|

Your life is your life don't let it be clubbed into dank submission. Be on the watch. There are ways out. There is a light somewhere. It may not be much light but it beats the darkness. Be on the watch. The Gods will offer you chances. Know them. Take them. You can't beat death but you can beat death in life sometimes. And the more often you learn to do it, the more light there will be. Your life is your life. Know it while you have it. You are marvelous, the Gods wait to delight in you
" The Laughing Heart " Charles Bukowski

Vietnam 16-9-2008 - 2-10-2008 Tijdsverschil +5 €1 = 26.450 Dong
| | | Martine | | Edwin | | Top: | | Baguettes, kleding van de bergvolkeren | | Sapa | | Flop: | | De oneerlijkheid van veel Vietnamezen | | De rest van Vietnam | | Tip: | | Ga naar een buurland van Vietnam op vakantie | | Bereid je geestelijk voor voordat je er heen gaat | | Opvallend: | | Mensen die niets aan je kunnen verdienen zijn wel aardig | | Irritante mensen | Scam Een korte vlucht van nog geen twee uur landen we op het vliegveld van Hanoi. Volgens onze reisgids is het oppassen voor de vele louche taxichauffeurs die hier op het vliegveld rondzwerven. En inderdaad, we zijn nog niet buiten of we worden al besprongen door een aantal van die gasten. De vrouw bij de informatiebalie verteld ons dat we buiten een Hanoi-taxi moeten nemen omdat die wel veilig zijn. We hebben geen hotel besproken maar willen naar het oude gedeelte van de stad gebracht worden. Uit de reisgids prikken we hotel The Golden Lotus en besluiten vanaf daar wel weer verder te zien. Wanneer de telefoon van de taxichauffeur binnen vijf minuten al twee keer is overgegaan, weet ik al genoeg. Dat wordt geen Golden Lotus waar we naartoe gebracht worden. Net buiten Hanoi stopt de chauffeur plotseling. Er staat een andere taxi langs de weg met de motorkap omhoog. ‘My friend’ zegt de chauffeur en stapt uit. De kofferbak van onze auto, waar onze rugzakken in liggen gaat open en ik besluit om er maar bij te gaan staan. Er wordt wat gepraat tussen de twee chauffeurs en ze kijken dan weer naar mij en dan weer naar de toeristen die in de andere taxi zitten. Wanneer ook één van hun uit de taxi stapt, is het probleem blijkbaar snel opgelost. ‘It’s okay, we go’ zegt onze chauffeur en we rijden verder richting Hanoi. En inderdaad, geen Golden Lotus gezien. We worden gedropt bij een klein hotelletje ergens in het oude gedeelte van de stad. ( dat nog wel ) Er staat direct een jongen bij de taxi die het portier opent en ons vriendelijk welkom heet. ‘I asked for hotel The Golden Lotus’ zeg ik tegen de jongen en wijs op het bord boven de deur,‘that doesn’t say Golden Lotus.’ ‘I know, name changed’ zegt hij en verteld dat dit hotel nu vol zit maar dat hij wel even meerijdt naar een hotel om de hoek. ‘Is from same company, very good, very cheap.’ Name changed, yes sure. Maar we vinden het best. We zijn in het oude gedeelte en daar was het ons om te doen. Stap maar in en laat maar zien wat je in de aanbieding hebt. De kamer in het hotel waar we naartoe worden gebracht is perfect en kost ons maar € 7, - dus we besluiten niet eens verder te kijken. Het is moordend heet in Hanoi en we hebben geen zin om met de rugzakken rond te sjouwen. Ons plan is om de volgende dag direct de nachttrein naar Sapa nemen dat in het noorden ligt. Na vijf dagen Bangkok willen we zo snel mogelijk de grote hete stad uit en het land in. We komen daarna terug in Hanoi dus we hebben tijd zat om dan wat meer van de stad te zien. Het meisje dat in ons hotel werkt duwt ons direct wat papieren onder de neus als ze het woord Sapa hoort vallen. ‘I can book for you, I will give you very good price’ is het direct Nou roept u maar! En ze komt met een prijs van ongeveer 26 euro p.p. ‘Very good price, You take? You take?’ ‘Dacht het niet.’ Ze wil nog wel iets zakken met de prijs maar het blijft belachelijk duur. De drammerige manier van verkopen begint me ook te irriteren. Na elke zin is het van: ‘You take? You take?’ Wanneer ik zeg dat we wel gewoon naar het station gaan om daar een kaartje te kopen probeert ze ons bang te maken. ‘Oh no,no, in train lot of maffia, steal from tourist. You buy ticket from me. You take?, you take?’ ‘No we don’t take, thank you very much.’ We gaan eerst de stad maar eens in om te zien of we wat te eten kunnen scoren. We zijn nog geen driehonderd meter bij het hotel vandaan of we hebben al acht motortaxi’s en vier gewone taxi’s aangeboden gekregen. Al 300 keer zijn we begroet en is ons gevraagd waar we vandaan komen en waar we naartoe willen. En iedereen is bereid om ons te helpen. Een hand opsteken voor een taxi is hier niet nodig, dat doet iemand anders wel voor je en hij krijgt er door de taxichauffeur nog voor betaald ook. Na het relaxte Maleisië en Thailand waar nee in de meeste gevallen gewoon nee is, is het verschrikkelijk wennen aan de opdringerige manier hoe de mensen je hier benaderen. In sommige gevallen is het echt niet leuk meer. Wanneer ik een kop koffie zit te drinken en er een schoenenpoetser bij me komt, moet ik hem echt bij zijn arm pakken en deze terug duwen om hem duidelijk te maken dat hij niet aan me moet zitten. ‘I’ve told you NO!, six times.’ Van andere reizigers hadden we dit al gehoord dat het er hier zo aan toe gaat en voor velen was dit de reden dat ze Vietnam het minst plezierige land vonden in dit gedeelte van Azië. De volgende dag kopen we onze treinkaartjes naar Sapa voor € 8, - op het station. We gooien onze rugzakken in een kluis en gaan lopen maar weer de stad in. Wanneer we willen eten bij een klein lokaal eettentje, wordt ons niets gevraagd maar krijgen we direct een bord eten onder onze neus gedrukt. Het ziet er heerlijk uit en het smaakt nog beter. Bij het afrekenen komen we er weer achter dat we eerst naar de prijs hadden moeten vragen. Het kost geen drol maar we betalen weer veel teveel. Ik weet het, het gaat veel over geld tot nu toe maar het is echt niet normaal hoe je hier wordt belazerd als je niet goed oppast. Alles maar dan ook alles proberen ze om je wat geld afhandig te maken. Aan het eind van de middag bezoeken we een voorstelling van de waterpuppetry. Een theatergezelschap dat al over de hele wereld heeft opgetreden. Het is heerlijk om even in een koele ruimte te zitten waar je niet wordt lastig gevallen of bijna omver wordt gereden door één van de miljard scooters die hier rond lijken te rijden. Ruim op tijd zijn we ’s avonds op het station. Een man loopt met ons naar de trein te brengen. Martine roept nog zoiets van dat we het zelf wel kunnen vinden maar dat is aan dovemansoren gericht. Nou hij doet maar lekker maar hij krijgt geen cent denk ik. Hij vraagt inderdaad een dollar als we bij de trein zijn maar deze keer horen wij het niet. Ajuus, gegroet en de mazzel. Om 22.00 uur vertrekken we. Ik heb te doen met de andere passagiers in ons hokje van twee bij twee en een half waar twee keer drie stapelbedden instaan. We hebben de hele dag in de stad gelopen en zweten ons kapot. Ik stink werkelijk een uur in de wind en wordt er zelf bijna onpasselijk van. We gaan direct slapen. Om 6.30 uur zullen we aankomen in Lao Cai waarvandaan we een busje moeten zien te regelen richting Sapa. Maar mijn gevoel zegt dat dat niet echt een probleem zal worden.
