Nieuw Zeeland

Nieuw Zeeland

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

Het leven voor mij is, het verzamelen van zoveel mogelijk mooie momenten.

                                                         Herman Brood

 

 

 

 

 

 

 

Nieuw Zeeland

06-02-2009 - 13-04-2009
Tijdsverschil +12/+10 uur winter/zomertijd 
€1 = 2 NZ Dollar

 

  Martine  Edwin
Top Tongariro Crossing en de "sprookjes"bossen.  Het zuidereiland
Flop Thermische  bronnen zijn interessant maar stinken.    No flops
Tip Voor de kampeerders onder ons, DOC campings zijn meestal op de mooiste plekjes en voor weinig.  Ga het zelf bekijken
Opvallend: Gloepesheet in de zon en tegelijkertijd is je schaduwkant frisjes. Kiwi's zijn veelal bovenmaats.  Weinig Maori's op het Zuidereiland ten opzichte van  het Noordereiland. + De prachtige natuur.
 

 

 

 

 

 

 

 

HET ZUIDEREILAND.

 

Wanneer we terug zijn in Bangkok laten we ons door de taxi weer afzetten bij “Happy House”, ons vaste guesthouse in Bangkok, om de hoek bij Koh San Road. Het lukt ons, om via internet, een goedkoop ticket naar Nieuw Zeeland te boeken. De volgende dag zullen we al vertrekken. Veel tijd blijft er dus niet over om de laatste dingen te regelen en om nog wat inkopen te doen. Via internet leggen we contact met een camperverhuurbedrijf in Nederland. Ze doen ons direct een scherp aanbod. Maar door het gebrek aan tijd zullen we dit pas in Christchurch rond kunnen maken.
Ik heb maar één lange broek bij me en verwacht dat het in Nieuw Zeeland een tikje kouder zal zijn dan we de laatste tijd gewend zijn. In Bangkok gaan we dus op zoek naar een spijkerbroek. En dat is rond Koh San Road geen enkel probleem. Ze trekken je bijna de winkels in en overal hebben ze de gebruikelijke discount.
‘Special plice for you sir.’
Binnen een half uur sta ik weer bij Martine in de boekenwinkel, een broek en een trainingsjack rijker. Zij is een voorraad boeken aan het aanleggen voor onze tijd in Nieuw Zeeland en Australië. We verwachten dat het daar niet zo gemakkelijk zal zijn om aan nieuwe Nederlandstalige boeken te komen dan dat het hier in Azië het geval was.
Mijn spijkerbroek is een nep Diesel waar de volgende dag al een knoop van af springt. Ondanks dat voelt het lekker om na maanden weer eens een spijkerbroek te dragen. Verder slaan we nog vijf sloffen sigaretten in, die in Nieuw Zeeland erg duur schijnen te zijn, en een stapel dvd’s voor als we nog eens een filmpje willen kijken in onze toekomstige “woning”.
Met onze nieuwe kleren aan en met volle bepakking staan we de volgende dag op het vliegveld. Klaar voor de vijftien uur durende vliegreis, via Sydney, naar Christchurch.

Van slapen komt het er weer niet van in het vliegtuig. Gelukkig biedt vliegtuigmaatschappij Emirates genoeg afleiding om de lange vlucht aangenaam door te komen. In het video schermpje voor me staat een hele lijst met cd’s en drie documentaires over het ontstaan van de rock muziek met mooie oude opnames van de Rolling Stones, Bob Dylan, The Velvet Underground en Bruce Springsteen. Die vijftien uur vliegen zijn dus zo voorbij.
Het is bijna 16.00 uur plaatselijke tijd wanneer we in Christchurch landen. Het duurt echter nog even voordat we buiten staan. De douane controle in Nieuw Zeeland is strenger dan in andere landen. In het vliegtuig hebben we al een formulier in moeten vullen of we ook etenswaren, hout, planten etc. in onze bagage hebben. Veel van dit soort producten wordt in beslag genomen. Volgens mij om te voorkomen dat er op deze manier bepaalde ziektes het land binnen komen door middel van bacteriën of insecten. Martine heeft de potjes gedroogde vis in chili en knoflook, die ze in Myanmar van Thay Thay heeft gekregen, al uit de tas gehaald omdat ze denkt dat ze die zeker in moet leveren. Maar het blijkt geen probleem te zijn dus gaan ze weer de tas in.
Het eerste dat ons opvalt als we buiten komen is de heerlijke temperatuur. Het is ongeveer 27 graden en er staat een zacht briesje, heerlijk! De bus, met een vriendelijke Maori achter het stuur, brengt ons naar het centrum van Christchurch. Het is bepaald geen Aziatische bus. Niks zakken met rijst, manden met fruit of rochelende mensen, maar een schone, westerse bus met zachte zitplaatsen en er zijn ramen aanwezig. Ook worden er niet meer mensen toegelaten dan dat er wettelijk in mogen. Het uitzicht is ook duidelijk anders dan dat we de afgelopen tijd gewend waren. De wegen zijn perfect geasfalteerd en stof, rookwolken of sawa’s zijn in de verste verte niet te bekennen. Daarvoor in de plaats staan er mooie huizen met netjes aangelegde tuinen.

Christchurch 

Christchurch is de grootste stad op het Zuidereiland van Nieuw Zeeland. De vele, ruim opgezette, buitenwijken maken de stad redelijk groot. Zo gouw we door het centrum lopen merken we dat deze klein, overzichtelijk en gezellig is. Het doet ons een beetje aan een Scandinavische stad denken.
Het is vandaag een nationale feestdag in Nieuw Zeeland en veel van de hotels en guesthouses zijn volgeboekt. We lopen naar een toeristen informatie punt (t.i.p.) om te kijken of zij iets voor ons kunnen regelen. Wanneer we een klein uurtje later terugkomen hebben ze nog een kamer kunnen vinden bij Cokers Backpackers Hostel, net buiten het centrum. Het kost ons $NZ 75,- per nacht. Wat neer komt op ongeveer € 30,-. Ook biedt het t.i.p. aan om eens rond te bellen om te kijken of ze een camper voor ons kunnen vinden. We vertellen ze dat we al een goed aanbod hebben uit Nederland maar dat ze mogen proberen een nog betere deal voor ons te vinden.
Cokers Backpackers Hostel blijkt een gezellig onderkomen. In de schone kamer drinken we voor het eerst sinds maanden weer water uit een kraan. In het hostel zijn een aantal tv/relax ruimtes, voor € 2,- per uur kun je gebruik maken van de computers met high speed internet en in de grote keuken staan ’s avonds veel gasten hun eigen potje te koken. De supermarkt is om de hoek en we gaan er vrijwel direct heen om wat boodschappen te halen.
Normaal gesproken heb ik een pesthekel aan supermarkten maar in het buitenland vind ik het leuk om er rond te struinen en te kijken wat er allemaal te koop is. In de Pak&Safe (mega Aldi) is genoeg te zien. We doen er bijna twintig minuten over om de groente en fruit hoek te bekijken en daarna huppelen we naar de vleesafdeling. Ik barst plotseling in tranen uit wanneer ik al dat lekkers voor me zie liggen. Een vriendelijke oude mevrouw komt vragen of het wel goed met me gaat….. Grapje. MAAR IK WORDT ER ZO BLIJ VAN!
Na een nacht zonder slaap zijn we te moe om uitgebreid te koken. Het wordt een salade met een schnitzel.

Het is zaterdagochtend 06.30 uur als ik beneden kom in het hostel. Na wat bakken koffie en sigaretten kruip ik achter een computer. Ik check de mail en de site en wil daarna op teletekst kijken of het FC Zwolle gelukt is om een periodetitel in de wacht te slepen. Dan merk ik hoe groot het tijdsverschil met Nederland is. Wanneer ik pagina 829 open zie ik dat de vrijdagavond wedstrijd nog niet is begonnen. De koffie komt me om 10.30 uur mijn neus uit en ik besluit om Martine wakker te maken. Als ik op de kamer kom met een hele stapel folders over allerlei activiteiten op het zuidereiland is ze net wakker. Terwijl Martine zich wast en aankleed bekijk ik de folders. De één maakt me nog enthousiaster dan de ander. Wandelen door bergen met mooie gletsjers, zwemen met dolfijnen en zeehonden, walvissen spotten, bungee jumpen (voor Martine) en prachtige nationale parken. Er is hier zo veel moois te zien en te doen dat ik niet kan wachten om er met de camper op uit te trekken.
Het blijkt een goede zet van ons te zijn geweest om het t.i.p. te vertellen dat we via internet een camper kunnen huren voor $NZ 47,- per dag. Omdat we er één willen huren voor langere tijd is het ze gelukt een verhuurbedrijf te vinden die onder dit bedrag wil gaan zitten. Voor $NZ 45,- kunnen we een zelfde camper krijgen. We happen direct toe want goedkoper dan dit kan bijna niet. Februari valt nog in het hoogseizoen en normaal gesproken betaal je dan tussen de $NZ 120,- en $NZ 150,-. Buiten het hoogseizoen is het ongeveer de helft. De Nieuw Zeelandse Dollar is op dit moment bijna niets waard. ( €1,- = $NZ 2,50) Heel vervelend voor de mensen hier, perfect voor ons. Het komt er op neer dat we voor € 18,- per dag een camper hebben. Voor we naar Oceanië gingen dachten we dat dit deel van de wereld ons behoorlijk wat geld zou gaan kosten. Maar zoals het er nu naar uit ziet zal dit mee gaan vallen. Nieuw Zeeland zal zeker onder het vooraf verwachtte budget blijven want ook de benzine kost niets. (€ 0,70 per liter) Een super, super, super deal!

