Cambodja

Cambodja

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

Yesterday is history.

And tomorrow's a mystery.

 

uit: "Reach for the sky"

Social Distortion

 

 

 

 

Cambodja

tijdsverschil + 6 uur
2-10-2008 - 1-11-2008
€1 = 6.000 Riel

Martine Edwin
Top: Angkor, zóveel 10.000 jaar oude tempels. De mensen.
Flop: Geen gefrituurde Tarantula kunnen vinden. Pfff....???
Tip:

Cambodja is zoveel meer dan Phnom Penh en Angkor, ga van de gebaande paden!

De tempels van Angkor.
Opvallend:

Hoe mensen lachend vertellen over het verlies van dierbaren.

De Amerikaanse dollars die uit de pinautomaten komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Phnom Penh

Ik dacht dat Martine de stad Saigon nog wel wilde bekijken maar ik ben blij dat ze bijna direct na aankomst voorstelt om de bus naar Cambodja te pakken. We blijven dus maar ongeveer vier uur in deze stad en zien er niets van. Het kan me ook gestolen worden! Zoals Vietnam me gestolen kan worden. Ik stel voor om direct maar een kaartje te kopen. Mocht ze zich nog bedenken. Tja, het is wel duidelijk hoe ik over Vietnamezen denk. Het spijt me te moeten zeggen maar ik vind het, over het algemeen, een naar volk. Het is dan ook een hele opluchting als we de grens met Cambodja passeren.

Tijdens de stop voor de lunch, we zijn dan net een uur in Cambodja, is het verschil direct te merken als we de bus uitstappen. Er komt niemand op ons afgerend om, met die vier woorden Engels die ze kunnen, ons te bestormen en ons eten of rotzooi aan te smeren. Niks geen ‘You buy from me?’ Cambodja voelt direct weer goed en vertrouwd zoals ik Azië gewend ben.
Na zes uur in de bus te hebben gehobbeld komen we dan eindelijk aan in Phnom Penh. Eerst heb ik niet in de gaten dat het de hoofdstad is maar denk ik dat het een andere wat grotere stad is. Er zijn hier weinig tot geen moderne gebouwen zoals je die wel vaak ziet in andere hoofdsteden. Of ik moet het gemist hebben want ik kan mijn ogen bijna niet meer openhouden. We zijn nu bijna dertig uur non-stop aan het reizen. In de trein hebben we zoals gewoonlijk bijna niet geslapen en we zijn helemaal op als we in Phnom Phen aankomen.
Het is nog even onderhandelen met de tuk-tuk chauffeur om ons voor een redelijke prijs naar het centrum te brengen. We vinden gelukkig snel een hotel dat bevalt en ploffen op bed neer om even bij te komen. Tijdens het eten kan Martine haar ogen bijna niet open houden. Ze zit behoorlijk stuk. Ze heeft geen energie meer. Om acht uur gaat ze naar bed om de nodige slaap in te halen en niet veel later volg ik haar ook maar.
De volgende dag tijdens het ontbijt heb ik het al in de gaten. Dit gaat hem vandaag niet worden voor Martine. Om elf uur kijkt ze al uit haar ogen alsof ze er een zware werkdag op heeft zitten. En ze zegt dan ook dat ze terug gaat naar de kamer om verder uit te rusten. Ik ga dus maar alleen naar het Nationale Museum en naar het Royal Palace om deze te bekijken. Het museum is erg klein en staat vol met voornamelijk oude Boeddhabeelden. De binnentuin is echter een oase van rust en ik zit de meeste tijd dan ook daar om wat te drinken.
Het Royal Palace blijkt pas om twee uur de poorten weer te openen als ik daar rond de middag aankom. Er zit dus niets anders op om maar wat door de straten van Phnom Phen te slenteren. Ik ben net rond het paleis gelopen wanneer ik zie dat er grote donkere wolken zich boven de stad verzamelen. We zitten aan het eind van het regenseizoen en bijna elke dag valt er nog wel een bak water naar beneden. Ik ben net op tijd bij een restaurant als het noodweer losbreekt. Het blijft wel mooi om te zien zo’n tropische regenbui. Even denk ik dat ik het Royal Palace maar aan mij voorbij laat gaan maar tegen half drie stopt het dan toch met regenen en breekt de zon weer door. Het Royal Palace doet me wel een beetje denken aan die van Bangkok. De gebouwen blijven echter prachtig.
’s Avonds moeten we eerst geld halen voor de komende dagen. Het is elke keer weer wennen als je in een ander land aankomt. Je betaald in het begin veel te veel voor alles omdat je nog niet zo gewend bent aan de nieuwe valuta. Hier in Cambodja is het helemaal wennen. De pinautomaat blijkt Amerikaanse dollars uit te spuwen in plaats van Riel, zoals de Cambodjaanse valuta heet. Overal wordt ook met het Amerikaanse geld betaald maar het wisselgeld is vaak weer in Riel. Best wel verwarrend zo af en toe.

Martine voelt zich de volgende dag gelukkig al weer wat beter. In een shoppingmall loopt ze een half uur te zoeken naar een bepaald soort gel voor in haar haar wat ze nergens blijken te hebben. Het is in ieder geval een teken dat ze weer de oude begint te worden denk ik en sjok er maar weer achteraan. Na de gel moet er ook nog parfum gekocht worden. Bij het vierde winkeltje lijkt ze de goede te hebben gevonden, maar….. nee toch maar niet. Na de broodnodige boodschappen lopen we terug naar het hotel en Martine geeft aan toch weer even te willen liggen.
Het plan is om morgen verder te reizen dus het zal niet lukken om de Killing Fields en het Tuol Sleng Genocide Museum te bezoeken vandaag. Als Martine is uitgerust besluiten we naar Tuol Sleng te gaan omdat deze maar op vijf minuten tuk-tukken ligt. De Killing Fields doen we over een paar weken als we terug zijn in Phnom Phen. Maar eerst moet er nog even snel worden gegeten. We pakken het eerste restaurant dat we tegenkomen en doen onze bestelling. In de hoek van het restaurant staat zoals hier gewoonlijk is de televisie aan. Vaak wordt er een Engelse voetbalwedstrijd op uitgezonden maar deze keer niet. Deze keer is het niemand minder dan Hans Kazan die te zien is. Sterker nog het is de Nederlandse uitzending die hier, vertaald in het Cambodjaans, wordt uitgezonden.

