Thailand

Thailand

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

Where will I wander and wonder
Nobody knows
But wherever I'm going I'll go
In search of a rose

Whatever the will of the weather
And whether it shines or snows
Wherever I'm going I'll go
In search of a rose 


            Uit: "In Search Of A Rose"                       
            The Waterboys

 

 

 

 

Thailand I

8-9-2008 - 16-9-2008
Tijdsverschil +5 uur
€1 = 47 Baht

 

 

 

  Edwin Martine
 Top:  Ayutthaya en de omgeving van Sangklaburi.  Ayutthaya en het Eten! (ja, Eten met een hoofdletter)
 Flop: Koh Phi Phi, Koh Samui.  Idem. (de Koh's)
 Tip: Kijk eens verder dan één plek, Thailand is makkelijk te bereizen.  Bangkok, ook al is het heet, stoffig en lawaaiig. Er is veel te zien; tempels, markten, moderne malls, het paleis... 
 Opvallend: In iets minder toeristische plaatsen zijn de mensen vriendelijker en is het eten beter.  Het Boeddhisme is een levende godsdienst, overal altaars die dagelijks van wierook en gebeden worden voorzien.

 

 

 

 

 

 Van Borneo naar Koh Samui 

Na twee dagen voornamelijk op bed te hebben gelegen om de benen rust te gunnen, moeten we na het weekend toch weer verder. Het vliegtuig naar Penang wacht al om 07.00 uur op ons. Twee uur later landen we aan de andere kant van Maleisië. Voordeel van dit vroege vliegen is wel dat we direct door kunnen naar Thailand. Een busje is zo gevonden en rond de middag zijn we alweer op pad. Het is ruim vijf uur rijden naar de kust van Thailand waar we vervolgens de nachtboot naar het eiland Koh Samui willen pakken. We bereiden ons dus voor op een lange reisdag. We rijden echter nog in Maleisië wanneer de telefoon van de chauffeur begint te rinkelen. Na een paar woorden te hebben gewisseld draait hij zich om en wil de telefoon aan mij geven. Ik denk dat ik het ding door moet geven naar achteren maar daar zitten ook alleen maar toeristen.
‘No, no’ zegt de chauffeur en wijst op mij.
‘For me?’ vraag ik verbaasd.
‘Yes, yes.’
'Die moeder van mij weet me echt overal te vinden' denk ik. Maar dan blijkt toch dat het een andere lieve mevrouw is. Het blijkt de vrouw van het toeristenbureau waar we de tickets hebben gekocht. In gebrekkig Engels probeert ze me duidelijk te maken dat er een klein probleempje is. De nachtboot blijkt vandaag niet te gaan. Ze heeft twee opties. Of we kunnen de hele nacht met een bus verder rijden en de volgende ochtend om 06.00 uur met de boot naar het eiland of we moeten blijven overnachten in Hat Yai, het eindpunt van het busje waar we nu in zitten, en de volgende dag verder gaan. We zijn beiden geen fan van slaapbussen en besluiten voor optie twee te kiezen. Een dag later dan gepland komen we aan op het eiland Koh Samui.


Jouw vakantie, mijn vakantie.


Joël is de grossier van de winkel waar Martine heeft gewerkt. Hij zit samen met Marco voor een 16-daagse vakantie op Koh Samui. Martine is bijna door haar lenzenvloeistof heen en ze heeft Joël gevraagd wat uit Nederland mee te nemen omdat hier geen vloeistof voor harde lenzen te krijgen is. De lenzenvloeistof en een bezoekje aan Joël en Marco is de enige reden dat we naar Koh Samui gaan. Het is net als Pattaya en Pucket een super toeristische plaats waar naast zon, zee en strand niet veel valt te beleven. Niet echt een plek wat onze belangstelling heeft.

Joël is voor het eerst in zijn leven alleen met een vriend op vakantie. Ze hadden eigenlijk een rondreis geboekt maar die ging op het laatste moment niet door. Ze zitten nu al ruim tien dagen op het eiland en geven aan dat ze het eigenlijk ook wel gezien hebben op Koh Samui. We stellen voor dat ze de laatste dagen met ons naar Bangkok gaan zodat ze nog wat anders zien van Thailand. Een ongelukje met een jetski heeft de vakantie van de twee al iets duurder gemaakt dan eigenlijk was voorzien dus besluiten ze er een nachtje over te slapen.
Eerst moet er gedronken worden en een feestje gevierd worden omdat Joël en Martine elkaar weer sinds een tijd terug zien. En gedronken hebben we. De wodka met Red Bull wordt op Koh Samui niet in een glas geserveerd maar in een emmertje met een paar rietjes. Na een emmertje of zes en de nodige biertjes sta je behoorlijk te wankelen op je benen.
Wanneer ik de taxi uitstap bij het guesthouse hoor ik iets op de grond vallen. Ik zie niets liggen en schenk er verder geen aandacht aan. Achteraf is het niet zo raar dat ik niets zie liggen. Als ik de volgende dag mijn bril wil pakken is hij nergens te vinden. Blijkbaar heb ik hem even op mijn schoot gelegd, de taxi betaald en zonder hem weer op te zetten uitgestapt. Misschien hadden we dat laatste emmertje toch niet moeten drinken. Ik heb gelukkig een reserve bril bij me en besluit in Bangkok maar een nieuwe te kopen.

