Maleisie

Maleisie

Reisverslag ●● Vissen en Koraal ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

Let's go and see the stars
The milky way or even mars
Where it could just be ours

I want to get away
I want to fly away 
Yeah, yeah, yeah


                  Uit: " Fly Away "
                  Lenny Kravitz 

 

 

 

 

 

Maleisië

7-7-2008  7-9-2008
Tijdsverschil +6 uur
€1 = 5 Ringgit

 

      Edwin  Martine 
 Top:  Duiken  Duiken bij Perhentian Islands, vriendelijke  mensen
 Flop:  Gunung Mulu en de middelgrote steden.  Backpacken is wat lastig omdat je veel moet  bespreken.
 Tip:  Uncle Chang op het eiland Mabul, haal je  duikbrevet.   Uncle Chang op het eiland Mabul.
 Opvallend:   Geen tuk-tuk's.  Zóveel complimentjes voor onze  tattoo's,  geen  opdringerige verkopers.

 

 


Kuala Lumpur

Het eten in Maleisië is… ho ho Edwin, wel bij het begin beginnen. Om half twaalf stijgen we op van Chinggis Khan National Airport In Ulaanbaatar. Bye, bye Mongolië en als het aan mij ligt, tot ziens. Het is maar anderhalf uur vliegen naar Beijing waar we over moeten stappen. Als we daar wederom opstijgen, hebben we de hoop dat we nog wat van het land kunnen zien wanneer we eenmaal door de smog van Beijing zijn gevlogen.
Het lijkt er echter op dat de Chinese autoriteiten zelfs het weer kunnen beïnvloeden en ons zelfs geen uitzicht op het land vanuit een vliegtuig gunnen. Heel China ligt onder een dik wolkenbed dat er voor zorgt dat we een saaie vlucht van zes uur richting Kuala Lumpur hebben.

Het is bijna half twaalf in de avond als we in Maleisië landen. De stewardess deelt ons mee dat de temperatuur nog steeds 26 graden is en ik vraag me af hoe warm het dan wel niet overdag zal worden. Het is heerlijk dat je geen gezeur met visa hebt. We lopen naar de balie visa on arrival, krijgen een stempel in ons paspoort en klaar is Clara. Dan zien we ook dat we een visum voor 90 dagen hebben gekregen terwijl we op dertig hadden gerekend. Toppie, we hebben dus alle tijd om het land te bekijken en ook tijd zat om naar Maleisisch Borneo te gaan.
Het eerste wat we horen als we eenmaal buiten staan is taxi?, taxi?, taxi?. Tientallen mannen zijn bereid om ons voor een “ special price” naar het centrum van de stad te brengen dat ongeveer 70 kilometer van het vliegveld ligt. “ Special price? , For me?. I’ll take it”. Het is jammer dat het al donker is en we van het landschap niets meekrijgen. We hebben nog niets geboekt. Het enige dat we weten is dat we richting Chinatown moeten. De plek midden in het centrum waar veel goedkope hotels en guesthouses zijn gevestigd. Om half twee liggen we dan eindelijk met een biertje op het bed van onze isoleercel van twee bij drie meter. Er zijn zelfs geen tralies waardoor wat licht naar binnen kan schijnen. Het kost dan ook geen drol maar we besluiten morgen verder te kijken.

De volgende dag is er in het hotel een kamer vrij met een eigen douche en toilet. En we hebben een raam. Sterker nog we kijken uit op de Petronas Twin Towers, de blikvangers van de stad. Dat is dus ook mooi snel opgelost.
Als Martine onder de douche staat besluit ik om een kijkje buiten te gaan nemen. Als ik de trap afloop bereid ik me voor op een vochtige tropische hitte. Maar dit blijkt reuze mee te vallen. Het is zelfs aangenaam te noemen. Als Martine ook klaar is gaan we direct de stad in. Zo eens kijken waar we kunnen ontbijten. Het eten in Maleisië is….. oh nee we hebben eerst nog wat anders gedaan. Shoppen. In een mega mall met wel 300 winkels en winkeltjes hebben we een Lonely Planet gekocht zodat we ons wat wegwijs kunnen maken in de stad en ons in kunnen lezen in het land. En dat belooft veel goeds. Jungle, bergen, tempels, zon, zee, strand en de beste snorkel en duikplekken ter wereld. Wanneer Martine later de Bijbel wat door zit te bladeren zegt ze wat ik even daarvoor dacht. ‘ Ik denk dat we hier wel langer dan een maandje blijven’. We zoeken een looproute op om rustig de sfeer van de stad op te snuiven. En dat rustig en opsnuiven is bijna letterlijk zo.
Rustig: Ik had me Kuala Lumpur voorgesteld als een drukke chaotische Aziatische stad, maar dat is helemaal niet het geval. Geen druk getoeter van taxi’s of ander verkeer, je hebt hier geen tuk tuk’s die helse capriolen uithalen om zich een weg te zoeken, Niets van dit alles. Het lijkt wel of Amsterdam drukker is dan deze metropool. De breedste straten op de kaart lijken, ondanks de vele auto’s, rustig. En alles gaat er vrij georganiseerd aan toe. ‘ Euh Martine, zijn we wel in Azië of….. wat is dit?’. En ze moet lachen als ik na ongeveer twee uur lopen zeg dat ik de stad te gek vind. Terwijl ik normaal niet zo’n stadsmens ben.
Snuiven: Ten eerste, om mijn lieve moeder gerust te stellen, was de snuif in Mongolië, snuiftabak. Zo, dat misverstand is ook weer opgelost. Wat ik hier opsnuif zijn vooral de geuren van de duizenden eetkraampjes. Ze zijn zo aanwezig dat het de uitlaatgassen overheerst. Het eten in Maleisië is zo……… wist je trouwens dat de Petronas Twin Towers heel hoog zijn. Wel 452 meter. Voordat ze in Dubai gek werden waren ze de hoogste torens ter wereld. ’s Avonds zijn ze prachtig verlicht en kun je ze mooi bekijken vanaf de televisietoren. Op een hoogte van 250 meter heb je een prachtig uitzicht op deze twee zilverkleurige giganten en de rest van de stad. Ook in het daglicht is het trouwens de moeite om ze te bekijken.

 

 

De Petronas Twin Towers by day

 

And by night.
 

We blijven twee dagen in Kuala Lumpur. De kans is groot dat we er toch nog wel weer terug komen. We willen het land in, de zee zien, snorkelen tussen het koraal en de jungle intrekken. Genieten van de flora en fauna die hier overweldigend schijnt te zijn. Genieten van de mensen die zo lekker kunnen koken. Want echt, het eten in Maleisië is……..ZO VERSCHRIKKELIJK LEKKER !!! Ik word er zo enorm blij van. Drie of vier keer per dag eten we de heerlijkste gerechten. Op straat, in knusse restaurantjes, ja zelfs in de mega mall was het eten super. Voor € 2, -p.p. eet en drink je jezelf kogelrond. Het vooruitzicht dat ik de komende maanden in ZO- Azië alleen maar lekker ga eten maakt me als een kind zo blij. Als we een speelgoedzaak binnen lopen om te kijken of er ook andere leuke spelletjes zijn dan Skib-Bo en ik als een verwend kind begin te roepen: ‘ I’m gonna get a surprise, I’m gonna get a surprise’ weet Martine genoeg. Gooi er maar eten in en hij gedraagt zich weer een tijdje.

Het vogelpark dat we bekijken is leuk maar niet bijzonder. Chinatown daar in tegen is te gek. Je weet precies wat er komen gaat maar het blijft leuk.
‘ Hello my friend, Rolex watch? Where are you from?’.
T-shirts die na één keer wassen zes maten kleiner zijn, nep rolexen, leren tassen van Dior voor € 8,- you name it, they’ve got it. We lopen er even overheen en spelen het spelletje mee. Dan besluiten we dat het weer hoog tijd wordt om wat te gaan eten. In een smerig zaakje waar de peuken op de grond worden uitgetrapt en een bord met daarop de tekst “ Do not spit “ hangt, eet ik een heerlijke noodlesoup en Martine rijst met een prutje.
Na het eten neemt Martine nog een voetmassage. Grappig is het hoe de masseuse steeds maar weer van het afgesproken half uur een uur probeert te maken. En als we haar moeten geloven is de bodymassage ook very good. Mooi, maar maybe later. We moeten naar het Hotel. We hebben besloten om morgen uit de snoeptrommel die Maleisië heet, Kuala Selangor als volgende bestemming te nemen. We moeten toch ergens beginnen en volgens de verhalen is de westkust het minst interessant en is Maleisisch Borneo de Hemel op aarde. We bewaren het toetje dus voor het laatst.

Hoe redelijk georganiseerd het verkeer hier in Kuala Lumpur is, hoe zo’n chaos is het met het openbaar vervoer. We willen naar Kuala Selangor en lopen dus het busstation in. We denken bij een balie een kaartje te kunnen kopen en daarna op de desbetreffende bus te kunnen stappen. Forget it. Bij de informatiebalie wordt ons gezegd dat we buiten het station bij de verkeerslichten moeten zijn. Het busstation ligt echter aan een groot kruispunt met een aantal verkeerslichten. Als we buiten de weg nog eens vragen wordt er naar de overkant van de weg gewezen en we lopen naar een plek dat lijkt op een bushalte. De taxichauffeurs die er staan beginnen direct hun verhaaltje weer te doen. ‘ Hello my friend taxi? ,where’re you from. Als we zeggen dat we de bus naar Kuala Selangor zoeken wijzen ze direct naar het busstation en zeggen dat we daar moeten wezen.
‘ But there they’ve told us it should be here somewhere’.
‘No,no downstairs’.
Onder in een soort van parkeergarage staan veel bussen dus we denken eindelijk de plek gevonden te hebben en lopen naar de keet waar de kaartjes worden verkocht. ‘ Kuala Selangor? No,no this is long distance buses. Kuala Selangor is outside’. We proberen het buiten dus opnieuw. Na dik een half uur met de rugzakken rond te hebben gezeuld komen we erachter dat we op de vluchtheuvel moeten zijn waar we al een keer of drie overheen zijn gelopen. Stom, stom het is toch ook logisch dat de bus bij een vluchtheuvel stopt in plaats van bij het busstation. We zijn nog maar net in ZO- Azië en moeten blijkbaar weer even wennen hoe het hier ook al weer werkt.

In Kuala Selangor willen we één nacht blijven. Het park bezoeken met de vuurvliegjes en de volgende dag door naar Georgetown op het eiland Penang. Het park met de vuurvliegjes is erg mooi om te bekijken. Het boottochtje duurt maar een klein half uurtje maar de vliegjes maken er een mooie lichtshow van. Onze chauffeur zegt ons dat hij de volgende dag graag bereid is ons te helpen om in Georgetown te komen.
‘I’ll bring you to Kelang and help you buy ticket’.
‘Kelang’?
‘Yes Kelang busstation, only one hour and ten minutes away and I’ll help you buy ticket’.
Martine kijkt nog eens in de Lonely Planet en komt er dan achter dat Kelang busstation in Kuala Lumpur is. Het blijkt dat het bijna niet te doen is om vanuit Kuala Selangor een bus naar Georgetown te pakken. We moeten eerst ruim een uur terug rijden om in Kuala Lumpur een long distance bus te pakken.

De volgende dag is de taxichauffeur bereid om ons voor € 2,- meer dan onze vuurvliegvriend naar KL te brengen. We kunnen direct vertrekken in plaats van tot twaalf uur te moeten wachten. Een klein uurtje later zien we de twee zilverkleurige Petronas Twin Towers weer aan de horizon verschijnen. Ik wist dat we nog wel weer in KL terug zouden komen maar dat het zo snel zou zijn. We laten ons afzetten bij het zelfde busstation als de dag ervoor. Okay, daar gaan we weeeeer...
Deze keer lijken we geluk te hebben. Een jongen met een Walkietalkie waarvan er hier ongeveer 500 lopen om mensen van een ticket te voorzien is bereid met ons mee te lopen en ons te helpen. Het is net twaalf uur geweest en ons wordt gezegd dat de volgende bus om drie uur gaat. We willen echter zo snel mogelijk weg en vragen of er ook één eerder gaat. Er wordt wat overlegd en dan blijkt er ook één om twee uur te gaan. Met onze tickets in de hand lopen we naar de dichtstbijzijnde Starbucks voor een kop cappuccino. Even voor tweeën melden we ons weer bij de afgesproken gate en om drie uur vertrekken we weer vanaf een trottoir ergens buiten het busstation.

 
Penang 

Na een busrit van vijf uur in een super de luxe bus bereiken we dan eindelijk Georgetown. En een uurtje later eet ik dan eindelijk mijn eerste fatsoenlijke maaltijd van de dag voor ons hotelletje. We nemen ons voor dat wanneer we weer met de bus moeten, we de dag ervoor eerst maar eens kijken hoe alles in zijn werk gaat voordat we de rugzakken op doen.
Het oude gedeelte van Georgetown schijnt een aantal weken geleden op de werelderfgoed lijst te zijn gezet. Dit gedeelte van de stad met Chinatown als centrum doet gezellig aan. Veel kleine, goede restaurants en leuke winkeltjes. De rest van Georgetown valt echter tegen. Het is een moderne middelgrote stad waar niet echt veel te zien valt. We gebruiken de drie dagen die we er zijn voornamelijk om wat te acclimatiseren want het is de laatste dagen behoorlijk warmer geworden.
Het hoogtepunt van Georgetown was zonder twijfel Ronnie. De ADHD Indo die ’s avonds bij ons hotel voor de muziek zorgde. Althans dat dacht hij. Al weet je niets van muziek, iedere sul kon horen dat zijn gitaar zo vals was als een kraai. Maar Ronnie niet. Die speelde elke keer vol overgave nummers van bekende en ( in eerste instantie ) onbekende artiesten.
‘Now I do one of the band Syex okaaaaay’
‘Syex ken jij die?’ vraagt Martine
‘Nope, nooit van gehoord, zal wel Maleisisch zijn’ zeg ik
‘COME ON! You sing with me song of Syex’
En vervolgens zet hij het nummer “Babe” in van de band Styx.
‘Now I do a very popular one of the Biegies’ ( Bee Gees ) is het even later. Als “ Wonderful Tonight van Eric Klap-ton ook nog op het repertoire blijkt te staan ben ik blij dat er een Engelse jongen op het terras zit die een gitaar kan stemmen en verdomd goed Johnny Cash songs kan spelen. Ronnie geeft wel wat met tegenzin zijn gitaar aan de toerist.
‘I only take a short break, I’ll be back in a minute’ en hij steekt zijn twee vingers in de lucht.
‘PEACE MAAAAN!!’.
Maar hij kan het niet laten. Binnen notime zit hij op een jambe met de nummers mee te trommelen en probeert alle aandacht op zich gevestigd te krijgen door hard mee te blèren. ( Hè hè, ik weet nu eindelijk waar dat achterwaartse streepje op de è zich op de laptop bevindt. Het duurt even )

We laten Georgetown achter ons en gaan naar Batu Ferinngi. Een klein toeristisch kustplaatsje in het noorden van Penang met de bekende attracties. Moslima’s zitten achterop een jetski en houden ook daar hun niqaab aan. Bij de jongens is het onder een parachute hangen die door een speedboot wordt voortgetrokken erg in trek. Na ruim 60 dagen reizen hebben we wel een paar dagen niets doen verdiend. Even wat zon, zee en strand dus. Ik moet ook hoognodig iets aan mijn Michael Boogerd look gaan doen. Ik lijk wel een wielrenner die net de Tour de France heeft gereden. De onderarmen en benen zijn al poepie bruin maar de rest van het lichaam heeft nog de kleur als toen we vertrokken uit Nederland.
Het strand zal niet in de top 10 komen van mooiste stranden die we gaan bezoeken maar het is ook helemaal niet slecht. Jammer alleen dat je aan de westkust niet kunt snorkelen. Daar is het water te troebel voor. Het zal dus nog een kleine twee weken duren voordat we ons tussen de vissen en het koraal kunnen begeven.