Sapa We konden wel met dertig busjes mee. Ik sta nog in de trein en heb al een rit te pakken. Als we het station verlaten staan er wat mensen die de treinkaartjes in ontvangst nemen. ‘Heb je die nog?’ vraag ik aan Martine ‘Nee, die heb ik weggegooid in de trein.’ Een streng kijkende vrouw wil dat we terug lopen om de kaartjes op te halen. ‘Doorlopen’ roep ik naar Martine en het blijkt goed te zijn want niemand die verder wat zegt. In de bus zit ik naast een dikke Duitser van een jaar of vijftig. Hij heeft ook net de tweehonderd meter van de trein naar het busje gelopen en het zweet gutst uit zijn kop. Hij vertrouwd het Vietnamese “openbaarvervoer” niet erg heb ik het idee. Als de rugzakken op een grote stapel naast ons neer worden gelegd begint hij al te klagen en te steunen. ‘Oh nein, das kann doch nicht wahr sein.’ Vervolgens is het een uur lang bij elke bocht die we doorgaan:’ Mann oh mann hier passiert etwas, unglaublich, Ohhh mann oh mann, wer glaubt mich wenn ich das zu hause erzähle’. In Sapa spreken we de man nog een paar keer. Hij blijft klagen over van alles en nog wat. Hij heeft nog veertien dagen te gaan waarvan twaalf in het hete Hanoi. Hij zegt van plan te zijn de hele dag op de kamer te blijven en ’s avonds even naar buiten te gaan wanneer de temperatuur wat aangenamer is. Leuke vakantie denk ik. Misschien is het een idee om volgend jaar toch maar met de schep richting Scheveningen te gaan.
Sapa is een hillstation op ongeveer 1600 meter. Het wordt ook wel de rijstschuur van Vietnam genoemd. Op de bergflanken zie je veel rijstvelden die van hoog op de berg tot diep in het dal lopen. Het is een prachtige omgeving. En het is werkelijk heerlijk als je na een paar maanden van overwegend 30+ graden op een plek komt waar het heerlijk koel is. De tempratuur ligt zo tussen de 20 en 25 graden. Warm genoeg voor een korte broek maar niks geen gezweet. Heerlijk! Voor mooie uitzichten moet je hier wel wat geluk hebben. Het schijnt dat er bijna altijd wel wat mist in de vallei hangt zodat je niet echt mooie vergezichten op de bergen en de rijstvelden hebt. Wanneer we uit de bus stappen worden we direct besprongen door de tientallen vrouwen en meisjes uit de omliggende bergdorpen. Het is opvallend hoeveel jonge meisjes hier al kinderen hebben. We horen later dat men hier al op hun 16-de trouwt en dan al vrij snel kinderen krijgen. In Vietnam moet je wanneer je meer dan twee kinderen hebt extra geld aan de staat betalen. Dit geldt niet voor de locale bergbevolking. Bij hen is het normaal dat je voor je 25-ste al een stuk of vijf kinderen hebt. De vrouwen verkopen allerlei zelfgemaakte spullen zoals tassen, kleden en sieraden. Het is hier dus al niet anders. ‘Hello where are you from.’ ‘Mars.’ ‘Hello, you buy from me.’ ‘….zucht.’ ‘You wanna buy nice bag? please’ ‘No’ ‘Maybe little one? pleaaase’ ‘No’ ‘Earrings? pleaaaaase’ ‘No’ ‘Necklace pleaaaaaaaaaase’ ‘No’ ‘Marihuana?’ ‘N…euuuh No’  GEK wordt je ervan!
Het hotel waar we verblijven is het Friendly hotel. En het is niet te geloven maar hier zijn ze echt vriendelijk en willen je met alles helpen zonder dat ze het op een opdringerige manier doen. De eerste dag slenteren we wat door het stadje. En om de verkopers te ontlopen bezoeken we een park dat op een berg is gelegen en waarvan je een mooi uitzicht hebt op Sapa en de omgeving.
