Indonesie

Indonesie

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

We live in a beautiful world
Yeah we do, Yeah we do
We live in a beautiful world
.

             Uit: " Don't Panic
             Coldplay 

 

 

 

 

 

 

 

Indonesië

27-5-2009 - 10-08-2009
tijdsverschil +5 uur op Java, +6 uur overige
€1 = 13.500 Roepia

 

 

 

 

 

Martine 

 Edwin 

Top:
  

   

Voor een relaxte vakantie; Bali. Voor het echte Indo; Sulawesi. 

 

Bali, duiken, Tana Toraja. 

Flop:  

 

Het eten buiten Bali.

 

De rest.

Tip:

 

Als je na alle rijst eens zin hebt in iets anders ga je voor het beste westerse eten van Azië naar Bladok in Yogyakarta.

 

Kies voor een ander land. 

Opvallend: 

 

Er zijn dus ook Aziaten die het leuk vinden je te helpen zonder dat ze er iets aan willen verdienen. 

     

Het vieze eten buiten Bali. En ik vond de mensen minder vriendelijk dan in andere landen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Australië naar Bali 

Door Martine

Voordat we het vliegtuig naar Denpasar in kunnen beleven we nog even een stressvol uurtje. We zijn netjes twee uur van tevoren op het vliegveld in Darwin. Inchecken. ‘Can I see your ticket out of Bali’ vraagt de grondstewardess. Op onze verbaasde uitroepen reageert ze met ‘You can’t go on this flight unless you have a ticket out of Indonesia.’ Oei. Daar heb ik wel iets over gelezen maar we hadden het niet nodig om een visum te krijgen en het reisbureau heeft er ook niet over gezegd.
Snel pakken we onze bagage weer op en lopen naar de enige openbare computer op de kleine luchthaven. Bezet. Hmmzzz… We hebben nog een uur voor het inchecken sluit dus ik maak me nog niet zo heel veel zorgen. Ik had al wat vluchten uitgezocht maar wanneer ik er eindelijk achter zit blijkt het boeken van een vlucht toch weer meer tijd te kosten dan ik dacht. ‘Last call’ en ‘counter closed’ galmen door de ruimte. Nog geen bevestigingsmail. In bijna-paniek maak ik dan maar een foto van het beeldscherm met vluchtgegevens en rennen we naar de balie. De stewardess tuurt naar het schermpje van de camera, we mogen nog mee! ‘Last bag’ hangt er aan mijn rugzak. Na drie douane controles proberen we het hoge adrenaline niveau nog even weg te roken maar we moeten door, het overvolle vliegtuig in. Op naar het Benidorm van de Australiërs, Bali.

In Nieuw-Zeeland hebben we twee gezellige avonden doorgebracht met Brenda en Raimundo uit Barendrecht. Via hun website en mail wisten we dat zij ook naar Darwin en daarna naar Bali zouden gaan. In Darwin hebben we ze nog net even gesproken voor ze naar Bali vlogen en hebben we afgesproken daar een paar dagen met elkaar op te trekken. Via de mail kregen we de naam van een hotel in de kustplaats Sanur, een half uur met de taxi vanaf het vliegveld.
Op zoek naar de taxi’s lopen we de luchthaven uit. We worden begroet door een vochtige warmte en tientallen mannen in sarong, zakdoek op de kop geknoopt en een vel papier met hotellogo en de naam van hun gasten er op geprint. Daartussen ontdekt Edwin ook onze namen op een papier gekrabbeld met daarachter twee grijnzende kaaskoppen. Wat een luxe, we worden gewoon opgehaald, krijgen een Bintang* in de hand gedrukt en ploffen in een busje en kletsen elkaar de oren van het hoofd. Wat een leuk begin van Indonesië!
*Bintang = locaal biertje.

Zon, zee en strand. Vooral ‘zee’ kijk ik erg naar uit. Indonesië schijnt veel top duiklocaties te hebben en omdat Raimundo ook “besmet” is met het duikersvirus maken we twee duiken bij een schipwrak. Het is in een Amerikaans schip dat in 1942 door de Japanners gebombardeerd is en is onderhand al aardig begroeid door koraal.

 

 


Op een oefening voor het duikbevret na hebben we nog nooit van de kant af gedoken, altijd vanaf een boot het water in gestapt of onszelf over de rand achterover laten duikelen. Alle pakken, zuurstofflessen en apparatuur moeten dus ook op het keienstrandje aangeleverd worden. Daar hebben ze hier een mooi systeem voor bedacht. Een stuk of tien dames met herkenbaar T-shirt aan en een handdoek nestje op het hoofd redderen met manden duikgerei en flessen. Met een grote zwaai planten ze de spullen op hun hoofd en lopen stabiel als op een asfalt weg al kwetterend en lachend over het hobbelige zandpaadje. Het is wel duidelijk wat het sterke geslacht is.
De stroming is het eerste stuk behoorlijk sterk tegen en we moeten ons via de keien in het zand op de bodem vooruit trekken omdat we met zwemmen niet vooruit komen. Heftig! Bijna buiten adem bereiken we het wrak en daarmee zijn we uit de stroming. Ik bekijk vooral de koralen, bij het zien van die mooie vissen vraag ik me meestal af hoe ze op de bbq zullen smaken. Wanneer Raimundo, Edwin en de dive-master dan weer ergens blijven hangen denk ik dan ook dat het wel weer een vis zal zijn maar later, wanneer ik de foto’s bekijk zie ik wel een hele mooie van een blauw gestippelde rog. Je kunt niet alles hebben.