Van hieruit gaan we het binnenland in om een aantal Nationale parken te bekijken. Je kunt er lange wandelingen en fietstochten maken in een prachtige omgeving. Maar voordat we ons weer in het zweet werken, eerst nog maar even een paar dagen relaxen. Beetje computeren, ( Ik las op enkele Hyves pagina’s dat voor anderen de vakantie ook is begonnen. Veel plezier. ) beetje dommelen op een strandstoel, Af en toe de ober maar weer eens wenken om me een biertje of een verse vruchtensap te brengen, en nu……..Ik geloof dat ik de zee maar weer eens in duik. Of zal ik eerst mijn boek uitlezen?...of nee wacht, ik denk dat ik eerst weer eens even wat ga eten. Je leest het, niks geen nieuws onder de zon.

‘Ik geloof dat ik nog maar even weer ga liggen’ zegt Martine tegen me en loopt richting slaapkamer. Gisteravond heeft ze met Mariëlle tot half vier aan de bar gehangen. Toen ik vanmorgen wakker werd en Martine zwaar snurkend naast me vond en zag dat het nieuwe pakje sigaretten alweer half leeg was wist ik genoeg. Dat wordt nog een dagje strand.
Gelukkig schijnt vandaag de zon wel en ik zoek met mijn boek in de hand de strandstoel maar weer eens op. Gisteren hebben we met Bert en Mariëlle een stukje van een jungletrack in een National Park even verderop gelopen. Toen we na een half uurtje wandelen werden getrakteerd op een tropische regenbui die er voor zorgde dat we tot op het bot nat waren was die tocht snel bekeken. In de bus waar standaard de airco aanstaat, was het bibberend terug naar ons hotelletje.


De Cameron Highlands


De dag erna gaan we wel weer op pad. En het is niet te geloven! De bus naar Georgetown staat binnen twee minuten voor onze neus en ook in de stad hebben we de volgende bus die ons naar het station moet brengen waarvandaan de long distance bussen vertrekken binnen no time gevonden. Op dit station kopen we bij een loket twee kaartjes naar Tanah Rata en de bus vertrekt zelfs van het goede platform.

De temperatuur in de Cameron Highlands schommelt het hele jaar zo tussen de 10 en 20 graden Celsius. Vergeleken met het warme en tropische Penang is het hier zeer aangenaam. Prima weer om eropuit te trekken en de omgeving te verkennen. Het is zaterdagavond als we aankomen en dat is te merken. Ook veel Maleisiërs trekken in het weekend naar de Highlands om wat af te koelen. Het is daarom moeilijk om een kamer te vinden. De eerste nacht slapen we daarom maar in een vochtige dorm. Een kamer met drie stapelbedden.
De eigenaar van het guesthouse beloofd ons dat hij de volgende dag voor ons een kamer heeft en dat het plaatsje maandag weer uitgestorven zal zijn. Die kamer krijgen we inderdaad maar ook deze is behoorlijk vochtig en het beddengoed en de kleren in onze rugzakken voelen klam aan.
Tanah Rata is een klein plaatsje midden in de Cameron Highlands. De plek waar naar het lijkt alle groenten en fruit voor heel Maleisië wordt verbouwd. Tussen de bergen stikt het van de kassen die het uitzicht af en toe wel wat verpesten. Jammer, want de omgeving is prachtig. Het oerwoud en de theeplantages wisselen elkaar af en regelmatig is er een waterval tussen de bergen te zien. Je kunt hier verschillende wandelingen maken en de kassen achter je laten en de jungle intrekken. En dat zijn we de volgende dag dan ook zeker van plan.

Wanneer we na het eten nog een biertje willen kopen om die in het guesthouse op te drinken en Martine wil betalen, blijft ze maar in haar tas graaien.
‘Wat is er?’.
‘Mijn portemonnee!’.
‘Wat is ermee?’.
‘Hij zit niet meer in mijn tas!’.
Hoe goed we ook zoeken, de portemonnee met daarin de creditcard en een bankpas is foetsie.
In het guesthouse kan hij niet liggen want daar hebben we de rugzakken in een hoek gegooid en zijn daarna direct het dorp ingegaan. Gejat? Lijkt ons ook uitgesloten want de rits van de tas zat nog dicht toen Martine het bier wilde afrekenen. Het enige logische lijkt dat hij in de bus is blijven liggen. Daar lag hij op een armleuning tussen ons in.
Wanneer we bij het busstation aankomen is het er uitgestorven. Geen hond die ons hier kan helpen. Het politiebureau ligt om de hoek maar ook daar kunnen ze op dit tijdstip niets voor ons betekenen. We krijgen te horen dat we de volgende dag maar terug moeten komen. Tanah Rata is gelukkig het eindstation dus de bus waarmee we zijn gekomen moet er nog staan. De bus vertrekt om acht uur naar Penang en de agent adviseert ons ruim voor de tijd op het busstation te zijn.
In een flinke mineurstemming druipen we af richting ons guesthouse. Wanneer ik het hele verhaal vertel aan de eigenares zegt ze opeens: ‘Wait, I call the driver’. Ze kent één van de twee chauffeurs die dagelijks op Penang rijden. De chauffeur is direct bereid om naar het busstation te komen en samen met de eigenares gaat Martine ook die kant op. Een kwartiertje later komt de eigenares alleen terug.
‘Your girlfriend lost money, I lost your girlfriend’.
‘WHAT?’.
Maar ze begint direct te lachen.
‘Just kidding’.
De chauffeur bleek niet de persoon te zijn die ons had gereden. Hij wist echter wel waar de andere chauffeur overnachtte en Martine was naar dat guesthouse gegaan om te kijken of hij nog wakker was. Ik ga dus maar weer met mijn biertje aan een tafeltje zitten duimen.
Even later hoor ik buiten een man schreeuwen. Het lijkt alsof hij straalbezopen voor het guesthouse staat. Als de eigenaar en zijn vrouw naar buiten lopen gaat hij nog harder te keer. 'Toch maar even kijken of ik nog moet helpen' denk ik en loop ook naar buiten. Daar zie ik dat de schreeuwlelijk door drie andere mannen in bedwang wordt gehouden. Met veel pijn en moeite weten ze de “zatlap” vast te houden. Dan zie ik ook dat de man helemaal niet dronken is maar dat ze bezig zijn met een soort van exorcisme.
Ik wist dat we nog wel wat rare dingen zouden meemaken op deze trip maar dat ik nog getuige zou wezen van zoiets dat had ik in mijn stoutste dromen niet verwacht. De eigenaar van het guesthouse blijkt naast guesthouse eigenaar nog een bijbaantje te hebben. In zijn vrije tijd helpt hij mensen door middel van Reiki van geesten af als deze bezit van hen heeft genomen. Mijn God ik wist niet wat ik zag! De eigenares snelde naar een altaar om daar een vuurtje te maken en ging vervolgens achter de bezeten man staan. Met haar handen leek ze Chinese tekens in de lucht te schrijven. De eigenaar besprenkelde het gezicht van de man met water en bleef maar inpraten op hem. Daarna pakte hij een klein goudkleurig schaaltje waar een vuurtje in brandde en hield deze vlak voor het gezicht van de man. Blijkbaar houden geesten niet van vuur want de man ging tekeer als een beest.
Ik geloof helemaal niet in geesten van welk soort dan ook maar toen ik de man hoorde grommen en brullen twijfelde ik toch even. ( Wees gerust, het was maar voor een minuutje ) Het leek wel alsof ik in een horrorfilm was beland. De stem van de man veranderde in een dierlijke en duivelse taal zoals je in de beste Hollywood films ziet wanneer ze een exorcisme uitvoeren. Uit de buurt kwamen nog meer mensen met schaaltjes vuur aangelopen om het hele ritueel te volgen.
Martine kwam ook terug van het guesthouse. Toen ze de man zag grommen en tekeer gaan kwam ze naar me toe gelopen met een blik van: ‘wat is hier in Godsnaam aan de hand’. En ik vertelde wat ik daarvoor allemaal had gezien en gehoord.
‘En jij? Vraag ik’.
‘Tadaaaa’ en ze houdt de portemonnee omhoog. Goddank, de chauffeur had het ding gevonden en meegenomen naar het guesthouse. Toen Martine daar was aangekomen en had gevraagd naar de chauffeur werd haar gezegd dat ze maar even moest gaan zitten. Toen de chauffeur er was had hij gevraagd.
‘What is your name?’.
‘Euhh Martine’.
‘And what is the name of your boyfriend?’.
‘Euhh E E Edwin’.
‘Why are you so stupid?’.
Hij zei dat we strontgeluk hadden gehad dat er alleen maar toeristen achter ons hadden gezeten. Wanneer een local de portemonnee had zien liggen was het zeker pleite geweest. Al de pasjes en het geld zaten er nog in. Martine heeft de man zijn vindersloon gegeven en wel duizend maal bedankt.

De bezeten man is inmiddels weer bij kennis en loopt met de eigenaren het guesthouse in. Als hij mij ziet zitten groet hij mij vriendelijk.
‘Hello, how are you sir?’.
'Met mij wel goed' denk ik.
De eigenaar verteld ons later dat het bioritme van de man niet goed was en dat hij in de jungle was geweest. In de jungle, verzekert hij me, barst het van de geesten. Eén van hen was in de man gekropen en met hem terug naar Tanah Rata gegaan. Even voor we dit te horen krijgen hebben we in een folder een wandeling door de jungle uitgezocht die we de volgende dag willen gaan lopen. Ik kijk Martine vragend aan.
‘Snorkelen is ook leuk!’.

De volgende dag trekken we toch onze wandelschoenen aan. Ik heb besloten dat ons niets kan gebeuren.
‘Als we iets zien zweven en we vertrouwen het niet beginnen we gewoon “Heb je even voor mij” van Frans Bauer te zingen’ zeg ik tegen Martine.
‘Wedden dat die geesten niet weten hoe snel ze weg moeten wezen’.
Voor mij was het hele gedoe maar weer eens een bewijs dat, wanneer je sterk in dit soort dingen gelooft, het je de kop goed gek kan maken.

In Tanah Rata zijn verschillende wandelroutes uitgezet die je zonder gids kunt lopen. We nemen een route die ons niet al te zwaar lijkt om er een beetje in te komen. Het is een mooie tocht en ook nu is de temperatuur perfect. Na ongeveer anderhalf uur door de jungle te hebben gelopen en alleen maar iets wat op een eekhoorn leek te hebben gezien bereiken we de weg die naar de theeplantages leidt. Volgens de eigenaar van het guesthouse is het vanaf hier maar een klein stukje naar de theefabriek die we willen bekijken maar dat valt vies tegen. Op de terugweg regelen we een lift naar Tanah Rata. Dan zie ik op de kilometerteller dat we de heenweg vijf kilometer bergop hebben gelopen. En dat is goed te merken aan de spierpijn in de benen. Maar het was het waard. De omgeving is echt prachtig met de theeplantages op de bergen.

 



Theeplantages in de Camaron Highlands


Dat Aziaten problemen hebben met het uitspreken van de R is algemeen bekend. Maar het is niet alleen de uitspraak. De menukaarten moet je soms twee keer lezen voordat je begrijpt wat er bedoeld wordt. Als er bijvoorbeeld Helbals staat dan wordt bedoeld dat er Herbals in de rijst zitten. Topper was wel de stoere bandana die je op je hoofd kan binden zodat je eruit ziet als een echtte Hells Angel. Onder de adelaar die erop was afgebeeld stond in grote letters REBEL FOREVEL.