De volgende dag huren een scooter. Het is een ideaal vervoermiddel om wat meer van de omgeving te zien. We rijden naar Ban Ho, een klein plaatsje op ongeveer dertig kilometer van Sapa. De heenweg duurt behoorlijk lang omdat we regelmatig stoppen om foto’s te maken. De bergen met terrassen waarop men de rijst verbouwd zijn overweldigend. Op sommige plaatsen zijn de honderden meters hoge bergen grotendeels bedekt met terrassen. Zo mooi als hier heb ik ze nog niet eerder gezien. We rijden de hele dag een beetje rond en besluiten aan het eind van de dag om later deze week nog eens een scooter te huren. Omdat de jonge eigenaar van ons hotel zo’n prima kerel is besluiten we hem wat te gunnen en boeken een dagtour naar de markt in Bac Ha. Volgens hem is de markt bekend in heel Vietnam omdat je er van alles kunt kopen. Om 07.00 uur staan we de volgende ochtend beneden. Het is ongeveer drie en half uur rijden naar de markt. Dan moet het wel wat wezen denk ik. Wat de eigenaar ons niet heeft verteld is dat ze een nieuwe weg aan het maken zijn. Vanaf Lao Cai naar de markt in Bac Ha rijden we over een weg die me weer even aan Mongolië doet denken. Door al het verkeer dat er rijdt is het er zo stoffig dat we soms minder dan twee meter zicht hebben. De ramen van de bus moeten de laatste twee uur dus dicht. ‘No problem, then you put on the airco? Vraag ik’ ‘No airco in bus’ antwoord de gids. ‘Sorry.’ De heenweg gaat het nog omdat we redelijk vroeg zijn maar de terugweg is een hel. Het is inmiddels zo’n 35 graden en we koken bijna de bus uit. We zijn blij dat we weer in Lao Cai zijn waar de wegen weer normaal zijn en we na twee en half uur eindelijk de raampjes weer open kunnen zetten. De markt stelde overigens niets voor. Buiten de vele locale verkopers in hun eigen klederdracht was het een markt die je overal in Azië ziet.  Hmong dames op de markt Zeven uur hebben we gereden voor ongeveer 2 uur markt. Niet aan te bevelen dus! Omdat ons geld bijna op is vraag ik de chauffeur van het busje of hij me naar een bank kan brengen waar ik kan pinnen. De bank om de hoek weigert mijn pas dus vraag ik of er nog een andere bank in de buurt is. De chauffeur is wel bereid om me er naartoe te brengen maar dat gaat me dan 100.000 dong kosten.( € 4, - ) Als ik vraag waarom hij dat belachelijke bedrag vraagt, haalt hij de schouders op. ‘100.000 dong or no bank.’ Ik weiger het geld te betalen en de chauffeur weigert me naar de bank te brengen. Dit is zo typerend voor Vietnam. Voor alles maar dan ook voor alles willen ze geld hebben en anders verdommen ze het gewoon. En alles maar dan ook alles moet je natellen want ze naaien je waar je bij staat. Vietnam is tot nu toe prachtig maar de Vietnamezen beginnen me al behoorlijk de strot uit te hangen. We blijven in totaal vijf dagen in Sapa en komen even op adem. Morgen gaan we terug naar Hanoi. Met een beetje geluk is het daar dan niet zo warm meer. Gisteren zagen we op het nieuws dat er een grote tornado op zuid China afstevent. Aan de satellietbeelden te zien zal noord Vietnam hier ook nog behoorlijk wat van meekrijgen. Men verwacht dat de orkaan op donderdag 25 september aan land zal komen. Net de dag dat wij naar het noorden willen om naar Halong Bay te gaan. Hopelijk gaat het meevallen en mochten we het niet vertrouwen, dan blijven we nog een paar dagen langer in Hanoi. Ik lees net op NOS teletekst dat PSV weer geluk heeft gehad en dat er in Hardenberg elf egels zijn geslacht. Mooi zo, op naar de kuip. Ook zag ik dat het nieuws van de Typhoon Nederland heeft bereikt. Wij zijn dus net op tijd uit het noorden vertrokken en zitten veilig in Hue in het midden van het land. Hebt dus geen bange Mams. Terug in Hanoi en op naar Hué
Hanoi heeft inderdaad wat meegekregen van de orkaan. Als we ’s ochtends vroeg op het station aankomen, regent het al en het zal vandaag ook niet meer droog worden zoals later zal blijken. Sterker nog het zal met bakken uit de hemel komen. Het is nog maar 5.30 uur en we moeten een uurtje wachten voordat het hotel waar we een kamer willen nemen open gaat. We horen van andere reizigers dat de dagtochten naar Halong Bay de afgelopen dagen allemaal zijn gecancelled vanwege de storm. De kans is echter groot dat vandaag of morgen het gebied weer veilig genoeg is om naar toe te gaan. En dat blijkt ook wanneer we één van de vele boekingskantoortjes binnen stappen en vragen naar de mogelijkheden. Vandaag zal nog niet gaan maar morgen is geen probleem. We hebben geen zin om van kantoortje naar kantoortje te lopen om de prijzen te vergelijken en besluiten direct te boeken. Twee dagen Halong Bay met een overnachting op een boot. Mooi zo dat is geregeld en we zijn blij dat we toch nog Halong Bay krijgen te zien. Het begint steeds harder te regenen en besluiten daarom vandaag maar twee musea te bezoeken. Het Ho Chi Minh museum en het Etnologische museum zijn aanraders volgens onze reisgids en die worden het dus. We hebben ergens gelezen dat het lichaam van Ho Chi Minh rond deze tijd naar Moskou gaat om weer een beetje toonbaar gemaakt te worden door het team dat ook Lenin eens in de zoveel tijd weer opknapt. Volgens de man van het reisbureau is hij echter gewoon in Hanoi. ‘So he is not on Holiday in Moscow’ vraag ik Uit het zure lachje dat de man mij geeft blijkt dat grapjes maken over Ho Chi Minh hier niet echt gepast is. Oeps sorry.