Het voorstel om naar Bangkok te gaan is toch in goede aarde gevallen. Om niet al teveel tijd te verliezen besluiten we met het vliegtuig te gaan. Joël en Marco hebben al tickets maar die zijn gemakkelijk om te boeken en er is ook nog plek voor ons. We kunnen een paar uur later al vertrekken dus pakken we onze tassen en stappen ’s avonds op het vliegtuig richting Bangkok.
Joël is al behoorlijk druk van zichzelf maar in de taxi van het vliegveld naar het centrum van Bangkok lijkt de adrenaline door zijn lijf te spuiten want hij lult ons de oren van de kop.
‘Ik vind het zooow spannend. Dit is voor het eerst dat ik niet weet waar ik vanavond zal slapen.’ We laten ons afzetten op de hoek van Khao San Road, de backpackers straat van Bangkok. Wij zijn er al eerder geweest en kennen een beetje de weg. Joël, Marco en ik gaan met de rugzakken en koffers bij een restaurantje zitten en Martine gaat op zoek naar een goedkoop kamertje. Het duurt iets langer dan normaal voordat ze terug komt. En als Joël me af en toe de straat in ziet kijken of ik haar al weer zie vraagt hij of het altijd zo lang duurt en ik zie dat de adrenaline nog niet op het oude niveau is. Even later komt Martine dan toch terug en ze heeft een prima guesthouse gevonden net buiten de drukte van Khao San Road.

De volgende dag staat er een bezoek aan het Grand Palace op het programma. Een tripje dat bijna elke toerist doet wanneer hij in Bangkok is maar dat wat ons betreft ook zeker de moeite is.
De rijk gedecoreerde tempels en gebouwen zijn een lust voor het oog en af en toe weet je niet waar je kijken moet omdat het zoveel is. Joël en Marco lijken het ook wel mooi te vinden. Vooral Joël zegt een paar keer dat hij blij is dat hij mee is gegaan naar Bangkok. Na een paar uur te hebben rondgewandeld gaan we met een boot richting Wat Pho, de oudste tempel van Bangkok. De grote goudkleurige, liggende Boeddha vinden Joël en Marco nog wel indrukwekkend maar ze vinden de tempels verder wel allemaal op elkaar lijken. Ze kijken duidelijk met andere ogen dan dat wij doen.
Joël is met zijn grote, vol getatoeëerde lichaam een opvallende verschijning voor de Thai. Regelmatig wordt hij aangesproken.
‘Ahh big man, nice tattoo! Maffia.’
Hij blijft echter tegen iedereen de vriendelijkheid zelve. Ook tegen de, af en toe wat irritante, straatverkopers met hun houten kikkers blijft hij vriendelijk ‘No tenk joe’ zeggen. Waar ze echter geen nee tegen zeggen zijn de satéverkopers bij één van de vele kraampjes in de straten van Bangkok. De stokjes met vlees zijn duidelijk favoriet bij de twee vrienden.

De volgende ochtend moeten we de wekker zetten. We willen naar Ayuthaya. De oude hoofdstad van Thailand ligt op ongeveer anderhalf uur treinen van Bangkok dus we staan op tijd op het station. Technische problemen met de locomotief zorgt ervoor dat we met een vertraging in Ayuthaya arriveren. We hebben echter nog tijd zat om de oude tempels van de stad te bekijken en na de lunch huren we een tuk-tuk om ons door de stad te verplaatsen.
Persoonlijk was Ayuthaya één van mijn hoogtepunten van Thailand toen we hier drie jaar geleden waren. Ik keek toen mijn ogen uit bij de vele tempels die de stad rijk is. En hoewel het bekend is, vind ik het weer prachtig. Ik twijfel even of Joël en Marco het ook wel mooi vinden. Marco kan alles super snel bekijken en loopt de meeste tijd ver voor ons om ons later weer op te wachten. Bij de derde tempel vindt hij het allemaal wel weer op elkaar lijken maar hij zegt het wel leuk te vinden. Gelukkig. Onderweg naar een volgende tempel vallen de satékraampjes langs de weg de jongens het meest op en is het weer tijd om wat stokkies te kopen. We hebben nog net tijd om een foto te nemen van het Boeddha hoofd dat tussen de boomwortels ligt voordat de trein vertrekt. Marco geloofd het wel en blijft met Martine bij de tuk-tuk. Joël en ik snellen ons naar de boom en maken wat foto’s.
‘De rest vind ik wel okay, Tis toch allemaal van hetzelfde’ zegt Joël en we gaan terug naar de tuk-tuk. Been there, Done it en op naar de trein. Terug bij het hotel wil Martine even liggen omdat ze kapot is. Als ik haar een paar uur later wakker wil maken, moet ik met de reservesleutel van het hotel de kamer in omdat ze niet wakker te krijgen is. Terwijl ze normaal gesproken iedere scheet hoort. Na het eten stort ook ik in en ik ben blij wanneer ik in bed lig. Dat reisleidertje spelen is toch vermoeiender dan dat we hadden verwacht.

De laatste dag in Bangkok met Joël en Marco doen we het rustig aan. Overdag bezoeken we de weekendmarkt, waar alles inderdaad op elkaar lijkt, en ’s avonds lopen we nog even door Chinatown. We laten ons rondscheuren in een tuk-tuk naar een plek waar een groots vuurwerk moet komen volgens een man die ons direct maar even naar een goed restaurant stuurt waar hij waarschijnlijk de meeste commissie van krijgt. Het restaurant is duidelijk voor de elite van Bangkok en vuurwerk hebben we ook niet gezien.We stappen direct weer in een taxi die ons naar de nachtmarkt brengt.
We zijn blij dat het oude barrel de markt haalt zodat we eindelijk kunnen gaan eten. Op de markt is een giga foodcourt waar je de heerlijkste gerechten kunt bestellen. Ik heb inmiddels een berenhonger en bestel een Tom Yam soep en twee gerechten waarvan ik de naam niet kan uitspreken. Martine gaat voor de groenten en de twee vrienden voor de Kebab met knoflooksaus en patat. Letterlijk en figuurlijk, heerlijk!