We gaan zeer goed gehumeurd de stad in om deze te bekijken. Christchurch blijkt erg toeristisch. Op een T-shirt van een jongen lezen we de tekst: “No, I Live Here.” Het lijkt erop dat hij één van de weinige Kiwi’s is in het kleine centrum.
De € 75,- die we verdiend hebben met de camper deal geven we direct weer uit. In Christchurch blijkt een Bodyshop te zitten waar Martine een nieuwe voorraad douche spullen haalt. In de camper zit een CD speler dus ga ik bij de plaatselijke platenzaak op zoek naar wat muziek. De laatste Ryan Adams blijkt in de schappen te liggen dus die keuze is snel gemaakt. Van Egbert, mijn “muziek zwager”, kreeg ik een tijdje terug een e-mail met een verslag van het Take Root festival dat ik deze keer heb gemist. Hij was nogal enthousiast over Bon Iver, de singer/songwriter uit Alaska. Deze artiest staat ook op het komende Lowlands festival waar Martine heen gaat, en in de schappen van de platenzaak in Christchurch, dus doet u die ook maar.
Wanneer we later met onze camper door de bergen rijden moet ik nog even aan mijn zus en zwager denken.
‘Die zullen Nieuw Zeeland volgens mij ook fantastisch vinden’ zeg ik tegen Martine. ‘Ik zal ze eens mailen, dan kan ik gelijk zeggen dat Egbert, wanneer hij ooit nog eens van baan wil wisselen, altijd nog muziek recensent kan worden.’

Klokslag elf uur staat de jongen van het camperverhuurbedrijf de volgende dag voor de deur. Na het nodige papierwerk te hebben afgehandeld en ons is uitgelegd hoe we een wiel moeten verwisselen, mochten we een lekke band krijgen, gaan we eindelijk op pad. Eerste stop is de Pak&Safe. En nu gaan we er eens rustig onze tijd voor nemen! Andere mensen kijken verbaast als ze ons zien fotograferen in de supermarkt, en bij sommigen verschijnt er een glimlach op het gezicht. Ook bij deze Pack&Save is er een plank ingeruimd met Nederlandse producten. Stroopwafels, gevulde koeken, speculaas, appelstroop, Bolletje beschuit, leverpastei en ….. hagelslag. Martine kan een kleine juich niet onderdrukken als ze de pure chocoladekorrels ziet staan, en ik doe een dansje. Meer dan twee uur zijn we binnen. Wanneer we buiten komen met onze volle kar zijn we maar € 140,- lichter.

 

 

Hagelslag & leverpastei from Holland. Mmmmmm 

Eerst rijden we naar Akaroa, ten westen van Christchurch. Akaroa is een klein toeristisch plaatsje aan een baai waar veel mensen met hun boot naar toe komen. Die hebben wij niet bij ons, en het zwemmen met dolfijnen dat je hier kan doen kan ook op andere plekken dus trekken we de volgende dag weer verder.
De omgeving is prachtig om door heen te rijden. De bergen en heuvels zijn begroeid met door de zon verdord gras en lijken wel van bruin fluweel dat sterk afsteekt tegen de helblauwe lucht.
Ik heb bijna negen maanden niet achter het stuur van een auto gezeten, en dan zit hier het stuur ook nog aan de andere kant en moet ik hier op de linkerweghelft rijden. In het begin moet Martine me nog een paar keer waarschuwen als ik de berm in dreig te gaan maar na twee dagen gaat het prima. Met de zon in de rug trekken we verder richting het zuiden.

Het eerste deel na Christchurch doet het landschap ons erg aan Nederland denken.
Het is er vlak en er zijn veel weilanden waar hier schapen in staan te grazen. Wanneer we afslaan en het binnenland ingaan veranderd dit snel. Al gauw rijden we weer door een heuvelachtig bruin landschap met af en toe prachtige vergezichten die me aan de Verenigde Staten doen denken.
Wanneer we de Southern Alpes bereiken snap ik waarom ze zo heten. De diversiteit van het landschap is na twee dagen al enorm. ‘Wauw!’ klinkt het uit ons beider monden wanneer we uit een scherpe bocht komen en opeens Lake Tekapo voor ons zien liggen. Het water heeft een zodanige prachtige azuurblauwe kleur dat je bijna denkt dat het nep is. Het is net of de bodem is betegeld en er een dertig kilometer lang zwembad tussen de bergen is aangelegd. Prachtig! We vinden een rustig plekje aan het meer waar we de komende twee nachten zullen wild kamperen. Het verhuurbedrijf heeft ons verteld dat je overal met je camper mag gaan staan kamperen maar deze informatie blijkt niet te kloppen. Op veel plekken staan borden waarop staat: “No Camping” maar wij doen alsof we ze niet gezien hebben. Bij Lake Tekapo hebben we geen last van de politie en worden we niet weggestuurd.
Ook zijn we niet de enige toeristen. Er staan nog wat campers en een tentje. Martine trekt haar bikini aan en wil het water ingaan. Dan blijken de wetsuits, die een aantal kinderen droegen terwijl ze aan het zwemmen waren, niet geheel overbodig. Na twee minuten staat Martine weer rillend aan de kant. Het water is zo verschrikkelijk koud dat het geen doen is om er even lekker in te zwemmen.
Het enige dat je hier ongeveer kunt doen is één van de vele wandeltochten maken in de omgeving. Het blijken mooie, niet te zware tochten met prachtige uitzichten op het azuurblauwe meer. We zullen heel wat af wandelen de komende dagen. Ook bij Mount Cook, onze volgende bestemming, is dit de hoofdattractie.


Het azuurblauwe Lake Tekapo 

De wereld lijkt op te houden wanneer je het kleine dorpje bij Mount Cook nadert. Je rijdt tegen een muur van bergen aan waar op de top de eeuwige sneeuw in de zon ligt te schitteren. Mocht je het tot dusver saai vinden om dit verslag te lezen, stop er dan maar mee en wacht tot we in Australië zijn met al zijn enge dieren want ook over Mount Cook kan ik niets anders vertellen dan dat het er geweldig mooi is. In twee dagen maken we vier wandelingen waarvan de één nog mooier is dan de ander. De “Governors Bush Walk” is een kleine wandeling van net een uur door een mooi stukje bos. Het lijkt echter wel een aangelegd park.
‘Dit kan bijna niet’ zegt Martine ‘Dit moet bijna wel aangelegd zijn. In Nederland doe je er minstens drie jaar over om je tuin zo mooi te krijgen en dan moet je het nog bijhouden.’
‘Maar dan moeten ze de hele berg hebben aangelegd, en dat lijkt me nog onwaarschijnlijker’ antwoord ik. Het staat er vol met veel verschillende soorten planten en struiken. Kleine bloempjes groeien op onkruidvrije stukken mos en er staan veel donkergroene varens die tussen bomen staan waarvan de barst is begroeid met iets lichter groen mos.
De “Red Tarns Track is een flinke wandeling bergop en doet ons op sommige stukken weer even aan Mount Kinabalu in Maleisië denken. Op de top van de berg heb je een prachtig uitzicht op Mount Cook en het dal beneden. De meest indrukwekkende wandeling is wel die naar het Tasman Glacier Lake. We lopen door een rotsachtig gebied en de wandeling eindigt op de top van een klein bergje met uitzicht op het Tasman meer en de gelijknamige gletsjer. Het meer ligt vol met ijsschotsen die in eerste instantie niet zo heel erg groot lijken te zijn. Maar wanneer er een bootje met toeristen het meer opvaart en in de buurt komt van de ijsschotsen zien we wat voor een gigantische kolossen het blijken te zijn. De bootjes vallen in het niet vergeleken bij de klompen ijs.

 

Het Tasman Glacier Lake waar de ijsschotsen in drijven. 

 

Wanneer de bootjes erbij varen, zie je pas hoe groot de ijsschotsen zijn.
 

 

In Nieuw Zeeland voel je je af en toe heel erg klein. 

Veel plaatsen in Nieuw Zeeland hebben Engelse namen zoals Queenstown, Winchester of Wimbledon. Maar als we verder trekken naar het zuiden komen we ook door plaatsjes met mooie Maori namen zoals Rangitata, Makikihi en Otematata. Vaak zijn het gehuchten van een paar huizen, een winkeltje en een kerk. In de Lonely Planet lezen we dat we langs de Clay Cliffs komen. Een grillige rotsformatie die de afgelopen miljoenen jaren door erosie zo is gevormd. Het is net een decor uit een film dat men voor de toeristen heeft laten staan. Het lijkt totaal niet in het landschap te passen.
Wanneer we van de grote weg afslaan en over wat landwegen rijden komen we plotseling langs een stuk land waar gigantische keien liggen. Bij een hekje dat toegang geeft tot het gebied zien we dat de keien de Elephant Rocks worden genoemd. Als we goed kijken zien we dat sommige keien inderdaad sprekend op olifanten lijken.

Normaal gesproken houden we allebei niet zo van autorijden. We vinden het saai en gaan niet voor ons plezier een stukje toeren. Maar hier in Nieuw Zeeland kan ik de hele dag wel rondrijden. Na elke bocht wacht er wel weer een verrassing in de vorm van een azuurblauw meer, prachtige bergen of vergezichten. Het is echt een prachtig, prachtig land.

 

De "Clay Cliffs".

 

Knoflooksaus hebben we zien staan in de winkel maar shoarmavlees hebben we nog niet kunnen vinden. Zelf maar op jacht dus bij de "Elephant Rocks".

We bereiken Oamaru, een middelgroot stadje aan de kust waar we een paar dagen blijven. Over twee dagen is er een Food&Wine festival in de public gardens dat wel aantrekkelijk klinkt.
De Blue Pinguïns die je hier kunt bekijken kun je alleen georganiseerd doen en het is verboden om foto’s te maken. Wij kiezen er dus voor om de Yellow Eyed kolonie te bekijken. Na ongeveer drie uur in het gras te hebben gelegen en de tijd te hebben gedood met lezen en sudoku wijst een vrijwilliger ons op enig leven in de brouwerij. Dan horen we van haar dat de Yellow Eyed Pinguïn kolonie nog maar bestaat uit ongeveer vijfendertig pinguïns, dit soort is bijna uitgestorven. Eén van die vijfendertig pinguïns is op ongeveer vijfhonderd meter van ons uitkijkpunt aan land gekomen. Alleen met de verrekijker die we van de vrijwilliger krijgen kunnen we inderdaad zien dat er iets over het strand waggelt. We geloven haar op haar woord dat het een Yellow Eyed pinguïn is. De middag wordt toch nog goed gemaakt door twee zeeleeuwen die uit de zee komen om op het strand lekker van de zon te genieten.
Nadat we in het centrum een extra dekbed hebben gekocht omdat we de afgelopen nachten het behoorlijk koud hebben gehad, halen we bij een t.i.p. een kaart met daarop een routebeschrijving naar de plaatselijke gratis camping. Het blijkt een grasveldje bovenop een klif met een prachtig uitzicht op een wilde zee met hoge golven waar surfers hun kunsten op vertonen. Prachtplek!

