Myanmar

Myanmar

Reisverslag ●● Foto's ●● Eten & Drinken

 

We're on a road to nowere, come on inside
We'll take that ride to nowere, we'll take that ride
Feeling ok this morning, and you know
We're on a road to paradise, here we go, here we go 

                               Uit: " Road To Nowere "                                
                               Talking Heads 

 

 

 

 

 

 

Myanmar / Birma

10-01-2008 - 04-02-2008
Tijdsverschil +5 1/2 uur
€1 = 9.500 Kyat

 

 

   Martine  Edwin
 Top: Het straatleven, de mensen  Inle Lake (Four Sisters) en Bagan
 Flop: Birmees eten Regelmatig vies gegeten
 Tip: Het ontbijt bij "The White House" in Yangon is super Four Sister Guesthouse en dan met name  het  eten
 Opmerkelijk:  Elk gesprek met andere buitenlanders lijkt op den duur  over politiek te gaan. De smerige lucht van uitlaatgassen in de  steden

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste indrukken

Door Martine

Om half vijf 's morgens stappen we in de taxi naar het vliegveld. Onze favoriet Air Asia brengt ons in anderhalf uur naar Yangon, de hoofdstad van Myanmar. Het vliegveld in Yangon is op drie vliegtuigen na leeg, en de hal is klein en op de Air Asia passagiers na ook vrijwel leeg. De douane beambte kijkt naar onze tattoo's, duim omhoog en wijst daarna op de tijger op zijn eigen arm. Na een babbeltje in gebroken engels met de man mag ik doorlopen. Voor het eerst dat iemand van de douane meer dan een minzame glimlach of een grom produceert, ik vind het nu al leuk in dit land.
Dat gevoel blijft als we later door de stad lopen. Blauwe mini-vrachtauto's, mooie bussen, grote en kleine generators staan op de stoep te brullen tussen de vele etenskraampjes met allerlei nieuwe dingen, putlucht en etensgeurtjes, mannen in een lange rok, uitlaatgassen, stof, gouden pagode's, moskeen, kerken, een synagoge. Britse gebouwen, dollars voor kyats wisselen op de markt, fietsen met zijspan, vrouwen met geel geverfde wangen, rechts rijden met het stuur aan de rechterkant, we zijn een stukje terug in de tijd gegaan.


Yangon

Door Edwin 

Als we de familie hebben uitgezwaaid pakken wij de bus naar Kanchanaburi. We hebben geen zin om nog langer in Bangkok te blijven. De ambassade van Myanmar gaat op 5 januari pas weer open i.v.m. de feestdagen. We hebben dus op zijn vroegst onze visa dus pas 7 januari. Na een paar dagen uitsluitend niets te hebben gedaan, staan we 7 januari weer in het kantoortje op Kao San Road in Bangkok. Dan krijgen we te horen dat we de volgende dag terug moeten komen omdat de visa nog niet binnen zijn.
Omdat het nog al eens gebeurd dat er geweigerd wordt om visa te verstrekken aan toeristen, durven we het niet aan om alvast een vliegticket te boeken bij het Air Asia kantoor om de hoek. Als we de volgende dag bij dit kantoor wel willen boeken omdat we de benodigde rompslomp hebben gekregen blijkt het vliegtuig voor de volgende dag al volgeboekt. 10 januari is er nog wel plek en kunnen we dan eindelijk Thailand verlaten en richting Myanmar gaan.