Om half acht staat de volgende dag de taxi voor het guesthouse en is het tijd om afscheid te nemen.
‘Ik weet dat we zo af en toe behoorlijk druk kennen zijn’ zegt Joël ‘maar vond je het wel een beetje gezellig dan? Ik heb er totaal geen spijt van dat ik met jullie mee ben gegaan naar Bangkok.’
Ja, jullie waren af en toe behoorlijk druk maar we hebben regelmatig moeten lachen. We adviseren jullie echter de volgende vakantie nog maar een keer georganiseerd te gaan en niet de rugzak op te knopen. Een fooi geven van 30 % is echt teveel jongens. Ook al hebben die mensies niet zoveel en werken ze hard voor hun geld. Maar het was zeker leuk om met jullie drie dagen door Bangkok te struinen. Doe ze de groetjes daar in Nederland.

 

 

Marso, Joël, Martine en Boeddha.
 

Wij hebben de paspoorten naar een reisbureautje om de hoek gebracht voor de benodigde visa. Na wat wikken en wegen hebben we besloten om toch nog maar een vlucht te boeken. We hebben drie maanden de tijd om het rondje Vietnam, Cambodja en Laos te doen. 12 december moeten we weer in Bangkok zijn voor de familiereünie. Overmorgen vliegen we naar Hanoi in het noorden van Vietnam. Om vervolgens af te zakken naar Cambodja.

Tot in Vietnam dus maar.

 

 

Thailand II 

1-11-2008 - 20-11-2008 
+6 uur tijdsverschil  

 

  Martine   
 Top   Tijd met m'n dinnetje  
 Flop  Koh Phi Phi  
 Tip  Koh Lanta  
 Opvallend    Dat de service op een toeristen eiland zo belabberd is  

 

 

 

 

 

 

 

Jet&John
door Martine

Ik zit in de taxi, op weg naar het vliegveld. Een uurtje rijden maar, comfortabel op de voorstoel aan de linkerkant. Het wordt steeds minder vreemd hier geen stuur aan te treffen, maar de identiteitskaart van de chauffeur. Kamlankthai Pramote rijd mij en drie minder fortuinlijke toeristen over en door Bangkok. De drie moeten naar “departures” en ik ga naar “arrivals”.
Jet heeft haar vliegangst naar het 2e plan geschoven, heeft besloten dat ze sterker is dan de angst. Ik ben benieuwd of ze het droog heeft kunnen houden… Het voelt alsof ik zelf op weg ben naar het vliegveld om aan een spannende reis te beginnen. Vlinders in mijn buik, vliegtuigen in de lucht. Ik vraag Mr.Pramote of hij me naar arrivals kan brengen. ‘Airport yes, one hour’ is zijn overtuigde antwoord. Ik probeer het nogmaals: ‘I would like to go to arrivals, not departures’ waarop hij wat onzekerder reageert ‘airport, one hour’. Als ik het met goed herinner is arrivals gewoon een verdieping lager dan departures, ik neem aan dat ik dat zelf wel kan vinden dus bedank ik met een glimlach en zet me weer aan het dagdromen. Hoe zal Jet de vlucht hebben beleefd, hoe zal het weerzien zijn, is John wel zo leuk als ik denk, ik heb hem nog maar één keer live gezien in Nederland en Edwin heeft hem nog nooit gezien. We hebben wel geskyped en ik denk/hoop dat we allemaal wel makkelijke types zijn.
Bij het vliegveld aangekomen, arrivals gevonden en nu maar wachten. Er is maar één plek waar alle arriverende uit komen en daar ga ik tussen de andere afhalers staan. Net als zij heb ik een papier in m’n hand met de namen van mijn gasten er op. Het verschil tussen hen en mij is dat zij dat papier nodig hebben om elkaar te vinden en ik neem aan dat wij elkaar nog wel herkennen. Ik hang de camera op mijn buik en zet alvast m’n zonnebril boven op mijn hoofd. Handig om huilogen mee te verbergen. ‘Hmmmzzz…. dat is misschien wat overdreven’ denk ik en berg hem weer op. ‘Zakdoekjes zijn veel handiger’ besluit ik. Eindelijk ontwaar ik ze in de verte. Ik laat de camera klikken en zie door de zoeker een grijnzende John en een zwaaiende Jet met in haar hand een oude vriend, Snoep-Hondje-Hond de bellenblaashond. Deze staat symbool voor enorme lol, hij vergezeld ons graag naar Lowlands, vandaar. Maar of hij zich ook thuis voelt in Azië?