Eten&drinken 

Het Food&Wine festival op zondag is een mini, mini Lowlands. Ongeveer 1500 tot 2000 bezoekers genieten van de vele verschillende soorten wijn die bij veel kraampjes is te verkrijgen. Op een klein podium wordt een singer/songwriter afgelost door een plaatselijke coverband die al hun familie leden hebben meegenomen en niet onaardig covers van Pink Floyd, John Mellencamp en 3 Doors Down speelt. Het eten is ook helemaal niet slecht. Niks kleffe festival patat en hamburgers maar onder meer Aziatische fried rice en noodles, gebakken haloumi kaas met stokbrood en sushi is er verkrijgbaar.
De vis komt uit het wereldberoemde “Fleurs Place”. Het bekendste visrestaurant van Nieuw Zeeland, dat gevestigd is in Mouraki, een klein plaatsje ongeveer 30 km ten zuiden van Oamaru. Gordon Ramsey schijnt vaste gast te zijn in dit restaurant als hij Nieuw Zeeland bezoekt. Eigenaresse Fleur geeft op het festival ook een lezing over hoe ze haar bedrijf is begonnen en hoe het is gekomen dat het is uitgegroeid tot wat het nu is.

 

 

Lowlands in Nieuw Zeeland. 

 

Op het Food & Wine festival in Oamaru.
 

Ballen 

Naast “Fleurs Place” is er in Mouraki nog een attractie die op veel ansichtkaarten uit Nieuw Zeeland te zien is, namelijk de Mouraki Boulders. Dit zijn een tiental bijna perfect ronde keien die op het strand liggen. Waarvan sommigen een diameter van meer dan twee en een halve meter hebben. Het is de enige plek in Nieuw Zeeland waar dit soort keien voorkomen. Ook dit lijkt een voor toeristen gemaakte attractie want je vraagt je af hoe die keien hier anders zijn terechtgekomen en zo’n perfect ronde vorm hebben gekregen.
Mouraki is ook de plaats waar we maar weer eens een officiële camping bezoeken. De batterijen van de fototoestellen en de accu van de laptop moeten weer opgeladen worden. Als we binnenkort niet dood in onze camper gevonden willen worden dan wordt het ook tijd dat we de was weer eens doen.

 

Eén van de "Mouraki Boulders". Martine denkt dat het Dinosauruseieren zijn en probeert er één uit te broeden. 

Zoals ik al zij aan het eind van het verslag bij Myanmar gebeuren hier weinig gekke dingen. Ik ben dus bang dat de volgende verslagen ook alleen maar gaan over hoe mooi het hier is.
Want dat is, zoals je nu onderhand wel hebt begrepen, Nieuw Zeeland heel, heel erg. We genieten ons werkelijk suf in dit fantastisch mooie land.


PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG, PRIJSVRAAG,

De goede oplossing van de "Myanmarpuzzel" is opgestuurd door de twaalfjarige Tukker Michel Kok uit Goor. De prijs, een Wiiiiiii computerspel wordt zo snel mogelijk.......euh wat....... Oh Martine zegt dat het een andere prijs is geworden namelijk een houtsnijwerkje uit Myanmar.

 

 

Gefeliciteerd met je prijs !!


En we hebben een nieuwe prijsvraag. Diegene die weet hoe deze vogel wordt genoemd die voor ons poseerde bij de "Mouraki Boulders" krijgt wat opgestuurd uit Nieuw Zeeland. En het is wederom een prachtkado!!!!!! Om het niet al te makkelijk te maken willen we de Nederlandse naam en we willen weten hoe het dier in Nieuw Zeeland wordt genoemd. The Black.......................

 

 

Alleen antwoorden via de email a.u.b. Ons emailadres vind je op de homepage onder het kopje contact.

Suc6


In the middle of nowhere

Vanuit Mouraki gaan we verder richting het zuiden. De stad Dunedin laten we voor wat hij is omdat we vandaag tot aan Owaka willen komen. Martine zit geconcentreerd over haar Sudoku puzzel gebogen en ik heb de hele weg meer op de omgeving gelet dan op de borden zoals gewoonlijk.
‘Volgens mij zitten we hartstikke verkeerd’ zeg ik tegen Martine en zet de camper aan de kant om een blik op de kaart te werpen. En inderdaad, we zijn al meer dan 60 kilometer naar het westen gereden in plaats van naar het zuiden. Ik draai de camper en trap hem op zijn staart.
Het begint al donker te worden al we om half tien Owaka binnen rijden. Wij zijn de enige mensen die zich nog op straat bevinden in het kleine dorpje. Het lijkt wel alsof iedereen op de vlucht is geslagen voor iets wat wij nog niet weten wat het is. Er is zelfs geen hond te zien en het geeft een beetje het gevoel alsof we in een griezelfilm zijn beland. Ik vraag me af hoeveel tieners hier elk weekend opzoek gaan naar een stuk touw. Volgens de Lonley Planet bevindt er zich een camping net buiten het stadje wat moet zijn gelegen aan een baai.
Het is aardedonker als we eindelijk de zandweg opdraaien die ons erheen moet leiden. We rijden en rijden en er lijkt geen eind aan de hobbelweg te komen. Ik heb al twee keer gedacht dat we weer fout zitten. Ik verwacht eigenlijk nog een dikke, kale, sigaar rokende figurant die zijn hond aan het uitlaten is in dit door God verlaten oord maar bedenk me dan dat Alfred Hitchcock al jaren dood is. Net als ik aan Martine voor wil stellen om de camper maar weer te keren, zien we in de verte een kampvuur. We zitten dus toch goed.
Wanneer we uitstappen, horen we dat de zee dichtbij moet zijn maar we zien hem niet. Wanneer ik de volgende ochtend wakker wordt, zie ik hoe mooi de camping tussen de bergen en aan het strand ligt. Dan zie ik ook hoeveel auto’s en campers er staan. Het is er erg druk. Dit komt waarschijnlijk omdat de camping maar € 2.50, - per camper per nacht kost.
Af en toe moeten we even zoeken of bij een t.i.p. de weg naar dit soort campings vragen maar er zijn er genoeg van hier in Nieuw Zeeland. Bij de ingang staat een hokje waar je een briefje in moet vullen waarop o.a. het kenteken van je camper wordt gevraagd. Dit briefje stop je met het geld in het bijgeleverde zakje en deponeer je in de “brievenbus” die naast het hokje staat. Een strookje met daarop een nummer die ook op het briefje staat leg je achter de voorruit van je camper en ’s ochtends in alle vroegte komt er dan iemand die de bus leegt en de nummers controleert om te zien of je betaald hebt. Mooi systeem!

 
Zeeleeuwen 

Nugget Point is één van de plekken in Nieuw Zeeland waar je zeeleeuwen in het wild kunt bekijken. Op de parkeerplaats worden we gewaarschuwd door twee oudere vrouwen. Ze zeggen dat we op moeten schieten omdat er net een jetski en een motor voor de nodige overlast heeft gezorgd en dat ze hopen dat de zeeleeuwen er nog liggen. Verder zeggen ze dat we wel op afstand van de dieren blijven. Volgens hen kunnen de logge beesten wel een snelheid van 70 km/h halen. Dit lijkt me zwaar overdreven en na (later) wat op Google te hebben rondgeneusd blijkt dit inderdaad onzin.
We lopen door de duinen naar het strand waar de beesten moeten zijn. Op sommige plekken is het gras platgedrukt en lijkt het of er net een zeeleeuw heeft gekropen. Op het strand liggen gelukkig nog wat zeeleeuwen. De jetski en de motor blijken ze prima te vinden. Twee grote Bull liggen er samen met een mannetje en een vrouwtje zeeleeuw en hun jong heerlijk in het zand te luieren. We staan iets hoger dan de zeeleeuwen en kunnen ze tot op ongeveer vijf meter naderen. Martine roept me nog wel een paar keer terug. Ze heeft het niet zo op die beesten en helemaal niet na het verhaal van de vrouwen waarvan we toen nog niet wisten dat het onzin was.

 

 

 

Later die dag zien we nog tientallen zeeleeuwen en zeehonden bij een vuurtoren die we bezoeken. De vuurtoren staat op een hoge klif, omringt door grote rotsen die in de zee staan. De zeeleeuwen liggen ver onder ons op de rotsen. We horen in eerste instantie alleen het fluitende geluid van de beesten maar als we daarna goed kijken blijken er erg veel op de rotsen te liggen en in het water.
We zijn bijna op het zuidelijkste punt van het zuidereiland. Hier is erg veel te zien en de komende dagen zullen we niet zoveel rijden maar veel bekijken en veel lopen. Want ook hier zijn de bossen sprookjesachtig mooi. We lopen letterlijk door het decor van “The Lord Of The Rings.”
‘Als er elfjes bestaan dan komen we ze hier vast nog wel tegen’ zegt Martine.


Achtervolgd door een woeste zeeleeuw 

Bij Curio Bay staan we op de mooiste camping die we tot dan toe hebben gehad. De camper staat tussen een metershoog grassoort dat wel op gigantische yucca’s lijkt. Als we door ons achterraampje kijken hebben we een geweldig uitzicht op een woeste baai waar metershoge golven op de kust kapotslaan. In een rustigere baai aan de andere kant van de camping zwemmen dolfijnen en zeehonden vlak langs de kustlijn. Ze komen zo dichtbij dat een surfer die net met zijn plank de zee in wil hard terug moet rennen omdat er een zeehond op hem af komt die de zee blijkbaar niet wil delen. We willen net gaan eten wanneer we buiten wat tumult horen. Een groepje mensen rent achter onze camper langs even later gevolgd door een zeeleeuw. Whoeaah, gaaf! en ik trek mijn schoenen aan.
‘Kom niet te dicht bij dat beest in de buurt’ roept Martine me weer na. Ik laat de deur van de camper op een kier staan en ga kijken waar het beest is gebleven. Hij blijkt net om de hoek te zitten en houdt alles goed in de gaten. Als ik, voor zijn gevoel, iets te dichtbij kom, ben ik degene die een sprintje moet trekken omdat hij grommend achter me aan zit. Ik ben blij dat de deur van de camper op een kier staat zodat ik zo weer veilig binnen zit.
‘Als ik vannacht moet pissen dan doe ik het wel uit het raam’ zeg ik tegen Martine.
‘Je weet nooit wat er zich allemaal in dat hoge gras verschuilt.’
Gelukkig slaap ik de hele nacht door. Gelukkig, want de volgende ochtend liggen er weer twee grote zeeleeuwen naast onze camper.