Aan de paar souvenirkramen en de tuk-tuk’s die voor de ingang staan kun je zien dat je bij Tuol Sleng bent aangekomen. De kans is groot dat je er anders aan voorbij was gelopen. Tuol Sleng, of de S-21 gevangenis zoals het ook wel wordt genoemd, was een school voordat het door de Rode Khmer werd omgebouwd tot gevangenis. Van de buitenkant zien de gebouwen eruit alsof het nog steeds een school zou kunnen zijn. Binnen is het echter anders.
De veertien lijken die werden gevonden nadat de Khmer op de vlucht was geslagen liggen begraven op het oude schoolplein. Op het terrein dat maar 600 bij 400 meter groot is staan vier gebouwen van drie verdiepingen. En de rillingen lopen je over de rug wanneer je de gebouwen betreed en ziet hoe hier duizenden mensen de dood hebben gevonden. De beestachtige manier waarop hier mensen zijn gemarteld en afgeslacht is bijna niet te geloven. Maar de bewijzen hangen aan de muur. Foto’s van bloederige lijken vastgeketend op ijzeren bedden hangen aan de muur van de kamers die werden gebruikt om mensen te martelen. De bedden staan er ook nog en op de vloer lijkt het opgedroogde bloed nog te zitten.

 

 

In andere kamers staan grote borden met daarop de foto’s van de gevangenen die werden genomen wanneer ze hier gevangen werden gezet. Mannen, vrouwen en kinderen waarbij bij sommigen de angst in de ogen staat af te lezen lijken me van alle kanten aan te kijken. Bij sommige personen is de veiligheidsspeld met daaraan het nummer van die persoon niet op het kledingstuk op de borst gespeld, maar is de speld door het vel van de keel geprikt. Het is allemaal verschrikkelijk.
Als je hier rondloopt ga je automatisch fluisteren, althans ik wel. Of je blijft stil. Ik kan dan ook mijn oren niet geloven wanneer ik op uit één van de kamers kom en bij een ander gebouw een paar Engelse toeristen luid hoor lachen en tegen elkaar hoor zeggen hoe dronken ze de avond ervoor wel niet waren. Wat een ongelooflijk stuk tuig.
In de folder die we bij binnenkomst hebben gekregen lees ik dat het museum sinds 1989 bijna geen geld meer krijgt van de overheid voor reparaties en om tentoonstellingen te organiseren. Ik vind het ongelooflijk dat een regering, tien jaar na de genocide al besluit om de geldkraan langzaam dicht te draaien. De mens vergeet snel. En vooral een regering weet dat als geen ander. Maar ik kan me niet voorstellen dat er iemand in dit land is die wil dat deze geschiedenis wordtl vergeten. Ik hoop maar dat de Cambodjaanse regering snel zijn verstand weer vindt.


Kampong Cham

We vertrekken uit Phnom Phen en gaan richting Kampong Cham, de derde stad van Cambodja. De stad zelf blijkt niet zoveel bijzonders maar in de omgeving valt nog wel wat te zien en we besluiten voor twee nachten een kamer te nemen in het Mekong hotel. Het hotel staat aan de oever van deze rivier en vanuit de kamer hebben we een mooi uitzicht op de grootste rivier van Azië.
We hebben met een tuk-tuk chauffeur afgesproken dat hij ons rond de middag op komt pikken om ons naar de houten pagode te rijden die zo’n twintig kilometer buiten de stad ligt. In de ochtend willen we eerst naar een eiland dat in de rivier ligt om daar wat rond te kijken.
We lopen langs de rivier richting de plaats waar het pontje vertrekt. Aan de overkant lopen zwerfkinderen in oude vieze kleren aan een zakje lijm te snuiven. Eén van hen steekt nog een hand op en groet ons met een grote glimlach.
Het is nog maar tien uur maar het is alweer moordend heet. Martine heeft de paraplu maar weer open gedaan om zo wat schaduw te hebben. Volgens de tuk-tuk chauffeur is het maar een klein eilandje maar dat valt nog vies tegen. We hebben een stuk gelopen wanneer ik aangeef dat het me domweg te warm is om te lopen. Martine stelt voor nog een klein eindje verder te lopen en dan terug te keren naar de pont.
Er klinkt muziek niet ver van de plaats waar we staan en lopen er naar toe. Dan zien we aan de rechterkant van de weg een grote boog staan die met zwarte en witte linten is versierd. Binnen zitten wat mensen onder een stuk zeil aan wat tafeltjes te eten en te drinken. Wanneer ze ons zien beginnen ze te lachen. Ik probeer duidelijk te maken of het goed is als we even kijken. En één van de mannen komt naar mij toe. In zeer gebrekkig Engels zegt hij dat we binnen moeten komen. Ik vraag wat de reden is van het feest en de man maakt duidelijk dat zijn moeder is overleden. Oeps.
‘But please come in en sit’ zegt hij en we worden aan een tafel neergezet. Binnen de kortste keren staan de meeste gasten van de begrafenis bij ons aan tafel. Er is bijna niemand die er Engels spreekt maar iedereen lacht ons vriendelijk toe. De zoon van de overledene komt terug met een grote pan rijst.
‘Please eat.’
We kijken elkaar even verbaasd aan. 'Het lijkt me niet zo beleefd om dit af te slaan' zeg ik dus we gaan maar wat eten. Even later komen er ook nog wat vleesgerechten, bananen en een soort van koekjes op tafel. En van alles moeten we eten. We hebben echter net ons ontbijt achter de kiezen en zitten niet te wachten op een uitgebreide maaltijd. Martine heeft toevallig haar point-it boekje in de tas en wijst maar aan dat we geen vlees eten, zodat we daar niets van hoeven te nemen. Het is jammer dat er bijna niemand Engels praat. Alleen de zoon kan het een heel klein beetje. De vraag wanneer zijn moeder is overleden begrijpt hij echter al niet. Ik heb eens gelezen dat in Azië in sommige landen het wel maanden kan duren voordat iemand wordt begraven of gecremeerd omdat de familie eerst het geld voor de begrafenis bij elkaar moet sparen. Maar helaas ik kom er niet achter. Ook de weduwnaar komt ons met een grote glimlach welkom heten op de begrafenis van zijn vrouw en maakt ons duidelijk dat we meer moeten eten. De zoon komt later met zijn broer, vrouw en de zonen en dochter bij ons aan tafel zitten. De man wijst naar de mensen die aanwezig zijn.
‘Friends’ zegt hij naar lang te hebben nagedacht.
‘Family’ na nog langer denken.
‘You’, en hij wijst ons aan. You my friends, my family. Please eat.
Dat is toch wel wat anders dan een duffe kerkdienst en koffie met cake denk ik. Hier gaat men een stuk luchtiger om met de dood als bij ons. Wanneer een paar gasten afscheid nemen, staan wij ook maar op. We zeggen dat we naar de boot moeten. Voordat we gaan wordt er eerst nog een grote tros bananen in een plastic tas gedaan en in een andere tas verdwijnt het bord met de koekjes en een fles water. Weigeren heeft geen zin. We bedanken de familie voor de gastvrijheid en kogelrond vertrekken we weer richting het pontje. Het is tijd om naar de tuk-tuk chauffeur te gaan.