 

Tranen gedroogd…
door Martine

We zitten in de taxi reisverhalen uit te wisselen (het vliegen viel mee ) cadeautjes uit te wisselen ( gevulde koeken en dreuge worst voor ons, startpakket Thailand voor Jet&John ), nu m aar afwachten of dat gejubel van Jet (‘ik! ben! gewoon! in! Thailand!’) nog overgaat. Net alsof ze de tickets niet al een maand geleden gekocht hebben, en alsof de piloot niet wist waar hij naar toe moest vliegen. Dat is ook de bedoeling Jet, dat je gewoon in Thailand bent!
Nadat ze zich even opgefrist hebben struinen we het backpackers-getto Khao San road door, ongelooflijk dat J&J daar nog energie voor hebben na zo’n slapeloze nacht en al die stress van het vliegen. Of zijn ze gewoon shopaholics, gek op al die kraampjes met zilver, horloges, T-shirts, fischermans pants en tassen? Het kost me wel moeite ze weer op tijd terug bij het guesthouse te krijgen maar we moeten verder. De nachttrein wacht op ons. We stomen direct door naar het zuiden, vooral bekend om de vele bounty eilanden.
Voor de verse Azië gangers hebben we een 1e klas hokje gereserveerd, het hoeft niet direct hardcore. Een eigen coupé met een bank die later tot twee bedden wordt omgebouwd en opgemaakt door de steward. Airco op standje vrieskou en een wasbakje vol koele blikjes Heineken. Met de gevulde koeken en dreuge worst hebben we een heerlijke Hollandse avond.
Al gauw maken J&J kennis met één van de geneugten van het treinreizen. Op het balkon mag gerookt worden dus staat het daar blauw van de rook en vol backpackers. Een ontslagen Wallstreet-jup die bijna omvalt van de honger maar van zijn reisgenoten geen hap mee mag eten komt wat bij ons snaaien, een Brit van ergens voor in de twintig met enthousiaste verhalen over Noord-Thailand in combinatie met paddo’s en trippies en een Duits stel die al een paar maanden aan het reizen zijn, stinkend gezellig.

De volgende ochtend nemen we vanaf het station een minibus en een veerboot naar Koh (=eiland ) Lanta, een rustig eiland aan de westkust. De stranden zijn er mooi, mensen vriendelijk, het eten is lekker en het zeewater helder en warm. De enige minpuntjes zijn het gebrek aan zon en het teveel aan regen. De voorspellingen zijn ook niet geweldig en daarom besluiten we na een paar dagen naar de kustplaats Krabi te gaan. Dan kunnen we even afwachten wat het weer doet en ondertussen de stad verkennen en een festivalletje mee te pikken.
Loi Krathong is een Boeddhistische feestdag voor geluk. ’s Avonds, bij volle maan laten we een grote papieren zak met een vuurtje eronder opvliegen, een soort luchtballon dus. Het brandende ding dat de zak moet verwarmen is een plak van een rol wc-papier gedrenkt in was. Ik vraag me af hoeveel huizen er afgebrand en hoeveel bosbranden er ontstaan zijn door dit feeërieke festival. 

 

 

Luchtballon 

 

 

Loi Krathong bootjes, bloemsierkunst?! 

We kopen bootjes gemaakt van een plak van de stam van een kokospalm die volgeprikt is met decoratief gevouwen blaadjes, wat stokjes wierrook, bloemen en een kaarsje. Het is de bedoeling hier wat vezels van je kleding, een stukje nagel, een paar haren en een muntje tussen te steken. Dit staat voor het oude waar je van af moet. J&J zetten zich aan het afknippen van dat overbodigs en steken wierrook en kaarsje aan. Tussen de locals dalen ze het trapje naar de rivier af en laten ze de bootjes te water, de verzekering voor een jaar geluk. Jet wordt er in ieder geval erg blij van, of het nou werkt of niet.

 

 

Jet & John 'light my fire' 

We hebben zelf geen bootjes te water gelaten, we hebben al zoveel geluk en ‘te’ is nooit goed. We doen nu al een half jaar wat we het liefste doen, zijn er ook best goed in al zeg ik het zelf en zijn er ook nog lang niet klaar mee. Niet dat het altijd zoals vanavond is, rozengeur en maneschijn maar tot nu toe heb ik nergens spijt van. Het citaat van ‘Kluun’ op de homepagina staat de spijker op z’n kop, hou die ook in gedachten als je het volgende stukje leest. Dit heb ik gevonden op een reizigersforum. Goed gepikt is beter dan slecht geschreven.


10 redenen om niet gaan reizen
De smerigheid
Vieze lakens, matrassen met bedvlooien, WC's met kakkerlakken en drollen op de grond, douches met bruin water als er überhaupt al water uitkomt, stinkende medepassagiers in de bussen en treinen, stinkende was in je rugzak, etterende wondjes. Je wilt niet weten wat je allemaal tegen komt...

Het vervoer
Daar zit je dan tijdens een busrit van 16 uur op een houtenbankje met drie lokale boeren naast je terwijl je zwaar aan de diarree bent. De bus slingert door de bergen, de chauffeur lijkt de gaten in de weg te zoeken en rijdt recht op diverse tegenliggers af om te laten zien dat hij niet de lafaard is die als eerste uitwijkt. Daar zit je dan te wachten, te wachten, te wachten in dat gehucht waar de trein om 3 uur zou vertrekken: alleen was dat al een dag geleden.

De Medereizigers
Doodziek wordt je van al die backpackers met die standaardvragen: waar kom je vandaan? Wat doe je? Waar heb je geslapen in....? Wat heb je betaald voor......?
Maar nog erger zijn de groepsreizigers. Aan een tafel onder de palmbomen met uitzicht op zee durven zij te klagen dat het eten vorig jaar in China toch echt beter was. Of die dikke oosterburen die in het gezelschap van een piepjong, lokale meisje aan hun Wiener schnitzel zitten..