 

De zeehond komt wel erg dichtbij. Terug naar de kant dus maar 

 

Zeeleeuw in de tuin bij Curio Bay
 

regen, regen, regen... 

Het weer is omgeslagen. Bij Riverton staan we twee dagen op een camping en kunnen we weinig doen. Het regent en de koude zeewind is koud en guur. Echt Nederlands herfstweer. Dat is lang geleden! Gelukkig is er een zitkamer in één van de gebouwen op de kleine camping. ’s Avonds stoken we daar de houtkachel op en kijken wat televisie. De eigenaar van de camping runt tevens een plaatselijke kroeg.
Als het café om drie uur open gaat, dan duurt het niet lang voordat de eerste auto’s van enkele bewoners uit het dorp de parkeerplaats opdraaien. Ze lijken zo van hun werk ( schip ) te komen. Na een week hard werken lijkt het alsof ze geen tijd willen verliezen om te drinken. De kannen bier vinden gretig aftrek bij Dusty, de eigenaar. Ze worden leeggeschonken in de glazen die op tafel staan en bijgevuld voordat ze leeg zijn. Voordat je het weet is het weer maandag.
Aan de muur hangt een groot papier waarop het menu staat. Je kunt kiezen uit een gebakken vis met patat, uienringen met patat, kipnuggets met patat of een bord patat. Lekker simpel. Net als het interieur. Aan de wand hangen wat foto’s en posters van schepen en er staan wat ongemakkelijke stoelen aan een paar tafels. Wat verveelde kinderen hangen om een poolbiljart en op een mega flatscreen worden rugbywedstrijden vertoond afgewisseld met de weersverwachting. Het geluid van de televisie staat uit en uit de luidsprekers van de stereo komt de muziek van The Highwaymen, Bob Dylan en Steve Earl. Prima plek dus om twee dagen rond te hangen. Het ziet er naar uit dat de derde dag in Riverton ook in het water zal vallen en we besluiten om verder te rijden naar Milford Sound.

Milford Sound 

De vooruitzichten voor de komende dagen wat betreft het weer zijn iets beter. Na een dik uur rijden begint de zon zich weer voorzichtig aan ons te laten zien en we lunchen onder een blauwe hemel. In Te Anau halen we voor een paar dagen boodschappen en gooien we de tank van de camper vol. Het is nog een dikke honderd kilometer naar Milford Sound maar dit is de laatste plek waar nog supermarkten en benzinepompen zijn. Omdat Milford Sound erg toeristisch is boeken we in Te Anau ook alvast een boottocht door het fjord. Daar horen we dat het ongeveer vijftig dagen per jaar niet regent in Milford Sound. De watervallen zijn op een regenachtige dag wel extra spectaculair wordt ons verzekerd. Ook in Nieuw Zeeland heeft elk nadeel zo zijn voordeel dus.
De weg naar Milford Sound door het Fjordland is één van de mooiste die we tot nu toe hebben gereden. De weg slingert zich door het landschap en het ene moment rij je over een grote vlakte die omringd is door hoge bergen, en het andere moment rij je door bossen of heb je een prachtig uitzicht op een groot dal waar watervallen van de bergen stromen. Het zonlicht op de natte bergen doet ze van zwart graniet lijken, terwijl wolken langs de met sneeuw bedekte toppen sluipen om ze even later te overmeesteren.
Voor Milford Sound kun je nog een paar grote wandelingen maken. Ik was nooit zo’n wandelaar maar hier in Nieuw Zeeland verveelt het geen moment en maken we tochten van meer dan vijf uur.
In het dorpje zelf is niets te doen. Nou ja dorpje, er staat een restaurant, een hotel, een informatiekantoortje en er is de terminal waarvandaan de boten vertrekken om de toeristen door het fjord te varen.
Een boottochtje door het fjord is samen met een vlucht met één van de vele tweemotorige vliegtuigjes of één van de nog meer aanwezige helikopters, die om de twee minuten landen of opstijgen van het kleine vliegveldje en zodoende de rust hier aardig verstoren, de hoofdattractie.

De zon schijnt over het fjord wanneer we het haventje uitvaren We zoeken we een plekje vóór op het schip. De harde zeewind die door het fjord raast staat vol in ons gezicht zodat ik na tien minuten besluit om de omgeving maar met een kop koffie vanuit het restaurant te gaan bekijken. Wanneer de boot bij de monding van het fjord is gedraaid en we de wind in onze rug hebben ga ik weer naar buiten.
Op een gegeven moment stuurt de schipper de boot langzaam richting de rand van het fjord naar een plek waar een groep zeehonden op een grote rots in de zon liggen te slapen. Martine staat met alle andere toeristen foto’s van de beesten te maken wanneer een jongen die naast me staat plotseling naar het water wijst aan de andere kant van de boot. Ik zie twee lichtte vlekken door het water schieten en plotseling springen twee dolfijnen tegelijk omhoog uit het water.
‘MARTINE, DOLFIJNEN!’, schreeuw ik.
Martine komt er direct aan met de camera en nogmaals springen de beesten boven het water uit. Helaas was het ook de laatste keer zodat we er geen foto’s van hebben kunnen maken. De schipper vaart nog wel een rondje om te kijken of de dolfijnen met het schip willen “spelen” maar helaas zonder resultaat.

Ik heb wat gevonden !!
Er is iets negatiefs te melden over Nieuw Zeeland.
In dit deel van het land stikt het namelijk van de zogenaamde sandflies. Kleine, rottige, zwaar irritante vliegjes die gemeen kunnen bijten. Op de camping in Milford Sound zijn er zoveel van die beestjes, dat we niet rustig buiten kunnen zitten. Je hebt direct een zwerm van die etters om je heen hangen. Ik word er helemaal gek van.

 

Milford Sound

Adrenaline City 

Op de routekaart staat Queenstown met grote letters geschreven. We verwachten een redelijke stad maar ook nu weer is het een kleine. Het stadje wordt ook wel “Adrenaline City” genoemd. Het hele jaar door kun je hier de meest waanzinnige dingen doen. Raften, bungee jumpen ( dat hier is uitgevonden ), paragliden, parachutespringen, skiën, jetboat varen, aften, in Queenstown kun je het allemaal doen.
In het kleine centrum barst het dan ook van de boekingskantoortjes waar je één van die activiteiten kunt boeken. De vele cafeetjes en restaurants hebben het hele jaar hier een gouden handel met de vele toeristen die hier komen. Als wij in Queenstown aankomen, voelt Martine zich niet helemaal lekker. We kopen een Wifi tegoed en blijven op de camping om de site te updaten en wat te Skypen met verschillende mensen in Nederland.
De volgende dag besluiten we wel een extra shot adrenaline te nemen. Martine boekt bij één van de kantoortjes een Canyonswing. Na een vrije val van tientallen meters schommel je met 150 km per uur door een ravijn. Ik heb mijn onderbroeken net schoon en besluit voor de Jetboat te gaan. Ik moet me even voor vier uur melden bij een kantoor en Martine even na vieren. In het centrum nemen we afscheid.
‘Nou als ik je niet meer zie dan trouw maar. Het was gezellig. HAVE FUN !!’
En fun was het. In plaats van proberen uit te leggen hoe het was, zijn hier twee filmpjes van You Tube van de Canyonswing en het Jetboat varen. De filmpjes zijn opgenomen op de plekken waar wij hebben gesprongen en gevaren.

 

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Martine deed de Canyonswing 

 

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video 

Edwin ging voor de Jetboat
 

Na de volgende dag een poosje gewandeld te hebben vraagt Martine hoe lang we nu in Nieuw Zeeland zijn. Aan de manier van vragen merk ik dat er meer achter zit.
‘Drie weken, hoezo, vind je het hier niet mooi dan?’
Ze zegt dat ze het wel leuk vindt maar dat het niet haar vakantieland is. De cultuur vindt ze teveel op thuis lijken. Ik sta even paf.
‘Okay, je hebt hier geen Aziatische gekte en in zekere zin lijkt het veel op thuis, maar kijk eens om je heen zo mooi het hier is. De landschappen, de bossen, de dieren.’
Ik geniet me hier helemaal suf en ik had niet in de gaten dat Nieuw Zeeland voor Martine weinig verassingen meer in petto heeft. Ik dacht dat ze het net zo fantastisch vond als ik dat doe.
Twee dagen ben ik behoorlijk stil en ga voornamelijk mijn eigen gang. Ik vraag me af hoe dat straks moet als we in Australië zijn. Het land dat Martine bij voorbaat al niet zo leuk lijkt als Nieuw Zeeland. En Argentinië, Canada en de USA. Allemaal landen waar ik erg naar uitkijk en geen zin heb om er in één maand doorheen te scheuren. Maar Martine is daar volgens mij dan zo is uitgekeken. Kortom het is een paar dagen niet zo gezellig en na negen maanden heb ik mijn eerste “reisdip.” Er is een goed gesprek voor nodig om de neuzen weer dezelfde kant op te krijgen. Gelukkig lukt dat en gaan we vrolijk verder.

Op een stralende dag rijden we via het oude goudszoekersdorpje Arrowtown, via een steile bochtige bergweg naar Wanaka. ’s Avonds kleurt de zakkende zon de bergen rondom onze camping roestrood. De maan verschijnt even aan de hemel maar is even later spoorloos verdwenen. Het water van Lake Wanaka lijkt door het afnemende licht een minuutje van vloeibaar zilver en ik kan me niet voorstellen dat dit landschap ooit gaat vervelen. Voordat ik ga slapen, ga ik nog even naar buiten voor een laatste sigaret. Het is inmiddels muisstil op de camping en het is een kraakheldere nacht. Hoewel ik hem normaal zo heb gevonden, kan ik de Grote Beer nergens vinden.
‘Die moet aan deze kant van de evenaar toch ook gewoon te zien zijn’
Ik kijk of ik de soeplepel nog ergens op de kop zie hangen maar tevergeefs. Dan maar geen Grote Beer. De Melkweg en de duizenden sterren, die boven de silhouetten van de bergen staan te schitteren, maken het helemaal goed. Puzzleworld is een klein pretpark in Wanaka waar alles in het teken staat van puzzels en gezichtsbedrog en is een leuke afwisseling op het vele wandelen dat we hier doen. Volgens de eigenaar van de camping kun je jezelf er wel een dag vermaken maar na een uur of drie trekken wij toch weer de wandelschoenen aan om de omgeving te verkennen. Voordat we de volgende dag verder gaan bezoeken we eerst nog de dokterspost in Wanaka.
WATSKEBEURT?
Nou niks bijzonders. Ik had nog een halve Mongoolse woestijn in mijn oren en die moest er nodig uitgespoten worden.