Na nog een dagje op scootertjes rondgereden te hebben brengen we Brenda&Raimundo naar het vliegveld, het “normale” leven gaat voor hen weer beginnen. Wij rijden even verder het binnenland in, naar Ubud.
Rondom Ubud zijn een aantal “kunst”dorpjes te vinden waar schilders, zilversmeden en beeldhouwers per plaats gegroepeerd zijn. Daar maken en verkopen ze de producten maar ook in Ubud zelf struikelen we over de galeries en boetiekjes met moois. Op de markt worden frutsels zoals tasjes, wierrook en klein houtsnijwerk voor een banaan en een ei aangeboden.
En wat doen wij? Wandelen. Langs riviertjes en rijstvelden tussen weelderig groen zweten we liters onwelriekend vocht. We moeten even weer het tropische tempo te pakken krijgen. Uit de zon blijven is ook aan te raden. Of mijn parapluutje opsteken. Maar goed, het is prachtig en ook al hebben we al veel rijstvelden gezien, het is toch weer anders. Het landschap komt ergens wel bekend voor, van foto’s in boeken en tijdschriften waarschijnlijk, het is het ultieme zuidoost Aziatische landschap. We genieten.
Al wandelend mijmer ik over kuubskisten, postpakketten en containerschepen volgepakt met lavastenen beelden, stoere houten krukjes, leren tassen, schilderijen, lappen stof, teakhouten deuren voor keukenkasjes, kleding, sieraden en een loungebank. Jammer dat we geen keuken hebben die een make-over kan gebruiken, geen kamer waar die bank in kan, laat staan muren om schilderijen aan te hangen. Ik heb al een praktische tas en een grote rugzak vol met boeken en kleding. In de afgelopen vier maanden hebben we die rugzak nauwelijks gebruikt en waarschijnlijk daardoor ben ik nu van de pijn in m’n heup en been af, dat wil ik graag zo houden. Geen extra gewicht meer. Nou vooruit, alleen een paar zilveren oorbellen van ongeveer 10 gram, moet kunnen.
Zoals het plan nu is gaan we in twee maanden van Bali via meerdere eilanden naar Sulawesi. Dan via Kuala Lumpur met een nieuw visum op zak naar Java en weer terug naar KL via Bali.
Edwin denkt dat ik de route zo bedacht heb omdat dat praktisch is maar van KL vlieg ik terug naar Nederland en als het even kan wil ik dat met overvolle tassen doen!
Ubud staat ook bekend om de culturele shows, gamelan muziek, Balinese dans en wajangpoppenshows. Laten we er maar eentje proberen. De stroom is uitgevallen dus met een zaklantaarntje strompelen we over de ongelijke stoep naar een theater met generator. Met acht andere toeristen luisteren we naar een concert op tingel tangel instrumenten en kijken naar de danseressen in traditioneel kostuum met gouden kroon en veel make-up. Veertig mensen die voor tien toeschouwers spelen, beetje sneu. Het volume is hard genoeg voor duizend toeschouwers en al gauw beginnen mijn oren ook te tingel tangelen. De danseressen bewegen hun handen en vingers sierlijk en gecontroleerd, elke verandering in houding heeft een andere betekenis. Zo wordt zonder taal een verhaal verteld. Aan het eind klap ik hard uit
plaatsvervangende schaamte, zo lijkt het misschien alsof er wel twintig toeschouwers waren. 

 

 

 De oogopslag heeft ook een eigen betekenis. 

Gili Meno 

Het was de bedoeling dat Martine het verslag van Indonesië zou schrijven. In Nieuw Zeeland en Australië kreeg ik het gevoel dat het schrijven voor de site een beetje een “moeten” werd. De zin was verdwenen en ik zou in Indonesië, wat het schrijven betreft, een aantal weken vakantie hebben. Martine heeft op dit moment echter helemaal geen zin om te schrijven. Maar daarover later meer. Dus zal ik de laptop maar weer induiken om wat te vertellen over de afgelopen weken.

Na Bali pakken we de veerboot richting Lombok. Wanneer we daar aankomen is het alsof we in een ander land aankomen. Bali is het enige Hindoeïstische eiland van Indonesië en alles is zo’n beetje op het toerisme ingesteld. De hotels, en de wegen zijn prima op het eiland. Lombok is Islamitisch en een stuk minder toeristisch.
We arriveren te laat in Lombok om direct door te kunnen reizen naar de Gili eilanden en overnachten één nacht in Mataram. Wanneer onze tassen in de kamer van ons goedkope guesthouse liggen, gaan we de straat op en eten bij één van de vele straatstalletjes. De prijzen voor het eten en de accommodatie zijn, vergeleken bij Bali, bijna voor niets. De kamer kost nog geen zeven euro en dat is dan inclusief ontbijt. Dit ontbijt vinden we de volgende ochtend op het tafeltje voor onze kamer. Twee kleffe boterhammen en een kuipje vieze jam. We hebben geen flauw idee hoe lang het er al staat, maar zo te zien al poosje. We laten het ontbijt dus maar wezen en regelen een taxi om ons naar Bangsal te brengen vanwaar de boot naar de Gili’s vertrekt.

We kiezen voor Gili Meno, het kleinste en rustigste eiland van de drie. We hebben een heerlijke kamer op zo’n vijftig meter van het strand. Enig minpuntje is dat er brak water uit de douche komt. De komende vijf dagen maken we vijf prachtige duiken en voor de rest doen we voornamelijk niets anders dan eten en drinken.

 

 

 

 

Wat hebben we toch een zwaar leven... 

Aan het strand staan wat houten plateaus met een afdakje waar het prima vertoeven is. ’s Avonds krijgen we vaak gezelschap van de jongens die in de bediening werken. Er wordt wat gitaar gespeeld en we geven de jongens wat bier waarna het al snel erg gezellig wordt.
De mensen hier zijn dol op onze tatoeages. We krijgen dan ook direct te horen dat Sonteng, de bekendste tatoeëerder van Lombok, op het eiland zal komen om een toerist te tatoeëren. Sonteng verblijft elk jaar een aantal maanden in Duitsland waar hij, voor Indonesische begrippen, goud geld verdient met het tatoeëren. Hij heeft het vak van zijn vader geleerd en geeft het op zijn beurt door aan zijn zoon. Het dertienjarige jochie heeft al een aantal van de vrienden van Sonteng voorzien van een tattoo.
Martine speelt al een tijdje met de gedachten om een tattoo te nemen. Ze wil een aantal bloemen die kenmerkend zijn voor de landen die we tot nu toe hebben bezocht op haar voet en enkel laten zetten. Ze vraagt Sonteng een ontwerp te maken en twee dagen later gaan we naar zijn huis om die te bekijken. Na wat dingen veranderd te hebben is Martine tevreden en besluit ze ervoor te gaan. Een klein uurtje later is Sonteng klaar en staan er o.a. Lotusknoppen, Hibiscus, Orchideeën, Frangipani, Gloriosa en een Varenblad op haar been. Ah, Martine heeft weer zin om te schrijven. Mooi zo
.