De lokale bevolking
En dan die bevolking, om gek van te worden: Where you from? Aah, Holland, Roed van Nistellooy! Whats your name? How many children? Niet tien keer niet honderd keer, nee altijd en overal hetzelfde liedje en dan denken dat jouw antwoord ze wat zegt, nou vergeet het maar! De vragen hebben ze uit hun hoofd geleerd en meer Engels verstaan en spreken ze niet.

Het paradijs
Wat te denken van al die paradijselijke plekken, onontdekte dorpen, en prachtige natuurgebieden die nadat ze in de reisgidsen staan, binnen no time drukker zijn dan de Efteling.

Het gevaar
Levensgevaarlijke verkeerssituaties, nachtbussen die worden overvallen, zakkenrollers die een mes op je keel zetten, dronken politieagenten en militairen, agressieve medepassagiers, onbetrouwbare ziekenhuizen en artsen, afgekeurde vliegtuigen, boten en bussen, gidsen die de weg kwijt raken, soms is het wonder dat je weer heelhuids terug bent gekomen.  

Het geld
Dat continue geduvel over geld. Het zoeken naar een betaalbare hotelkamer, het gepingel over de prijs met elke taxi- en riksja-eigenaar, het continu afdingen (soms vragen ze veel te veel maar is het uiteindelijk nog zo weinig dat ze hun kinderen er nauwelijks een maaltijd van kunnen geven en soms word je ook echt opgelicht maar waar ligt toch steeds die grens?)Het verkrijgen van geld is ook al zoiets. Voordat je de juiste pinautomaat hebt gevonden, als die er überhaupt al zijn, Voordat je een bank hebt gevonden die die dag open is en die jouw traveller cheques kan wisselen. Voordat je aan de beurt bent en het juiste loket hebt gevonden, trek er soms maar gerust een dag voor uit!

De bedelaars & de mannetjes
De hoeveelheid mannetjes die wat van je willen, is iedere keer weer onvoorstelbaar. Met name in Azië staan ze met hordes klaar om je hun taxi, riksja, hotel, juweliershop, souvenirshop, bus of reisbureau in te duwen. En wat te denken van die vol vlooien zittende kluwen zigeunerkinderen die aan je been gaan hangen voor een paar roepies om wat te kunnen eten, of die bedelaars die op elke hoek hand op houden in de hoop dat je meedoet aan de lokale sociale voorzieningen.

De hitte & de vochtigheid
Je wilt niet weten hoeveel poriën je hebt waar het zweet uit gutst als de bus weer eens een half uur in de brandende zon staat te wachten terwijl de vochtigheidsgraad bijna regen aangeeft. En jij denkt lekker te slapen in dat bamboehutje tijdens die bloedhete windstille nachten waarbij bij elke beweging watervallen van je voorhoofd kletteren. Nee, neem dan een aircokamer en stapel strepsils.

De Gezondheid
Dan denk je lekker te kunnen gaan slapen, maar nee, eerst moet je een fles water gaan kopen omdat je je malaria pillen moet slikken en je je tanden niet met lokaal kraanwater mag poetsen, dan moet je nog eens je klamboe op gaan hangen omdat de rotmug ‘s nachts op jacht gaat, dan moet je er ‘s nachts ook nog eens drie keer uit omdat je aan de diarree bent geraakt van de met dat verkeerde kraanwater, gewassen groente (vlees eet je al helemaal niet meer), in de wc staat alleen een bak met water want wc papier wordt niet gebruikt zodat je met je rechterhand lekker moet gaan schrobben, dan balanceer je ook nog eens op een voet omdat je rechterteen is gaan ontsteken nadat je een minuscuul sneetje had opgelopen van dat prachtige koraal en tot overmaat van ramp krijg je in de loop van nacht hoge koorts omdat je een kleine verkoudheid hebt opgelopen doordat de airco in de bus keihard in je nek liep te blazen tijdens busrit van de dag ervoor.

 

Oké oké, zó erg is het nou ook weer niet maar er zit wel een flinke kern van waarheid in, en ondanks of misschien wel dankzij deze '10 redenen' vind ik het geweldig! Er zijn duizenden redenen om wél te gaan reizen, daarover later meer.

 

 

 

"Thailand’s Islands & Beaches"
door Martine

Is de titel van de Lonely Planet (LP) reisgids die we speciaal voor deze twee weken met Jet & John hebben aangeschaft. Een Cambodjaans kopieer apparaat heeft een (bijna) niet van echt te onderscheiden exemplaar uitgebraakt en €3,50 verder is hij van ons. Aan de ezelsoren en vetvlekken te zien was hij z’n geld meer dan waard. Het nadeel van reisgidsen is dat iedereen ze leest en we dus massaal naar dat ene verlaten strandje gaan. Met bootladingen vol naar dat ene “laid back resort” met “seaviews”. Wij laten ons onnozel genoeg leiden door omschrijvingen als slinky pool, speckless of swanky bathrooms, a tatty stretch of beach, shack-like, poky en unkempt rooms, snazziest place, scrutiny, quirky huts en on cookie-cutter standard. Geen idee wat het betekent. Het kleine beetje avontuur van de LP volger die Engels niet als z’n eerste taal heeft.