 

Te gast bij een begrafenis. We zitten bij de familie van de overledene aan tafel.

We rijden met onze chauffeur de stad uit. De jongen is één van de weinigen in Kampong Cham die goed Engels spreekt. We zijn nog maar net onderweg als hij stopt bij een paar eetkraampjes aan de kant van de weg. Daar laat hij ons zien wat voor lekkers er allemaal te koop is. Gefrituurde slang en kikker, een gebraden vogel met in zijn lichaam nog een mee gebraden ei, er is van alles. We geven aan dat we wel een slangetje willen proberen.
‘You want snake?’ vraagt de chauffeur lachend en kijkt ons aan alsof we een grapje maken.
‘Yes, why not?’
Ik vraag hoe we het dier op moeten eten. Of ik de huid eraf moet pellen of niet.
‘No you just eat it all’ antwoord de chauffeur.
Ik vraag nog om een mes en vork maar dat is ook niet de bedoeling. Hup de tanden erin. Bij het eerste hapje heb ik het al in de gaten. Gadverdamme dat is niets voor mij. Martine daar in tegen vindt het heerlijk en eet de slang samen met de chauffeur op. Na de slang is het tijd voor de gefrituurde kikker. En hoewel hij beter smaakt dan de slang, word ik er niet echt blij van. Tot groot vermaak van onze chauffeur eet Martine het dier wel op.
‘Your wife likes eating?’ vraagt hij en trekt een ei uit een gebraden vogel en legt die voor Martine neer.
‘Ohh yes she does.’
Ook het ei smaakt wel okay volgens Martine. De verkoopster van de kraam vindt het ook wel grappig. Volgens de chauffeur heeft ze nog nooit slang en kikker aan een toerist verkocht. Aan het eind van de middag zal de chauffeur ons nog naar een restaurant brengen waar we hond eten. Voor we aan tafel gaan zitten vragen we of we eerst een stukje mogen proeven. Voor diegenen die met de Kerst eens wat anders willen…. Niet doen. Hou het gewoon bij Flappie want Bello is niet te eten. Het vlees van de hond is erg vet en ik vindt het nergens naar smaken. Martine vindt het nog wel lekker maar we besluiten toch naar een ander restaurant te gaan.

Er zijn nog maar twee houten pagodes in Cambodja. De Rode Khmer heeft alle anderen met de grond gelijk gemaakt tijdens het bewind van Pol Pot. De reden dat deze bewaard is gebleven is omdat het diende als ziekenhuis voor de Khmer soldaten. De pagode is echter verder niet zo bijzonder en we blijven dan ook niet al te lang. In de tuk-tuk valt mijn oog op een vel papier dat aan het dak hangt.
“God Loves You” staat erop en daaronder “Donated By American Christians.”
Ik vraag aan de chauffeur wat de tekst precies betekent.
‘I am Christian’ zegt hij. ‘This tuk-tuk was a gift from American Christians.’
‘What do you mean, a gift. Don’t you have to pay them money back every month?’
‘No, I became Christian and this tuk-tuk was a gift.’
Mijn God, ik zie het al voor me. Een Amerikaan die de jongen denkt “bekeerd” te hebben in ruil voor een tuk-tuk. De foto van de jongen zal wel op de schoorsteenmantel staan zodat hij voorhanden is wanneer het goede nieuws van de “bekering” aan vrienden en familie wordt verteld. Voor wat hoort wat is toch die uitdrukking? Ik hoop dat de eerste rit die hij heeft gemaakt in zijn nieuwe tuk-tuk naar de tempel was om Boeddha op zijn blote knieën te bedanken.