 

Gloriosa in wording en nee, het doet niet echt pijn. 

 

Cruise van Lombok naar Flores

Door Martine

Nooit gedacht dat het iets voor ons zou zijn maar we proberen het gewoon. We gaan op Cruise. Nadat de boodschappen zijn ingeslagen worden we samen met de andere miljonairs in een busje naar de andere kant van Lombok gebracht. Manden vol ananassen, grote zakken rijst en verse kip. Die zal nog een paar dagen vers blijven voor de kop er af gehakt wordt. Prima systeem als je geen koelkast aan boord hebt. Het is dan wel een miljonairscruise maar dat betekend niet zoveel in Roepies. €105,- p.p. voor vier dagen en nachten all-in.

 

 

The Love Boat 


Wanneer we bij de boot aan komen worden de etenswaren aan boord gebracht en daarna kunnen wij er op. Een beetje bedremmeld staan we om ons heen te kijken, waar is het casino, zwembad en de eetzaal. Ik zie alleen een verzameling dunne matjes onder een zijl boven de stuurhut… Jawel, de slaapruimte. Verder is er een bankje zonder rugleuning en twee koelboxen om op te zitten voor 13 passagiers.
Onze rugzakken gaan onder het dek in de laadruimte, daar hebben we toch niet veel uit nodig de komende dagen. Een boek en bikini zijn genoeg. Er wordt nog even vermeld dat we te allen tijde bij onze tassen kunnen en trossen los, we zijn onderweg. Geen idee hoe de crew heet, wie we waarvoor moeten hebben, waar en of er reddingvesten zijn, wat het programma is, nee, gewoon varen. En dat blijven we doen tot de schipper een paar uur nachtrust neemt. Een paar uur stilte. Wat kan een mens daar van genieten. Maar niet te lang, zo gauw het weer een beetje begint te schemeren begint de motor weer te brullen en klapperen m’n kaken weer vrolijk mee.
We passeren vele kleine eilandjes en ik begin nu iets te begrijpen van de omvang van Indonesië. Af en toe stoppen we om te snorkelen of om onder een waterval rond te plonsen. En dan weer door, de motor slaat weer aan en een gesprek in de buurt van de stuurhut wordt weer onmogelijk. Dat de crew niet doof is mag een wonder heten, zij slapen zelfs bovenop de motor. Deze nacht varen we constant door. We ploeteren door de enorme golven en ik moet me vasthouden aan de rand van de boot om niet over het dek te rollen als een ping pong bal. Ondertussen vraag ik me af of er nou ergens reddingvesten waren en hoe ver het zwemmen is naar de kust, terwijl Edwin gewoon verder slaapt. Hij is ongelooflijk.
De volgende ochtend verteld een mede passagier dat er reddingvesten in de laadruimte zijn, handige plaats wel als je die nodig hebt midden in de nacht op woeste zee. Maar we hebben het ergste overleefd, de grootste afstanden zijn gevaren en nu nog vooral snorkelen en op zoek naar de Komodo Dragons.
Op het eiland Komodo hadden de lelijkerds geen zin zich te laten zien maar op het eiland Rinca wel. Jammer genoeg was ik tegen de tijd dat we daar aankwamen geveld door koorts en een totaal gebrek aan energie maar gelukkig hebben we de foto’s nog.

 

 

 Lelijkerd, de Komodo Varaan.


Flores 

Hallo, daar ben ik ( Edwin ) weer. Ik zal maar wat schrijven over ons verblijf op Flores want Martine verblijft het merendeel van ons zesdaagse verblijf op dit eiland in onze hotelkamer. Niet dat ik erg veel meer zie, maar net iets meer om er wat over te schrijven.
Na drie dagen komen we aan in Labuanbajo, de eindbestemming van onze vierdaagse cruise. Normaal gesproken een reden om een opmerking te maken naar de bemanning over gemaakte afspraken, maar nu ben ik al lang blij dat ik van de boot af kan. Martine heeft een etmaal op het dunne matrasje gelegen, dus zo gauw we zijn aangemeerd ga ik op zoek naar een normale kamer met een normaal bed.
Labuanbajo is de uitvalbasis om duiktochten te maken in de wateren rondom de Komodo eilanden en Rinca, één van de mooiste duikplekken van Indonesië. Ik verwacht dat het plaatsje dus wel ingesteld zal zijn op de toeristen die hier komen en dat het niet al teveel problemen zal opleveren om een goede kamer te vinden. Maar dat blijkt niet het geval.
Zo gauw ik het haventerrein verlaat en de hoofdstraat in loop, waar de meeste hotels zijn gevestigd, lijkt het wel alsof ik op een plek ben beland waar vijf minuten geleden een oorlog is beëindigd. De gebouwen lijken bouwvallen en in het wegdek zitten gaten waar je een auto in kunt begraven.
Normaal gesproken zijn dit wel plekken die we leuk vinden om te bezoeken maar nu zit ik er even niet op te wachten. Ik loop zonder er teveel aandacht aan te besteden naar Hotel Gardena. Volgens de Lonely Planet, “The best deal in Town.” Ik krijg echter te horen dat het hele hotel vol zit. De volgende drie kwartier loop ik hotel in, hotel uit. De kamers die ik te zien krijg, bij de hotels die niet vol zijn, zijn vaak zo goor dat je je hond er nog niet in zou laten slapen. En in veel gevallen wordt er een belachelijk hoge prijs voor gevraagd.
Ik begin me onderhand wat ongerust te maken en ben bang dat de beste optie is om nog een nacht op de boot in de haven te slapen. Waarom ik terug ben gelopen naar Hotel Gardena weet ik niet.( Ik had immers net gehoord dat ze volgeboekt waren. ) Maar ik heb geluk. Wanneer ik bij wat Nederlanders sta te praten komt het meisje van de receptie naar me toe en zegt dat ze nog één kamer hebben. Het bamboehutje is simpel maar schoon en ook de badkamer waar koud water uit de kraan stroomt, kan er mee door dus ik hoef er niet lang over na te denken.
‘I’ll take it.’
Eén van de Nederlandse jongens is zo vriendelijk om met me mee terug naar de boot te lopen om de rugzak van Martine te dragen. Zij vindt de kamer gelukkig ook goed en wil na de wandeling van de boot naar de kamer direct weer liggen. Ik krijg dan al het gevoel dat dit wel eens lang kan gaan duren voordat ze weer beter is.
Wanneer ik ’s avonds met alle mensen van de boot een afscheidsborrel zit te drinken vraagt Shauna, een Australische huisarts, of Martine misschien zeewater heeft binnen gekregen. Ze zegt dat Martine symptomen vertoont die misschien op een longontsteking duiden. Ik heb niets over verslikken in zeewater gehoord maar als ik het Martine de volgende dag vraag blijkt dit inderdaad bij het snorkelen te zijn gebeurd.
Door de antibiotica, die we uit Nederland hebben meegenomen, en de vele paracetamol voelt Martine zich na een paar dagen iets beter. Ze heeft echter nog niet de energie om te lopen en ik stel voor om er een arts bij te halen. Om mij gerust te stellen stemt Martine hier in toe.
Een Bemo ( taxibusje ) zet me af bij wat op een groot wit woonhuis lijkt. Maar het blijkt het plaatselijke ziekenhuis te zijn. Wanneer ik binnen kom zie ik twee roestige bedden staan. Op één bed ligt een jongetje bij wie de knie wordt gehecht door een verpleegster.
Wanneer de vrouw doorkrijgt dat er een blanke toerist is binnengekomen heeft ze meer oog voor mij dan voor het jochie. Hoewel ze gewoon doorgaat met het hechten van de knie, zit ze mij vriendelijk glimlachend aan te staren. Net als ik haar duidelijk wil maken dat ze zich volgens mij beter op haar werk kan concentreren, komt er een andere verpleegster aangelopen die me vraagt wat ze voor mij kan doen. Ik vertel haar het hele verhaal en ze is direct bereid om samen met een dokter met me mee te gaan naar het hotel.
Uit een duikshop haal ik nog een Indonesische jongen die goed Engels spreekt die als tolk zal optreden. Na wat onderzoek, krijgen we te horen dat ze inderdaad wat vocht in de longen hoort. Ze adviseert ons om terug te gaan naar Bali om daar in een ziekenhuis een röntgenfoto te laten maken.