Franz Josef Gletsjer 

De Haastpas naar het plaatsje Haast is er één om rustig te nemen. De witte wolken aan de blauwe hemel zorgen voor een mooi schaduweffect op de omliggende bergen. De weg gaat grotendeels door het regenwoud richting de kust. Dat we daar niet ver meer van zijn verwijderd is te merken aan de harde wind wanneer we door een van de dalen rijden. Het dal is net een windtunnel en af en toe wordt er flink aan het stuur getrokken. We zijn op weg naar de Franz Josef Gletsjer. Samen met de Fox is het de bekendste gletsjer van Nieuw Zeeland.
Het heeft de hele dag met bakken uit de hemel geregend als we eindelijk het kleine plaatsje bereiken. We nemen de gok dat het de volgende dag wat beter weer zal worden en boeken een georganiseerde wandeltocht op de Franz Josef gletsjer bij het informatiekantoortje.

De dag begint stralend en het lijkt erop dat we een zomerse dag krijgen. Later die ochtend zal het langzaam wat kouder worden en voelt het aan als een aangename lentedag. Wanneer we richting de gletsjer lopen begint het harder te waaien en vallen de eerste druppels regen op ons neer. Op de gletsjer moet ik voor het eerst mijn handschoenen aan die ik in Christchurch heb gekocht en waarvan ik al dacht dat ik ze voor niets had aangeschaft. “ Four Seasons In One Day. “ Het is niet raar dat dit nummer geschreven is door Crowded House
Voor we de gletsjer op kunnen hebben we ons omgekleed bij het boekingskantoor. We krijgen een paar schoenen van de zaak, een regenjas en een heuptasje waarin de spikes zitten die we onder onze schoenen moeten binden als we het ijs opgaan. Voor diegenen die dat willen zijn er ook nog warme broeken beschikbaar. De schoenen zijn zo groot dat ik er met twee paar sokken in moet. Ik zit eraan te denken om mijn eigen schoenen maar aan te houden. Wanneer we later een paar riviertjes moeten oversteken en er niet echt een plek is om dit te doen, ben ik blij dat ik voor de legerkisten heb gekozen.
Vanaf de parkeerplaats is het een kleine twintig minuten lopen naar het dal dat voor de gletsjer ligt. Het lijkt erop dat de ijsmassa niet zo ver van ons vandaan ligt. Als de gids zegt dat het nog ongeveer vijftig minuten zal duren voordat we daadwerkelijk bij de gletsjer zijn, besef ik me hoe gigantisch groot dat ding moet zijn.
Na een klein uur kunnen de spikes onder en gaan we het ijs op. Het eerste deel van de gletsjer ligt bezaaid met rotsen en stenen waarover het wat ongemakkelijk lopen is met de spikes onder de schoenen. Even later zijn de rotsen verdwenen en hebben we alleen nog maar wit / blauw ijs om ons heen.
Over de hele gletsjer zijn treden uitgehakt door de gidsen zodat het vrij gemakkelijk is om het ijs te beklimmen. Het is voor het eerst dat we op een gletsjer lopen. De grillige vormen van het ijs en de prachtige wit / blauwe kleur waardoor op sommige stukken banen grijs lopen van stof en stenen is werkelijk schitterend. We maken erg veel foto’s want na elke bocht die we omgaan, lijkt de gletsjer mooier en mooier te worden. Af en toe horen we de kolkende rivier onder ons stromen die brokken ijs vanuit een opening aan het begin van de gletsjer het dal in spuugt. Een tocht over zo’n ijsmassa is zeker aan te raden mocht je ooit in de gelegenheid zijn.

 

 

De Franz Josef Gletsjer 

Dat de westkust één van de natste plekken van Nieuw Zeeland is merken we de komende dagen. Op weg naar het noorden zit het weer wat tegen. De ruwe zee en harde wind maken van de “Pancake Rocks” bij Punakaiki wel een spectaculair schouwspel maar flinke wandeltochten zitten er met dit weer niet in. We gaan het binnenland weer in, in de hoop op wat beter weer. Van andere mensen horen we dat het bij het Abel Tasman National Park de afgelopen dagen wel goed weer is geweest. We hopen dat het nog een paar dagen aanhoud en dat een ander nummer van Crowded House ons niet zal achtervolgen. (Everywhere you go, always take the) “Weather With You”.

 

OPLOSSING VAN DE PRIJSVRAAG.

We kregen veel emails met foute antwoorden. Dat het een Aalscholver is dat was wel duidelijk maar het beest wordt Nieuw Zeeland de Black Shag genoemd. De prijs, een spel kaarten met daarop foto's van dit geweldige land gaat naar

De familie Welink uit Schuinesloot. Gefeliciteerd. 

In Australië bedenken we weer een prijsvraag. 

 

 

Wandelen  

De coasttrack in het Abel Tasman National Park is een wandeltocht van een paar dagen. Als we de verhalen moeten geloven is het mooiste gedeelte van de track, het stuk tussen Barks Bay en Marahau, het plaatsje waar we overnachten. Een watertaxi zal ons bij Barks Bay afzetten waarna wij het stuk terug zullen lopen. Voordat we richting Barks Bay gaan koerst de schipper eerst nog naar Split Apple Rock. Wat waarschijnlijk de meest gefotografeerde steen van Nieuw Zeeland is volgens hem. De grote ronde kei, die alleen per boot is te bereiken en die door een zwaard doormidden lijkt gehakt, staat in veel toeristenfolders. Als we er langs varen valt hij me toch wat tegen. Na nog even te zijn aangemeerd bij een zeehondenkolonie, worden we op het kleine strandje van Barks Bay afgezet.
‘Just keep the sea on your left side and follow the signs.’
‘It can’t go wrong, unless your an American.’ zegt de man.

De wandelroute loopt door het regenwoud met zo nu en dan mooie uitzichten op één van de vele baaien en het blauw/groene water van de zee. Ook hier vallen de vele palmvarens op. Met hun mooie wijduitstaande bladeren lijken ze zo trots als een pauw in de grond te staan. Het zal niet de mooiste tocht worden die we in Nieuw Zeeland lopen maar wel de langste tot nu toe. Vierentwintig kilometer lopen we over de voornamelijk vlakke paden met af en toe een venijnig klimmetje. Bij het restaurant aan het eind van de route bestel ik een cappuccino en een punt Hollandse appelgebak met een flinke klodder stevige slagroom. Die heb ik wel verdiend.
Aan het begin van de tocht heeft Martine het fototoestel iets te hard op een steen neergezet met als gevolg, een grote barst in de beschermende lens. We kunnen nog twee foto’s maken maar daarna geeft de camera het helemaal op.
De iets te vriendelijke verkoper in de fotozaak in het plaatsje Nelson komt erachter dat de lens van de camera het probleem is. De lens zal naar de fabriek moeten worden gestuurd. En dan is het nog afwachten of ze het euvel kunnen verhelpen en wat voor prijskaartje daar aan zal hangen. Veel gedoe dus. En we besluiten voor de makkelijkste oplossing te kiezen en kopen een nieuwe lens.
De belangrijkste reden voor deze extra uitgave is dat we na Nelson richting Kaikoura gaan om walvissen te bekijken. Om mooie foto’s te kunnen maken van die beesten heb je een redelijke lens nodig. In de Marlborough Sounds moeten we het dus nog even stellen zonder onze favoriete camera. Jammer, want ook hier zijn mooie plaatjes te schieten.

 
Op walvisjacht 

Het is bijna achttien jaar geleden dat ik in Cape Cod aan de Amerikaanse oostkust voor het eerst in mijn leven walvissen zag. En ik vond het toen helemaal geweldig. Ik kijk dan ook erg uit om naar Kaikoura te gaan. In Cape Cod zag ik de Humpback whale. ( Bultrug walvis ) Hier voor de kust van Kaikoura zijn het Sperm whales. ( Potvis ) Een beetje vreemde naam als je het mij vraagt voor één van de grootste dieren ter wereld.
Na wat Googelen kom ik erachter dat het beest zijn naam te danken heeft aan de olie die hij in zijn gigantische hoofd heeft zitten. Vroeger dacht men dat dit sperma was. Vandaar de naam Sperm whale. Het is even zoeken voor de bemanning van de boot maar na een klein half uur zien we de eerste walvis aan de oppervlakte verschijnen. Wanneer het beest aan de oppervlakte verschijnt om even uit te buiken en zijn longen weer van verse lucht te voorzien, zien we maar een klein deel van het grote beest.
In tegenstelling tot de Humpback whale, komt de Sperm whale bijna nooit met zijn kop boven water of maakt het sprongen zoals de Humpback dat wel doet. We zien dus het topje van de ijsberg zoals de gids ons verteld. Dit maakt het kijken naar Sperm whales wel wat minder spectaculair. Als de walvis zich weer opmaakt om op twee en halve kilometer diepte op zoek te gaan naar een maaltijd en je zijn rug iets ziet bollen, weet je dat het moment eraan komt dat zijn grote staart elk moment weer boven het water uit kan komen. En dat moment blijft prachtig.
Een duik van de Sperm whale duurt ongeveer drie kwartier. Na drie walvissen gezien te hebben krijgen we opdracht om weer plaats te nemen in onze stoelen en gaan we op zoek naar een school Dusky dolfijnen die hier ook ergens voor de kust rondzwemmen. Als we zitten vraag ik Martine hoe ze het vond. Ze geeft aan liever ergens een extra duik te maken om mooie koralen te bekijken dan om nog eens walvissen te gaan spotten. Ze heeft duidelijk minder met de beesten dan dat ik dat heb. Als we weer op een plek komen waar we walvissen kunnen bekijken ga ik in ieder geval weer want ik krijg er geen genoeg van. Dan maar alleen.
De dolfijnen maken het ook voor Martine nog een onvergetelijke boottocht. Van grote afstand zien we de dolfijnen al door het water schieten en boven het water uitspringen. Als we dichterbij komen, komt een aantal van hen naar de boot gezwommen en begeleiden ons het laatste stukje voordat we vaart minderen. Dusky dolfijnen worden met recht ook wel de acrobaten van de zee genoemd. We weten niet waar we kijken moeten. Links, rechts, voor, achter, overal schieten ze uit het water. Je kunt bijna met je ogen dicht foto’s maken want er staat er altijd wel één op. Prachtig!
Er is bijna geen toerist die niet naar Kaikoura gaat om de walvissen te bekijken. Wat mij betreft is dat terecht. De boottocht was voor mij één van de hoogtepunten van ons verblijf op het Zuidereiland.