Laten we het toch maar proberen. Als je een georganiseerde dagtocht boekt weet je van te voren vaak al dat bepaalde dingen tegen gaan vallen. Maar als je wat speciaals wilt zien kom je er ook vaak niet omheen.
In Maleisië groeit de grootste bloem ter wereld, de rafflesia. Om deze te kunnen zien moet je wel met een gids het oerwoud in en dus boeken we bij een toeristen bureautje samen met nog zeven andere toeristen een dagtrip. Naast de bloem zullen we ook een dorp bezoeken van een inheemse bevolkingsgroep, een theefabriek, vlindertuin en een kas waar ze aardbeien verbouwen, het symbool van Tanah Rata. In elke souvenirshop barst het van de aardbeien paraplu’s, aardbeien knuffels, sleutelhangers en meer van die rotzooi.
We hebben verschrikkelijk geluk met het weer. Het is de hele dag droog en dat is hier in juli behoorlijk ongebruikelijk. In de Highlands wil het in deze tijd nogal vaak behoorlijk regenen. Gisteren hebben we zo’n dag gehad. De hele dag was het nat en koud zodat we niets konden doen.
We worden opgehaald door Bala, onze gids voor vandaag. Wanneer ik hem zie aankomen begin ik te lachen. Op de motorkap van zijn landrover prijken twee grote horens van een waterbuffel. Bala zelf draagt een soort van cowboyhoed en met zijn grote hangsnor is het net de bad guy uit “ The Good The Bad And The Ugly”.Hij noemt zichzelf ook een Malysian cowboy.
‘No different with American cowboys. Only they ride a horse and I ride landrover’.
Ik kijk waar hij zijn revolver heeft maar zie alleen een Malaysian Magnum 45 die er voor dient om een pad voor ons door het oerwoud te hakken mocht dit nodig zijn. De paden in het oerwoud zijn nog spekglad van de regen van gisteren.
Onderweg hebben we nog een man opgepikt uit een dorp die weet waar de bloemen groeien. De rafflesia bloeit maar een dag of zes. De gidsen moeten dus dagelijks op pad om andere bloemen te zoeken voor de toeristen. Soms hoef je maar een half uurtje te lopen maar het kan ook best zijn dat je twee uur lang door de jungle moet sjouwen om de bloem te kunnen zien. Wij moeten ruim een uur wandelen maar dat is in een jungle geen straf. Binnen een kwartier ben je zeiknat van het zweet maar de jungle is zo overweldigend mooi. De planten die in Nederland in de woonkamer staan, heb je hier in het wild groeien maar dan ongeveer vijf meter hoog.
In deze jungle schijnen ook nog tijgers, zwarte panters en olifanten in het wild te leven. Wij zien echter niet meer dan een grote tor en een duizendpoot. Ook leuk. Als we bij de rafflesia komen blijken er niet één maar twee in volle bloei te staan. Bala verzekerd ons dat zoiets behoorlijk uniek is en ik geloof hem op zijn woord. Ik wist niet beter dat de grootste bloem ter wereld, nadat hij is uitgebloeid, een verschrikkelijke stank verspreidde en dat, wanneer hij groeit, de hele wereldpers er boven op duikt. Volgens Bala kloppen de verhalen die rondgaan over de bloem voor geen meter. Nadat hij is uitgebloeid verspreidt de bloem geen geur van rottend vlees en ook is hij niet giftig. Wanneer Martine later op Google het fijne er van de wil weten blijkt dat we het over twee verschillende bloemen hebben gehad. De stinkbloem bestaat uit veel kleine bloemen. De rafflesia is wel degelijk de grootste. Het is wel een apart geval die rafflesia. Hij groeit niet in de grond maar net als een paddenstoel op een boomstronk. De bloembladeren zijn nog wel redelijk zacht en buigzaam maar de kern lijkt wel van plastic. Het is net alsof ze één of ander nepding ergens hebben neergezet om zo maar toeristen te lokken. Nadat iedereen een foto heeft genomen van de bloem, lopen we weer terug naar de landrover.
De vlindertuin met daarbij ook een gedeelte met allerlei enge beesten die in de jungle leven zoals slangen en schorpioenen is nog wel leuk. Maar het dorp met de inheemse bevolking, de theefabriek en de aardbeienboerderij vallen erg tegen. We eten ons nog wel een bult in de rode vruchten. Volgens Bala krijg je nergens in Maleisië zulke lekkere aardbeien milkshakes als op deze boerderij. Dat moeten we dus wel even uitproberen. En doe er dan gelijk maar een bak aardbeien met slagroom en honing, en een wafel met aardbeien en chocola bij.

 

 

Bloemiste met de grootste bloem ter wereld 

Perhentian

We boeken een busje en laten de frisse en vochtige Highlands achter ons en trekken verder richting de oostkust. Van andere reizigers hoorden we goede verhalen over het eiland Perhentian Kecil en we besluiten om daar dan maar eens een kijkje te nemen. We vertrekken al om half acht zodat we vroeg op het eiland zullen zijn. Het is hoogseizoen en het kan daarom moeilijk worden om een goedkope kamer te vinden.
Bij de aanlegsteiger waar we door een kleine watertaxi worden opgepikt zie ik de eerste vissen al in het heldere water zwemmen. En ik heb dan al een voorgevoel dat ik hier heel veel mooie dingen ga zien. De kleine watertaxi vliegt als ‘de kameleon’ over de golven van de zuid Chinese zee. Als we dichterbij het eiland komen veranderd de grijskleurige zee eerst in wat lijkt een zwarte diepte. Dit duurt maar even en daarna heeft het water een prachtige azuurblauwe kleur zoals ik nog niet eerder heb gezien.
Om niet allebei met onze rugzakken rond te hoeven zeulen, blijf ik bij de tassen en gaat Martine op zoek naar een kamer. Ze blijft behoorlijk lang weg en ik weet dan al dat we in de buidel zullen moeten tasten voor een slaapplek. Op een eiland vragen ze de gekste prijzen omdat ze weten dat je toch geen kant op kunt. Als Martine terug komt heeft ze één hok kunnen vinden voor 130 Ringit ( € 26, - ). Maleisië is wel duurder dan bijvoorbeeld Thailand en Laos maar dit is echt belachelijk veel geld. Maar ja wat mot je?
Als we eenmaal op het strand liggen is het snel vergeten. En als we een snorkelset lenen helemaal. Oranje, donkergeel, lichtgeel, paars, donkerblauw, lichtblauw, donkergroen, lichtgroen, fluorescerend geel, groen en blauw. Weet ik het! Je kunt het zo gek niet bedenken of de kleur komt wel op één van de vissen voor. Er is zelfs een vis die alle kleuren op zijn lijf schijnt te hebben. GEWELDIG!! Op de rotsen onder het water groeit geweldig mooi koraal. Hersenkoraal in verschillende kleuren, koraal dat als een zwam van een rots uitsteekt en sommige wel drie of vier meter groot zijn, koraal dat in dunne slierten danst op de deining van de stroming en waartussen kleine Nemo visjes bescherming zoeken en anderen hebben de vorm van een grote schelp die langzaam open en dicht gaat. We krijgen er geen genoeg van.

Tegen de avond horen we dat het ’s nachts op Long Beach een behoorlijk lawaai kan wezen. Alle zomerhits en one hit wonders vanaf 1950 komen hier aan de lopende band voorbij. We gaan dus maar eens aan de andere kant van het eiland kijken op Coral Bay. Het is daar stukken rustiger en het strand is er ook kleiner en knusser. We hebben binnen tien minuten een soort gelijk hokje gevonden voor de prijs van 40 Ringit en bedenken ons dus geen moment. Ik betaal 40 Ringit vooruit en de volgende dag verhuizen we naar de andere kant van het eiland. Voor Tien Ringit huren we beiden een snorkelsetje en sprinten direct richting de zee. De hele dag dobberen we wat in zee en zitten ons weer te vergapen aan al het moois wat er in leeft. Of liggen op het strand of in het restaurant. Nadat we ons gedoucht hebben zien we wat voor uitwerking de zon heeft gehad op onze lijven. Onze ruggen zijn behoorlijk rood en de achterkant van de benen hebben ook de kleur als de scharen van een kreeft.
Tijdens het snorkelen vergaten we alles en iedereen en in al het enthousiasme hebben we ons te weinig ingesmeerd met zonnebrandcrème. We willen de volgende dag mee met een snorkeltrip en het is misschien handig om dan maar een T-shirt aan te houden in het water. We gaan dus nog een keer een georganiseerde dagtocht maken. Deze kost echter maar 40 Ringit p.p. Als we te zien krijgen wat ze ons beloven dan denk ik dat ik er wel 400 Ringit voor over heb.

Als ik vraag of de snorkeltrip wel door gaat kan de jongen van het restaurant me niets beloven. Het heeft vannacht geregend en er staat nog steeds een straffe wind. Volgens hem kan het water daardoor op verschillende plekken wat troebel zijn zodat je niet alles goed kunt zien. Maar als onze gids om twintig over tien bij me komt en vraagt of we nog mee willen met de trip van half elf weet ik niet hoe snel ik bij de hut moet komen om Martine te vertellen dat het doorgaat en we onze spullen moeten pakken.
Wanneer we ons weer melden bij het restaurant blijkt dat de twee Ierse meisjes die met ons meegaan nog moeten ontbijten. Ik kan de toast wel hun mond inkijken. Als een klein kind, dat begin december op het kloppen op de deur wacht, wip ik op mijn stoel. Al vanaf ik me kan herinneren ben ik gek op alles wat er in de zee leeft. En vandaag gaat een droom in vervulling. Ik ga zwemmen met haaien. Maar voordat het zover is varen we eerst naar turtle point. Bij de eerste stop is het water te troebel en ik ben even bang dat het overal zo zal zijn. Maar bij de tweede stop is het, na even turen in het water, bingo.
‘ Over there, a big one’ roept onze gids. Hij heeft de zin nog niet uitgesproken of ik lig al met mijn duikbril en zwemvliezen in het water. Het volgende moment hang ik boven een grote zeeschildpad die langzaam door het water schijnt te zweven. We volgen het dier een poosje maar dan heeft hij er genoeg van en gaat er van door. We klimmen weer in ons bootje en binnen een paar minuten heeft de gids er alweer één gevonden. Tot vier keer toe vinden we er één. Later op de dag als het weer wat beter is zullen we nog een keer naar turtle point gaan. Wanneer een schilpad dan vlak voor me naar boven komt zwemmen om een hap lucht te nemen kan ik hem net niet aanraken. Het scheelt echt centimeters.
Dan is het op naar shark point. Het idee dat ik binnen enkele ogenblikken met wat geluk oog in oog met een haai zal zwemmen, geeft me al een verschrikkelijke kick. Als we het teken krijgen dat we het water in kunnen, lig ik er als eerste in. Ik kijk om me heen maar zie nog niets. Wel honderden kleine visjes die nieuwsgierig dichterbij komen maar die kunnen me op dit moment even gestolen worden. Het duurt ongeveer vijf minuten en dan wijst de gids opeens naar onderen. En dan zie ik hem ook. Een rifhaai van ongeveer anderhalve meter zwemt rustig op ongeveer vijf meter onder me. De YEAH! Die ik uitroep zorgt ervoor dat ik me mond vol met zeewater krijg en ik moet even met mijn kop boven water. Als alles weer op zijn plek zit en ik het water heb uitgehoest kan ik het dier rustig bekijken. Wat een ongelooflijk heerlijk gevoel is het om zo’n beest eens in het echt te zien.
Het is zo’n moment waar ik over schreef toen we in Rusland waren. De eerste keer als je iets ziet is wel heel speciaal. Mijn dag kan al niet meer stuk. Binnen een uur tijd heb ik gezwommen met een grote zeeschildpad en een paar haaien want we zien er in totaal vijf stuks. Volgens de gids zie je er op een heldere dag veel meer zwemmen. Hij moest nu ook goed zoeken terwijl je normaal gesproken ze al van een afstand kunt zien. Ik bedenk me dan al dat ik voordat ik van dit eiland vertrek nog een keer een snorkeltrip ga maken. We moeten echt weer in de boot.
De volgende halte is de Sea garden. Een plek met veel en mooi koraal en honderden visjes. Als onze gids wat brood naast ons gooit zijn we omringd door een grote school gekleurde visjes. En ze houden niet alleen van brood. De haren op mijn borst en benen zien ze waarschijnlijk aan voor kleine wormpjes want geregeld heb ik er één aan me hangen. Als ik me in veiligheid heb gebracht bekijk ik het hele vreetfestijn van een afstandje. Na de lunch blijkt op de plek waar de roggen meestal zitten het water te troebel. Ik zal er later op een andere plek nog wel een kleine zien die vlak voor me onder een rots duikt.
Na een plek te hebben bezocht waar ze kleine schildpadden verzorgen totdat ze meer overlevingskansen hebben in zee gaan we naar de kleine vuurtoren midden op zee, het laatste punt. De twee Ierse meisjes hebben genoeg gesnorkeld en blijven aan boord. Het water bij de vuurtoren is dieper als op de andere plekken en het koraal dat er groeit, is groter en mooier dan ik tot dan toe heb gezien. Ik zwem naar de boot om de twee vriendinnen te vertellen dat het echt de moeite is om nog een keer het water in te gaan maar ze blijven toch aan boord. Als ik me van de rand van de boot afzet om nog één keer het koraal te bekijken, voel ik opeens een brandende pijn in mijn linker onderarm. Ik heb direct in de gaten dat ik ben gebeten door een kwal en maak dat ik weg kom van het beest voordat hij nog een keer toe kan slaan. Eenmaal veilig aan boord staan de bulten al vrij snel op mijn onderarm. Het lijkt wel of ik door de brandnetels heb lopen graaien.
In het guesthouse krijg ik van het personeel wat schijfjes limoen om de pijn te verzachten maar dat helpt niet veel. Het is bijna de hele dag bewolkt geweest. Toen de zon in de loop van de middag doorbrak heb ik, om mijn rug te beschermen, mijn T-shirt aangehouden in het water. Op het bootje en in het water heb je het niet in de gaten maar wanneer ik me heb gedoucht blijkt dat ik mijn T-shirt beter de hele dag had kunnen aanhouden. Mijn rug is vuurrood en het brandt als een gek.
Ik zal ’s avonds niet genieten van het eten en de vleermuizen met een spanwijdte van ongeveer een halve meter die boven het restaurant vliegen of in de bomen hangen. Misschien is het de combinatie van de verbrandde rug en het gif van de kwal in mijn lijf, maar om acht uur lig ik met twee paracetamol achter mijn kiezen te bibberen van de kou in mijn bed. Ondanks dat ik alleen op mijn zij kan liggen lukt het me om een paar uur te slapen.
De volgende ochtend voel ik mijn pols nog steeds branden van de kwallenbeet en ook mijn rug ziet er nog niet al te best uit. Het zal pas tegen de avond wat beter worden. Dan krijg ik ook weer wat meer praatjes. Gelukkig was het ook nu nog bewolkt en niet zo moordend heet. Ik lag regelmatig even op bed in ons hutje waar de ventilator het pas na zes uur ’s avonds doet omdat er de rest van de dag geen elektriciteit is. Zoals ik me nu voel kan ik morgen wel weer de zee in om al het moois te bekijken maar één ding is zeker. Met T-shirt.

 

 

Zo rood als een kreeft na een middagje snorkelen.
 

Duiken op de Perhentian Islands

Het is even wennen. Vier dagen lang moeten we de wekker zetten. Om zeven uur gaat het rotding al af. Met een duffe kop pakken we onze spullen en een half uurtje later lopen we over het strand richting de school. Want dat is de reden dat we op dit belachelijke tijdstip al wakker zijn. Het verblijf op Perhentian is wat uitgelopen. De dag dat we besloten om de volgende dag te vertrekken kwamen we een Nederlands stel tegen. Zij kwamen hier voor maar één reden en dat was het duiken. Volgens hen was het halen van je duikbrevet hier spotgoedkoop en was het zeker de moeite om rond de eilanden een kijkje onder water te nemen.
We waren toch al van plan te proberen om ergens tijdens deze reis ons duikbrevet te halen dus besluiten we om bij een duikschool maar wat informatie op te vragen. En het blijkt te kloppen. Voor € 160, - p.p. kun je hier in vier dagen tijd je brevet halen. Als je slaagt, kun je wereldwijd tot op achttien meter duiken. De beslissing is snel genomen en we vertellen de jongen van het guesthouse dat we nog een aantal nachtjes blijven.