Het duurt nog vier dagen voordat er weer plek is op een vlucht van Flores naar Bali. Ik besluit maar wat te overdrijven en zeg tegen de jongen van het boekingskantoortje dat we met spoed naar het ziekenhuis moeten. Ik wil gewoon zo snel mogelijk hier weg en terug naar de, min of meer, bewoonde wereld waar een goed ziekenhuis is en Martine goed onderzocht kan worden. Nadat de jongen een telefoontje heeft gepleegd, kunnen we over drie dagen naar Bali. Het kost alleen wel wat meer. Dat had ik nou helemaaaal niet verwacht maar ik vind het best.
‘In three days is okay.’
Nu heeft Martine nog een paar dagen de tijd om wat meer aan te sterken. Dat blijkt ook wel nodig want de reis is erg vermoeiend voor haar. Eindelijk komen we dan tegen twee uur ’s middags in het internationale ziekenhuis in Kuta aan. Na te zijn onderzocht door een Japanse arts krijgen we de uitslag. Gelukkig is het geen longontsteking. De witte puntjes op de longen die te zien zijn op de röntgenfoto duidt volgens haar op een bacteriële virusinfectie. Met wat weerstandverhogende medicijnen en veel rust moet het vanzelf over gaan.
We nemen een kamer in het Three Brothers Inn. Een voor ons doen luxe hotel met twee slaapkamers en een grote badkamer met ligbad. Voor het eerst in meer dan twee weken komt er weer warm water uit de douchekop en dat voelt heerlijk!

Kuta is een plaatsje dat ook wel het Benidorm voor de Australiërs wordt genoemd. Om tien uur ’s ochtends wordt het eerste biertje besteld en er zullen nog velen volgen. Je wordt er doodziek van de verkopers die je begroeten met een accentloos: ‘Hey mate, wonna buy?’ en je allerlei rotzooi willen aansmeren. Een verschrikkelijk oord waar we ons dood vervelen. We zitten hier nu al bijna een week en daar zullen er nog wel een paar dagen bijkomen. Het gaat al stukken beter met Martine maar verder reizen in een moordende hitte met een rugzak op je rug is nog wat teveel gevraagd op dit moment.
Ik heb zelfs al voorgesteld om de reis te onderbreken. Ik dacht dat Martine het wel prettiger zou vinden om uit te zieken op een plek waar ze bij vrienden en vriendinnen wat meer afleiding heeft. Na een week in Kuta aan de rand van het zwembad te hebben gelegen zijn we wel uitgeluld. Ik snap werkelijk niet hoe mensen dit tien dagen of langer vol kunnen houden. De boekhandel om de hoek zal echter goed aan ons verdienen. En verder koop ik 15 dvd’s om de tijd maar wat door te komen.
We kunnen in Indonesië nu niet de dingen doen zoals we zouden willen. Martine gaat over een paar weken toch terug. Ik heb voorgesteld om nu te gaan. Om naar onze eigen huisarts te gaan die ons precies kan vertellen wat er aan de hand is en om goed uit te zieken. Als alles weer goed is kunnen we terug komen en het land gaan bekijken zoals we eigenlijk zouden willen. Martine is er echter van overtuigd dat ze over een tijdje weer helemaal gezond is en wil gewoon hier blijven. Ik ben daar achteraf wel gelukkig mee want het laatste wat ik eigenlijk wil is naar Nederland.

Het is zaterdag en weer een paar dagen later. We hebben onderhand twee weken tijd verloren en daar zal nog wel minimaal een weekje bijkomen. We hebben wel besloten om maandag naar het noorden van Bali te gaan. We doen het nog kalm aan en zullen Bali pas verlaten als alles weer goed is. Maar in ieder geval zijn we dan weg uit het verschrikkelijke oord dat KUTa heet.

Oh, nog even dit. Wil je naar Azië op vakantie en heb je nog geen ticket? Air Asia vliegt sinds een paar maanden op Londen. Je kunt honderden euro’s besparen door eerst met een goedkope vlucht naar Londen te vliegen en daar met Air Asia naar Kuala Lumpur te vliegen. Als je ruim van tevoren boekt kun je voor minder dan 500 ballen retour. ( beide vluchten ) Vanuit Kuala Lumpur kun je dan vliegen waar je naartoe wilt in Azië. Als je, zoals gezegd, ver van te voren boekt kun je spotgoedkoop van KL naar bijvoorbeeld Indonesië. We kwamen een vlucht tegen voor 20 euro incl. alle belastingen.