Sperm whale

 

De acrobaten van de zee. De Dusky dolfijnen 

 

HET NOORDEREILAND

De tocht op de veerboot van Picton naar Wellington duurt maar een uur of drie. Het eerste dat opvalt als we de boot afrijden is de grootte van de stad en het vele verkeer. We vinden een camping net buiten de stad. Het is de duurste camping die we tot nu toe hebben gehad. ( 40 Nzl dollar ) De benzine is echter meer dan twintig cent goedkoper dan op het Zuidereiland. Elk nadeel…….
We zijn al in geen tijden naar een museum geweest. Het tattoo museum is erg klein en valt tegen. We gaan dus snel naar Te Papa, het Nationale museum van Nieuw Zeeland. Volgens de Lonely Planet kun je jezelf er wel een dag vermaken.
In het museum is een tijdelijke expositie van schilderijen van Monet. Maar als we de rij met mensen zien die voor de kassa staat te wachten besluiten we direct om Monet maar te vergeten en om te kijken wat het museum nog meer te bieden heeft.
De tentoonstelling over aardbevingen is wel aardig. Maar als er bij de Engelse uitleg in elke zin wel een woord staat dat ik niet begrijp dan geef ik het gauw op. In het museum rennen ook nog eens horden kinderen rond. En als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het kinderen in een museum. Ik ga snel op zoek naar de afdeling moderne kunst. Daar is geen kindte bekennen en op de bordjes naast de schilderijen staat alleen de titel en de naam van de schilder.


Taupo

In de stromende regen verlaten we Wellington. Het gebied tussen Wellington en Napier heeft wat ons betreft niet zoveel te bieden. Het wijngebied hebben we snel gezien en ook Napier met zijn Art Deco centrum valt wat tegen.
We rijden twee dagen een flinke afstand om bij de plaats Taupo te komen dat aan het grootste meer van Nieuw Zeeland ligt, Lake Taupo.
We vinden een kleine camping net buiten het centrum. Overdag is het ongeveer drieëntwintig graden maar in de felle zon voelt het stukken warmer. Volgens velen komt dit ook door het gat in de ozonlaag dat zich boven Nieuw Zeeland bevindt. Dit gat in de ozonlaag is ook de reden dat huidkanker een veel voorkomende ziekte is in Nieuw Zeeland. Overal wordt je geadviseerd om je huid goed met zonnebrandcrème in te smeren. ’s Avonds verschuiven we onze stoelen net zo lang totdat het laatste beetje zon is verdwenen. En het blijft verbazingwekkend hoe koud het dan wordt in een betrekkelijk korte tijd. Binnen een uur zitten we in de camper en moeten we de kleine verwarming aanzetten terwijl we even daarvoor nog in de korte broek buiten zaten. Het voelt aan alsof de temperatuur binnen een uur met twintig graden is gezakt.

Om bij de “Craters of the Moon” te komen, moeten we ongeveer tien kilometer lopen. Het pad gaat grotendeels langs een rivier. En ook het water van deze rivier is weer kraak en kraakhelder.
Na een uur lopen komen we bij de Huka Falls, een natuurverschijnsel dat ik nog nooit eerder heb gezien. De vrij brede rivier komt samen bij een punt waar het lijkt alsof mensen een gang door de rotsen hebben gehakt van ongeveer vier meter breed en honderd meter lang naar een naast gelegen rivier. Het water dondert met groot geweld door smalle gang waar het aan het eind een meter of zeven naar beneden valt. Het lijkt alsof er een toeristische attractie is gemaakt maar het is wel degelijk een natuurlijk iets.
De “Craters of the Moon” is een klein gebied waar op verschillende punten stoom uit de grond komt die met kracht de lucht in wordt geblazen. Op sommige plekken “bubbelt” de hete modder uit de grond. Af en toe blaast de wind de hete stoom onze kant op en moeten we snel doorlopen om aan de rotte eieren lucht te ontsnappen.

Er zijn geen andere mensen die vandaag een kajaktocht willen maken. We gaan dus alleen met onze gids Nel het water op om naar de beelden die in een rots zijn uitgehouwen te varen. De plek is alleen via het water te bereiken. De zon brand gemeen fel boven onze hoofden en ik ben blij dat ik een jack met lange mouwen heb aangedaan om mijn armen te beschermen tegen de zon.
De beelden zijn in 1978 door een kunstenaar gemaakt. Blikvanger is het metershoge Maori gezicht. Een prachtig kunstwerk. Vanaf het meer is onze volgende bestemming al te zien. In de verte zien we de perfecte Ngauruhoe vulkaan in het Tongariro National Park ligt. Het is een vulkaan zoals kinderen een vulkaan tekenen. Breed van onderen en een perfecte lijn leidt naar de smallere top. Voor liefhebbers van de “Lord Of The Rings” films, de vulkaan Ngauruhoe wordt in deze films “Mount Doom” genoemd.

 

De Haku Falls 

 

Kajakken bij de "Maori carvings." 


Dansen op de vulkaan 

Het is al donker als we de camping in Whakapapa oprijden. We hebben wat extra kilometers gemaakt om twee Zwitserse meisjes in een plaatsje verderop af te zetten. Ze hadden vandaag de Tongariro Alpine Crossing gelopen maar waren te laat terug op de parkeerplaats waar bussen de wandelaars weer oppikt na de tocht. De laatste bus was al weg en hun telefoon had geen bereik in dit afgelegen gebied. Ze zijn dolblij als we ze een lift geven want ze waren al bang dat ze het hele eind nog in het donker moesten lopen.
In de gezamenlijke keuken van de camping ontmoeten we Brenda en Raimundo. Een stel dat een paar maanden door Oceanië en Azië reist. Ze komen uit Barendrecht maar hebben de humor van iemand uut het oosten van het land. En we hebben twee gezellige avonden samen. Brenda en Raimundo hebben voor de volgende dag een bus besproken die ze naar het beginpunt van de track zal brengen. Ze komen in de loop van de middag moe terug maar zeggen dat het een fantastische tocht is geweest. Als ik hun mooie foto’s zie die ze hebben genomen kan ik niet wachten om de dag daarop zelf op pad te gaan.

Het ziet er naar uit dat we pech hebben als ik de volgende ochtend uit de camper stap. Een dik wolkendek hangt boven me en het lijkt erop alsof het elk moment kan gaan regenen. In de folders zijn we al gewaarschuwd dat het weer op de berg verraderlijk snel om kan slaan en je van het ene op het andere moment in een dikke mist kunt lopen en niets meer van de omgeving kunt zien.
Met de jas aan en de muts op beginnen we aan de tocht. Gelukkig blijkt de zon sterker dan de dikke mist en na een half uurtje begint het op te klaren. Even later is de mist helemaal verdwenen en kunnen we ons vergapen aan één van de mooiste landschappen die we tot nu toe in Nieuw Zeeland hebben gezien.
Het pad loopt tussen de Ngauruhoe en de Tongariro vulkaan door. Sommige stukken van de track zijn bezaaid met lavarotsen De grillige vormen van de rotsen en de Ngauruhoe vulkaan met zijn rode krater op de achtergrond geeft me het gevoel op de maan te lopen. Wel jammer dat er op deze vlucht zoveel astronauten zijn meegegaan. De Tongariro Alpine Crossing is één van de meest toeristische wandeltochten die we lopen. Maar dat is ook niet zo raar want het is ook de mooiste die we lopen. Na een paar uur lopen verbrokkeld de massa mensen en heb je af en toe het idee bijna alleen op de wereld te zijn.
Er zitten twee nare beklimmingen in de tocht maar over het algemeen is hij goed te doen. Na de eerste beklimming is mijn T-shirt zeiknat en leg ik hem even op een rots te drogen. We zitten aan de voet van de vulkaan op een hoogte van ongeveer 1500 meter. We hebben uitzicht op een dik wit wolkendek dat onder ons ligt en waar we onderdoor kunnen kijken naar het dal. De kleuren van het landschap zijn prachtig. Rood, wit, geel, grijs en zwart zijn de kleuren die domineren maar als je goed kijkt zie je ook paarse en roze kleuren. En de bergmeren waar we later komen zijn prachtig groen.
Ik verwacht eigenlijk dat het water van de meren wel lekker opgewarmd zal zijn door de vulkanen, maar als ik mijn handen in het water steek blijkt het ijs en ijskoud te zijn. Op de top van de berg, na de tweede beklimming, staat een harde koude wind zodat we de muts en de jas weer op en aan moeten trekken. Even later kan het spul weer in de rugzak omdat de zon weer fel op onze hoofden schijnt.
De zanderige afdaling naar de meren is zo stijl dat ik na vijf meter al op mijn kont val. Het is zo stijl dat sommige mensen er voor kiezen om al schuivend op handen en voeten naar beneden te gaan. Martine rent en spring naar bneden als een berggeit.
Wanneer we het dal achter de meren zijn doorgelopen hebben we nog een prachtig uitzicht op de twee vulkanen en is de grote zwarte lavatong in het dal goed te zien. Zo mooi als de tocht begon, zo minder mooi is het eind. We moeten een heel eind dalen om bij de parkeerplaats te komen. Het is een vrij saai stuk van een helling met wat lage bebossing. Het uitzicht op Lake Taupo is mooi maar heb je snel gezien. We stappen dus flink door om de bus van drie uur te halen. De afgelopen weken hebben we heel wat kilometers gelopen en je zou denken dat we onderhand wel getraind zijn. Maar na de ruim negentien kilometer in zes uur gelopen te hebben, voelen mijn benen aan alsof ik een marathon heb gelopen. Ik weet dan al dat ik de volgende dag flinke spierpijn zal hebben.