De vlucht naar Yangon duurt maar iets langer dan een uur. Het vliegveld is sober en klein. Heel wat anders dan het internationale vliegveld van Bangkok waar we om 07.15 uur vertrokken. Als we in ons busje zitten met nog vier Nederlanders en een Duitser op weg naar ons guesthouse en ik het straatbeeld van Yangon in me opneem, heb ik het al snel in de gaten. Ik zal de komende tijd een knop in mijn kop om moeten zetten!
Voor we gingen werd me verteld dat Myanmar was te vergelijken met Laos van een paar jaar geleden, een bericht die me als muziek in de oren klonk. Maar als we even later door de straten van Yangon lopen doet het me meer aan India denken. Het land waarvan ik blij ben dat we er niet heel erg lang zullen blijven. Het is er Goddank alleen niet zo druk en de mensen zijn hier niet zo opdringerig. Maar de straten en eetstalletjes zijn er net zo goor als in India.
De Nederlandse meiden waarmee we een busje naar het guesthouse hebben gedeeld komen ’s avonds terug met het verhaal dat ze ergens zijn geweest waar de ratten over de grond schoten en ik kijk er niet eens vreemd van op. Ik besluit dan ook terplekke om maar vegetariër te worden de komende tijd. In andere landen vind ik het geen probleem om vlees te eten dat op straat wordt verkocht maar hier moet ik er niet aan denken.
Wanneer we over straat lopen zien we ook weer een oud Indiaas gebruik. Een oudere vrouw staat met haar benen wijd op het trottoir. Wanneer we dichterbij komen zien we een straal urine onder haar rok vandaan komen die ze welgemikt in een kier in het wegdek laat lopen.

De laatste dagen in Bangkok hebben we veel geld opgenomen. Al deze Thai Bath hebben we omgeruild voor US dollars. Elk biljet hebben we aan een grondige inspectie onderworpen. Het schijnt dat ze in Myanmar alleen maar nieuwe biljetten accepteren. Een biljet met een klein scheurtje of een stempel wordt geweigerd is ons verteld. Miriam, een van de Nederlandse meiden wist dit niet en heeft bijna alleen maar biljetten met stempels. Toch lukt het haar om een paar van deze biljetten om te ruilen op de zwarte markt van Yangon. Dat is ook de plek waar wij onze Kyat halen. We wisselen 400 dollar en krijgen er pakken geld voor terug. In totaal 480 briefjes van 1000 Kyat. Je voelt je direct een miljonair wanneer je met zo’n pak geld de markt verlaat.
De volgende dag bekijken we de grootste en bekendste Stupa van Yangon. Het Shwedagon Paya. En hij is nog indrukwekkender dan het Royal Palace in Bangkok. Tientallen gebouwen staan er op het terrein en de één is nog mooier versierd dan de andere. En niet alleen Boeddha wordt hier aanbeden. Het was ons al opgevallen dat het apparaat een bijna Goddelijke status heeft in Azië. En in het Shwedagon Paya lijkt het erop dat dit werkelijk het geval is. Want bij één tempel op het terrein liggen wat mensen op hun knieën te buigen voor een televisietoestel. Het Shwedagon Paya is, zoals de Lonely Planet terecht zegt, een plek die je gezien moet hebben in Yangon.

 

 

Pray to the television........Everyday! 


De laatste avond willen we met wat toeristen en wat zakken chips een film gaan kijken in het guesthouse. Ik sta tegen vijf uur onder de douche wanneer Martine haar hoofd om de deur steekt.
‘Ik ga een stukje fietsen met Astrid en een Duitse jongen die hier woont.’
‘Prima’ roep ik. Ik heb toch niet zo’n puf. Sinds twee dagen ben ik weer eens snipverkouden en een tochtje door de stoffige en smerige straten van Yangon lijkt me nou niet echt bevorderlijk. Als ik het vuil van me af heb gedoucht ga ik alvast beneden zitten met mijn boek.
Een Amerikaan waar we de avond ervoor een poos mee hebben gekletst komt er even later ook bijzitten. Net als de Duitse toerist die bij ons in het busje zat vanaf het vliegveld en de meeste tijd met de twee Nederlandse meiden optrekt. De Duitser is, zacht gezegd, niet echt mijn type. Hij is gek van sport en loopt te verkondigen dat het een schande was dat China de Olympische Spelen mocht organiseren. Hij zou nooit naar dat land gaan waar ze de mensenrechten zo aan hun laars lappen.
‘Maar wat doe je hier dan?’ vraag ik.
Dat moest ik toch anders zien. In Myanmar mogen Boedistische monniken gewoon deel uit maken van de maatschappij. Terwijl in China elke monnik tegen de muur wordt gezet.
Als hij verteld dat hij de marathon van Chicago heeft gelopen wil ik hem nog vragen of hij geen gewetensbezwaren had om naar de U Naait het Steeds te gaan maar ik laat het maar wezen. Zijn reactie na het China verhaal was voor mij duidelijk. En we leken beiden hetzelfde te denken.
‘Arschloch.’