Het moderne gebouw waarin het museum is gevestigd ziet er nog wel erg mooi uit maar het museum zelf zegt ons niet zoveel en het duurt dan ook niet zo lang voordat we weer buiten staan. Het mausoleum blijkt toch gesloten zodat we maar een taxi pakken richting het tweede museum. In het etnologische museum valt wel wat meer te zien maar ik heb niet zoveel met oude werktuigen, sieraden en klederdrachten van de verschillende bevolkingsgroepen in Vietnam en ben al snel uitgekeken. Na de lunch trotseert Martine nog wel de regen en gaat nog wat dingen bekijken die buiten staan tentoongesteld. Ik bestel nog een cappuccino en blijf onder het afdak zitten.
Om half acht staan we de volgende ochtend beneden. Het duurt maar even of onze gids voor de komende dagen meldt zich bij de balie. Ik heb geluk dat hij ons als tweede oppikt want het busje blijkt een oud barrel zonder enige beenruimte. Ik neem plaats achterin zodat ik mijn benen nog enigszins in het kleine looppad kan neerleggen. Het is gelukkig maar een rit van drie uur naar Halong Bay dus dat gaat nog wel lukken. Na ongeveer anderhalf uur gereden te hebben last de chauffeur een kleine pauze in bij een grote hal die vol staat met foute souvenirs en een klein barretje waar je een kop koffie kunt kopen. Wanneer we ons na ongeveer tien minuten weer bij de bus melden vraagt de gids om onze aandacht. ‘Sorry I have bad news. Storm number seven is coming to Halong Bay and it is not save to go on the boat.’ Om een lang verhaal kort te maken. We kunnen naar Halong Bay en daar vanaf de kant wat van de kastgebergten zien die uit het water steken maar een boottocht tussen de bergen zit er niet in. We zullen in een hotel slapen in Halong city, een plek waar volgens anderen niets te beleven valt. En met een beetje pech is het weer zo slecht dat we nauwelijks naar buiten kunnen. Optie twee is dat we terug gaan naar Hanoi en daar al ons geld terug krijgen en eventueel een andere dagtocht boeken als de storm voorbij is. Wij besluiten om terug te gaan en Halong Bay helemaal voor gezien te houden. We hebben geen zin om nog drie of vier dagen in en om Hanoi rond te hangen in afwachting voor een trip naar Halong Bay. We hebben inmiddels treinkaartjes op het station gekocht voor over twee dagen en we besluiten te proberen deze om te ruilen zodat we nog dezelfde avond naar Hué kunnen vertrekken. Helaas, geen Halong Bay voor ons dus.