Lovina Beach staat voor Love Indonesia Beach. Een naam die de verwachtingen niet echt waarmaakt, zwart vulkanisch zand met een ondiepe, bruinige zee met scherpe koralen en glibberig wier. Over het strand lopen de bekende verkopers om de weinige zonaanbidders te overtuigen dat ze die sarong of parelketting toch echt nodig hebben. 'But I have three sarongs' werp ik tegen, 'four is better' is het bijdehandte andwoord. 'No no, thank you' antwoord ik (nog) lachend maar ze geeft niet op. ' Good present' en 'I have different colours.' Na een laatste 'no' doe ik alsof ik in mijn boek verdiept ben, dat helpt. Totdat de volgende zich aandient.
Dan maar bij het zwembad van het hotel de tijd verdrijven tot ik weer 100% fit ben zodat we kunnen duiken. Zodra we dat besproken hebben begint Edwin te snotteren en krijgt fijne nachtelijk hoestbuien. Duiken is niet verstandig als je verkouden ben en bovendien zie je niets als je masker vol snot zit dus laten we verstek gaan en hijssen de rugzak weer op. Na drie weken zieken en uitzieken doen we weer wat we het liefste doen, reizen. 


Java

Tussen Bali en Java ligt maar een klein beetje water en na 45 minuten varen is de veerboot over. Een beambte van het Javaanse toeristen informatie bureau staat ons op te wachten, we moeten ons inschrijven in een register. Maar vier andere toeristen zijn ons voorgegaan vandaag en het is al 13.00 uur, erg weinig dus. Edwin denkt dat de man van een officieel soort vvv is omdat hij een identificatiedingetje met pasfoto op heeft. Ik heb zo mijn twijfels en al gauw heeft hij het over toertjes, prive vervoer en combi-pakketjes. Dus toch weer een handige verkooptruuk. 
We willen naar Ijen, een vulkanisch meer waar sulfer(ook wel Zwavel genoemd) wordt gewonnen. Dat schijnt met het openbaar vervoer niet te doen te zijn vanwege de erbarmelijke staat van de stijle wegen en na veel onderhandelen nemen we een auto met chauffeur. Dat verhaal over die slechte wegen blijkt geen onnozel verkooppraatje, we rijden uren afwisselend in de 1e en 2e versnelling door de gaten omhoog. 
De volgende ochtend worden we om 4.30 uur gewekten na een ontbijtje van wit brood met hagelslag* gaan we op weg naar de vulkaan. Kawah Ijen is een turquase sulfer meer in een krater. Het is maar drie kilometer lopen maar wel stijl omhoog en het kost ons dan ook anderhalf uur om boven te komen. Het is prachtig. Grijze gescheurde krater wanden met daar in het meer dat half verscholen gaat achter de rook.
In de diepte, naast het meer staan de arbeiders te wachten bij een gele wand. Een bamboe lat met aan de uiteinden een mand die wordt gevuld met grote gele brokken sulfer moet over de losse kiezels van de vulkaan stijl naar boven worden gebracht. Daar wordt deze gewogen, gemiddeld zo'n 95 kilo. Met een vertrokken gezicht hijst zo'n man het gevaarte weer op zijn nek en loopt met kleine dribbelpasjes naar beneden. Dat dan 2 keer per dag, 22 dagen op een rij en dan 8 dagen vrij om naar huis te gaan. 100.000 roepia ofwel 7 euro per dag, 154 euro per maand. It's a hard life. 

* De eerste keer dat ik in Azie" hagelslag bij het brood krijg en ook al is het cacaofantasie, hagelslag is altijd goed.
 

 

Ijen.

De volgende vulkaan is de populaire Gunung Bromo. Hoe populair die is blijkt als we voor de zonsopgang naar het punt waar het uitzicht op de vulkaan het mooiste is gebracht worden. De TRIBUNES zitten vol. Het ochtendlicht op de vulkaan is prachtig maar meer iets om met z'n twee of desnoods met een dozijn mensen in stilte van te genieten. 
Voor de hordes komen we aan bij de voet van de vulkaan waar een heuse trap is gebouwd om op de top te komen. Je kan over de rand van de krater in een uurtje rondlopen en dat lijkt me geweldig, een rondje vulkaan, maar na een meter of vijftig meneemd de rotte eier lucht me de adem en het pad wordt een halve meter smal. Zo leuk lijkt het me nou ook weer niet...

 

 

Gunung Bromo. 


Zomaar

Asbak, handdoek, meubel, horloge, knalpot, band, rem en radiator. Administratie, loket, afdeling, coöperatie en kantoor, ziehier mijn kennis van het Bahasa Indonesia, het Indonesisch. 
Hoe leuk het ook is om met een niet Engels sprekende Indonesiër te lachen om deze woorden, de oorzaak er van is niet zo vrolijk, niets om trots op te zijn. Nederland heeft Indonesië eeuwenlang van zijn schatten beroofd, gezorgd voor armoede en hongersnood en toen het tijd werd dat het land op eigen benen ging staan wilden "wij" niet zonder , slag of stoot of bloedige oorlog opgeven. In 1949 werd de onafhankelijk geaccepteerd maar het laatste stukje, Papua, werd pas in '63 opgegeven. Verse geschiedenis dus, mijn opa heeft daar nog gevochten. Ik zou graag met eigen ogen zien waar de speren en enorme schelpen en de slangeleren handtas van mijn oma vandaan komen, wie weet...
De meeste Indonesiërs die we spreken hebben het niet over de kolonisatie, ik heb één Indo gehoord die zich afvroeg of het misschien beter zou zijn geweest voor Indonesië
 als het nog onder Nederlands bewind zou staan. Volgens hem is de corruptie hoog, hij heeft geen vertrouwen in een Indonesische regering en gaat dus ook niet stemmen vandaag. We vragen een aantal mensen meer of ze gaan stemmen maar er lijkt niet veel animo en er wordt meestal ontkennend geantwoord. Op CNN zag ik een berichtje over "pseudo-democratische verkiezingen in Indonesië.
De armen worden armer en de rijken worden rijker, denk maar aan de sulfersjouwers, zeven euro per dag. Een beetje loon moet wel het dubbele zijn. 
Een sulfersjouwer maakt een praatje met me in heel behoorlijk Engels. Dat heeft hij in de twee jaar dat hij al sjouwt geleerd van de toeristen. Hij hoopt op een baantje in de toeristenindustrie en bied al snel aan ons te gidsen naar de krater. Er is één pad naar de kraterrand en dan naar beneden naar het meer, ik denk dat we dat zelf wel kunnen vinden. Hij dringt niet aan, net als de andere sjouwers die vragende "foto,foto" roepen, hopend op een paar roepia of een sigaret voor het poseren met de manden vol met sulfer.
Over het algemeen zijn de verkopers, gidsen en chauffeurs niet heel opdringerig maar er zijn gewoon zo veel! In Ubud staat iedere vijf meter iemand die je aanspreekt met 'transport?' en als je met je rugzak oploopt is er in iedere beetje toeristische plaats wel een knul die je op sleeptouw neemt naar een aantal hotels, hopend op een beetje commissie. Iedere winkelier roept 'have a look in my shop' en bij Bromo staan 50 mannen met paarden die je naar het begin van de trap willen brengen (of terug). Op de stranden hoor je elk kwartier hetzelfde riedeltje; 'hello, where are you from' ,'whats your name' en 'where do you stay' gevolgd door koetjes en kalfjes voordat de parels/ sarongs/ kettingkjes/ fruit/ rolexen/ zonnebrillen tevoorschijn gehaald worden, of het snorkeltrippie/de massage wordt aangeboden.