Over giften gesproken. Het verschrikkelijke nieuws van de beursval en andere financiële ellende in Europa heeft inmiddels ook Azië bereikt. Eerst werden we nog aangestaard alsof we lopende goudstaven waren maar sinds het verschrikkelijke nieuws ook hier tot de mensen is doorgedrongen worden we vol medelijden en begrip door de mensen op straat aangesproken. Afdingen is niet meer nodig. We krijgen alles voor de Aziatische prijs, of minder.
Mensen vragen of het echt waar is dat er al mensen in Europa zijn die hun zwembad moeten dichtgooien omdat ze het niet meer kunnen betalen. Ik leg dan uit dat ik al een poosje weg ben uit Europa maar dat dat zo maar eens zou kunnen. Ik probeer ze dan maar gerust te stellen door te zeggen dat je in Nederland voor nog geen honderd euro een opblaasbaar zwembad kunt kopen bij de Aldi. Eén met een diameter van vier meter en voor dat geld heb je er dan ook een waterzuiveringpomp bij. Maar het blijft wel vervelend want de tuin met het zwembad is waarschijnlijk door een tuinarchitect ontworpen. En als het water een gazonnetje is geworden daalt de prijs van het huis wel met een paar duizend euro, mocht het zover komen dat ze het moeten verkopen.
‘Mijn Boeddha’ zegt een vrouw en ze slaat haar handen voor haar mond.
‘Dat kan er na de Global Warming ook nog wel bij. Hier zijn de voedselprijzen dan wel iets omhoog gegaan maar dat is niets vergeleken met de klappen die jullie de laatste tijd krijgen te verwerken…’ en ze pinkt een traantje weg.
Maar gelukkig is er ook goed nieuws! In heel Azië, behalve in Vietnam, zijn de mensen geld aan het inzamelen. Schoolkinderen wassen tuk-tuks voor een Riel, wasvrouwen staan een deel van hun verdiensten af, en op straat wordt er brood verkocht waarvan de opbrengst naar het gironummer gaat dat speciaal voor deze gelegenheid in het leven is geroepen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het Nationale gironummer van samenwerkende hulporganisaties in Cambodja blijkt overigens, net als in Nederland, gironummer 555 te zijn. Het is werkelijk ontroerend om te zien hoe de mensen hier met ons meeleven. Wanneer we in een restaurant zitten zegt een man dat hij niets geeft aan de actie.
‘Dat geld wordt daar toch weer op de beurs vergokt’ is zijn argument.
‘Kijk maar wat er terecht is gekomen met het geld dat we ze hebben gegeven voor de Global Warming. Helemaal niets!’
‘Maar moeten we dan helemaal niets doen?’ roept een vrouw geëmotioneerd.
‘Moeten we onze ogen dan maar sluiten voor deze ellende.’
Ik probeer de gemoederen wat te sussen en kan nog maar net voorkomen dat het al teveel uit de hand loopt. De man is maar een enkeling. Miljoenen mensen in Azië verzamelen op allerlei manieren geld in. Ik kan jullie dus gerust stellen. Wanhoop niet! Er is hulp onderweg. Kijk niet vreemd op wanneer je je buurman binnenkort met een kaal hoofd en in een oranje gewaad een bord in de grond ziet slaan naast zijn zwembad met daarop de tekst: “Boeddha houdt ook van jou. Gedoneerd door Cambodjaanse Boeddhisten.”
Houd nog even vol!
‘Ben je niet bang’ vraagt een vrouw aan mij.
‘Bang? Waarvoor moet ik bang zijn’ antwoord ik.
‘Bang dat je alles wat je hebt zult verliezen.’vraagt ze.
Ik leg haar uit dat ons geld wordt beheerd door de vader van Martine.
‘Geloof me, die weet van elk dubbeltje drie euro te maken’ zeg ik.
‘Hij moet alleen niet komen te overlijden zolang we op reis zijn want ik heb geen flauw idee waar ik dan dat geld moet zoeken.’
‘Maar stel, stel dat het wel gebeurt.’ Zegt ze
‘Stel je eens voor dat je niets meer hebt. Wat ga je dan doen?’
‘Dan denk ik dat ik Christen wordt.’ Antwoord ik.
‘En taxichauffeur.’

 

 

Marktkooplui verkopen brood voor het goede doel.

De rit in de tuk-tuk is mooi. We rijden door kleine dorpjes waar we enthousiast worden begroet door de kinderen als ze zien dat er twee blanken achterin zitten. Het lijkt erop dat het net baddertijd is want de meeste kinderen zijn naakt en nog nat van het water. Vrouwen staan met een doek om hun lichaam bij een pomp en gooien het water met een emmertje over hun hoofd, vriendelijk glimlachend als we voorbij komen rijden. Op sommige stukken is de weg erg slecht en zijn het zandpaden waar we overheen rijden. Binnen de kortste keren ligt er een laagje stof op de bank van de tuk-tuk.
Wanneer we terug komen in Kampong Cham heb ik al in de gaten dat ik teveel stof heb gehapt. ’s Avonds begint mijn neus al te lopen en heb ik af en toe een flinke niesaanval. De volgende dag is het nog erger. Mijn hele hoofd zit vol en ik heb het gevoel dat mijn ogen zijn opgezwollen. Ik ben het nu die op is als we na een busrit van drie uur aankomen in Kratie en vertrek al snel naar de kamer om wat op bed te liggen en een filmpje te kijken.
Martine zit beneden met een groep mensen die we onderweg hebben ontmoet dus die vermaakt zich wel.
Als ik de volgende ochtend wakker wordt heb ik niet het gevoel dat ik ben uitgerust en besluit de dagtocht die we hebben geboekt maar aan me voorbij te laten gaan. Ik baal er wel van want op het programma staat ondermeer een boottocht op de Mekong naar een plek waar je zoetwater dolfijnen kunt zien. Een soort waarvan er nog maar een paar honderd zijn en waarvan men denkt dat het niet lang zal duren voordat ook dit dier is uitgestorven.
Martine gaat wel met de groep mee en ik hoop maar dat het haar lukt om wat mooie foto’s te schieten. Ik blijf in het hotel zodat ik kan gaan liggen wanneer ik wil in onze koele kamer. Morgen kijken we hoe ik me voel. Als het weer wat beter gaat gaan we richting Ban Lung. En als ik het niet zie zitten om zes uur in een bus te zitten dan blijven we nog even in het rustige Kratie.


