen steek veranderd. :-)