Yogjakarta

Batik is het codewoord voor Yogja. Na een gezellig gesprekje wordt ik door een man naar een batikshop begeleid. Volgens hem is deze van de overheid en heeft vaste, zeer lage prijzen. Vast zijn ze wel, min of meer, maar echt goedkoop is het nog niet. En het lijkt me dat de overheid hier niets mee te maken heeft. 
Allerlei Aziatische taferelen zijn op katoen of zijde vastgelegd door een langdurig proces met kaarsenvet en verfbaden. Er is ook abstract werk en ik kies een lapje in zwart/wit. Later word ik nog verwezen naar een galerie waar batik werk hangt van kunstacademie studenten, nog een andere overheidshop en nog een van beroemde kunstenaars, laatste dan vandaag dus grijp je kans. Genoeg batik gesjacher, tijd voor iets anders. 
Yogja is de uitvalsbasis voor een bezoek aan de Borobudur. In de reisgids wordt deze in 'e'en zin genoemd met Ankor Wat in Cambodja en Bagan in Myanmar. Het is een gerestaureerde stoepa of tempel van natuursteen, de basis is 118x118 meter en omdat hij ook nog op een heuvel is gebouwd is hij behoorlijk imposant. Als je niet al vreselijk verwend bent door de enorme verscheidenheid aan tempels in Bagan en Ankor. Een klein nadeel van veel reizen. 

 

 

 Nonnen op de Borobadur.

Sulawesi

Onze eerste bestemming in Sulawesi is Bunaken, een eiland voor de kust van Manado, de plaats waar we geland zijn. Na een lange vliegdag is het wel fijn te kunnen relaxen op een tropisch eilandje. Alleen jammer dat het veerbootje maar één keer per dag vaart, om drie uur 's middags. Wij landen met een uur vertraging om half tien 's avonds.
Wanneer we een losmen (logement) voor de nacht gevonden hebben is onze enige wens een koude Bir Bintang. Niet te krijgen is het losmen en alleen warm bier bij de straatstalletjes maar er is een café. Vol goede moed stappen we binnen en zien... niets.
Flashback naar 1989. Op zondagmiddagen in zaterdagavondtenue met vriendinnen op de fiets naar De Krim, Discotheek Super Channel. Waar het dan zo donker was voor je zonnige ogen dat je volkomen gedesori"enteerd onzeker aan je stretchbroek pulkte, wachtend op de terugkeer van je zicht. Ongeduldig; 'ziek ik dat stuk van vorige week weer?' 
Oké, terug in 2009 staan we in dit café aan de mager verlichte bar. Daaraan zitten alleen vijf meiden, geen man te zien. Ze hebben koud bier en na een blik in het zwarte hol en een blik in elkaars ogen roepen we allebei 'take away please.' Het lijkt alsof er knusse zitjes zijn en ik zie de punt van een sigaret oplichten in het donker. Ik kan alleen maar raden wat daar gebeurt... Nou ja, waarschijnlijk zit er iemand een sigaretje te roken. 
Oh ja, Bunaken. Kristalhelder water met daar in wat plastick zakken, lege flesjes, mooi koraal en gekleurde visjes. Bungalows aan het strand, koude biertjes en verse vis. Er wordt op de eilanden een soort all-in systeem gevoerd, er zijn hier dan ook geen restaurants. Eten wat de pot schaft en dat is bij MC's geen straf. Voor mij dan, Edwin is wat minder gecharmeerd van de vele visgerechten. Hij gaat vis liever in levende lijve bekijken en dat doen we dan ook in dit scuba-paradijs.

 

 

 