Ban Lung

We vertrekken de volgende dag toch richting Ban Lung. Ik voel me iets beter en de bus is voorzien van een airco is ons verteld dus dat moet lukken. Met een vertraging van een uur vertrekken we uit Kratie. Op onze gereserveerde plaatsen zitten al mensen en wij nemen dus plaats op de plek die ons wordt aangewezen achter in de bus. De airco blijkt van die roosters waar wat frisse lucht uit komt. Maar op de plek waar wij zitten komt de frisse lucht maar met kleine vleugjes tot ons zodat ik binnen de kortste keren al met een bezwete rug op de achterbank zit. Nog even volhouden, het is maar zes uur naar Ban Lung.
Na een uur stopt de bus ergens aan de kant van de weg. Dat is wel erg snel voor een korte pauze denk ik. Dan blijkt het dat we een lekke band hebben en dat het een lange pauze wordt die niet was gepland. Alle passagiers gaan uit de bus en zoeken een enigszins koel plekje in de schaduw van de bus terwijl de chauffeur en zijn hulp op zoek gaan naar het verroeste gereedschap dat ergens onder in de bus moet liggen. Na bijna een uur sleutelen, krijgen we dan eindelijk het teken dat we de bus weer in mogen en we verder kunnen rijden. De lekke band wordt ook het gangpad ingereden en daarna worden de zakken rijst, rugzakken en dozen met weet ik het wat ook weer naar binnen gedragen.
De laatste paar uur gaat de bus over onverharde wegen die, vanwege de zware regenval van de laatste tijd, vol zit met gaten. Achter me heeft iemand een raampje open gezet waardoor ik af en toe de lucht van een vers gestookt vuurtje opsnuif dat door iemand die aan de weg woont is aangestoken, want het begint al donker te worden. En ik vraag me af of er iets lekkerder ruikt dan de geur van een vuur, maar weet zo snel niets anders te bedenken. Een paar uur later dan gepland komen we aan in Ban Lung. Een klein stadje in het uiterste NO van Cambodja. Martine gaat met Ruben, een Italiaanse jongen op zoek naar een slaapplek en komt even later enthousiast terug.
‘Oh ik ben helemaal verliefd’ zegt ze.
Na alle hotels van de laatste tijd heeft ze eindelijk een bamboe hut gevonden met een kleine veranda waar we, als het goed is, morgenvroeg een prachtig uitzicht hebben. Gelukkig is het restaurant ook nog open zodat we eindelijk kunnen eten. En ik zie dat het inderdaad een droomplekje is als ik de hut binnenstap. Het is een ruime hut met een groot bed met daarboven een net dat ons moet beschermen tegen de muggen die hier wel veel blijken te zitten. En niet alleen vanaf de veranda hebben we een mooi uitzicht. Ook vanuit de douche kijk je zo naar buiten.

 

Droomhuisje.

De volgende dag heb ik mijn laatste ziektedag. Ik blijf dus nog maar een dagje rustig aandoen terwijl Martine met Ruben op een gehuurde scooter naar een vulkanisch meertje gaat. Ook de dag daarna gaan we er met de scooter op uit. We gaan we naar een klein dorp op een uur rijden van Ban Lung.
De bewoners van het dorp hebben bijna geen contact met de buitenwereld. Ze spreken een eigen taal die, volgens onze gids, zelfs voor de Cambodjanen niet is te begrijpen. Ze verbouwen hun eigen rijst en groenten op de velden rond het dorp. Ze komen alleen in Ban Lung om wat suiker of andere specerijen te kopen. Een enkeling werkt op een rubberplantage die hier vlakbij ligt.
Wanneer de kinderen in het dorp zestien zijn, bouwen ze een klein huisje naast dat van hun ouders. Een hutje van twee bij één meter waar ze alleen in slapen en ze hun vriendje of vriendinnetje mee naar toe kunnen nemen als ze wat privacy willen. Iedereen leeft hier met elkaar buiten. De huizen zijn kale hokken waar alleen wordt geslapen en gegeten. Een andere plek waar men elkaar ontmoet is het dorpshuis in het midden van het dorp.
Vroeger droegen de bewoners nog hun eigen klederdracht maar tegenwoordig dragen ze tweedehandse kleding van Cambodjanen die ze ruilen voor cashewnoten.
In Ban Lung is verder niet veel te beleven en we blijven dan ook maar vier nachten. De meeste tijd genieten we van ons hutje en een goed boek.


Vrijwilligerswerk.


Twee weken geleden hebben we een email gestuurd naar een weeshuis in Takeo met de vraag of we daar een week kunnen werken. Het duurde even voordat onze mail werd beantwoordt, maar twee dagen geleden kregen we dan toch een berichtje terug.
En het was goed nieuws!
We mogen komen werken!