Na ontbeten te hebben melden we ons om half negen bij Steve, onze duikinstructeur. Na jaren in de journalistiek te hebben gewerkt, heeft hij in 2003 al zijn duikbrevetten gehaald. Nu zwerft hij door Azië en is het geven van duiklessen zijn voornaamste bron van inkomsten. Hij verteld dat de eerste twee dagen voornamelijk uit theorie zal bestaan. We krijgen ons lesboek en daarna bekijken we een DVD die de eerste drie hoofdstukken van het boek behandeld. Zoals altijd is de theorie behoorlijk saai. Mijn gedachten dwalen dan ook regelmatig af wanneer ik weer een onderwateropname zie. Als ik naar Martine kijk, zie ik dat ook haar ogen op half twaalf staan en ook zij is blij als de DVD eindelijk is afgelopen. Na de lunch gaan we dan eindelijk de zee in. Voor het eerst moeten we onze duikspullen in orde maken. Steve doet voor hoe je de BCD ( opblaasbaar zwemvest ) aan de duikfles bevestigd, de luchtslangen, hoe we het lood aan de riem moeten bevestigen, enz, enz. Na de Buddycheck lopen we met volle bepakking de zee in. Na nog een keer de volgorde te hebben uitgelegd, dalen we achter Steve af tot op een diepte van ongeveer vijf meter en ademen we voor het eerst onder water. Vanaf het eerste moment is het echt te gek.
Vlak voor de kust is hier al zoveel te zien. En nu kunnen we alles rustig bekijken. Al snel krijgen we “bezoek”van een gele vis in de vorm van een grote driehoek. Het beest is erg nieuwsgierig naar wat we aan het doen zijn en blijft een hele poos bij ons zwemmen. Terwijl Steve en Martine oefeningen doornemen zoals het masker vol met water laten lopen en deze weer watervrij maken en het mondstuk achter je gooien en deze door middel van een bepaalde techniek weer bij je te krijgen, heb ik alle tijd om de vis goed te bekijken plus de anderen die in grote getallen rond ons zwemmen. Wanneer ook ik alle oefeningen heb gedaan hebben we nog even tijd om wat rond te kijken. In het ondiepe water zien we baby haaien van een centimeter of veertig die met hun zilverkleurige gestroomlijnde lijven vlak bij ons komen zwemmen.

Sommige dingen veranderen nooit. De volgende dag zijn we een kwartier te laat en hebben ons huiswerk niet gemaakt. De eerste dag kwamen we pas tegen zes uur uit de zee. Na een douche en het avondeten heb ik het boek even open gehad maar de Engelse woorden kwamen niet bij me binnen. In tegenstelling tot het praten, heb ik grote moeite met het lezen in het Engels. De leerstof bestaat ook uit veel technische termen. Ook ben ik doodop van de eerste schooldag en ik snap er werkelijk geen drol van. Van Steve krijg ik de Duitse vertaling maar ook dat is geen succes.
Gelukkig zit er een Nederlands meisje bij ons in de klas die de Nederlandse versie heeft. Als zij het niet gebruikt mag ik het lenen zodat ik toch te weten kom wat de vragen betekenen waarop ik een antwoord moet geven. Plus de uitleg van Steve daar nog eens bij zorgt ervoor dat ook ik het door heb. Ook vandaag is het nog veel praten, herhalen, leren en Dvd’s bekijken. In de zee gaan we weer niet verder dan vijf meter. En ook daar herhalen we de veiligheidoefeningen.

De derde dag gaan we dan eindelijk de eerste openwater duik maken. Met onze nieuwe instructrice Kay varen we om negen uur naar het punt waar we af zullen zakken tot een diepte van ongeveer twaalf meter. We hangen nog aan het touw op de weg naar beneden als Kay op een grote zeeschildpad wijst die langs een rots zwemt. Als we beneden zijn en iedereen het okay teken heeft gegeven gaan we er direct achteraan. Even later bekijken we het dier van een paar meter afstand terwijl het aan het koraal lijkt te knagen. Na wederom oefeningen te hebben gedaan zwemmen we nog een poos rond. De zonnestralen die ons nog bereiken, weerkaatsen op het koraal en zorgen ervoor dat we ons in een sprookjesachtige blauwe wereld wanen. We zien de meest waanzinnige vissen en koraal.
De school Bumphead Parrot vissen met hun markante koppen en een lengte van wel één meter die in een lange rij vlak boven ons hoofd ons passeren is voor mij het hoogtepunt van deze duik. Ik zie dat Kay moet lachen als ik enthousiast met twee handen het okay teken maak.
Martine is gek van al het mooie koraal. Het is alsof we door een grote tuin zwemmen. De grote rotsen die begroeid zijn met verschillende soorten gekleurd koraal lijken wel bomen en het zachte koraal dat op de deining van de zee meebeweegt lijken wel bloemen in volle bloei die zacht door de wind heen en weer worden geblazen.
Aan het eind van de middag maken we nog een openwater duik. Het liefst zou ik alleen maar rond willen zwemmen omdat er zoveel moois is te zien maar ook nu worden de veiligheidoefeningen weer geoefend. Ik merk dat het steeds makkelijker gaat en dat ik me steeds prettiger en zekerder voel onder water.
Het enige waar ik me zorgen over maak is het examen die we morgen moeten maken. Vijftig meerkeuze vragen in het Engels. Bij twaalf fouten of meer is het helaas pindakaas en kun je de cursus opnieuw doen. Alle informatie die we de afgelopen dagen hebben gekregen spookt door mijn hoofd en ik blijf alle begrippen door elkaar halen. Martine redt zich redelijk goed met het Engelse boek. Ze heeft ook veel meer geduld als ik. Na een half uur ploeteren heb ik de neiging om het boek op de BBQ te gooien Ook de laatste avond komt er dus weinig van leren. Twee openwater duiken is behoorlijk intensief als je nog niet getraind bent. Ik val dan ook al vroeg als een blok in slaap.

Na de eerste duik van dag vier moet ik er dan toch echt aan geloven en is het tijd voor het eindexamen. Als ik echt niet weet wat bepaalde woorden betekenen kan ik het gelukkig aan Kay vragen. Ze probeert me dan met wat hints op het goede spoor te brengen. Maar het blijft zweten. Als ik het examen heb gemaakt ben ik ervan overtuigd dat ik ben gezakt als een baksteen. Wanneer ik weg loop om wat sigaretten te kopen bedenk ik me al wat ik zal gaan doen. Morgen direct opnieuw beginnen of het in Thailand nog maar eens proberen.
Wanneer ik terug kom is mijn examen al nagekeken. Dan blijkt dat ik me voor niets zorgen heb gemaakt. Met vijf fout ben ik ruim geslaagd. Mijn moeder zal wel trots op me zijn. ‘Heeft dat joch toch nog een diploma’ Martine heeft het met één fout helemaal super gedaan. Ik weet zeker dat we regelmatig ergens, waar dan ook, in de zee zullen liggen om die wereld onder water te bekijken want we vinden duiken allebei helemaal te gek.. De laatste duik wordt dus toch nog een fun dive. Geen oefeningen meer. Alleen maar genieten van al dat moois onder water.

Na het halen van het duikbrevet blijven we nog drie dagen op Perhentian. We zullen nog twee duiken maken voordat we de tassen pakken. Een duik is hier ook spotgoedkoop. Voor € 12,-lig je een uur in het water. Voor wie van plan is om nog eens naar Maleisië te gaan, kunnen we het zeker aanraden om eens een kijkje onder water te nemen. Zoals gezegd is het verblijf op het Bounty eiland Perhentian behoorlijk uitgelopen maar het was het dubbel en dwars waard. Borneo, Great Barrier Reef, HERE WE COME!!!


Voor diegenen die benieuwd zijn wat voor vissen en koraal we allemaal hebben gezien, staat hier een lijstje met een deel ervan, met foto's van internet en links naar meer informatie erbij. (de lijst staat ook boven aan in het menu, tussen het reisverslag en de foto's.

 

 

Zonsondergang op de Perhentian Islands.
 

Na een korte tussenstop in Kota Bharu van twee dagen, trekken we weer naar het zuiden. We willen de stad Melakka gaan bekijken. Daarna zullen we in Kuala Lumpur of Singapore een vliegtuig richting Maleisisch Borneo nemen. We hebben nog niemand gesproken die niet laaiend enthousiast was over dit deel van Maleisië. Als we de verhalen moeten geloven is het werkelijk een stukje paradijs op aarde.


't Stadhuys in Melakka

We hebben de rust en het luxe leventje van het eiland ingeruild voor de drukte en de hitte van de stad. We zijn aangekomen in Kota Bahru. Een redelijk grote stad in het uiterste noordoosten van Maleisië. Maar je kunt de naam weer snel vergeten want echt biester bijzonder is het niet. Het guesthouse waar we verblijven wordt gerund door Zeck. Een moslim van net over de vijftig. Hij herinnert ons eraan dat er in Nederland nog ene Geert W rondloopt. Hij begroet ons op de inmiddels bekende manier.
‘Hellooo where are you from’.
‘Moi Holland’.
‘Ahh the enemy’ zegt hij en kijkt me strak aan. Maar ik zie dat hij moeite heeft om zijn lachen te houden. Een Frans stel vraagt ons later wat de reden is dat producten uit Nederland in sommige winkels worden geboycot. We hebben het zelf nog niet gezien maar er schijnen winkels te zijn die door middel van een sticker op de deur hun klanten verzekeren dat de winkel 100% “Holland Free” is.
In Kota Bahru ontmoeten we voor de derde keer in Maleisië twee Poolse broers. Op de markt gaan we met ze eten en de volgende dag nemen we om 06.00 uur dezelfde trein richting het zuiden. Zij stappen bij het Tamah Negara National Park en we nemen voor de laatste keer afscheid. Want wij reizen nog verder richting Melakka. Het is een lange reisdag. De treinreis is een acht uur durende tocht door het regenwoud. Af en toe is de doorgang zo smal dat de bladeren van de bomen aan beide kanten van de trein de ramen raken. Het laatste stuk leggen we af met de bus en een taxi. Tegen half negen ’s avonds komen we eindelijk aan in Melakka.

De stad heeft erg veel historie. Het is in het verleden door de Portugezen, Nederland en Japan bezet. Vooral van de Portugese en Nederlandse bezetting is nog veel te zien. Eén van de toeristische trekpleisters is het rode fort aan “Dutch Square” met o.a. de oude gouverneurs woning en het Stadhuys. Waarom ze het oorspronkelijke witte gebouw rood hebben geverfd is me niet geheel duidelijk geworden. Misschien om het bloed te symboliseren dat er veel heeft gevloeid.
Rond dit kleine oude centrum en in chinatown staan nog veel oude huizen uit de tijd dat de Nederlanders hier de scepter zwaaiden. 7 juli jl. is Melakka samen met Georgetown op de Unesco werelderfgoed lijst geplaatst. Bij Georgetown snap ik dat niet zo maar Melakka verdient het zeker. De koloniale panden, waarin voornamelijk kunstgaleries zijn gevestigd, zijn echt schitterend. Wij hebben dan ook meer oog voor de gebouwen dan voor de Aziatische kunst die erin is gevestigd.
Zoals gezegd is het oude centrum van Melakka vrij klein. Na twee dagen hebben we wel gezien wat we wilden zien en besluiten om naar Singapore te gaan. Daar willen we een paar dagen blijven en dan het vliegtuig naar Maleisisch Borneo pakken. Het verblijf in deze stad zal achteraf een stuk korter blijken dan we vooraf hadden voorzien. Martine zal een stukje schrijven over deze Metropool. De site heet per slot niet voor niets Edwin en Martine.com. Ik zou er trouwens ook zo mee klaar zijn om wat over Singapore te schrijven. Ik kan het in twee woorden samenvatten.
SINGAPORE SUCKS !

 

Een tussendoortje Singapore; zie dus "Singapore"

 

 Maleisisch Borneo

Zoals je bij Martine haar verslag van Singapore hebt kunt lezen, komen we na een hectische reisdag aan in Kuching, de hoofdstad van Serawak, Borneo. De taxichauffeur die ons van het vliegveld naar de stad brengt verteld ons direct wat we beslist moeten gaan zien en geeft ons een kaartje met daarop zijn telefoonnummer.
‘You call me and I’ll show you everything’.

Het is moordend heet als we de volgende dag de stad ingaan. We gaan naar de overkant van de rivier die Kuching in tweeën deelt om daar een paar Kampongs ( dorpen ) te bekijken. Wanneer we uit de ferry stappen stuiten we op een bruidspaar die daar net bezig is om de “mooiste dag van hun leven” op foto’s vast te leggen. Volgens ons zal er weinig komen van een hete spetterende huwelijksnacht. Het bruidje zal minstens drie dagen nodig hebben om al die make up van haar gezicht te bikken. Mijn God, het mens ziet eruit als een Aziatische barbiepop.
Even verderop hebben de gasten van het stel het eten net op want we zien naast de partytent die er staat minstens honderd vieze borden met aangekoekte etensresten op straat liggen.
Het is vandaag te heet om lekker te wandelen en we houden het al snel voor gezien en gaan terug richting het guesthouse om een siësta in te lasten. Voor we even gaan liggen gaan we nog even langs de supermarkt op de hoek. We vinden er een blok Goudse kaas en iets wat enigszins op bruinbrood lijkt. Martine is dolblij en ik kan, nadat we hebben betaald, haar nauwelijks bijbenen als we naar het guesthouse terug lopen. Het blok kaas en het brood zijn binnen een half uur op. De tosti’s die we er van hebben gemaakt smaakten heerlijk.

Wanneer we ’s avonds naar de nachtmarkt willen om te eten valt in guesthouse opeens al de stroom uit. Wanneer we in de taxi zitten blijkt niet alleen het guesthouse te zijn getroffen door een stroomstoring. De hele stad ligt plat. Op een paar plekken waar ze waarschijnlijk een aggregaat hebben staan zie je nog wat licht branden maar voor de rest is het één zwart gat.
‘Black-out, Total black-out’ zegt de taxichauffeur lachend tegen ons.
‘Whole city!!, Total black-out!!’.
We vragen nog of dit hier wel vaker gebeurt maar uit zijn reactie blijkt wel dat ook hij dit niet vaker heeft meegemaakt. Hij lijkt niet naar ons te luisteren en komt niet verder dan: ‘Whole city!! BLACK-OUT!!’.
De nachtmarkt doet op deze manier wel zijn naam eer aan. De marktkooplui zijn er overigens niet minder vrolijk onder.
‘Helloooooo my friend, where are you from’.
‘Holland, what do you sell’.
‘Euhh these are fish’.
‘Oh yeah now I smell it, I couldn’t see them’.
In het donker zie ik een wit gebit verschijnen en nadat de man heeft verteld hoe geweldig hij Nederland vindt en dat hij Amsterdam kent krijg ik een ferme handdruk en een compliment over mijn tattoo. Als even later het licht weer aangaat barst en een luid gejuich en geklap uit op de markt. Een half uur later zullen we echter weer in het donker lopen omdat het licht voor een tweede keer uitvalt. We zijn behoorlijk populair hier in Kuching. Tientallen keren per dag krijgen we positieve opmerkingen over onze tatoeages. Soms wordt er zelfs vanuit een auto of vanaf een scooter naar ons geroepen en op onze armen gewezen.
‘VERY GOOD !!’.