Onderweg naar de Togean Islands

De veerboot naar deze paradijslijke eilanden vertrekt op zaterdag. Tenminste, dat is ons verteld. Een telefoontje naar "Black Marlin Dive Resort" op Kadidiri eiland leert ons dat hij op woensdag gaat. Het is dan dinsdagavond. De volgende ochtend stappen we in een houten bootje volgestouwd met kokosnoten en dominospelende dames van Bunaken naar het vasteland. Daar springen we in een microlet, een klein blauw busje waar er hier in Manado gigantisch veel van rondrijden. Naar het busstation maar helaas, het is half elf en vandaag geen bus meer naar Gorontalo waar de boot vandaan vertrekt. Dan maar een "private car."
We willen direct vertrekken, nog een lang weg te gaan, maar op de één of andere manier lukt het niet om dat duidelijk te maken. Na een uur komt de auto en rijden we de stad uit, langs de kust en de bergen in. Als ik me af en toe uit mijn boek kan losrukken geniet ik van de uitzichten. Het lijkt me heerlijk deze tocht op een brommertje te doen, dan zit je veel dichter op de omgeving dan als je achter glas zit.
Wanneer het donker wordt krijg ik het vermoeden dat we de boot niet gaan halen. Om 9 uur 's avonds worden we gedropt op de kade. 'Where is the ferry?' vraag ik me hardop af 'ja ja, ferry ferry' is het verwarrende antwoord van onze chauffeur. Onze tassen worden uit de auto gehaald en snel op de grond gezet. 'No ferry, where is ferry' probeer ik het in halfgebakken Engels, misschien snapt hij dat beter? 'Ja ja, ferry' is zijn reactie, en hij wijst halfslachtig naar de plek waar ongetwijfeld wel eens een veerboot heeft gelegen. Maar nu niet.
Een man in uniform probeert ons te vertellen dat de boot om acht uur is vertrokken en dat volgende week woensdag de volgende vertrekt. Ondertussen is de chauffeur in de auto gesprongen en weggereden. 'Niet mijn pakkie-an' zal hij wel gedacht hebben al was de afspraak dat hij ons naar de boot zou brengen, niet naar een lege kade. Daar sta je dan. Het is laat, het was een langde dag, eerst maar een hotel.
We houden een Bentor aan. Dat is een Sulawese variatie op de riksja, een fiets met bankje voorop, en een tuk-tuk, een brommer met bakje met bankjes achterop. De bentor is een brommer met bankje voorop, bumperbankje eigenlijk, bij een frontale botsing beschermen de passagiers voorop de chauffeur. Daar klimmen we in, zware rugzak op schoot, maar de teleurstelling van de gemiste boot weegt zwaarder. Bij een hotel aangekomen krijgen we goed bericht, er was helemaal geen boot., de woensdagboot is eindelijk uit de running omdat de papieren niet in orde waren. Vrijdag gaat een goede boot naar de Togeans, we vieren het met een Bintang.

 

 

De Togeans zijn echte bounty eilanden, wit zand, kokospalmen, het water is dertig graden en schoon, kleine atollen en rotseilandjes liggen verspreid tussen de grotere eilanden. Er zijn maar een paar dorpjes tussen het groen. Onder water is op veel plaatsen koraal vernietigd door het dynamiet vissen. De vissers laten dynamiet onder water ontploffen zodat de vissen dood boven komen drijven. Tegelijkertijd wordt al het koraal en alle vissen die ze niet willen hebben ook vernietigd. Koraal groeit heel langzaam en de visstand heeft er ook enorm onder te lijden, het hele ecosysteem komt in gevaar. Er is nog steeds voldoende moois over dus duiken en snorkelen maken het "bounty gevoel" compleet.
 

 

 


 

 

Een gezellig groepje Vlamingen, Hollanders en een Engelse, klaar om te snorkelen. 

 

Bus en binnenland

Om de lange reis van de eilanden naar Tana Toraja te doorbreken gaan we naar Tentena. Hier huren we een scooter en rijden langs een enorm meer naar een flinke waterval met negen verdiepingen. Op de zevende etage schijn je te kunnen badderen.
In gedachten ben ik bij mijn moeder die zich in elk water dat niet dichtgevroren is onderdompelt. Er heeft nog eens een foto van haar in de krant gestaan waarop ze tot haar middel in een Amerikaans water staat met op een paar meter afstand een respectabele ijslaag. Bikkel. Daarmee vergeleken in de temperatuur van deze waterval aangenaam te noemen. Edwin kijkt toe, hoog en droog en warm.

 

 

 

De temperatuur van het meer water is weer lekker tropisch en het strand goudgeel. Helder, turquase water, de golven slaan op het strand maar het water is niet zout. Na twee eilanden zonder zoet water, zelfs niet uit de kraan is dit een beetje surrealistisch, het lijkt een tropische zee.

We vervolgen de reis per bus, waarin we mevrouw Wilhelmina ontmoeten. Zij is Indo maar haar ‘papa, mama, opa, oma’ hebben in Nederland gewoond verteld ze. Zodoende kan ze ‘Nederlands spreken.’ Haar broers en zussen hebben ook van die Koninklijke namen; Juliana, Hendrik, Willem en Emma.
Ze is met een mand vol vruchten op weg van de ene naar een andere dochter. Ze geeft ons een zakje vol van de lekkere lytchy-achtige vruchtjes en spoort andere toeristen aan ook wat aan te nemen; ‘niet verlegen, niet verlegen’zegt ze in haar enthousiasme om Nederlands te spreken, even vergetend dat de Engelsen haar niet verstaan. Wat een schatje. We wisselen adressen uit want ‘brief, brief’ moet worden gestuurd.
Het blijft een merkwaardige ervaring Nederlands te kunnen spreken met een local aan de andere kant van de aardbol. Wanneer we de bus uitgestapt zijn kom ik er al snel achter dat ik mijn riem met camera en portemonnee weer eens in de bus heb laten liggen. Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen… Dit is de derde keer dat die mij “overkomt” dus ik ben duidelijk geen ezel.
Ik grijp een redelijk Engels sprekende bemo-chauffeur bij zijn arm en trek hem mee naar zijn busje terwijl Edwin en ik ‘follow the bus’en ‘my camera is in that bus’ door elkaar heen roepen. De man heeft een groot vraagteken op zijn gezicht, logisch, maar als we eenmaal aan het rijden zijn kan ik het rustiger duidelijk maken en trapt hij het gas diep in, zover dat kan op de bochtige bergweg. Na een woest kwartiertje halen we de bus in en blokkeren we de weg. Het is wéér goed gegaan, pinpassen, geld en camera zijn weer terecht.



Buffels en begrafenissen

In Tana Toraja is een bijzondere begrafeniscultuur. Een overledene wordt (gebalsemd) in huis bewaard tot er voldoende geld voor de begrafenis is gespaard door de nabestaanden.

 

 

Op deze foto is oma al uit huis gehaald en ligt ze hoog boven de festiviteiten in een kist.
 