Vanaf 23 oktober zullen we voor een week vrijwilligerswerk gaan doen in het New Futures Orphanage. We kunnen dus eindelijk het geld gaan uitgeven dat we hebben verdiend met de opdrachten. Althans als iedereen betaald heeft. We hebben net de e-mails verstuurd naar de mensen die ons nog geld verschuldigd zijn.

Ellen, de moeder van Martine, is afgelopen 8 oktober 60 jaar geworden. Hiep, Hiep……
Omdat ze niets meer te wensen had heeft ze de gasten die op haar feest waren gevraagd om, in plaats van een cadeau voor haar te kopen, een opdracht voor ons te verzinnen zodat onze pot wat gespekt zou worden. Dank je Ellen voor dit geweldige idee! De eerste opdrachten zijn inmiddels op de site geplaatst. We kregen bericht van Arie dat er ook gasten waren die het geld, dat ze anders aan een cadeau hadden uitgegeven, gewoon op onze rekening willen storten. Zonder dat wij daar iets voor hoeven te doen.
Ook dit mag natuurlijk!

Wil je zien waar we volgende week gaan werken, bezoek dan de site van het weeshuis, die je hier kan vinden.

Mocht jij ook vinden dat ze daar wel wat spullen kunnen gebruiken, dan kun je voor 23 oktober geld overmaken op onze rekening. Het rekeningsnummer staat inmiddels op de site bij het menu “opdrachten”.

Dus ga nog even snel met de pet rond bij je collega’s of trek je baas aan zijn maatpak. We kunnen nog wel wat poen gebruiken!

Alvast Bedankt.

Tot nu toe hebben we €425,- bij elkaar verdiend met de opdrachten, en nog es € 130,- schenkingen, dus € 555,- in de pot.


Siem Reap


De reis van Ban Lung naar Siem Reap is te lang om in één dag te doen, vandaar dat we weer een nachtje in Kampong Cham blijven voordat we verder gaan. Siem Reap is de tweede stad van Cambodja en het stikt hier van de toeristen die hier voor maar één ding komen. En dat zijn de beroemde tempels die hier rond de stad liggen, met het Angkor Wat als de meest bekendste.
We laten ons door de tuk-tuk chauffeur afzetten bij de “Golden Banana”, een hotel net buiten het drukke centrum van Siem Reap met zijn honderden cafés en restaurants. Het hotel biedt een luxe die we de laatste tijd niet meer gewend waren. Als ik op ons bed duik, hap ik in een bloem die er voor de gasten is neergelegd, ons bed wordt elke dag voor ons opgemaakt en de kamer wordt schoongemaakt, er is draadloze internetverbinding zodat we de site kunnen updaten, en er is een zwembad. We trekken dan ook direct onze zwemkleding aan en plonsen het water in.

Bij het hotel bestellen we een tuk-tuk die ons de volgende dag rond zal rijden wanneer we de tempels willen bekijken. Bij de entree kopen we een pas waarmee we drie dagen toegang hebben tot de tempels. De prijzen in Siem Reap zijn ook flink aan de toeristen aangepast. Een pas voor drie dagen kost je hier 40 dollar en voor de tuk-tuk betaal je 13 tot 35 dollar.
Waar veel toeristen zijn, zijn ook veel verkopers. Overal waar we komen worden we door ze ontvangen. En voor het eerst in Cambodja drammen ze behoorlijk door. Als eerste staat het Angkor Wat op het programma. De tempel dat als één van de wereldwonderen wordt beschouwd. Achteraf vinden wij het echter één van de minst mooie tempels die we zien. Andere tempels als bijvoorbeeld Bayon, met zijn vele gezichten die in de torens zijn uitgehouwen of het Ta Prohm spreken ons meer aan dan het Angkor Wat.

 

Bayon.

Het Angkor is op veel plaatsen gerestaureerd op een, in onze ogen, lelijke manier. Het hele complex ziet er ook behoorlijk netjes en opgeruimd uit. Bij de andere tempels ziet het er nog zo uit zoals men het eeuwen geleden heeft aangetroffen. Daar worden sommige delen van de tempel alleen gestut om instorten te voorkomen.
Een hele dag slenteren en oude stenen kijken bij een temperatuur van boven de 30 graden sloopt behoorlijk en de laatste tempels bekijken we dan ook vrij snel. We zijn dan ook blij dat we aan het eind van de middag weer in ons zwembadje liggen. Om te verkomen dat we temple-tired worden besluiten we om twee dagen tempels te gaan bekijken in plaats van drie. Volgens onze tuk-tuk chauffeur kunnen we in twee dagen de mooiste plekken wel zien. Het lijkt een goede beslissing want al vroeg in ochtend begint het de volgende dag te regenen. En deze keer is het geen bui van een uur maar het druppelt bijna de hele dag door.

Wanneer we de dag erna om acht uur klaar staan voor weer een dag tempels kijken is het nog steeds lekker koel. Prima weer dus om oude stenen te bekijken. Het is ongeveer 30 kilometer tuk-tukken naar de verste tempel dus we hebben de tijd wel nodig vandaag.
Onderweg wordt het ons al snel duidelijk dat we toch niet zo’n geluk hebben met het weer. Al snel begint het weer te regenen en het zal ook niet meer ophouden. De wegen veranderen in modderglijbanen waar onze chauffeur zich behendig doorheen weet te worstelen. Als we aankomen bij de plek, blijkt ook nog eens dat de beelden, die in de rotsen zijn gehouwen en nu worden overspoeld door een waterval, op anderhalve kilometer lopen is vanaf de ingang. Bergop. Gewapend met een grote paraplu die ik mag lenen van een vrouw van één van de restaurantjes lopen we de modderpaden op naar boven. De omgeving is prachtig en ook de beelden zijn de moeite om te bekijken.
Na de lunch is het weer ruim een uur rijden naar de laatste twee tempels. We zitten met de paraplu uitgeklapt in de tuk-tuk om ons te beschermen tegen het opspattende modder van de tegemoetkomende auto's en vrachtwagens. Eén keer zijn we net te laat zodat ik de volle laag krijg en van top tot teen aan één kant onder de bruine spetters zit. Onze chauffeur verontschuldigd zich wel twintig keer dat hij geen beschermhoezen aan zijn tuk-tuk heeft om ons tegen de regen, wind en modder te beschermen. We blijven maar zeggen dat het geen probleem is en dat we er wel om kunnen lachen.
Ik ben wel blij dat ik na een uur rijden weer even kan lopen. Mijn handen tintelen en voor het eerst heb ik het koud in ZO-Azië in mijn hemdje en korte broek. Het hoogtepunt heeft de chauffeur tot het laatst bewaard. Het al eerder genoemde Ta Prohm is werkelijk schitterend. Rond de tempel, dat in de jungle ligt, staan gigantische bomen waarvan de wortels zich in de loop van de eeuwen een weg hebben gezocht over de oude stenen van de tempel.