Het wordt weer eens tijd om wat aan onze conditie te doen. We gaan naar Bako National Park. Na een twee uur durende tocht met de bus en een boot arriveren we bij het park dat je volgens de mensen van het guesthouse beslist gezien moet hebben. Het park is eigenlijk te groot om in één dag te bekijken. We hebben nog geprobeerd om een slaapplek te krijgen maar het park zit bomvol. We moeten minstens zes dagen wachten voordat er weer een plek vrij komt. We hebben geen zin om zolang in Kuching te blijven en besluiten er toch maar een dagtocht van te maken.
Het is een prachtig stuk regenwoud waar we doorlopen. Eén van de mooiste die ik tot dusver heb gezien. Op een bord staat dat we rekening moeten houden dat we ongeveer drie en een half uur nodig zullen hebben voor de zes kilometer lange wandelroute.
‘Nou dat zullen we nog wel eens zien’.
Nou we hebben het gezien. Na precies drie en een half uur klimmen, klauteren en dalen kwamen we zeiknat van het zweet terug bij het beginpunt. Het enige minpunt is dat we geen dieren hebben gezien maar voor de rest was het een prachtige wandeling. Alleen bij de ingang van het park zien we wat wildlife. Het varken dat we daar zien is waarschijnlijk het lelijkste beest dat we deze hele trip zullen zien. We moesten twee keer kijken wat het was. Van een afstand leek het wel een miereneter maar het bleek toch echt een varken. Maar werkelijk, het beest zag er niet uit.
De apen die rond het restaurant lopen blijken slimme rovers. Eén gaat er met een blikje cola vandoor dat nog op een tafel staat en poseert al lurkend aan het blikje voor de fotograferende toeristen. Nee, dan zijn de Orang utans in het wildpark die we de volgende dag bekijken toch wat netter opgevoed. Ze blijven rustig op de voederplek zitten en komen niet bij ons in de buurt. Het park is de enige plek in Serawak waar je deze beesten in het wild kunt bekijken. Of je moet wel erg veel geluk hebben als je er één tegenkomt tijdens een jungletocht.
Het park is ongeveer 600 hectare groot. Een groep van 24 apen leven hier in het wild maar weten precies wanneer er een mannetje met fruit langskomt om deze te legen op een groot platform midden in de jungle. De beesten zijn al helemaal gewend aan de mensen die het park runnen en weten precies wat van ze verlangd wordt. Een oppasser zegt ons dat we moeten oppassen omdat er zo twee apen langs ons komen lopen om naar de overkant van de weg te gaan waar ook een kleine voerplek is. En verdomt, twee tellen later lopen moeder en jong langs ons en klimmen aan de overkant in een boom. Maak van dat "in het wild" dus maar "half wild."
Morgen trekken we weer verder. Niet per bus of vliegtuig maar per boot gaan we naar Belaga. Het eerste stuk over zee en daarna over de rivier door de jungle. Het zal twee dagen duren voor we onze bestemming hebben bereikt.


Het laatste beetje Sarawak

 

Na een tocht van negen uur over zee en de rivier komen we aan het eind van de middag aan in het dorpje Kapit. De eerste drie hotels die we aandoen zijn vol. Ik begin hem even te knijpen. In Kuching is ons geadviseerd om hotels te bespreken omdat er veel vol zouden zitten in de plekken waar we de komende tijd naar toe gaan. We vinden gelukkig toch een kamer. Wat heet, het is de grootste en schoonste kamer die we in tijden hebben gehad. Er staat zelfs een tv waarop ik nog wat flitsen van de Olympische Spelen kan zien. We zijn van plan om de volgende ochtend al weer richting Belaga te vertrekken dus erg lang kunnen we er niet van genieten.
Volgens de Lonely Planet vertrekt de boot elke ochtend om negen uur. Volgens de twee jongens van het hotel vertrekt er echter ook één om elf uur. Mooi zo, we hoeven dus geen wekker te zetten. Als we de volgende ochtend bij de aanlegsteiger staan blijkt er inderdaad een boot om elf uur te vertrekken. Hij gaat alleen de verkeerde kant op. De boot naar Belaga is al twee uur weg en het was de enige boot die dagelijks die kant op gaat. We slenteren maar weer terug richting het hotel en melden ons weer bij de balie. Tegenover de twee jongens doe ik alsof het een drama is dat we de boot hebben gemist en zeg ze dat we nu wel even iets met de prijs van de kamer moeten regelen. Ze beginnen echter direct te lachen en een korting zit er niet in volgens hen. ‘Dat is ook een manier om aan klanten te komen’ lacht Martine en we betrekken opnieuw onze luxe schone kamer.
Gisteren had ik al gezien dat het hotel ook draadloze internet verbinding heeft. Omdat we hier toch nog een hele dag zitten besluiten we het te nemen en ik vraag de jongens het password.

‘The way you love me’.

‘Excuse me?’.

‘The way you love me!’.

Ik denk even dat ik in natura moet betalen om gebruik te kunnen maken van het internet. Eén van de jongens pakt een briefje en schrijft er wat op en geeft het aan me. Thewayuloveme lees ik.

‘Is password’ zegt de jongen lachend.

Voor we verder kunnen reizen moeten we nog een briefje halen bij een overheidsinstantie. We dachten dat het gebouw vlak bij de aanlegsteiger zou staan maar het blijkt te zijn verhuist. Het staat nu ongeveer drie kilometer buiten het dorp, op een plek waar ze een hele nieuwe stad lijken te bouwen. We zouden gisteren dus in geen geval verder hebben kunnen reizen. Ook niet met de boot van elf uur als deze wel was gegaan. Het is wel een wat vreemd gezicht wanneer je midden in de jungle opeens allemaal moderne rijtjeshuizen ziet staan en een hypermodern kantoor.
Samen met Mariusz, een Poolse jongen die samen met zijn vriendin Ewerlina door Azië reist, lopen we ernaar toe. Als we ons bij de balie melden blijkt dat we direct rechtsomkeert kunnen maken en later die dag nog eens terug kunnen komen. We zijn de paspoorten vergeten en onze paspoortnummers zijn toch echt nodig volgens de vriendelijke mevrouw. We hebben al snel een lift terug te pakken. Een man is wel bereid om ons in het dorp af te zetten. Dat scheelt ons weer een flinke wandeling in de intussen moordende hitte.

<;p style="margin: 0cm 0cm 0pt" class="MsoNormal">‘Thirty Ringit’ zegt de taxichauffeur als we later die middag informeren naar de prijs om ons weer naar het kantoor te brengen. In geen dertig jaar zeggen we tegen elkaar en we besluiten de duim weer op te steken. Bij de derde auto is het al bingo. Voor acht Ringit is de man wel bereid om ons heen en weer te rijden. Met het benodigde briefje op zak staan we de volgende dag even voor negenen op de steiger en trekken we verderde jungle in op weg naar Belaga. 


Belaga

 

Volgens de Lonely Planet is Daniel’s Corner de plek in Belaga om een tour te regelen. Op naar Mr. Daniël dus. We zijn met zeven personen. Daniël verzekerd ons dat hij een goede trip voor ons in elkaar zal draaien voor de inmiddels bekende ‘very good price’. Daniël legt zijn dikke buik even goed en pakt pen en papier. Vervolgens schrijft hij precies op wat we de komende drie dagen kunnen verwachten. Wanneer dit is gebeurd, is het eerst tijd om te drinken voordat er over geld wordt gesproken volgens Daniel. De zelfgebrouwde rijstwijn komt op tafel en enthousiast schenk Daniël de glazen vol. Het is even wennen maar na een paar glazen is de rijstwijn prima te pruimen.

‘Now I show de the school’ zegt Daniël als de wasverzachterfles leeg is en we lopen met hem mee naar de school die aan de rand van het dorp blijkt te staan. Onderweg loopt Daniël al rond alsof h j de burgermeest van Belaga is. Hij loopt naar mensen te zwaaien en roept tegen iedereen vriendelijk ‘Hello’. Op de school is het al niet anders. Daniël is schoolmeester geweest en ik ben blij dat ik niet bij hem in de klas heb gezeten. De manier waarop hij mensen benaderd staat me vanaf het eerste moment al tegen en ik krijg het idee dat ook lang niet iedereen hem zo aardig vindt als dat hij ons wil doen geloven.
De kinderen in de klas die we bezoeken zijn ongeveer een jaar of vijftien. De meisjes zijn niet anders als waar dan ook op deze leeftijd. Ze lachen en giechelen de hele tijd. De jongens zijn beleefd maar als we de klas uitlopen en ik nog even door het raam naar binnen kijk zie ik ze elkaar stoer op de schouders slaan. In een andere klas teken ik zo goed als ik kan een kaart van Europa op het bord en krijgen de kinderen een spoedcursus aardrijkskunde van Daniël. De meeste landen weten ze wel te vinden op de kaart. Er is even twijfel bij Polen maar een jongen weet el te vertellen dat de voetbalkeeper Dudek daar vandaan komt. De Europese voetballers zijn ook hier razend populair. Onder de glazen plaat op de schooltafels zijn voornamelijk afbeeldingen van Ranaldo, Gerrard, Van Persie, Henry en Torres te zien.
Wanneer we terug zijn in Daniel’s Corner is het tijd om te onderhandelen. De 400 Ringit die hij eerst vraagt wordt door de andere twee stellen die low, low budget rondreizen direct van tafel geveegd. Na wat heen en weer gelul komen we uit op 280 Ringit voor twee dagen en één nacht.

 

De eerste dag gaan we per boot de rivier op om onderweg een paar longhouses te bekijken. Longhouses zijn één van de toeristische trekpleisters van Borneo. Het zijn gebouwen van soms wel een paar honderd meter lang waar families in een hechte gemeenschap leven. Ooms, tantes broers en zussen, alles leeft bij elkaar in één lang rijtjeshuis. Ieder gezin heeft wel een eigen huis maar dat is in de meeste gevallen een leeg hok. Soms is er nog geen tafel of stoel te vinden en lijkt het meer op een danszaal dan op een woonkamer. Het leven speelt zich vooral af op de veranda voor het huis. Er zijn maar een handjevol mensen aanwezig  de het longhouses waar we komen. De meeste mensen zijn op het land aan het werk om de rijst te planten. De bezoeken stellen dus ook niet zo erg veel voor.
Ik begin me steeds meer te ergeren aan Daniël die zich voor mijn gevoel als een landheer gedraagt die zijn slaven commandeert. Hij geeft de kinderen wat koekjes en duwt af en toe een bewoner wat geld in hun handen. De manier waarop dit gebeurd komt op mij behoorlijk lomp en kleinerend over. Als ik de reacties van de mensen goed heb ingeschat zijn sommigen van hen ook helemaal niet blij met zijn en onze komst en ik begin me steeds ongemakkelijker te voelen.
De lompheid van de man komt bij de lunch nog maar weer eens goed aan het licht. Na iedereen wat rijst te hebben gegeven, gooit hij zijn eigen bord bomvol en pakt grote scheppen van het vlees en de groenten. Nog nooit eerder heb ik iemand zo onsmakelijk en goor horen en zien eten als Daniël. Na het eten en voordat we terug gaan in de boot zegt hij dat de dames, als ze moeten, nu maar even naar het toilet moeten gaan

‘For us men is no problem, we can take our cock out and spray’.

‘…………….’. We kijken elkaar maar zwijgend aan. Daniël denkt dat we hem niet hebben begrepen en herhaalt het nog een keer maar ook nu krijgt hij geen reactie. Ik begin dan al een behoorlijke hekel aan hem te krijgen. Voor de lunch heeft de motor van de boot het begeven en met een veel kleinere tuffen we terug richting Belaga.
De “Crystal clear lake”, de volgende attractie, blijkt een troebele poel net buiten het dorp waar we het na een half uur voor gezien houden en richting het longhouse gaan waar we zullen overnachten. Daniël heeft voor de trip gezegd dat we in het longhouse samen met de bewoners een gezellige avond konden verwachten met traditionele zang en dans en de zelfgebrouwde rijstwijn.
Wanneer we daar aankomen, speelt hij weer voor Sinterklaas en geeft de kinderen wat koekjes. Ik zie dat hij één van de vrouwen 50 Ringit (€10) in de handen stopt en dit blijkt ze te moeten delen met de andere twee families waar we overnachten. Daniël gaat er vervolgens vandoor en wij zitten buiten het longhouse in afwachting van wat er komen gaat. De bewoners laten zich echter nauwelijks zien. Ze zijn erg verlegen, spreken bijna geen woord Engels en lijken zich erg ongemakkelijk te voelen bij ons bezoek. Er zijn alleen een paar kleine kinderen die bij ons komen zitten. Die zijn echter zo druk en zijn zo aan het schreeuwen dat we nauwelijks met elkaar kunnen praten.
Ik voel me totaal niet op mijn gemak en weet het dan zeker. Die Daniël met zijn mooie praatjes is een vuile oplichter die waardeloze tours verkoopt en de bevolking met een klein beetje geld, wat ze erg goed kunnen gebruiken en waarschijnlijk de enige reden is dat we kunnen blijven slapen, afscheept. In plaats van een gezamenlijke maaltijd eten we allemaal apart bij de familie waar we ook overnachten. De familie heeft dan allang gegeten en Martine en ik zitten met zijn tweeën in de verder totaal lege kamer aan een tafeltje en worden bediend door de oudere verlegen vrouw. Het is zo’n  verschrikkelijke rare, nare situatie dat ik het liefst direct was vertrokken. De traditionele zang en dans zien we op een mobiele telefoon van een meisje die ook nog wat Engels spreekt.
Later die avond krijgen we van een vrouw nog een ‘beetlenut’ aangeboden. Dit is een noot die in een blad wordt gewikkeld en hier volop wordt gegeten. Buiten een erg slecht en rood gebit schijnt het dat je er wat stoned van wordt. Stoned ben ik er helaas niet van geworden. Na tien seconden heb ik het ding alweer uitgespuugd. Het is zo verschrikkelijk goor. Ik ben blij dat het bedtijd is en dat we kunnen gaan slapen. Het matrasje waarop we slapen is ongeveer twee centimeter dik en een kussen is niet aanwezig. Gelukkig blijkt er op de zolder nog een oude stoel te staan met daarop een oud los en hard kussen die ik onder mijn hoofd kan leggen. Anders had ik waarschijnlijk geen oog dicht gedaan die nacht.