Het zijn voornamelijk de toeristen in Myanmar die een uitgesproken mening hebben over de politiek in het algemeen en die van Myanmar in het bijzonder. De bewoners zelf veranderen vaak van onderwerp als het maar enigszins over de politieke situatie dreigt te gaan. Of dit voortkomt door een bepaalde angst is me niet helemaal duidelijk. We ontmoeten één monnik in Mandalay die zelf het onderwerp aansnijdt. Maar daarover later meer.
Een Amerikaan die we onderweg tegenkomen weet me ook precies te vertellen hoe de wereld in elkaar steekt. Voor diegenen die het willen weten, Barrack Obama wordt een lachertje. En in Myanmar moet je zo rondreizen zodat de regering zo min mogelijk geld aan je verdient en je op deze manier de locale bevolking zoveel mogelijk steunt. Ik vertel hem dat wij dat niet zo bewust doen. We eten waar we denken dat ze lekker eten hebben en vragen ons niet af wat voor restaurant het is. En we reizen, net als hijzelf, met het openbaar vervoer in plaats van ons door het land te laten rijden met een dure taxi.
‘Just like we did in Russia, Thailand, Laos and Vietnam.’
De Amerikaan corrigeert me door te zeggen dat de Russen hun leiders mogen kiezen terwijl de regering van Myanmar, nadat ze de verkiezingen dik hadden verloren, weigerden hun macht af te staan. Ik verontschuldig me en zeg dat, doordat ik al lange tijd op reis ben en bijna geen nieuws te horen en te zien krijg, ik het nieuws waaruit is gebleken dat Medvedev op eerlijke wijze is gekozen gemist heb. Zijn reactie is voor mij een teken dat het tijd wordt om naar bed te gaan.
‘Who the fuck is Medvedev.’ antwoordt hij.
De laatste dag in Yangon, aan het eind van onze reis door Myanmar blijkt de Amerikaan in hetzelfde guesthouse als ons te zitten. Vol trots laat hij me de opnames zien die hij stiekem heeft gefilmd van het huis van Aung San Suu Kyi. Hij verteld me dat hij er twee keer naar toe moest voordat het huis eindelijk naar tevredenheid erop stond. De eerste keer was zijn mobiele telefoon in zijn rugzak gegleden. Na vijf minuten voornamelijk naar zijn elleboog te hebben gekeken die op de film staat, zie ik inderdaad even een huis in beeld komen.
‘This will be a hit on You Tube man!’

Tegen zes uur begint de Duitser te zeuren dat hij honger heeft en waar Martine en Astrid toch wel niet blijven. Ik zeg hem maar vast te moeten gaan en dat ik ze wel naar het restaurant stuur als ze terug zijn. Zo, rust!
Drie uur later zit ik nog steeds buiten en zijn Martine en Astrid nog niet terug. Ik merk aan Mirjam, die tijdelijk samen met Astrid rondreist, dat ze ook wat ongerust begint te worden.
‘Er was toch echt afgesproken dat we een film zouden kijken?’ vraag ik.
Mirjam beaamt dit en zegt dat het nu wel erg laat wordt om nog een film te kijken. Hun trein gaat morgen om zes uur en de onze nog een uur eerder dus erg laat willen we het eigenlijk niet maken.
Om half tien, na mezelf behoorlijk op heb zitten te eten, komen Martine en Astrid lachend terug. Ik heb geen zin om te horen hoe leuk het was en loop kwaad maar ook opgelucht naar de kamer.
‘Ik hoor dat je ongerust was?’ vraagt Martine als ze binnenkomt.
‘Ja raar hè.’, ‘We hadden afgesproken om met zijn allen een film te gaan kijken’ antwoord ik. En ik pak een asbak en ga nog een sigaret roken op de gang. Martine snapt echter niet waar ik me zo druk om heb gemaakt. Ze was alleen de tijd maar vergeten.