Er staan dus een aantal overnachtingsmogelijkheden per plaats beschreven, vaak ik één buurt en vrijwel allemaal in prijs gestegen sinds ze in de LP staan. Meestal zijn er meer guesthouses dan er in het boek staan en zoeken we zelf een betaalbaar ding met een “laid back” sfeertje. Zo niet op Koh Phi Phi. “The most beautiful place on earth but it isn’t a secret” volgens de LP. Het zand is wit, de zee azuurblauw end karstbergen die uit het water steken zijn indrukwekkend, maar het is inderdaad geen geheim.
Dure resorts, slechte restaurants, ongeïnteresseerd personeel en stranden vol longtailboats die rakelings langs je heen scheuren als je je in het water durft te begeven halen het mooi er wel wat vanaf. Geen droom bounty-eiland dus. Niet op eigen houtje een bamboe hutje aan het strand of desnoods iets verder een heuvel op tussen de bananenbomen en kokospalmen zoeken. Bij aankomst op het eiland zijn we door schaarste gedwongen een hok met uitzicht op een betonen muur met de slechtste prijs/kwaliteit verhouding sinds maanden te reserveren, op basis van een foldertje.
Jet & John hebben vakantie en iets meer te besteden dus kiezen voor een hotel wat verderop. Drie keer zo duur maar wel schoon en van alle gemakken voorzien. We hebben nog steeds niets te klagen als we het met Nederlandse prijzen vergelijken, maar zoals Edwin al zei ‘dit heeft niets meer met Thailand te maken’.

 



Koh Phi Phi? Been there, done that, will not do it again.




Thailand III

10-12-2008 - 10-01-2009
Tijdsverschil +6 uur

  Martine   
Top   Mijn familie!  
Flop  Snelwegen zijn saai en m'n neefjes in combi met Thais eten...   
Tip  Mut Mee Guesthouse in Nong Khai   
Aanrader  Khao Yai National park   
 

 

 

 

 

Thaise Taferelen
door Martine

Weer in Thailand, de derde keer op deze reis en de vijfde keer dat ik dit mooie land bezoek. De eerste keer, acht jaar geleden, was ik hier met een vriendin. We hadden toen twee maanden vrij kunnen regelen en gingen voor het eerst naar Azië. Het leek ons handig voordat we naar de heksenketel die India heet in Thailand te beginnen omdat dit land zo makkelijk te bereizen zou zijn. Dat was en is nog steeds zo. Veel Thai spreken een aardig woordje Engels, er is veel te zien en het eten is heerlijk. Een paar jaar later heb ik ongeveer dezelfde route nog eens gedaan met Edwin en nu gaan we met mijn ouders, zus en twee neefjes weer naar een paar plaatsen waar we destijds ook geweest zijn.
Vanaf het vliegveld van Bangkok rijden we direct door naar Koh Samed, een eilandje op drie uur rijden van de hoofdstad. Acht jaar geleden was dit ook onze eerste stop en toen vonden we het moeilijk afscheid te nemen van dit relaxte eiland in de azuurblauwe zee. Nu maar hopen dat het zijn charme nog niet verloren had door asfalt, toeristenmarkten en luxe resorts. De blauw met rood geschilderde houten boot die ons overzet is nog hetzelfde en wanneer we achterin een pickup truck naar een strand rijden zie ik wel dat “ons” hokje van toen is vervangen door een mooie bungalow maar de zandweg is nog net zo dramatisch. Pfiew, gelukkig.

 

Michel

door Arie

Hè, eindelijk in Thailand om m’n 12e verjaardag te vieren. Want ik ben altijd ’s winters jarig.
Nu voor het eerst in de zomer, cool, zeg.
Toevallig, nou ja niet zo erg toevallig, zijn Edwin en Martine er ook en kan ik dus m’n kadootje ophalen. En kan ik ook nog wat Chinees vuurwerk kopen om mee te nemen.
Als dat tenminste in het vliegtuig mag.
Want ze zijn wel flauw. Ellen (m’n sportieve oma die de halve dag aan het zwemmen is) had wat aanstekers bij zich maar de meesten werden zo maar in beslag genomen in Dusseldorf.
Rare mensen, die Duitsers. Maar ze maakten wel een grapje: Rauchen Ihre kinder auch, vroegen ze naar de reden van zoveel aanstekers.
Natuurlijk niet. Zeer ongezond. Veel gezonder is het om op Ko Samed met een quad rond te scheuren. Effe uitleggen.
Ko Samed is een bounty-eiland. Iedereen ziet er uit als chocola, zo bruin. Maar er wordt niet aan gelikt.
En een quad is een vierwielig voertuig dat eigenlijk erg veel op een motor lijkt. Opa zegt: een motor met zijwieltjes. En dus mag ik erop rijden.

Eindelijk op dinsdag, was het zover. Als een soort verjaardagscadeau mocht ik met martine mee op die quad. In het begin mocht zij even rijden want het was nogal chaotisch. Ook rijdt iedereen links. Dat ben ik toen ook maar gaan doen, je moet je tenslotte aanpassen als je ergens te gast bent.
Nou, toen heb ik de gashandle hier en daar maar even open gedraaid. Iedereen snapte dat ze aan de kant moesten want daar kwam ik aan.
De wegen waren nogal heuvelachtig, hier hoeven ze geen drempels aan te leggen. Een graadje erger dan over die hobbels op de Lemelerberg.
  
How cool is this?

Het uurtje rijden is snel voorbij. Joris mag ook nog even en zijn oren en ogen glinsteren. We moeten zo’n ding thuis ook maar aanschaffen, van ons huis zitten we zo in het bos.

Morgen gaan we weer verder. Het was fijn op het eiland. Heel veel zwemmen, met een boot rond het eiland. Als we stopten konden we snorkelen of vissen.
Joris en ik hebben samen – echt waar – de grootste vis gevangen. Dat beest was zo dom in zijn haakje en ook het mijne te bijten.
Visserslatijn?
Nee, echt waar. Ik zal Edwin vragen of hij het filmpje op de site kan zetten. Dan zie je het wel.
Tot de volgende keer, ik moet nu even UNO gaan spelen, de mensen hiernaast snappen er niets van en dan moet ik maar even uitleggen.