 

Om te proberen Daniël iets duidelijk te maken, en ik totaal geen zin heb om nog een dag met die man op te trekken besluit ik om de tweede dag te laten schieten. Wanneer ik tegen hem zeg dat ik de tour waardeloos vind en afhaak is zijn enige reactie

‘Okay’. En gaat verder met zijn verhaal tegen de anderen. Voor mij is de reactie alleszeggend. Hij heeft zijn poen binnen en het kan hem niets schelen wat wij van de tour vinden. Ik heb helemaal geen zin om nog te proberen om geld van die lul terug te krijgen. Van mij mag hij die paar rotcenten houden. Ik hoop dat hij stikt in een kippenbotje als hij van mijn geld een maaltijd koopt. Het is echt zo’n ongelofelijke hufter dat ik er aan zit te denken om de Lonely Planet een mail te sturen in de hoop dat ze hem in de volgende uitgave niet meer zullen vermelden.
Martine die eerst nog wel mee wil met de jungle trek besluit bij mij te blijven. Achteraf een goede keus want we horen later van de anderen dat het een erg zware tocht was en waarschijnlijk had Martine daarna erg veel last gehad van haar heup. Belaga vergeten we dus maar gauw en we gaan door.

 

Miri & Gunung Mulu National Park

 

Samen met Mariusz en Ewerlina, waar het goed mee klikt, komen we aan in Miri, een redelijk grote stad in het noorden van Sarawak. We regelen snel een vlucht naar Gunung Mulu National Park. Weer blijkt dat een kamer boeken voor een National Park hier echt nodig is. We kunnen pas drie dagen later een kamer krijgen in het NP en alleen maar voor twee dagen. Daarna zijn ze weer helemaal volgeboekt.
In Miri zelf is niet zo gek veel te zien. Het is een kustplaats. In het weekend zijn de bewoners voornamelijk op één van de twee stranden te vinden om af te koelen. Wanneer wij er zijn op een doordeweekse dag hebben we de zee voor ons zelf. Ongeveer dertig kilometer buiten de stad is nog een National Park waar we een kleine tocht maken door het regenwoud maar het grootste gedeelte van de dag zijn we bij de waterval om wat te zwemmen en Skip-Bo te spelen met Mariusz en Ewerlina.  
 

Het is niet de imam die er deze keer voor zorgt dat ik al om vijf uur wakker ben maar het is de jeuk van de muggenbulten. In het regenwoud, waar je zou denken dat je er meer last van zou hebben, gaat het nog wel maar zo gauw we in een stad zijn kan ik er op wachten. Binnen een dag ben ik lek geprikt door de kleine monsters. Het is opvallend dat mijn bovenarmen en handen elke keer de favoriete plek van de beesten blijken te zijn. Alleen op mijn linkerhand tel ik al 41 bulten en bultjes. Ik ben niet verder gegaan met tellen maar volgens mij zijn het er in totaal wel meer dan 150 die over mijn hele lichaam zitten en af en toe word ik er helemaal gek van. Het is zo erg dat zelfs Martine het niet meer normaal vindt. Gelukkig hebben ze mijn gezicht met rust gelaten anders zou ik me echt Quasimodo voelen.

Om acht uur, ik heb geen oog meer dicht gedaan, is het tijd om afscheid te nemen van Mariusz en Ewerlina. Een taxi brengt ons naar het vliegveld. Het duurt maar een half uur om bij het Gunung Mulu NP te  komen. Een tocht over land zou ons echter een hele dag kosten en het zou aanzienlijk meer geld hebben gekost.
Het Gunung Mulu NP is het bekendste park van Serawak. Een “must see” als je hier bent. Grote trekpleister zijn de Pinnacles, een groep limestone pieken van meer dan vijftig meter groot. Wat er zo speciaal aan is en of ze in deze grote alleen hier voorkomen weet ik niet maar op de foto’s in de reisgids ziet het er wel fotogeniek uit. Wij zullen de Pinnacles alleen op de foto zien. Het verblijf in het park is te kort om de driedaagse tocht naar de plek te ondernemen. Maar er is meer te zien in Gunung Mulu. Er zijn een aantal grotten die we gaan bekijken. En de bewoners van Serawak vertellen met trots dat sommige grotten de grootste zijn van heel ZO-Azië.
Het eten, drinken en verblijf in Gunung Mulu is ongeveer drie keer duurder dan in de rest van het land. Je zit hier zo afgelegen dat je het maar voor lief hebt te nemen. De kamer kost ons bijvoorbeeld 125 Ringit. Als we de deur van onze kamer openen  begrijpen we direct waarom het zoveel moet kosten. Tijdens de hele trip hebben we nog niet zo’n luxe kamer gehad. De kamer is eigenlijk berekend op drie personen. Er staat een één en twee persoonsbed en dan is er nog ruimte genoeg om de tango te dansen. In de badkamer zijn twee wastafels, twee douches en een toilet. En alles is brandschoon. Heerlijk!
In het park hoef je niet bang te zijn dat je schoenen vies worden want de paden zijn gemaakt van houten planken die ongeveer twintig centimeter boven het gras liggen. Om niet teveel tijd te verliezen gaan we na de lunch direct mee met een gids die ons zal begeleiden naar de langcave en de deercave. We lopen het park uit en ik verwacht dat we enkele ogenblikken later de modderpaden wel zullen betreden richting de grotten. Het is een behoorlijke teleurstelling als we merken dat alle wandeltochten in het park over houten vlonders gaan. Okay, het loopt een stuk makkelijker als op een glibberig modderpad maar dit is allemaal wel erg kunstmatig. Het geeft ons een heel erg Centre Parks gevoel. Het is ons toeristen zo makkelijk mogelijk gemaakt. Alleen het zwembad ontbreekt. Jammer dat ze zoiets moois als de grotten en de natuur in het park op een zo’n foute manier hebben weten te verpesten voor waarschijnlijk de meest idiote reden die er bestaat. Geld.
Het is niet zo dat we alles wat toeristisch is verafschuwen. Integendeel. Vaak zijn er op die plekken juist mooie, speciale dingen te zien. Ik heb een pesthekel aan mensen die alles wat toeristisch is bij voorbaat met de grond gelijk maken. Als je rondreist zoals wij dat doen dan kom je regelmatig van dat soort types tegen. Ik denk dan vaak:’Rot op en ga in de Sahara happy zitten wezen.’ Maar wat ze van Gunung Mulu hebben gemaakt is fouter dan fout. In de grotten is het al niet anders.  Niks klauteren over rotsen met een zaklamp op je kop maar keurig achter elkaar aan over hetzelfde houten pad. We kijken elkaar aan en zeggen niets maar we denken hetzelfde. Niet echt ons ding. De grotten zelf zijn gelukkig wel de moeite om te bekijken. Ze zijn zo verschrikkelijk groot dat je je in een grote kathedraal waant. In plaats van iconen en andere religieuze afbeeldingen worden we omringd door stalactieten en stalagmieten van soms wel meer dan tien meter hoog. 150 meter boven ons zijn grote zwarte vlekken te zien die een zacht krijsend geluid maken. Ongeveer drie miljoen vleermuizen wonen er in de grot. Op een informatiebord lees ik dat ze elk ongeveer vijf gram aan vliegjes en insecten per dag eten. Ik stel Martine voor om de nacht in de grot door te brengen. ‘Geen mug die het in zijn kop haalt om hier binnen te komen.’ Als we even later de stront ruiken van de vleermuizen kies ik toch maar voor de kans op nog een paar bulten. Mozes kriebel wat een stank. Ik kan je verzekeren, batshit is badshit.
Na de tour zitten we met vijftig andere toeristen in een restaurantje, met uitzicht op de ingang van de grot, te wachten op het moment dat de vleermuizen zullen gaan eten. Bijna elke dag tussen vijf en zes uur kun je een zwarte vliegende wolk van vleermuizen verwachten. Waarschijnlijk zitten de vleermuizen op een gezamenlijk dieet want ze laten zich niet zien vandaag. Om half zeven geeft ook onze gids het op. Het begint al donker te worden en we lopen terug naar de bungalows. Onderweg luisteren we naar een concert van honderden kikkers die ons vanuit het regenwoud toezingen en aan het volume te horen zijn het joekels. Kleine vuurvliegjes lijken op de maat van “de muziek” rond te dansen tussen de hoge bomen en vochtige struiken. Sommige dingen kun je gelukkig niet veranderen.

 

 

Happy Birthday 

 

‘Lady’s and gentlemen this is a special announcement.’

Sommige mensen kijken op naar de stewardess die met de microfoon in haar handen staat.

‘Mr. Eddy is asking for your attention. Ms Martine, who is sitting on place 4f celebraties her birthday today and Mr. Eddy would ask you to sing Happy Birthday for her.’

Mensen kijken rond waar de jarige zit en ik wijs op Martine en zet het lied in. Ongeveer vijftig andere reizigers beginnen lachend mee te zingen. Martine had al een vermoeden dat er wat stond te gebeuren toen ze mij met de stewardess zag praten en het woord birthday hoorde vallen. Ze dacht dat de piloot om zou roepen dat het vandaag haar verjaardag is maar ze had nooit gedacht dat ze in een vliegtuig vol mensen zou worden toegezongen ergens boven Maleisië. De rugzak zit vol dus ik moest maar wat anders verzinnen om Martine te verassen. En verrast is ze. Met een rood hoofd en tranen in de ogen van het lachen, bedankt ze de mensen in het vliegtuig.

We hebben maar een planning gemaakt voor de komende tijd. We komen er niet onderuit. Om zeker te zijn dat we op bepaalde plekken een slaapplek hebben zullen we de kamers van te voren moeten boeken. We zullen via Brunei naar Sabah gaan waar we ongeveer twee weken zullen blijven. Daarna zullen we Maleisië voor gezien houden en richting Thailand gaan.

We hebben wat technische problemen met het plaatsen van de foto’s. Deze worden waarschijnlijk deze week opgelost en hopelijk kunnen we ze dan plaatsen op de site.

 

 

Een tussendoortje naar Brunei; zie dus "Brunei" 

 

Sabah

Moe van een lange reisdag komen we aan in Kota Kinabalu, de hoofdstad van de staat Sabah. Na één pilsje bij het eten vallen mijn ogen bijna dicht en we gaan vroeg naar bed. Morgen is het alweer vroeg dag. Om negen uur staat de bus voor de deur die ons naar de rivier zal brengen waar we zullen gaan raften.
Na nog wat andere toeristen te hebben opgepikt bij één van de vele dure ressorts in KK is het nog anderhalf uur naar de rivier. We hebben gekozen voor een rafttocht in de klasse 1 & 2. De klasse voor watjes en beginners. Na een korte uitleg gaan we de rivier op met nog ongeveer tien andere boten. Eerst is de rivier nog redelijk rustig maar het duurt niet lang voordat de eerste schuimkoppen zich melden. Af en toe zitten er behoorlijke ruwe stukken in maar over het algemeen is de acht kilometer lange tocht prima te doen. De rustige stukken zijn echter niet saai. Op het water schieten schaatsenrijdiertjes heen en weer die, zo het zich laat aanzien, aan het jagen zijn want af en toe zie ik er één onderwater duiken naar iets onzichtbaars om daarna weer boven te komen en verder te “schaatsen”.

We hebben gehoord dat je in Nepal ook fantastische rafttochten kunt maken en besluiten om daar voor een wildere tocht te gaan. Na de uitgebreide lunch gaan we terug naar KK. We moeten nog een aantal dingen regelen. De e-mails die we naar een guesthouse op het eiland Mabul hebben gestuurd zijn niet beantwoord en morgen is de vlucht al richting Tawau. De vrouw van het guesthouse in KK heeft, op ons verzoek, ook nog even rondgevraagd en heeft wat in de aanbieding. We kunnen twee dagen en één nacht op het eiland blijven. En dan zit er ook een duik bij in begrepen bij het eiland Sipadan.
‘En Pierre wat gaat ze dat kosten’ hoor ik in mijn gedachten Willem Ruis roepen en ik hoop op, de altijd zo enthousiast ontvangen, Nulllll gulden. Maar dan wordt ik ruw in mijn droom gestoord.
‘That will cost you 750 Ringit’ hoor ik de vrouw zeggen
‘WHAT?’
‘750…….Per person.’ (€150 p.p.)
Ik wil de Lonely Planet pakken om te kijken of bij het hoofdstukje “Language” ook: “Ben je helemaal van de pot gerukt” vertaald staat maar laat het maar wezen. Dat is dan fijn geregeld. Morgen om 9.20 uur vertrekt ons vliegtuig en wij hebben nog geen slaapplek kunnen regelen op een eiland waar we willen gaan duiken. Ik laat het niet zo merken naar Martine toe maar ik ben bang dat het duiken op Sabah wel eens in het water zou kunnen vallen.

 

 

Mabul

 

Vanaf het vliegveld in Tawau is het nog anderhalf uur met een busje naar Semporna, de plaats waarvandaan de boten naar Mabul vertrekken. Semporna is een stadje van niks. De vlucht terug naar KK is over zes dagen en ik doe een schietgebedje dat we die zes dagen niet hier hoeven doorbrengen. We lopen het kantoor binnen van Uncle Chang. Toen we ze eergisteren belden was het guesthouse op het eiland volgeboekt en we hopen op een afzegging. En we hebben mazzel. We kunnen de volgende dag een kamer krijgen voor twee nachten en er is zelfs nog plek in groep die morgen drie duiken gaan maken rond Mabul.

We staan versteld van de prijzen die ze hier in Semporna vragen. In positieve zin wel te verstaan. In Semporna verblijven we in een hotel dat zo luxe is dat, wanneer we binnen komen, we een prijs van minimaal 500 Ringit verwachten. Een kamer kost echter slechts 100 Ringit. Elk personeelslid die we tegenkomen legt zijn of haar hand op het hart en groet ons vriendelijk. Het hotel heeft zelfs een zwembad op het dak met een uitzicht over de zee en de haven. We weten niet hoe snel we onze zwemkleding moeten pakken en we liggen de hele middag in het water en laten ons bedienen door de “poolservice.”