Trishaw avontuur

door Martine

Ik wordt samen met een Nederlandse door een Duitse expat uitgenodigd om de stad te verkennen op zijn tri-shaw ( fiets met zijspan.) We zijn een bezienswaardigheid. Zowiezo als blanken, en dan met een blanke tri-shaw chauffeur en helemaal wanneer Astrid en ik om beurten later mogen fietsen. Een vrouw die op de tri-shaw fietst is al nooit gezien en dan ook nog zo’n grote witte! ‘Good!’ horen we constant, er wordt gezwaaid en gelachen, de duimen gaan omhoog. Een geweldige manier om de stad te leren kennen.


Mandalay

door Edwin

Op onze kaartjes staat dat we in de “Upperclass” zitten, in wagon nummer 1. Dat lijkt dus goed zou je denken. We hebben ruime stoelen, dat nog wel. Maar verder lijkt de wagon meer op een hok waar ze anders het vee in vervoeren dan op een treinwagon. Op de grond ligt een dikke laag stof en rennen muizen rond op zoek naar wat etensresten. De rails lijken te zijn aangelegd door een schele opiumroker want erg naadloos liggen die niet aan elkaar. Regelmatig worden we flink door elkaar geschud in onze stoelen.
Er wordt niet veel gesproken tijdens de treinreis. Niet dat ik nog zo pissig ben over gisteren maar ik heb het gevoel dat ik elk uur zieker begin te worden. De ramen van de trein staan open en het stof van buiten komt af en toe met vlagen naar binnen. Het grootste gedeelte van de reis slaap ik of doe ik een poging tot. Als we na vijftien uur dan eindelijk in Mandalay arriveren heb ik ongeveer een halve toiletrol gebruikt om mijn neus mee te snuiten en ben ik doodop. We hebben gelukkig snel een hotel gevonden en ik plof neer op bed. De komende 35 uur zal ik er in blijven liggen en voornamelijk slapen.
De eerste dag dat ik weer uit bed ben besluiten we er een rustig dagje van te maken. We laten ons rondrijden op een fietstaxi om wat bezienswaardigheden te bekijken in Mandalay. Het is een ideale manier om je te laten verplaatsen door de stad en zo de stad met haar bewoners en het dagelijkse leven hier aan je voorbij te laten gaan.
Veel vrouwen en een enkele man hebben de kenmerkende gele make-up op hun gezicht. Het spul dient ook als een soort van zonnebrandcrème. Meestal is het netjes aangebracht in de vorm van een groot vierkant op beide wangen en af en toe zie je het in de vorm van een blad. Een enkeling heeft ’s ochtends waarschijnlijk niet zoveel tijd gehad en heeft de make-up kwast een paar keer over het gezicht gestreken zodat deze bijna helemaal geel is. Wanneer zo’n persoon ook nog eens dol is op de, hier erg populaire, betelnut dan is het net of hij, verkleed als zombie, naar een Halloween feest gaat met zijn gele gezicht en zijn rode mond vol bloedrode tanden.
Af en toe moet je jezelf even schrap zetten wanneer de chauffeur niet zo snel een redelijk stuk weg ziet en hij de fietstaxi door één van de vele gaten in het wegdek manoeuvreert. Hij verteld dat het nog best gevaarlijk is om in het regenseizoen op een fietstaxi te werken. Vaak ligt er dan zoveel water in de straten dat je de gaten niet meer kunt zien. Het gebeurt dan wel eens dat hij met de fietstaxi omvalt.