 

We zijn op vakantie

door Martine

Ik besef het als ik in het huurbusje stap. Dit wordt anders reizen dan we tot n toe gedaan hebben. De chauffeur is niet Thais, het is m’n vader. Pa, zus en ik hebben een internationaal rijbewijs gekocht en mogen nu (links) in Thailand rijden. We hebben hiervoor gekozen om met z’n zevenen+bagage flexibeler te kunnen zijn dan met het openbaar vervoer. En het werkt. Pauzeren bij watervallen of eetkraampjes, plaspauzes bij drang, niet als de chauffeur daar voor kiest. Het voelt een beetje als de vakanties die we vroegâh hadden. Mijn vader was leraar en had dus lange zomervakanties. We pakten de auto vol met kampeerprut, spelletjes en leesvoer en trokken 6 weken door Frankrijk en België
Gelukkig ontbreekt de tent dit keer en de jongens hebben een game-boy om zich onderweg te vermaken. We brengen aardig wat uren in het busje door en ‘dat is saai’ volgens Michel. Net als ruïnes, nationale parken en tempels. ‘saai, wanneer gaan we naar een pretpark?’ pubert hij voor hij in de gaten krijgt dat je ook/zelfs op zulke plaatsen pret kan hebben. Verstoppertje bij de Khmer ruïnes van Phimai, de trappen van Wat Arun beklimmen, spannende jungle paden en watervallen in het Khao Yai National park, het leven is één grote speeltuin.



Dit is in Het Historical Park in de buurt van Nong Khai. Het stipje onder de rots is Joris.


Het miniscule stipje op die rots rechtsonder is Michel. 

 

 

 Dat je op de ruïnes van Phimai heel leuk kan spelen betekend nog niet dat het ook mag...

 

 

Joris beklimt de trappen van Wat Arun, hier nog met pet gemaakt van cola blikjes. Die laten we later in de veerboot liggen :(

 

 Het rijden in het busje gaat ons goed af, behalve dan dat de ruitenwissers gaan zwaaien wanneer we de richtingaanwijzer denken te bedienen. We karren naar Pak Chong, in de buurt van Khao Yai National Park. Daar gaan we de volgende dag naar toe.
Zus is bio-boer en natuurmens en kijkt anders naar “buiten” dan wij. Ze identificeert allerlei sporen op de plaats waar olifanten zich ophouden en wordt opgewonden van paddenstoelen, bomen en vogelgeluidjes. Haar enthousiasme werkt aanstekelijk en nieuwsgierig rijden en lopen we door het park, zullen we nog olifanten spotten? Nee, alleen hun shit. Wel veel apen, watervallen en een slang die levensmoe*) was.
*) stak vlak voor onze Toyota over!


Khao Yai National Park 

 

Voor we naar Bangkok gingen om de familie te halen waren we in Laos. Daar werden we verrast met nieuwe Thaise visum regels. Tot net voor wij de grens over wilden kreeg je bij binnenkomst over land een Thais visum voor dertig dagen. Nu is dat nog maar 15 dagen. Zie maar hoe je je redt. Het is 10 December wanneer we de brug tussen Laos en Thailand oversteken. Mijn familie komt de 12e aan en vertrekt de 31ste. Hmmzzz…
Bij het maken van het reisplan voor deze periode zouden we weer in de buurt van Laos komen dus ik maak me net teveel zorgen. We kunnen wel een visa-run doen. Dat betekend de grens Thailand-Laos overhoppen, een visum voor Laos kopen ( €33 p.p. ) , weer terug , een nieuwe stempel voor vijftien dagen Thailand laten zetten en klaar. Waarom dit zo moet en kan? Ik heb geen idee. Geld en tijd verspilling.

Nong Khai blijkt een makkelijke uitvalsbasis aan de Mekong rivier met uitzicht op Laos en de “friendshipbridge.” We bezoeken een historisch park met rotsformaties als gigantische paddenstoelen en fietsen naar een Boeddha beeldentuin.
Nadat we op eerste kerstdag de nieuwe stempels gehaald hebben rijden we een mooie route langs de Mekong op weg naar Sukothai, een oude koningsstad. Deze weg is veel mooier als de snelweg maar kost ook veel meer tijd, dus het einddoel halen we niet. In het donker rijden we een stad binnen, op zoek naar een herberg voor de nacht…
Geen os en ezel, wel een feest in de stad. Een enorm veld met tafels en stoelen wordt omzoomd door snack kraampjes. Vers fruit, Omelet met zeevruchten, gegrilde kippetjes en vis, allerlei lekkers op een stokje, insecten, cakejes, kokosrijst met mango, garnalen, inktvis en schelpdiertjes. Niet te vergelijken met de Nederlandse snack kramen op dorpsfeest. Keuze uit een hamburger, kroket of patat…
Een groot podium in pasteltinten wordt bezet door een zangeres, danseressen in fucksiaroze tutu en een band met veel blazers. Volgens Edwin een superband voor Lowlands, mits ze de Thaise zangeres vervangen. Dat gekrakeel is niet lang aan te horen voor onze westerse oren. Het hele spektakel heeft ook wel wat van Lowlands. Veel mensen die eten en drinken, goede muziek en een lekker sfeertje. Ik mis alleen de regenlaarzen…

Sukothai met zijn ruïnes blijken kleiner dan in mijn herinnering. We zijn er dan ook zo weer uit en rijden door naar Chiang Mai waar we de bus in moeten leveren. We vinden er een hoter met zwembad wat vooral mijn moeder en de neefjes erg leuk vinden. Tot ze de temperatuur van het water voelen. Het is winter, ook in Noord-Thailand. Toch nemen we een duik. De bikkels uit het koude Nederland blijven er nog even in, maar ik zwem direct door naar het trapje.