Dat kan jaren duren omdat het een dure aangelegenheid is. Ook een rijke familie zal wachten met het begraven tot juli, augustus, het seizoen. Dit omdat veel familieleden verspreid over Indonesië wonen en in de vakantietijd naar huis kunnen komen. Het gebeuren duurt een aantal dagen. Een dag om gasten te ontvangen in het speciaal hiervoor gebouwde “dorpje” van bamboe open kamers.
Al die gasten, het kunnen er wel duizend zijn, gaan per groep (buren, familie) naar de ontvangstruimte. Daar krijgen ze koffie en wat te eten en kunnen ze geschenken aan de nabestaanden overhandigen. Als dat klaar is worden ze naar een andere ruimte gedirigeerd en dan komen de volgende.
Een andere dag worden er waterbuffels geslacht, hoe meer buffels des te beter voor de overledene. Daar wordt de begrafenis ook duur door, bij een rijke begrafenis kunnen wel honderd buffels geslacht worden. Bij “onze” begrafenis werden maar zes buffels geslacht, de overige tien waren voor de bekostiging van het feest en schenkingen voor de kerk.
Het was een bloederige aangelegenheid, met een flinke haal van een groot mes werd de keel doorgesneden en gulpte het bloed er uit. Dan viel zo’n enorm beest om of zakte door zijn poten, probeerde weer op te krabbelen en viel weer neer onder luid gejuich van de omstanders. Wanneer hij dan echt dood was werd het vel er af gesneden en de buit verdeeld. Gewoon op de grond, tussen de stront.
Dan is er nog een feestdag met processie en de uiteindelijke begrafenis, dan wordt de kist in een rotswand, grot of tegenwoordig ook vaak in een huisje geplaatst. Kinderen die nog geen tanden hebben worden in een gat in een boom begraven omdat de boom richting hemel groeit.

 

 

Bloederige buffels en de laatste stuiptrekkingen.

 

 

Begraafplaatsen in een rotswand, met de Tau Tau poppen die op de overledene lijken en de graven bewaken. 

 

 

Kisten in een grot met de Tau Tau op wacht. 



Voor de typische huizen uit deze streek ligt de rijst te drogen. 

 

 

LAST_UPDATED2
 
Reacties (11)
Foto's
11 maandag, 10 augustus 2009 09:34
Freddy & Anita
Jammer dat lappie de foto's niet kan plaatsen. Ben toch wel heel benieuwd naar de "bounty" foto's!
____________________________________
REACTIE MARTINE
We hebben een nieuw lappie dus het duurt niet lang meer... Dan moet ik alleen nog tijd vinden om alles er op te zetten ;)Het is best druk in NL!
zomaar
10 donderdag, 23 juli 2009 18:16
Freddy Gerrits
Hoi jullie daar, alles weer zoals het zijn moet?
Behalve schijnbaar de laptop, doet hij het helemaal niet meer, of kun je geen foto's meer plaatsen?
Ik moet nog 1 dag werken, Dinie 3 en dan gaan we naar Kroatie.
Lekker, kijk je toch wel weer naar uit, ondanks dat we ons thuis niet vervelen, Wes en Pim houden ons wel bezig.
Groeten,Freddy
hagelslag
9 zondag, 12 juli 2009 09:18
arie bloed
binnenkort echte hagelslag...
virus
8 vrijdag, 10 juli 2009 08:15
regina
PHIEUW wat een gedonder.
Laat je niet gek maken he!
Beterschap
bericht vanuit de zonnige Marslanden
7 zondag, 28 juni 2009 19:40
Freddy Gerrits
Hallo Edwin en Martine,

Ben blij om te lezen dat weer beter gaat met jouw (Martine)
Niets lijkt mij vervelender (voor jullie allebei) om ziek te worden,
en dat daarbij communiceren lastig is in zo'n land.
Maar: zie niet om, vooruit maar weer. Op naar next places.
Hier is alles onder controle, we gaan binnenkort op vakantie naar Krotie, met sleurhut, dus typisch nederlands, maar zolang er zon en bier is, ga ik mij wel vermaken, alhoewel ik natuurlijk voor de cultuur ga...,
groeten maar weer, veel plezier, gauw weer aansterken Martine,
we mailen weer,
Freddy
blij om te lezen dat het weer goed gaat met Martine
6 zaterdag, 27 juni 2009 16:49
Hans van Ierland
Hallo Edwin en Martine,

Ik heb me net aangemeld op jullie website, en het verslag gelezen over de afloop met Martine. We hadden jullie niet meer gezien in Labuan Bajo en vroegen onszelf af hoe het nu met jullie en dan voornamelijk met Martine ging, gelukkig gaat het weer helemaal goed en kunnen jullie je reis in alle gezondheid doorzetten. Veel plezier en succes met de rest van jullie avontuur.

Hans van Ierland ( de tassendrager )
_____________________________________________
REACTIE EDWIN
Hoi Hans, Het gaat idd weer stukken beter. Vandaag weer naar het ziekenhuis geweest en na een bloedtest hebben we groen licht gekregen. We kunnen gewoon verder. We blijven nog op Bali totdat het 100% is. Morgen gaan we naar Lovina. Dus mocht je nog in de buurt komen dan kom maar langs om een biertje te doen. Nogmaals dank voor het tassendragen.
Sale
5 zaterdag, 20 juni 2009 19:58
Aniet
Ben benieuwd hoeveel tassen en mooie spulletjes er terug komen naar Nederland. Zoveel mogelijk meenemen. We organiseren gewoon een "sale" ergens :-)
Kuubskisten
4 zaterdag, 20 juni 2009 17:10
Annelies
En wij maar wachten op die kisten vol verrassingen. Als je ze nu stuurt kun je ze in de zomer hier uitpakken!
__________________________________
REACTIE MARTINE
En waar moet ik dan alles laten? Oh, bij jou in huis natuurlijk...
vechten?
3 vrijdag, 12 juni 2009 22:30
jocalien en marco
bij MTV gingen ze bij jackass laatst vechten met de komodo's; waren jullie dat ook nog van plan?

groetjes Marco en Jocalien
bami goreng
2 dinsdag, 19 mei 2009 08:31
rinus
ha edwin en martine,

wa even hoe het is met jullie?

groet'n uut hoogenweg nederland.

breaking news: geen hond wil ajax trainen!! moehahahaha
______________________________________________
REACTIE EDWIN
Zie net dat Martin Jol de man bij Ajax word. Nou kan PiSV het de komende drie jaar wel helemaal vergeten. Moehahahaha.
Heb je de foto's nog gekregen?
Nasi Goreng
1 dinsdag, 19 mei 2009 06:47
Jettepet
We zijn zeer benieuwd!
Tjesse, Robin en Jet