 

De Tangariro vulkaan met daarachter de Ngauruhoe 

En inderdaad, ik ben blij dat we de volgende dag voornamelijk rijden. Ik voel elke spier in mijn benen. Maar het was het waard! De mensen die de volgende dag de tocht maken zullen weinig zien van de omgeving. Het regent ’s ochtends als ik uit bed kom. De computeruitdraai met daarop de weersvoorspelling, die op de deur in de keuken hangt, voorspelt weinig goeds. We hebben dus geluk gehad.
We rijden over de “Forgotten Highway” richting New Plymouth. We waren eigenlijk van plan om ook Mount Egmont te beklimmen, de hoogste vulkaan van het Noordereiland. Maar als ik bij een t.i.p. in één van de folders lees dat de veertien kilometer lange tocht wel twaalf uur kan duren, dan weet ik genoeg. Dat gaat vandaag niet lukken. En morgen ook niet, en overmorgen…..inderdaad. Geen Mount Egmont voor mij. Martine heeft geen zin om met een gids de vulkaan op te gaan en ziet er ook van af.
In plaats daarvan bezoeken we in New Plymouth twee musea. Het Govett Brewster Art Gallery en het Puke Ariki dat boven de t.i.p. is gevestigd zijn beide het bezoeken waard. Het is zondag en het lijkt erop dat ze in New Plymouth de zondagsrust in ere houden. In de redelijk grote stad lopen opvallend weinig mensen op straat wanneer we het museum uitlopen. In Hardenberg kun je op zondag een kanon afschieten zonder dat je bang hoeft te zijn dat je iemand raakt en dat lijkt hier ook het geval. Van New Plymouth rijden we in een paar dagen naar het noorden.
In Whakatane staan we met de camper op de parkeerplaats van Karibu Backpackers. Een gezellig hostel waar de wifi gratis is. Ook van de fietsen die buiten staan mag je vrij gebruik maken. We hebben de afgelopen dagen veel gereden en we besluiten hier een paar dagen te blijven. De boottocht naar “White Island”, de meest actieve vulkaan van Nieuw Zeeland die vijftig kilometer uit de kust ligt, dat vanmorgen op het programma stond is helaas niet door gegaan. Dit vanwege de harde wind op zee. We hopen morgen wel te gaan. De vooruitzichten zijn in ieder geval beter.


White Island

De volgende dag is het weer stukken beter. Om acht uur worden we bij ons hostel opgepikt door het shuttlebusje van de White Island tour operator. Een half uurtje later zitten we aan boord van de boot die ons naar het eiland zal brengen. Het is bijna een uur varen en als we bij het eiland aankomen, blijkt dat de wind weer is komen opzetten. Er is geen aanlegsteiger bij de vulkaan. Met een rubberboot moet het laatste stukje worden overbrugd maar dat zal volgens de bemanning van de boot nu niet lukken. Het is te gevaarlijk om aan land te gaan. De kapitein besluit om rustig het eiland rond te varen in de hoop dat de wind weer wat gaat liggen en we alsnog het eiland op kunnen. Plotseling is er wat rumoer op de boot en wordt er naar het water gewezen.
‘Flying Fish’, hoor ik iemand zeggen.
En dan zie ik ze ook vliegen.
Ik wist dat er vliegende vissen bestonden maar ik dacht altijd dat ze hele grote sprongen boven het water maakten en dat ze daarom zo werden genoemd. Ik moet even in mijn ogen wrijven als ik ze zie, want die beesten vliegen echt! Als ze het water uitspringen, vliegen ze ongeveer dertig meter over het water om vervolgens weer de zee in te duiken. Het is zo’n stom gezicht. Een vis met vleugels, het klopt gewoon niet!
Na een klein uur is het dan toch veilig genoeg om aan land te gaan. We doen de verplichte bouwhelmen op en hangen de kleine gasmaskers die we hebben gekregen om onze nek aan springen aan boord van de kleine rubberboot. Vlak voor de kust van het eiland liggen grote brokken steen met daaraan ijzeren beugels. Vanaf de grote boot gezien lijkt het nog behoorlijk link om zo aan land te gaan maar het valt mee. We bereiken veilig White Island.
Als eerste zien we de overblijfselen van een oude fabriek die ooit op het eiland heeft gestaan. Aan het begin van de vorige eeuw werd er Sulfer gewonnen op het eiland. Ik heb geen idee wa h t s ar nadat het bewerkt is, schijnt het goed voor de huid te zijn.
Er is ons verteld om genoeg te drinken mee te nemen voor op het eiland. We denken dus dat we een heel stuk zullen gaan lopen op het eiland maar niets is minder waar. De vulkaan is onder water dan wel erg groot, ( 13 bij 16 kilometer ) maar boven water valt dat reuze mee. En het deel van de krater dat toegankelijk is, is helemaal te overzien. Maar het is er wel weer ontzettend mooi. Het idee dat je in de krater loopt van de meest actieve vulkaan van het land is wel apart. Op heel veel plekken komt er stoom uit de grond. Op één plek is het zo heftig dat de stoom met grof geweld langs een grote gele bergwand wordt geblazen. De kleuren op het eiland zijn prachtig. Ik heb nog nooit zulke felle kleuren in een landschap gezien. Het geel is knalgeel en het oranje, knaloranje. Dit in combinatie met het rood, grijs en op sommige plekken melkachtig water maakt het dat de vulkaan soms niet echt lijkt maar wederom een decor uit een hele goede Hollywood film.

 

 

Vulkanische activiteit op White Island 

De gasmaskers die we hebben gekregen blijken geen overbodige luxe. Op sommige plekken stinkt het zo verschrikkelijk naar rotte eieren, dat je het gasmasker wel graag op je gezicht wilt zetten om zodoende gewoon te kunnen demen. Na een dik uur in de krater rond te hebben gelopen is het alweer tijd om richting de boot te gaan. Het is wel jammer dat het verblijf op het eiland zo kort was maar het was wel zeer de moeite waard.
Wanneer we terug varen richting Whakatane komt er twee keer een grote groep dolfijnen bij de boot zwemmen. Een bemanningslid verteld dat het de zogenaamde "common dolphin" is, de meest voorkomende soort. Ondanks dat ze niet zulke gekke capriolen uithalen als de Dusky’s is het weer een prachtig gezicht. Ook zie ik een jonge dolfijn met de groten meespringen. Ik schiet weer als een gek foto’s en als we terug zijn bij het hostel zie ik dat er een paar hele mooie bijzitten. Op één foto staan vier dolfijnen en is goed te zien hoe hoog de dieren boven het water uitspringen.

 

 

Op de terugweg naar de haven krijgen we tot twee keer bezoek van een groep dolfijnen 

 

Een 9.8 voor de uitvoering 

Op het Zuidereiland spraken we verschillende mensen die ons vertelden dat het Noordereiland minder mooi is. Nu we hier een poosje hebben rondgereden kunnen we dit alleen maar beamen. Je hebt hier in het Noorden een paar hele mooie plekken maar het is niet zoveel als in het Zuiden. Daar lijkt het soms dat om elke bocht weer een verassing wacht. We rijden dan ook vrij snel door.
We luieren een paar dagen op een DOC camping bij “Cape Maria van Diemen” op de Noordelijkste punt van Nieuw Zeeland. We hebben de camper tot 20 april geboekt, maar we denken dat we wel eerder klaar zijn met Nieuw Zeeland. We willen nog naar de Bay of Islands en een duik maken bij de Poor Knight Islands en dan hebben we alles gezien wat we wilden zien. We besluiten de terugvlucht, die we moesten boeken voordat we Nieuw Zeeland binnen kwamen om te bewijzen dat we het land ook weer zouden verlaten, om te boeken en eerder naar Australië te gaan.

Op het Zuidereiland wonen voornamelijk blanken. Wanneer we door het Noordereiland rijden valt het me op dat het merendeel van de bewoners hier Maori’s zijn, de oorspronkelijke bewoners van Nieuw Zeeland. Wat ook erg opvalt, is het feit hoe verschrikkelijk dik de meeste van deze mensen zijn, ook de kinderen. Ik vraag me af of dit iets genetisch is of dat het ligt aan de grote porties eten die je hier krijgt in de drukbevolkte Take away restaurantjes die je in elk gehucht wel hebt staan.
Ondanks dat ik, volgens Martine, een grote eter ben, krijg ik een portie Wedges ( gekruide aardappelschijfjes met een klodder zure room ) niet op. En op een broodje hamburger zit hier vaak niet alleen een burger, maar ook een stuk rundvlees, gebakken ei, bacon, een grote schijf rode biet, augurken, ui en de gebruikelijke ketchup. Het broodje wordt dan bij elkaar gehouden door een grote satéprikker.

Koudwatervrees 

De wateren rond de Poor Knight Islands zijn volgens Jacques Cousteau één van de mooiste subtropische wateren ter wereld. En als hij dat zegt, dan willen wij dat natuurlijk zelf bekijken. Toen we uit Nederland weggingen werden de natuurseries van de man met het rode mutsje elke zaterdag en zondagochtend uitgezonden op RTL 4. Prachtige series die wat mij betreft eindeloos herhaald mogen blijven worden. Maar dan wel graag op een wat normaler tijdstip.