Chiang Mai is een shopping paradise maar we hebben niet veel tijd in deze stad, en er is zoveel te doen. Toch lukt het wel wat souvenirs te vinden op de nachtmarkt en voor we het weten is het elf uur geweest, al lang bedtijd voor Michel die nog op zoek naar spellen voor de wii is. Met Annelies, Joris en Edwin gaat hij de volgende dag vroeg op pad, de “jungle” in. Het standaardpakket met een waterval bekijken, een uurtje door het bos lopen, een bergstam bezoeken, met een bamboevlot over een rivier en… op een olifant rijden! Vooral dat laatste kijken de jongens al zo lang naar uit. Ze vinden het dan ook geweldig en mogen de olifanten ook nog bananen voeren. Het zou zo leuk zijn als je dat zelf ook door kinderogen zou kunnen zien, voor ons is het saai en oncomfortabel en ik vraag me dan toch af hoe verantwoord zoiets is. Olifanten hebben veel kracht, maar niet in hun rug. Zo’n bakje met twee volwassenen erop is al te zwaar. Maar wat als er geen toeristen zijn om geld mee te verdienen, kunnen de eigenaren ze dan nog onderhouden?!

 

You need to have flashplayer enabled to watch this Google video

 

Kanchanaburi en Sanklaburi 

Nadat we mijn familie uitgezwaaid hebben in Bangkok zijn we naar Kanchaburi en Sangklaburi getreind om de wachttijd voor het visum voor Myanmar door te komen. Kanchanaburi is vooral bekend door de film 'Bridge over the river Kwai.' Die gaat over de aanleg van de spoorbaan en bijbehorende brug dus, door Australische, Britse en Nederlandse krijgsgevangenen. Er is hier een grote begraafplaats en een museum over die tijd. Plus de spoorbaan natuurlijk, voor iedere biels die er ligt is een man gesneuveld.

Wij doen er vooral niets. Oud en nieuw vieren we in een klein kroegje en verder hangen we wat aan de rivier. Beetje bijkomen, website bijwerken en een route voor Myanmar plannen. Na een paar dagen besluiten we nog even naar Sangklaburi, dicht bij de grens met Myanmar te reizen. We komen er eind van de middag aan en als we een guesthouse aan het meer hebben gevonden zijn we het er gauw over eens dat dit het mooiste is wat we van Thailand gezien hebben. Het begint te schemeren, de zon zakt achter de bergen, bootjes varen langs en vuurtjes branden her en der tussen de huiten huisjes aan de overkant, de gouden pagode glanst in het laatste zonlicht, magisch.

Op een brommrtje rijden we de volgende dag de drie pagodes pas die me aageraden is door iemand ergens onderweg, maar waarom weet ik niet. De drie pagodes blijken drie witte torentjes van elk anderhalve meter hoog, op een pleintje bij de grens. De route is niet spectaculair, zeker niet als ik het vergelijk met wat we in Laos en Vietnam gezien hebben.
We zijn zo langzamerhand wel verwend door al het moois wat we onderweg tegenkomen. Omdat we het leuk vinden om gewoon wat te toeren nemen we nog een andere weg die door dorpjes van minderheden voert en die route is wel een aanrader! Veel gezwaai van kinderen, glimlachjes en wijzende vingers, 'zie, een falang op een brommer' De toerist is de bezienswaardigheid.

 

LAST_UPDATED2
 
Reacties (4)
Gefeliciteerd, Michel!!!
4 zondag, 28 december 2008 22:20
Tanja Bubic
Hi Michel & co,

Wat fijn dat je zo een leuke verjaardag hebt gehad! Je hebt je er natuurlijk ook enorm op verheugd, dus dat mag ook. Nog heel veel plezier daar! O, kun jij je oma&opa bedanken voor de bijzondere kerstkaart die we van ze hebben onvangen? Bedankt en groetjes aan iedereen!!!

Liefs,
Tanja (en de andere Bubic)
__________________________________
REACTIE ANNELIES
Hoi Tanja en de rest
Michel ligt op het dak van het hotel in het zwembad. Met een uitzicht over de stad. We geven de felicitatie's door.
Groetjes en een fijne jaarwisseling van ons allemaal toegewenst.
zon, zee, strand
3 vrijdag, 21 november 2008 18:19
jocalien en marco
"schijn bedriegd?" ;op you tube zagen de filmpjes er echt wel heel mooi uit!
arrivals
2 woensdag, 12 november 2008 17:34
arie bloed
Have fun met je gasten, goed te weten waar arrivals is.
Reisleidertje spelen zeer vermoeiend???
1 dinsdag, 16 september 2008 18:17
arie bloed
Citaat uit jouw mooie verhaal: dat reisleidertje spelen is toch vemoeiender dan ik dacht....
Voor twee gasten!?
Sterkte in december dan!!!!!!!
Arie
P.S. Bangkok 32, Borne 16 graden.
___________________________________________________
REACTIE EDWIN
Dank, Ja ik heb nog wel even aan jullie gedacht. Drie volwassenen en twee kids die je allemaal blij moet houden. Pfff wordt al moe als ik er aan denk. ;-)