Een verblijf op het eiland Mabul bij Uncle Chang is een nog betere deal. Voor 50 Ringit p.p. heb je er een kamer. Een hok met triplex wanden van vier bij drie meter met daarin een bed en een ventilator. De kamers zijn op palen gebouwd die in de zee staan. Vanuit het kleine raampje zie je de vissen zwemmen en de zeesterren op de bodem liggen. En bij de prijs zijn ook nog eens drie maaltijden per dag inbegrepen. En dat op ongeveer het meest toeristische eiland van Sabah.
Voor een verblijf in het super de luxe ressort aan de andere kant van het eiland, met de paalwoningen die je in de reisgidsen ziet staan, betaal je € 280, - per dag en dan moet je ook nog eens je eten kopen. Bij Uncle Chang is het ook nog eens supergezellig. Alle gasten zitten ’s avonds op het platform bij de receptie met uitzicht op de azuurblauwe zee. We hebben dus zo contact met andere reizigers waarmee we ervaringen uitwisselen.
Het merendeel van de gasten komt hier maar voor één ding en dat is duiken. Mabul, maar vooral het kleine eilandje Sipadan dat op een half uurtje varen ligt is “the place to be” wat duiken betreft. Vraag een willekeurige duiker naar zijn top 10 van mooiste duikplekken en de kans is groot dat Sipadan erop staat. De plek is zo populair dat sommige mensen een jaar van te voren al een plaatsje reserveren.
Wij laten ons op de wachtlijst zetten voor Sipadan en ik doe maar weer een schietgebedje want we willen er dolgraag naartoe. Maar eerst is het genieten van de onderwaterwereld rond Mabul en die is ook prachtig! Als we tijdens de eerste duik afzakken naar ongeveer twintig meter weten we echter niet wat ons overkomt. De stroming onderwater is zo sterk dat we de grootste moeite hebben om ons goed door het water te bewegen. Het koraalrif lijkt aan ons voorbij te schieten en het is moeilijk om op een plek stil te blijven liggen om de kleinere diertjes en koraal goed te bekijken. Gelukkig is er nog genoeg ander moois te zien zoals zeeschildpadden, haaien en mijn favoriete Bumphead Parrot vis.
Tijdens de tweede duik zien we een schildpad die zo groot is dat ik eerst niet geloof dat hij echt is. Alleen het schild is al ongeveer anderhalve meter groot. Hij ligt doodstil op de bodem van de zee en ik denk dat het een goed gemaakte nep schildpad is die er voor de toeristen is neergelegd. Later verteld onze duikmaster dat het beest lag te slapen en ze verteld lachend dat het echt geen nep schildpad was. De sterke stroming en het feit dat we nog beginners zijn en dit nog niet eerder hebben meegemaakt zorgt ervoor dat de eerste duik slecht een kleine twintig minuten duurt. De duiken erna zijn we erop voorbereid en liggen we bijna een uur in het water.

‘Ssstt’ zegt Martine als ze terug komt gelopen van de receptie.
‘We moeten tegen de andere gasten zeggen dat we het al een tijd geleden hebben besproken’ en ze steekt beide handen in de lucht.
‘Morgen gaan we naar Sipadan!’
Ik kan bijna niet geloven hoeveel geluk we de laatste dagen hebben gehad. Eerst met het verblijf bij Uncle Chang en nu gaan we ook nog eens drie duiken maken bij Sipadan.
Kan het mooier?
Ja, dat kan!
Als ik na de tweede nacht ’s ochtends bij de receptie vraag of we nog wat langer kunnen blijven en we desnoods op een matras op het platform gaan liggen, als dat voor hen geen probleem is, blijkt dat ze nog een leegstaand hok te hebben. Er worden twee matrassen op de grond gelegd en we betalen nog eens voor twee nachten.
 

 

Super Sipadan 

 

‘Daar!’ roept Martine.
‘Een schildpad. En daar nog één, en daar. En we liggen nog niet eens in het water.’
We weten niet wat we zien als we aanmeren bij de steiger op Sipadan. Schildpadden en honderden grote en kleine vissen in de meest waanzinnige kleuren. Ik kan niet wachten om het water in te gaan.
De eerste duik is bij Barracuda point. De plek doet zijn naam eer aan. We liggen ongeveer vijf minuten in het water wanneer een school van een paar honderd barracuda’s boven ons komt zwemmen. De beesten zijn ruim een meter groot en de school lijkt wel een grote zilveren wolk die boven ons zweeft. Voor we de barracuda’s zien hebben we al een aantal schildpadden en een grote groep haaien gezien. Het eiland is sinds een paar jaar een beschermt gebied. Per dag worden er maar een aantal toeristen toegelaten. Vandaar dat het verstandig is om een plek te reserveren wanneer je hier wilt duiken. De zee is er in de jaren ervoor behoorlijk leeggeroofd. Veel koraal kwam in de souvenirshops terecht. Er is nog steeds veel mooi koraal te zien maar veel duikers komen hier voornamelijk voor de vele variëteit aan grote vissen en de vele zeeschildpadden. Het is niet normaal hoeveel we er zien zwemmen. Voor mij is Sipadan dan ook een hemel onder water.
Het mooiste duikmoment, tot nu toe, had ik tijdens de derde duik. Op een gegeven moment zie ik schuin onder me een schildpad zwemmen. Wanneer ik me iets laat afzakken om het dier wat beter te kunnen bekijken verwacht ik dat hij wel weg zal zwemmen als ik te dicht bij hem in de buurt kom maar dat blijkt niet het geval. Met de schildpad naast me op een meter afstand zwem ik ongeveer vijf minuten met het dier langs het rif. Af en toe draait hij zijn kop naar me toe en lijkt het alsof hij mij aan het bekijken is. Martine geeft me het “okay” teken wanneer ik haar aankijk. Ik weet niet wat het teken voor waanzinnig is en draai maar met mijn vinger langs de zijkant van mijn hoofd. Gekkenhuis!! Aan de pretogen van Martine te zien begrijpt ze wat ik bedoel. Pas als we naar boven gaan zwemt het dier langzaam bij me weg. Deze duik zal ik niet snel vergeten.

Om de walvishaai te bekijken, die hoog op mijn verlanglijstje staat, is het helaas het verkeerde seizoen. Je kunt ook niet alles hebben. De kans is groot dat ik die nog wel in Thailand te zien krijg. Van een duikinstructeur krijgen we de tip om naar de Similan eilanden te gaan. Daar zijn ze met grote regelmaat te zien. Net als de Mantrarog die op nummer één van het lijstje staat.

Twee weken geleden was het zoontje van Uncle Chang jarig en dat wordt nog maar eens gevierd. De Filippijnse rum is vanavond gratis en de tafels worden vol gezet met de flessen. De band, die hier elke avond speelt, zet Happy Birthday in en het joch wordt nogmaals door iedereen toegezongen. In tegenstelling tot gisteren, toen de drummer van de band op een eigengemaakt drumstel speelde, staat er nu een echt drumstel. De muziek blijft echter zo vals als een kraai. But who cares. Na een paar glazen cola-rum en wat bier is er geen hond die daar nog op let en al gauw staat de dansvloer vol.
De volgende dag is het Onafhankelijkheidsdag en is er weer gratis rum voor iedereen. Behalve voor mij. Ik lig de halve dag met een grote kater op bed en blijf ’s avonds op de kamer om dit verhaal te schrijven. Het is een geweldige tijd bij Uncle Chang en kan iedereen aanraden om er naartoe te gaan. Voor een prikkie kun je hier je duikbrevet halen en op de meest waanzinnige plekken duiken. En bij Uncle Chang is het iedere avond feest. Het zou me niet verbazen als het hier tien keer per jaar Onafhankelijkheidsdag is.
We genieten nog twee dagen van het eiland en van Uncle Chang. Wanneer we vertrekken worden we toegezongen en uitgezwaaid door het personeel en de gasten.

 

 

 

 

Mount Kinabalu 4095.2 meter. Foto genomen vanuit het vliegtuig. 

 

 

Mount Kinabalu

 

Toen we met het vliegtuig van KK naar Tawau vlogen, zagen we hem al hoog boven de wolken uitsteken. Groots en indrukwekkend is Mount Kinabalu wanneer je vanaf de grond naar hem kijkt. Met 4095.2 meter is het de hoogste berg van ZO Azië en wij hebben besloten naar de top te lopen. De dag voor we gaan spreken we iemand in ons guesthouse die, zo te zien, net de tocht heeft gemaakt want hij kan nauwelijks lopen.
‘And? How was it’ vraag ik.
‘It’s worth it man, it sure is!’ antwoord hij en strompelt verder.

Na een busrit van anderhalf uur staan we de volgende dag al om acht uur bij het startpunt op ongeveer 1600 meter. Na het nodige papierwerk te hebben ingevuld en een stevig ontbijt vertrekken we om half tien met nog acht andere mensen en beginnen we aan deze barre tocht. We zullen vandaag naar Laban Rata lopen, het guesthouse dat op 3272 meter hoogte ligt en waar we zullen overnachten.
‘It’s only 6 km to Laban Rata’ zegt onze gids met een grote lach op zijn gezicht.
Okay, Lets go.’
Het eerste stuk gaat door het regenwoud en gaat erg steil omhoog. Af en toe zijn er wat trappen gemaakt. De treden liggen af en toe echter zo ver uit elkaar dat het er niet echt gemakkelijker op wordt. Binnen een half uur is mijn rug al zeiknat van het zweet en beginnen we de benen al te voelen. Het eerste rustpunt bereiken we na een uur klimmen. Daar zien we ook een bordje staan waarop staat dat we nog maar één kilometer hebben gelopen. We kijken elkaar aan en iedereen lijkt hetzelfde te denken. Mijn hemel, nog vijf te gaan. Na elke kilometer staat er een huisje waar je even uit kunt rusten. En geloof me, dat wil je na een uur klimmen.
Ik denk terug aan de wandeltocht in Mongolië waar ik helemaal stuk ging. Vergeleken met Mount Kinabalu was dat echter maar een molshoop. Na vier uur gaan we lunchen. Ik heb voor de zekerheid maar wat musli-repen meegenomen. Ik had verwacht dat de lunchboxjes, die we zoals afgesproken mee zouden krijgen, niet zoveel voor zouden stellen. Maar dit blijkt niet het geval. De zes boterhammen, twee mini loempia’s, kippenpoot, appel en het blikje 7-up zijn in no-time naar binnen gewerkt. Alleen het hardgekookt ei kan er niet meer bij. Het eten is, zoals ook later zal blijken, tijdens deze tocht prima voor elkaar.

Langzaam verandert het landschap. Het regenwoud heeft plaatsgemaakt voor wat lagere bebossing. De eerste wolken waar we doorheen moeten lopen melden zich en het wordt stukken kouder. Ik haal de jas tevoorschijn die ik al maanden niet meer heb aan gehad en doe hem aan. Dat is weer even wennen. De mist in het landschap is betoverend mooi. Ondanks dat we al behoorlijk stuk zitten kunnen we er gelukkig nog van genieten.
Na zes uur klimmen bereiken we dan eindelijk Laban Rata. De berg achter het guesthouse is niet te zien omdat de hele omgeving in een dikke mist geneveld is. Ik zit net achter mijn koffie en zie door het raam dat de mist plotseling totaal is verdwenen en ik een prachtig uitzicht heb op het dal ver beneden ons. De mist komt en gaat hier zo snel. Het ene moment zie je geen hand voor ogen en het andere moment is het kraakhelder. Snel drink ik mijn koffie op en loop ik met mijn camera naar buiten waar ik prachtige plaatjes schiet van de berg en de zonsondergang.
Het diner is perfect. Veel groenten, veel vlees en veel desserts. Een tocht naar de top van Mount Kinabalu kost ongeveer 400 Ringit (€80) p.p. maar dan is alles ook prima geregeld.
Sesamstraat is afgelopen dus is het tijd om naar bed te gaan. Het is net acht uur geweest als we onder de wol kruipen. We zijn kapot maar dat is niet de belangrijkste reden dat we al zo vroeg naar bed gaan. Om twee uur zal de wekker gaan en een half uurtje later zullen we beginnen aan de laatste twee kilometer naar de top van Mount Kinabalu. Het slapen valt niet mee. Ik weet niet of het een combinatie is van de vermoeidheid en de ijlere lucht op 3200 meter maar net wanneer het lijkt dat ik wat wegdommel zit ik plotseling rechtop in mijn bed en moet ik happen naar adem. Dit gebeurt me een paar keer. De eerste keer was een wat angstige ervaring. Ik wist niet wat me overkwam en heb er even aangedacht om wakker te blijven omdat ik dacht dat ik anders misschien wel nooit meer wakker zou worden. Uiteindelijk lukt het me om nog ongeveer twee uurtjes te slapen. Even voor tweeën word ik wakker van het gestommel op de gang. De eerste mensen zijn al uit bed.
It is time to go to the top!

 

 

 

Laban Rata op 3276 meter. Het ene moment ziet het er zo uit.

 

 

 

 

En 30 seconden later kan het er zo uit zien. 

 

 

We ontbijten pas als we terugkeren van de top en zijn dus blij dat we nog wat musli-repen achter de hand hebben. In tegenstelling tot gisteren gaan we nu met alle gasten van Laban Rata naar boven. Als je met ongeveer 80 mensen een berg beklimt dan ontkom je er niet aan dat je filevorming krijgt. Deze file is echter helemaal niet vervelend. De vele momenten dat we even stilstaan, gebruiken we om onze benen even wat rust te gunnen want die staan binnen de kortste keren al weer op springen. Er zijn mensen die er slechter aan toe zijn als ons. Binnen een half uur na aanvang zien we al een meisje in tranen en twee anderen kotsen het heerlijke eten van de avond ervoor eruit.
‘Oehh, ahhh, aaahhhhhh.’
‘Wat zijn ze daar voor ons in Godsnaam aan het doen? Komt er iemand klaar of zo?’ vraag ik aan Martine. Het was haar blijkbaar ook al opgevallen want lachend antwoord ze: ‘Daar lijkt het wel op.’ Het is echter een groep Japanners die voor ons loopt. Door hun manier van kreunen en steunen met hun hoge stemmen denk ik even dat er zoiets als een variant op de “Eight Miles High Club” in Japan bestaat en dat wij daar nu getuige van zijn.
‘Oehhh, aahhhh, Tera Makaziiiiii, aaahhhhhhhhhhh.’
‘No time for sex now, come on.’ Roep ik maar het wordt of niet verstaan of niet begrepen.

Het is een mooi gezicht om de “lichtslang” van alle zaklampen omhoog te zien kronkelen. Als we op het punt komen waar geen begroeiing meer is hebben we geen tijd meer om hier naar te kijken. In het donker is het goed opletten waar je de voeten neerzet op de soms glibberige rotsen. Op sommige plekken moeten we ons met behulp van touwen ons een weg naar boven trekken. We hebben geen handschoenen bij ons dus trekken we maar een paar sokken over onze handen om te voorkomen dat we terugkeren met kapotte handen. In het donker lijken deze plaatsen behoorlijk eng en we vragen ons af hoe we hier in Godsnaam weer naar beneden komen.
Wanneer we op de terugweg in het licht dezelfde plaatsen weer afdalen, blijkt het gelukkig reuze mee te vallen. Op ongeveer 100 meter van de top heb ik nog even een vervelend moment. Ik word ineens erg duizelig en heb het gevoel dat ik elk moment flauw kan vallen. Wanneer ik even rust neem verdwijnt het nare gevoel gelukkig snel en kan ik ook het laatste stukje afleggen.