Het omruilen is gelukkig geen probleem. We moeten een paar cent bijbetalen maar kunnen ’s avonds om half acht met de trein naar Hué. De laatste twee treinritten hebben we gekozen om op de zogenaamde “hardsleepers” te slapen. Een plank met een matrasje van ongeveer drie centimeter. Beide keren kwamen we behoorlijk gebroken uit de trein en dus gaan we nu voor de “softsleeper”. Als we na een hele dag rondhangen, ’s avonds bij de trein komen blijkt de “softsleeper” een plank met een matrasje van acht centimeter. We hebben wel het geluk dat we een vierpersoons cabine voor ons tweeën hebben. Na weer een nacht van weinig slaap komen we na vijftien uur treinen dan eindelijk aan in Hué. Mijn mening over de Vietnamezen is nog onveranderd maar volgens andere reizigers is het gedram en gezeur in de middel grote steden niet zo erg als in Hanoi. Met de hoop dat dit inderdaad zo is stap ik uit de trein. Mocht dit niet zo zijn dan gaan we wat mij betreft in sneltreinvaart verder richting het zuiden om in Saigon een visum voor Cambodja te regelen.
Hué
Nou voor mij is het duidelijk. Vietnam is niet mijn land. En de Vietnamezen vind ik over het algemeen genomen zeer onprettige mensen. ( zacht uitgedrukt ) In Hanoi kwam er al een man bij ons in de coupé om ons een folder in de hand te drukken van een hotel in Hué. Een nieuw hotel met kamers tussen de zes en acht dollar. Nou die folder houden we dus maar. Na – zoals gezegd – een nacht van weinig slaap komen we aan in Hué. De taxichauffeurs staan nog net niet in de trein om ons hun diensten aan te bieden maar het scheelt niet veel. We duwen één van de chauffeurs de folder onder de neus en vragen of hij het hotel kent. Stomme vraag, want natuurlijk weet hij dat. We stappen bij hem in en een klein kwartier later worden we afgezet bij één van “zijn” hotels in het centrum van de stad. ‘You look is very good and very cheap.’ Wel Godverdomme denk ik en grijp mijn rugzak. Zonder nog wat te zeggen loop ik bij hem weg. Martine betaald hem de paar centen die we hem verschuldigd zijn en we pakken de Lonely Planet er maar eens bij. Gelukkig is het hotel waar we naartoe willen niet ver van de plaats waar we zijn afgezet en lopen er dus maar naar toe. We besluiten om er een rustige dag van te maken. De warmte en de luchtvochtigheid slopen je behoorlijk en na een slechte nachtrust lijkt het dubbel zo hard aan te komen. Als we een beetje op adem zijn gekomen in onze kamer gaan we stad maar eens een beetje verkennen. Wanneer we bij de receptie komen om de sleutel af te geven begint het meisje van het hotel direct te vragen wat de plannen zijn voor de komende dagen. ‘You will be here tommorrow?’ ‘Euuh yes.’ ‘What are you gonna do?’ ‘Euuh we don’t know yet.’ ‘I think you gonna book a tour by me. It is very chea…’ ‘I think we still don’t know. Bye, bye.
Wanneer we terug komen van de wandeling eten we een hapje bij Thu. Een klein restaurantje bij ons in de straat. Het is maar een klein hokje en de muren zijn volgeschreven met boodschappen en kreten van toeristen hoe geweldig de gastvrouw Thu wel niet is en er wordt gewaarschuwd dat we niet de goedkope boottochten moeten nemen als we iets van de stad willen zien omdat je je dan scheel betaald aan de entreeprijzen die bij de bezienswaardigheden worden gevraagd. Het is veel beter om een tour te regelen bij Thu. Achter op een brommer laat een gids je dan de omgeving van Hué zien en de bezienswaardigheden van de stad. Martine vraagt of het me wat lijkt en ik vind het best. Het kan alleen maar meevallen. Wanneer we weer in het hotel komen staat hetzelfde meisje nog achter de receptie. ‘You still will be here tommorrow?’ ‘Yes.’ ‘I think……’ ‘I think we still don’t know. Goodnight.’