Ta Phrom.


’s Avonds wil ik de foto’s van Vietnam op de site zetten. Net als de vorige keer met de foto’s van Thailand geeft dit weer een hoop problemen. Ik krijg foutmeldingen en na anderhalf uur zijn de foto’s nog niet geupload. Ik heb al niet zoveel geduld als het om computers gaat maar nu ben ik het echt zat. Ik zet geen foto meer op de site. Ik hoop voor jullie dat Martine het geduld heeft en het wel allemaal snapt want anders kan het een hele tijd duren voordat er weer foto’s op de site staan want ik doe het echt niet meer.
De vijf dagen in Siem Reap vliegen voorbij. De laatste dag hangen we voornamelijk bij het zwembad. De volgende dag vertrekken we al vroeg. Om 06.00 uur worden we al opgepikt bij ons hotel en zullen we de boot naar Battambang nemen.


Battambang

De boottocht is prachtig. Het grote meer dat vol ligt met waterplanten doet me in het begin erg aan Kerala (India) denken. Wanneer we de smalle vaargeulen bereiken moet Martine af en toe wegduiken voor de takken die hard de boot in zwiepen en als ze je raken hard aankomen. De tocht duurt zes uur en we zitten regelmatig even op het dak om van het uitzicht te genieten.





Tropisch Giethoorn.


Achterop een brommer bekijken we de volgende dag de omgeving rondom Batambang. Er is hier niet zoveel te zien en te beleven maar de jongen bij wie ik achterop zit is erg aardig en lult me de oren van de kop.
Hoogtepunt van de trip rond Batambang is de bamboe train. Op een oude spoorlijn waar al geen honderd jaar een trein meer heeft gereden hebben de locals een toeristische attractie bedacht. Het plaatselijke dagverblijf heeft in vijf minuten een bamboe geraamte in elkaar getimmerd, die op een oud treinonderstelletje wordt gezet. Wij mogen daarop plaats nemen en een kwartier lang zoeven we door het Cambodjaanse landschap. Na een kwartier stopt het treintje en wordt het geraamte van het onderstel opgepakt en omgedraaid en gaan we dezelfde weg terug. We zitten nog geen drie minuten op het treintje en er breekt een grote tropische bui los. Maar dat mag de pret niet drukken. Met onze poncho’s over het hoofd genieten we van deze topattractie. De rails waarop het treintje rijdt liggen niet naadloos aan elkaar. Met een beginnende hernia arriveren we weer bij het begin en eindpunt. Wanneer we afstappen bedank ik de machinist wel honderd keer en betaal hem graag de twee dollar die we hem verschuldigd zijn. Wat nou Angkor Wat! De bamboe train in Batambang is the place to be in Cambodja.

Bij de jongen bij wie ik achterop zit check ik voor de vierde keer of het verhaal dat ik heb gehoord klopt. Drie keer ervoor werd het bevestigd en één keer sprak de persoon die ik het vroeg niet zo goed Engels, maar zei hij wel: “Politics in Cambodia very corrupt.” Het gaat om het volgende.
Ik denk dat iedereen wel eens heeft gehoord van de organisatie die wereldwijd landmijnen opruimt. Als ik het goed heb hebben drie diskjockeys van Radio 3 FM vorig jaar rond de Kerst nog in een glazen huis gezeten voor dit goede doel. Cambodja is misschien wel het bekendste voorbeeld van landen die nog vol liggen met mijnen. Nog altijd lopen er kinderen en volwassenen verschrikkelijke verminkingen op wanneer ze op zo’n ding zijn gaan staan. Als ze het al overleven. Je zou dus denken dat de mensen hier dolgelukkig zijn met de opruimdienst die deze rotzooi opspoort en verwijderd. Niet dus.
Sterker nog, het schijnt dat er hier mensen in de gevangenis zitten omdat ze hebben geprobeerd de mijnen uit de depots te stelen waar ze worden opgeslagen. Veelal zijn dit boeren die de mijnen dan weer terug leggen in hun rijstvelden.
Waarom?
Het schijnt zo te zijn dat wanneer een rijstveld eenmaal “mijnvrij” is, en de opruimdienst is verdwenen, het land van de boeren wordt afgepakt door de regering. De boeren hebben dus liever wat mijnen op hun land waarvan ze weten waar ze liggen dan een opgeruimde sawa.
Tja, zo zie je maar dat deze medaille ook een duistere keerzijde heeft.