Als we in Tukuhara bij een duikschool twee duiken boeken wordt ons gevraagd of we eerder in koud water hebben gedoken. Wij zijn tot nu toe verwend en hebben alleen nog maar gedoken in water van 27 graden of warmer. Het water bij de Poor Knights Islands is ongeveer 20 graden. En duiken in koud water, wordt ons verteld, is wel iets anders. We krijgen een dikker wetsuit als dat we gewend zijn met lange mouwen en een lange broek en er zit een soort van capuchon aan het pak bevestigd die we over onze hoofden moeten trekken om ons tegen de kou te beschermen. Door de dikte van het wetsuit zal het eerst wat wennen worden om een goede balans te vinden in het water.
Gelukkig zijn de andere toeristen die meegaan geen van allen ervaren duikers. Voor de meesten is het net als voor ons de eerste keer dat ze in koud water zullen duiken. Als ik na de uitgebreide duikbriefing het water inspring valt de kou me erg mee. Ook onder water is het niet zo koud als ik had verwacht. Waardoor het komt weet ik niet maar de lucht in mijn flessen is wel veel sneller op. Als ik bij de eerste duik op de zeebodem bijna tien minuten moet wachten omdat er iemand is de moeite heeft met het afdalen, zie ik op mijn meter dat ik al 50 bar lucht heb verspild.
Beide duiken zullen niet langer dan 35 minuten duren, terwijl we anders een uur of soms wel langer onder water zijn.
We hebben tot nu toe voornamelijk bij koraalriffen gedoken, maar hier krijgen we hele andere dingen te zien. Het is af en toe net een grote onderwater jungle. We zwemmen door veel zeewier en grote waterplanten die lijken te dansen op de deining van het water. Ook zijn er veel andere soort vissen. Hoewel de meesten niet zo fel van kleur zijn als in de tropen, zitten er wel hele mooie bij. We zien onder andere een Long tailed Stingray, een grote roggen soort. Het is nog geen Manta Ray maar het begint er al op te lijken.
Ik schrik even wanneer ik de veiligheidsstop van drie minuten wil doen op vijf meter diepte om mijn lichaam weer aan de druk te laten wennen. Hoewel ik al het lucht uit mijn duikvest heb laten lopen schiet ik omhoog naar de oppervlakte. Volgens mijn instructrice is het niet zo erg omdat we toch niet zo diep zijn geweest. Maar bij de tweede duik houd ik me voor de zekerheid toch maar vast aan de ketting van het anker.
Martine heeft nog even een naar moment. Aan het oppervlak krimpt het pak dusdanig door de luchtdruk dat het zo strak komt te zitten dat ze bijna geen lucht meer krijgt en bijna begint te hyperventileren. Maar al met al is het wel zeer de moeite geweest om te doen en zullen we zeker nog wel een keer in kouder water gaan duiken.

 



Duiken bij de Poor Knight Islands 

Na 62 dagen en 7.788 kilometer door Nieuw Zeeland te hebben gereden, brengen we onze camper terug naar het verhuurbedrijf in Auckland. We nemen een kamer in een goedkoop motel vlakbij het vliegveld omdat we over twee dagen al om 6.30 uur naar Melbourne vliegen en dus midden in de nacht al op het vliegveld moeten zijn. Voor het motel is een bushalte waar we de bus richting het centrum kunnen nemen.

Ik had verwacht dat er in Auckland wel een monument zou staan ter nagedachtenis van de aanslag op de Rainbow Warrior, het vlaggenschip van Greenpeace. In 1985 werd het door de Franse geheime dienst ten zinken gebracht vlak voordat het uit zou varen om tegen de atoomproeven in Frans Polynesië te demonstreren. De Nederlands / Portugese fotograaf Fernando Pereira kwam bij deze terreuraanslag om het leven. De Ierse singer/songwriter Luka Bloom is één van mijn favoriete gitaristen. Hij heeft een prachtig nummer over deze gebeurtenis geschreven genaamd “Rainbow Warrior”, één van mijn favoriete nummers van hem. Misschien is dat de reden dat ik erheen wil want normaal gesproken ben ik niet iemand die zo nodig een monument wil bekijken. Vlak voor we in Auckland aankwamen kwam ik erachter dat het monument ergens in het Noorden staat in een klein gehucht. De Rainbow Warrior ligt tegenwoordig op de bodem van de oceaan iets ten Noorden van de Poor Knight Islands en is een toeristische trekpleister geworden. Vandaag de dag kun je er duiktrips naar maken om het wrak te bezichtigen.

In de Lonely Planet staat dat je bij de t.i.p. een kaart kunt halen voor een wandeltocht van zestien kilometer door de stad. Met de kaart in de hand vertrekken we uit het centrum. Al gauw lopen we, via een paar parken, in de buitenwijken van Auckland waar niet zo gek veel is te zien. Buiten het centrum ligt een, niet meer actieve, vulkaan. Het is het hoogste punt in de stad en vanaf daar heb je een mooi uitzicht op de skyline van Auckland met zijn wolkenkrabbers en de skytower. Het is samen met One Tree Hill het hoogtepunt van de wandeling. De boom op One Tree Hill staat er echter niet meer. In 2001 is het vervangen door een grote obelix.
We zien niet zo gek veel van Auckland. Ik zou niet kunnen zeggen of het een mooie stad is, daarvoor zijn we er te kort geweest. Nieuw Zeeland echter was wat mij betreft geweldig. Vooral het Zuidereiland met zijn vele dieren en prachtige natuur is overweldigend mooi. En een bezoek meer dan waard.

 

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Diashow van het Zuidereiland

 

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

Diashow van het Noordereiland



.







 

LAST_UPDATED2
 
Reacties (13)
Napier
13 zondag, 05 april 2009 20:39
arie bloed
Napier viel dus tegen?!
Er staat wel een mooie foto van in de headers van het LP (Lonely Planet). Tussen de mooie bloemen in Californië, de olifanten in Namibië en een laptopper uit Overijssel: te vinden op http://www.lonelyplanet.com/
stoer hoor!
12 vrijdag, 03 april 2009 22:01
jocalien en marco
ik heb ff gekeken naar Arie zijn link; stoer hoor Ed!
_____________________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE.
Hmzz, Big Brother is watching me? Volgens Martine ben ik het zeker niet. Wij hebben geen zwarte laptop en ik heb niet zoveel haar.
Beroemd
11 vrijdag, 03 april 2009 08:23
arie bloed
Jullie worden (sorry: zijn) beroemd, zag ik net.
Open deze link en kijk naar de zes headers:
http://www.lonelyplanet.com/
hoi
10 vrijdag, 13 maart 2009 19:34
regina
allemachtig wat een sprong!! die boot zou ik misschien nog wel een keer doen maar die schommel is echt phoe...zeg.

euhm...ik weet niet waarom ik in de war ben met australie. foutje
joepie!
9 vrijdag, 13 maart 2009 14:03
jocalien en marco
We hebben gewonnen! joepie de poepie!
Wij hebben trouwens ooit ook al op een gletsjer gewandeld en het inderdaad helemaal geweldig.
Groetjes Marco en Jocalien
Crowded house
8 woensdag, 11 maart 2009 14:07
arie bloed
'Wolken sluipen langs de met sneeuw bedekte toppen om ze even later te overmeesteren.'
Edwin, da's literatuur man! Het is hier net Boekenweek en Mulisch is wel aan vervanging toe.

Ondertussen weer drie kaarten gekregen van jullie in het kader van de opdrachten. Laos, Myanmar en een uit Queenstown of omgeving.
Wat is ook alweer het bankrek.nr?
Familie Welink, poficiat met jullie prijs.
___________________________________________
REACTIE EDWIN
Literatuur. Ha, ha. Deze vond ik ook wel leuk gevonden, maar nu de rest nog :-) Bankrek. nr = Bank of Iceland, nummer 13.13.13.013
hallo
7 woensdag, 04 maart 2009 18:08
renate
He edwin en martine!!!
Wat super dat jullie dit doen zeg!!!
Ik ga af en toe eens wat lezen,ben erg benieuwd naar jullie verhalen en foto,s
Dikke kus renate
dangerous euh kangerous
6 vrijdag, 27 februari 2009 15:27
regina
heeftu jullie al buidelzakkendiertjes gesproken?
________________________________
REACTIE MARTINE
Wrong again honey, das in een ander land. Hier wonen pinguïns, zeehonden, zeeleeuwen, dolfijnen en heeeeel veel schapen.
Geweldig...
5 donderdag, 19 februari 2009 05:31
arie bloed
....wat jij ook vaak zegt, Edwin, ik geloof dat ik het snap. Het is ongeveer ons reisverslag, dat hoef je dus niet meer te lezen.
Die prachtige pinnacles zijn dezelfde legopoppetjes als in het Chiricahua National Monument in Z.o. Arizona.
En wij logeerden bij Elephant Butte (door vulkaan gevormd eiland in een meer in de vorm van, ja dus, een olifant.
Een groot verschil: wij betalen voor ons autootje bijna 30 euri per dag. Maar toen was Edwin nog niet de top-onderhandelaar die hij is geworden (Edwin, de vader van de Tukker uit Goor die jullie prijsvraag won...)
Morgen gaan we in het Sonora Desert Museum in Tucson de naam van de vogel achterhalen. Stuur de prijs maar vast op.

P.S. Is maart te laat voor een Nieuw-Zeeland bezoek? En wat zou ons huis waard zijn?
____________________________________________
REACTIE EDWIN
Willen jullie alweer komen. We zijn net een beetje bijgekomen. Ik zou nog een jaartje wachten, maart is al erg koud. Het is nu al behoorlijk frissies af en toe. Maar je huis verkopen en langzaam deze kant optrekken is natuurlijk een optie. Nog veel plezier daar.
oud zeeland
4 dinsdag, 17 februari 2009 22:11
jocalien en marco
afgelopen weekend waren wij dus ook in Zeeland, maar niet in nieuw, maar oud Zeeland. De zee was prachtig (net als altijd!) en het "mooie plaatsje Veere" was mooi, maar wel errug klein.

Groetjes Marco, Jocalien, Lotte en Nora
Truth or Consequences, NM
3 zaterdag, 14 februari 2009 03:36
arie bloed
Een 'truth'als een koe, wat deze Edwin zegt, maar als ik vantevoren de 'Consequences' had geweten...
En ga maar lekker bungee jumpen in G. 'Have a nice day...', zeggen ze dat daar ook dag en nacht?
(Truth or Consequences ligt aan de Rio Grande, tussen Albuquerque en Las Cruces, New Mexico, vlakbij Silver City, voor wie ook naar die hot tubs wil).
______________________________
REACTIE MARTINE
'Hi, how are you' is hier de normale aanspreekvorm, word er soms wel een beetje zenuwachtig van...
klein beetje op de hoogte
2 zaterdag, 14 februari 2009 03:30
arie bloed
Ja hoor het is gelukt we zitten in America.Nu zijn we in truth or consequenses jaja iets met hot tubs erbij. Niet lux maar we redden ons goed. Makkelijk zo'n chauffeur.Norita en Hank waren blij met ons bezoek. Het ziden wacht op ons; vooral Tucson.Vrijdag denken we daar te zijn.Lache hoor met Arie op vakantie.

grtz Edwin
nieuw zee land
1 woensdag, 04 februari 2009 11:26
arie bloed
Zitten jullie daar dan al?
Ik was gisteren nog in oud Zeeland, vlak bij je zus (Edwin's) op Walcheren.
Ook mooi.
Soms.
Nu niet zo erg...
Echt Nederland in februari.
Dus doe toch maar nieuw.

P.S. Ewin Kok gaat morgen naar Phoenix in de Joenaitid Steeds.