Om half negen zitten we de volgende ochtend achterop de brommer en gaan we fijn een stukkie toer’n. En het moet gezegd, het valt reuze mee. Het is lekker om uit te waaien achter op de brommer en te genieten van het landschap en de kleine dorpjes waar we doorheen rijden. Ook de bezienswaardigheden zijn deze keer de moeite om te bezoeken. We gaan o.a. naar een plek waar nog een aantal bunkers staan uit de Vietnamoorlog, een klooster en we zien een aantal pagodes. Bij één van de pagodes staat ook de auto tentoongesteld waarmee een monnik zijn laatste rit heeft gereden voordat hij zichzelf in brand heeft gestoken. Dit uit protest tegen de discriminatie van het Boedisme in Vietnam en het feit dat er geen vrijheid van geloofsovertuiging was in die tijd. De bekende foto die dit opleverde staat er natuurlijk bij. Wat er nou zo speciaal aan de auto is dat deze tentoongesteld moet worden ontgaat me een beetje maar waarschijnlijk hadden ze niets anders van de monnik om aan het publiek te laten zien.
Overal waar we komen worden we weer ontvangen door verkopers van allerlei troep. Bij een tempel die we bezoeken komen oude vrouwtjes letterlijk op ons afgestormd om ons wierook te verkopen. Ze lopen elkaar bijna omver om er maar voor te zorgen als eerste bij ons te zijn. Het is lachwekkend en om te huilen tegelijk. Na een halve dag te hebben rond getoerd is het ’s middags tijd voor de gebruikelijke siësta. Het is dan wel wat koeler in Hué maar de luchtvochtigheid ligt voor ons gevoel op ongeveer 90% en dat sloopt behoorlijk na een halve dag wandelen en rondrijden. Er staat nog één ding op het programma als we ’s middags de wandelsandalen weer aantrekken. De citadel is de oude stad van een paar eeuwen geleden. Het hele terrein is ommuurd en binnen de muren bevindt zich o.a. de verboden paarse stad. Dat klinkt goed denk ik. Als ik de reisgids moet geloven is er genoeg te zien om je een paar uur te vermaken. En wat denk je, inderdaad het is een aanfluiting. Als we binnen komen valt het nog mee. Er staan wat leuke gebouwen en beelden maar achter het tweede gebouw is het één grote bende. Er staan wat oude muren in het gras van ongeveer een halve meter hoog. De muren zijn ze aan het renoveren maar het lijkt wel alsof ze er een modern hotel van proberen te maken. Het is allemaal zo van deze tijd dat het niets meer te maken heeft met een oude stad van een paar eeuw terug. Er is zelfs al een tennisbaan plus kleine tribune aangelegd op het terrein. Wat mij betreft Vietnam ten top. De dingen die je er kunt bekijken zijn het over het algemeen niet de moeite en buiten het landschap rond Sapa heeft het land wat natuurschoon betreft ook veel minder te bieden dan de omliggende landen. Nee, ik ben klaar met Vietnam. Morgen gaan we naar Hoi An waar Martine wat kleren wil laten maken. En dan wat mij betreft op naar Saigon om een visum te halen en door naar Cambodja.
Ik heb zojuist op de website geschreven dat we nog leven. We zijn net op tijd uit het noorden vertrokken waar de tyfoon behoorlijk heeft huisgehouden. De regen komt hier in Hué inmiddels ook met containers uit de lucht. Een medewerker van café Thu heeft zojuist maar een altaar gemaakt met daarop wat offers en begint een vuur te maken voor het restaurant. Volgens mij vertrouwd hij het weer niet zo want het lijkt erop dat hij alles doet om de Goden het naar de zin te maken. Binnen een mum van tijd ontstaat er een vuur voor het restaurant waar ik als jochie jaloers op zou zijn geweest. ‘Je zult zien’ zeg ik tegen Martine. ‘ ‘Heb ik net op de website geschreven dat we veilig in Hué zitten, gaan we hier met de hele toko de lucht in.’ We drinken ons bier op en gaan naar het hotel. Snel slapen, dan is het snel morgen en zijn we snel in Hoi An en kunnen we weer snel door. We komen rond de middag aan in Hoi An waar het inmiddels ook noodweer is. Na twee keer bijna te zijn afgezet in een hotel, vindt Martine een goede slaapplaats. De hele middag en avond blijven we in ons hotelletje vanwege het noodweer. De straten zijn veranderd in kleine riviertjes waar af en toe nog een auto of scooter doorheen gaat. De momenten dat het even droog is grijpen we aan om in de straat even te eten. En in Hoi An is het hetzelfde verhaal als elders in Vietnam. Mocht er nog wat zijn wat het vermelden waard is dan horen jullie het wel. Misschien heeft Martine nog zin om wat over Hoi An en Saigon te schrijven maar wat mij betreft, Ajuus en tot in Cambodja
Er is nog wat te melden!! We zijn net aangekomen in Saigon en hebben direct een bus naar Cambodja kunnen regelen. Over zes uur zitten we daar. Thank God!!