Killing Fields

Voordat we naar Takeo vertrekken om bij het New Futures Orphanage een weekje te gaan werken, verblijven we nog twee dagen in Phnom Phen.
We bezoeken ondermeer de Killing Fields, die zich vijftien kilometer buiten Phnom Phen bevinden. En hoewel er niet zo heel veel te zien is, maakt de plek een ongelooflijke indruk op me. Het eerste dat je ziet wanneer je binnenkomt, is de pagode die vol ligt met honderden schedels die zijn opgegraven uit de massagraven. Voor de rest lijkt het een braakliggend terrein vol met deze massagraven. Sommigen zijn inmiddels geruimd en anderen liggen nog vol met slachtoffers van het Pol Pot regime.
Op het terrein staat een boom die de “Killing Tree” wordt genoemd. Honderden kinderen zijn tegen deze boom doodgeslagen en in het massagraf gegooid dat er direct naast ligt. Op het terrein staan geen barakken waar gevangenen werden ondergebracht zoals je wel ziet in concentratiekampen in Europa. De mensen die hier kwamen werden vrijwel direct op een beestachtige wijze geëxecuteerd. Het is gewoon bijna niet voor te stellen.
Tussen de massagraven lopen zandpaden waar op sommige plekken de kledingstukken van de slachtoffers uit de grond steken. En als je niet oppast, kan het zijn dat je op een paar tanden gaat staan die op het pad liggen of op een paar botresten die door de aarde weer omhoog worden geduwd. Het is echt bizar. Het is een plek die ik niet snel zal vergeten.

Een andere plek waarvan ik hoop dat ik niet snel zal vergeten is Takeo. De plaats waar we morgen naar toe gaan om in het weeshuis te gaan werken. Ik begin al wat zenuwachtig te worden. Ik hoop dat het een mooie, onvergetelijke week wordt en dat we het verdiende geld nuttig kunnen besteden. Na het werken gaan we een paar dagen niets doen op een Thais eiland voordat we weer reisleidertje gaan spelen. Jet, de vriendin van Martine heeft haar vliegangst overwonnen en komt ons samen met haar vriend John opzoeken voor een vakantie van twee weken.

 


You need to have flashplayer enabled to watch this Google video

 

 

Het verslag van de week vrijwilligerswerk kun je hier lezen.

Het is ook terug te vinden bij "opdrachten." Klik op het menu "Besteding van het met de opdrachten verdiende geld."




LAST_UPDATED2
 
Reacties (7)
weeshuis
7 woensdag, 05 november 2008 01:24
jocalien en marco
bedankt voor de verwijzing naar waar ik jullie verhaal over het weeshuis kon lezen. Ik was namelijk wel benieuwd. Ondanks de wat nare "bijsmaak" hebben jullie er toch wel wat moois van gemaakt in een weekje tijd!! Jocalien
God en de mammon
6 woensdag, 22 oktober 2008 12:21
arie bloed
[QUOTE]Mijn God, ik zie het al voor me. Een Amerikaan die de jongen denkt “bekeerd” te hebben in ruil voor een tuk-tuk. De foto van de jongen zal wel op de schoorsteenmantel staan zodat hij voorhanden is wanneer het goede nieuws van de “bekering” aan vrienden en familie wordt verteld. Voor wat hoort wat is toch die uitdrukking? Ik hoop dat de eerste rit die hij heeft gemaakt in zijn nieuwe tuk-tuk naar de tempel was om Boeddha op zijn blote knieën te bedanken.[END QUOTE]

Als Allah het wil natuurlijk.
Prachtig, dit moet zeker in het boek en op de achterflap.
tjonge
5 maandag, 20 oktober 2008 11:53
regina
allemegagisch....wat een verslag! vooral het stuk over mensen met spelden door hun keel en martel-bedden. hebben jullie ook de massagraven bekeken? liefs
________________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
Gisteren zijn we bij de Killing Fields geweest en dat was ook erg indrukwekkend. Binnenkort staat dat verslagje wel op de site.
Groet
opdracht
4 donderdag, 16 oktober 2008 18:51
rinus
goedendag.

komt goed kees,weekje fooi,
onder het motto"geld moet rollen"

groeten en tot horens
_______________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
Super!!! Iedereen in Hardenberg en omgeving, ga even wat drinken of heerlijk eten bij Rinus in Grand cafë Docks aan de gedempte haven. De fooienpot van deze week gaat zoals je ziet naar ons. Dank Reutel!! Maak je het wel voor de 23-ste over zodat we als we beginnen te werken weten hoeveel er in de pot zit en we dus uit kunnen geven.
Groet
meereizen
3 zondag, 12 oktober 2008 09:55
Jannie Bloed
hoi
Ik geniet van de schitterende verslagen van wat jullie zien en meemaken. Het geeft het gevoel, dat we een beetje meereizen.
ik ben vast niet de enige. Dan geven jullie ons dus de kans om met velen op wereldreis te zijn.
Nog veel plezier,
Groetjes,
Jannie
Heavy
2 zondag, 05 oktober 2008 17:54
Freddy & Anita
Heftig filmpje.
But that's reality....
Ben benieuwd naar jullie verslag(en) over het land.
Realiseer me dat ik eigenlijk bar weinig over dit land weet
hè hè
1 vrijdag, 03 oktober 2008 21:25
lientje
Hoi Martine en Edwin,
Eindelijk is het gelukt om jullie een berichtje te sturen.
Het is hartstikke leuk om jullie reisverslag te volgen, het lijkt me helemaal te gek als ik jullie zo hoor.(met hier en daar een minpuntje) Jullie zitten te zweten, en wij zitten te bibberen hier.

Nog veel meer plezier, groetjes, Lientje
_____________________________________
REACTIE MARTINE
Leuk om van je te horen! Ook de minpuntjes zijn nieuwe ervaringen en daar is het me toch allemaal om te doen. Andere culturen, gewoontes, eten, mensen en de vrijheid om te gaan en staan waar we willen... Heerlijk!