WE HEBBEN HET GERED!!

Om vijf uur bereiken we de top van Mount Kinabalu. Het is dan wel geen Mount Everest maar ik voel me Edmund Hillary die net voor het eerst de top heeft bereikt. De mensen staan in de rij om een foto te nemen bij het bord op de top van de berg. Onze gids maakt een foto van ons en even staan we letterlijk en figuurlijk “On Top Of The World” Ik plof neer op een rots.
Martine wil gelukkig foto’s maken van de zonsopkomst. Met een brok in mijn keel zie ik hoe de berg langzaam zichtbaar wordt en zie ik de route die we hebben moeten afleggen om de top te bereiken. Het is zo een on-ge-loofelijk mooi gezicht.
Hiervoor heb ik verdomme die stapel stenen verkocht! denk ik.
Hiervoor heb ik die zogenaamde zekerheden opgegeven!
Hiervoor ben ik op pad gegaan!
Om dit soort dingen met Martine te zien en te beleven!
De ene dag zwem je vijf minuten met een schildpad langs een prachtig rif en de andere dag zit je op ruim 4000 meter hoogte in de kou en bekijk je de meest waanzinnige zonsopkomst die je je voor kunt stellen. Er komt een man naast me zitten en vraagt me hoe ik me voel.
‘Alive man! Alive’ antwoord ik.

 



"On Top Of The World" Mount Kinabalu 5-9-2008. Vijf uur 's ochtends.

 

En dat ik leef zal ik even later zeker voelen. Het is tijd om aan de acht kilometer lange afdaling te beginnen. Omhoog lopen was een aanslag op de kuiten. Omlaag is een aanslag op alle spieren die je in de benen hebt zitten. De tenen, enkels, kuiten, knieën, alles doet pijn na een half uur dalen. Ik ben blij dat we na twee uur bij het guesthouse aankomen zodat ik even kan zitten.
Na het ontbijt beginnen we aan de laatste zes kilometer. Gisteren zijn we met de groep omhoog gelopen maar nu is het ieder voor zich en God voor ons allen. Het is ook nog eens gaan motregenen zodat we extra alert moeten zijn op de gladde rotsen.
Een Nederlands meisje dat op een gegeven moment voor me loopt maakt een nare smakkerd maar kan gelukkig verder. Al is het met een van pijn vertrokken gezicht. Martine heeft de techniek van het dalen beter onder de knie dan mij en arriveert ongeveer een kwartier eerder bij het eindpunt. Vraag me niet hoe ik beneden ben gekomen. In een roes en met het verstand op nul is het me gelukt. Af en toe moest ik even stoppen omdat ik het gevoel had dat de kramp ieder moment in mijn benen zou schieten. Bij een dergelijke stop sta ik letterlijk te trillen op mijn benen. We laten ons door een busje terug brengen naar de receptie van het park. Wanneer we genoeg mensen hebben gevonden voor de terugweg, is het als een speer terug naar KK. We willen nog maar twee dingen. Een douche en een bed.

 

Spierpijn 

 

Het is twaalf uur, the day after. Martine ligt op bed en ik zit in de woonkamer van ons guesthouse dit verhaal te schrijven. We kunnen nauwelijks lopen. Wanneer Martine de trap af moet dan doet ze dit achterstevoren omdat dat minder pijnlijk is. Werkelijk alles doet pijn en ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo heb afgezien. Maar we zijn blij dat we Mount Kinabalu hebben beklommen. En trots dat het ons is gelukt. In de woonkamer ziet een jongen hoe ik kom binnengestrompeld.
‘Mount Kinabalu?’ vraagt hij
‘Yes’
‘And? How was it.’
En ik geef hem hetzelfde antwoord dat ik twee dagen geleden kreeg.
‘It’s worth it man, it sure is!’

Twee dagen hoeven we niets te doen. We hopen dat het maandag wat beter gaat. Dan vliegen we naar Penang en gaan we, na twee maanden met veel plezier door Maleisië te hebben gereisd, zo snel mogelijk naar Thailand. Afgelopen week kregen we goed nieuws. Naast de ouders van Martine zal ook haar zus met de twee jongens ons in december komen opzoeken. Ze hebben van school toestemming gekregen om iets eerder met kerstvakantie te gaan zodat ze ons kunnen opzoeken. We gaan de komende tijd dus maar eens aan de slag om te proberen een mooie trip voor ze in elkaar te draaien. Of daar het beklimmen van een berg ook bij zal zitten betwijfel ik. Even geen bergen meer voor ons.
Even.

Tot in Thailand

 


You need to have flashplayer enabled to watch this Google video

 

Diashow Maleisië

   







 





 

LAST_UPDATED2
 
Reacties (14)
bruin broodje kaas
14 vrijdag, 22 augustus 2008 16:54
Bert en Mariëlle
he hallo jullie daar,
tijd nix van ons gehoord maar wij blijven jullie volgen hoor. De opdracht komt nog.
Lekker genoten van jullie bruine broodje met kaas leuk om te lezen.....De fotos van maleisie kan ik niet zien.... BALEN.....geniet lekker weet dat wij vet jaloers zijn... zitten dik in de dagelijkse dingen. zondag is gio jarig 12 jaar en gaat al een week naar de grote school... helemaal leuk.
dikke kus van ons Bertjus en mariel.
___________________________________
REACTIE MARTINE
tja, da's niet zo raar dat je de foto's niet kan zien, i.v.m. technisch gedoetje staan ze er nog niet op! Ik zal je nog es wat miss wet t-shirt foto's sturen....
korsakoff Freddy
13 zondag, 10 augustus 2008 17:35
Freddy Gerrits
Hallo daar,
dat van dat Korsakoff klopt wel, maar ik heb gelukkig tot nu toe steeds wel door kunnen werken met mijn rug, dus mooi geen ziektewet.
Dat van China schoot mij inderdaad later weer te binnen, jullie konden geen visa/tickets of zoiets krijgen. Veel plezier maar weer, en tot de volgende keer, groeten, Freddy
___________________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
We hebben nog even aan je gedacht in Singapore, Hilti is everywhere. Volgens de verkoper van de Hilti winkel is Hilti het beste gereedschap dat er bestaat. Hij prees met name de beveiliging die op de apparaten zit. ;)
terug van vakantie Freddy, Dinie, Wes en Pim
12 zaterdag, 09 augustus 2008 09:18
Freddy Gerrits
Hallo Edwin en Martine, zo te lezen gaat het prima met jullie.
Met ons gaat het ook uitstekend. Hebben nog een paar dagen vakantie.
We zijn weer terug van Kroatie, de rug heeft het gelukkig prima gedaan, dus de volgende keer als ik weer last krijg van mijn rug, dan ga ik gewoon weer 3 weken naar Kroatie. Gaan jullie niet meer naar China (Olympische Spelen)? Dit zat toch eerst wel in het reisplan? Volgen jullie het nieuws uit Nederland/Hardenberg nog een beetje? En als Edwin nog b.v. de laatste financiele cijfers van b.v. de vuilnis-zakken-industrie wil weten, dan kan ik die wel doormailen. Nu stop ik er weer mee, want we gaan boodschappen doen en dan moet ik mee, want anders neemt Dinie te weinig bier mee. De groeten van ons, en tot horens maar weer, Freddy, Dinie, Wes en Pim.
______________________________________________________
REACTIE EDWIN
Mooi dat de rug het heeft gehouden. Kun je alweer werken? Nieuws, wat is nieuws? Is er wat schokkends gebeurd dat ik echt moet weten? Volgens mij heb je al bier genoeg gehad. Het hele Chinaverhaal staat al weken bij Mongolie. Korsakoff ??
plaatjes kijken
11 maandag, 04 augustus 2008 22:58
jocalien en marco
ik had geen zin om zo lang op jullie foto's te wachten en heb daarom maar wat namen uit jullie "tekst" gegoogled op afbeeldingen; helemaal super, vooral jullie bounty eiland!
groetjes Jocalien
_________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
Een programma wat we nodig hebben om de foto's te plaatsen vroeg ineens geld. Mijn neef probeert er nu een te kraken van het www. Het kan nog even duren wat betrefd de foto's van Maleisie
bloed, zweet en tranen
10 maandag, 04 augustus 2008 20:54
arie bloed
Altijd leuk, diploma's halen. En dat zonder bloed, zweet en tranen.
Toekomstig dialoogje:
'En hoe gaat het met Martine en Edwin?'
'Ach, die zijn op studiereis.'

In Amerika kun je vrij makkelijk je vliegbrevet halen.

Proficiat, je ouders zijn trots op jullie. Kun een kopie sturen om in te lijsten...
A.
___________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
Onze passen worden naar Nederland gestuurd vanuit Australie waar het PADI hoofdkantoor is gevestigd. Je mag ze dus voor ons meenemen in November / December
Duikbrevet
9 zaterdag, 02 augustus 2008 18:34
wimenaletta
Kun je straks mooi de woelige-onder-water-wereld in de Vecht bekijken ook. :-)
Toch weer mooi om te lezen hoor, top geschreven!
groetjes Aletta.
Oh ja, Edwin; morgen speelt Jeff Martin hier heul vlakbij. Enige show in NL. Ik ben er wel bij. :-p Dat mis je dan ook natuurlijk wel een beetje..... :-) Groetties.
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
De Vecht? dacht het niet. Is me veel te koud. Het water hier is zo'n 28 graden en dat bevalt me stukken beter. Jeff Martin zegt me zo niets. Ik zal eens op het www kijken. Als het wat is kan ik hier misschien wel een cd van hem kopen voor een euro. De concerten komen wel weer. In de USA maar eens zien of ik de schade een beetje kan inhalen.
Groet
foto's
8 woensdag, 30 juli 2008 21:03
Marcel Stoeten
Heey, waar blijven de foto's? Ik mag graag plaatjes kijken.

Groeten, Marcel
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Geduld Animal, ze komen binnenkort op de site. Vermaak je zolang nog even met de avonturen van Nijntje ;-)
heb je even voor mij
7 woensdag, 30 juli 2008 10:34
rinus
het gaat prima lees ik,mooi zo.maarrr eeeh,uitspraak"even een paar dagen niks doen, come on, pas op hoor.
groeten reutel.
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Het gaat super! je moet alleen zo af en toe een lang weekend inlasten als je "On The Road" bent. Even tot rust komen. It's a f*cking hard job, but somebody has got to do it :-)))
Eigen nationale park
6 zaterdag, 19 juli 2008 13:22
Bert en Mariëlle
Hee Edwin en martine, wij zijn terug in ons eigen nationale park....Ursem. Vanmorgen erruug vroeg veilig geland in Amsterdam.....Regen zoals daar in het park...alleen die gevulde flapjes en aircobus.....nergens te vinden hier. Martine, heb je alles weer helder op je netvlies?
Dikke kus van ons.
____________________________________________________________________
REACTIE MARTINE
Jaaahh... alles weer helder. Die laatste hè, dat was weer net de druppel (fles)...
Moesson
5 vrijdag, 18 juli 2008 18:17
arie bloed
26 graden 's avonds, voor 26 graden hebben we hier twee dagen nodig. Maar we hebben wel een moesson hier, ook morgen nog. Doen ze daar in Maleisië niet aan?
Eet smakelijk verder.
A.
P.S. Adelaar uit Mongolië veilig geland.
____________________________________________________________________
REACTIE MARTINE
Eergisteren waren we in een national park hiero en na een half uurtje wandelen werden we overvallen door een echte tropische bui, doorweekt tot op het bot, maar wel lekker warm. Jammer dat we nog in de airco bus teurg moesten, NL temperaturen. Gelukkig verkochten ze bij de bushalte pasteitjes gevuld met aardappelcurry...
Mjammie
4 dinsdag, 15 juli 2008 21:11
Freddy & Anita
Ik dacht eerst even dat Martine het verhaal geschreven had. Maar het is toch Edwin.
Mjammie mjammie, klinkt lekker hoor !!
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Het is niet normaal zo lekker! We hebben de mail ontvangen. We zullen eens gaan plannen. Jullie horen van ons.
geen nieuws onder de zon
3 dinsdag, 15 juli 2008 20:59
jocalien en marco
la Clusaz/le Fernuy (Frankrijk);Je kunt er lange wandelingen en tochten maken in een prachtige omgeving. Maar voordat we ons weer in het zweet werken, eerst nog maar even een paar dagen relaxen. ( Ik las op enkele Hyves pagina’s dat voor anderen de vakantie ook is begonnen. Veel plezier. ) beetje dommelen op een ligstoel, Af en toe de ober (lees Marco),maar weer eens wenken om me een biertje of een verse vruchtensap te brengen, en nu……..Ik geloof dat ik het zwembad maar weer eens in duik. Of zal ik eerst mijn boek uitlezen?...of nee wacht, ik denk dat ik eerst weer eens even wat ga eten. Je leest het, niks geen nieuws onder de zon.
groetjes Jocalien
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Het wordt dus Frankrijk, lekker! veel plezier daar. En let je nog wel een beetje op je twee koters. Volgens mij heeft Marco ook wel vakantie verdient. :-)
Maleisie
2 dinsdag, 15 juli 2008 19:41
Arjan en Gina
Hey hallo,

Wij hebben een klant in Kuala Lumpur. Ik zou bijna gaan vragen of ik niet even op zakenbezoek mag in Maleisie (haha)
Lijkt me toch een van de mooiste landen, die in jullie planning staat. Enne Edwin, herkennen we je over 3 jaar nog wel weer terug, of ben je dan een kilootje of 10 zwaarder geworden. Maar eten voor twee Euro, daar heb je hier amper een softijsje voor!!

Ga de komende tijd zeker jullie reisverslag + foto's in de gaten houden.

Enne relax ze. Neem de tijd anders ben je in een jaar de wereld rond.

Groetjes Gina
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Ik denk dat ik in Australie wel aan de eierkoekken moet. Alhoewel....... Daar schijnen de kangaroe steaks weer erg lekker te zijn. Hmzz ben er bang voor dat ik wel wat kilo's zal aankomen. Tijd voor een flinke fietstocht maar weer.
Eten was toch martine haar stukje? ;)
1 dinsdag, 15 juli 2008 17:07
VVV-007 (Administrator)
Mooi geschreven man, (zoals zovaak) maar je bent wel mooi bezig over het eten, al dacht ik dat martine daar over zou gaan ;) ha ha

nou we krijgen vast ook nog wel wat foto's en een verhaaltje van haar hierover

heel veel vakantie plezier en he wacht was het niet 1 GROTE vakantie ;) anyway geniet er van

VVV-007
____________________________________________________________________
REACTIE EDWIN
Martine schrijft erover maar ik douw het gewoon naar binnen. 1 grote vakantie? No way, het is soms hard werken on the road. Maar het is wel de leukste baan die ik tot nu toe heb gehad. :-)