Streetlife Door Martine
Zweet gutst over m’n gezicht, rondwarrelend stof blijft aan me plakken alsof ik een wandelende pritt-stift ben. Kringen onder m’n oksels, Rexona 24 uur la-me-nie-lachen. Het is te warm om te lopen. Vietnamezen weten dit al langer, ze fietsen of scooteren kris kras door elkaar, die ene vrachtauto of bus ontwijkend. Het is de bedoeling dat men rechts rijd, dus we kunnen weer links-rechts-links kijken. Maar we blijven kijken, nergens een gaatje om over te steken, ze rijden voorbij als een kudde bromvliegen naar een kadaver, non-stop techniek is simpel doch doeltreffend, een paar stappen op de weg kijk wat of de aanstormende brommert van koers wijzigt van recht op je af naar achter je langs. Zo ja, zet een paar stappen naar voren en herhaal dit proces. Zo nee, twijfel wat en de brommert zal alsnog achter je langs gaan.
Gewoon maar doorrijden, dan kom je de kruising wel over. Sinds een paar maanden is het verplicht een helm te dragen, en dat doet dan ook bijna iedereen. Over zijn pet of regenponcho. Een tropenhelm of een elegante hoedhelm voor de dames. Als zomerhoed vermomde helmen, met kanten randjes of bloemetjesmotief. De outfit wordt afgemaakt met charmante handschoenen tot over de elleboog en een mondkapje. Niet zozeer de angst voor huidkanker als wel de afschuw voor een bruine huid is genoeg reden je volledig te kleden in deze hitte. Als het begint te regenen schuiven alle wielen naar de kant van de weg en binnen dertig seconden rijden ze weer met de bestuurders volledig in plastic poncho’s gehuld, de regenburqa. Denk je eens in dat je geen auto hebt, en de buurvrouw, je vriendinnen, je collega’s, niemand heeft een auto die je ff kan lenen, niemand die met je meerijd om een paar kratjes bier te halen, laat staan een paar pakken hooi. Wat doe je dan, je wordt handig met wat stukjes touw en je fiets of scooter. Voila Vietnam. Hele families, varkens of honden in een kooitje, stapels oud papier, anderhalve meter hoge Chinese vazen, fietsen, groenten en fruit hoog opgetast, marskramers met potten en pannen, alles op de tweewieler. Hoe ze het allemaal rechtop houden, wonderbaarlijk. 
Hoi An is een aardig stadje maar mijn enige doel hier is wat kleding te laten maken. Niet te moeilijk, gewoon tegenover ons hotel es proberen. Eerst een simpele broek bestelt en toen op zoek naar plaatjes van een rok en top van m’n favoriete ontwerpster. Lang leve marktplaats! Uitgeprint en na laten maken voor weinig. Stofje uitzoeken en de volgende middag een nieuwe afspraak. Dan het eerste maaksel passen waarbij ik vanwege de ingewikkelde ontwerpen drie dames om me heen krijg die discussiëren over het resultaat tot ze het met elkaar eens zijn over hoe het dan wel moet worden. Ik sta er maar een beetje paspopperig bij terwijl ze aan de kleding trekken en me in m’n buik porren. Loat goan, ze zullen het wel weten. En als ik de tweede keer moet passen word ik erg blij, eindelijk weer iets anders aan. Om niet te veel kilo’s op m’n rug te hebben heb ik maar een beperkte garderobe maar dat verveeld snel. Al is het wel makkelijk ’s morgens, ik trek aan wat schoon is en hoef niet te denken of iets anders misschien leuker is want ik heb niets anders. Elk voordeel heb z’n nadeel.
|
Edwin: Hoi An (dré)
A.
P.S. Kaart bedelmonniken ontvangen.
_____________________________________
REACTIE EDWIN
Ik heb die dingen hier al in de winkels zien liggen. Dank voor de tip