 

 

 

 

 

 

De typische make-up / zonnebrand in Myanmar 

’s Avonds is Mandalay net een warzone. Op veel plekken in de stad is bijna geen verlichting en overal hoor je het gebrul van grote aggregaten die soms zo’n lawaai maken dat je denkt dat de oude gammele gebouwen elk moment zullen bezwijken onder het lawaai.
Na het eten lopen we door het donker terug naar het hotel. Aan de overkant van de weg zie ik een oude kar staan die omgebouwd is tot marktstalletje. Van een afstand lijkt het of ze daar dvd’s en cd’s verkopen. Ik zeg Martine dat ik even wil kijken of er ook Engelse films en muziek wordt verkocht en we lopen er naar toe. Stretching Vagina lees ik op een doos. Hmzz, vreemde naam voor een band denk ik. Niets cd’s dus. Dozen vol vibrators, dildo’s, vibrerende eierwekkers, you name it. De hele santenkraam is er te koop. En het is niet toevallig één stalletje. Terug naar het hotel komen we er een stuk of vier tegen. Zo open en bloot als dat het hier te verkrijgen is hebben we het in Azië nog niet gezien.

Buiten Mandalay is ook erg veel te zien. De enige manier om deze plekken te bezoeken is je te laten rijden door een taxi. Zo gauw je je hotel uitkomt, komt er wel iemand naar je toe met de vraag of je geen gebruik van wilt maken van zijn taxi of die van zijn broer of die van zijn vriend of… Zelfs als je in de fietstaxi zit wordt je aangesproken door deze mensen.
‘What about a taxi for tomorrow’
Een rit in een dergelijke taxi kost je zo’n 25 dollar, een maandloon hier. Maar wie wat wil zien… dus laten we het maar doen. Eerst gaan we naar een souvenirwinkel. Iets wat niet op het kaartje stond van de bezienswaardigheden overigens. Volgens de chauffeur was het echt niet om zijn commissie op te halen. Ook de weverij stond niet op het kaartje maar die is nog wel interessant. Als we binnen komen zie ik twee meisjes die druk aan het werk zijn op een weefgetouw. Als ik de chauffeur vraag hoe oud de meisjes zijn is er even overleg.
‘Sixteen’ zegt hij.
Als zij zestien is dan ben ik achtentwintig denk ik.
‘Sixteen, hmzz and how long is she working here’
‘Two months’
Dan weet ik helemaal zeker dat hij maar wat lult want als je ziet hoe snel die meisjes met de klosjes draad te werk gaan dan kan ieder mens zien dat je dat echt niet in twee maanden leert. De meisjes hebben het volgens mij nog getroffen. Het is een kleine weverij en het is er schoon. Een oudere man die ook aan het werk is verteld dat zijn baas een vriend is.
‘Good job’ zegt hij en knikt naar zijn weefgetouw.

Aan het eind van de middag lopen we de honderden treden weer naar beneden naar de taxi. We hebben net de laatste tempel bekeken en alleen de zonsondergang bij de lange houten loopbrug staat nog op het programma. Halverwege worden we aangesproken door een monnik. In eerste instantie denk ik dat hij de gebruikelijke vragen zal stellen.
‘How are you?’
‘Where are you from?’
‘Holland?’
‘Ahh, Roed van Nistelroey!’.
Maar al gauw blijkt dat de monnik het over politiek wil hebben. En voor het eerst merken we dat de mensen hier niet openlijk over de politieke situatie kunnen praten. Wanneer er andere mensen aankomen, begint hij te fluisteren en als ze binnen gehoorafstand zijn dan wordt het onderwerp plotseling veranderd en gaat het over koetjes en kalfjes. De monnik houdt het pad dan ook steeds goed in de gaten.
Het Engels van de man is echter erg slecht en van een echt gesprek is nauwelijks sprake. Het enige wat ik wel heb begrepen is dat, volgens hem, de Verenigde Staten een erg goed land is omdat het Myanmar boycot. George W Bush was een prima president omdat het Irak had bevrijd van Sadam Houssein. Een verschrikkelijke dictator die kernwapens had en erg gevaarlijk was. En Rusland maar vooral China worden door de huidige regering van Myanmar kameraden genoemd en zijn dus erg slechte landen. Volgens de monnik is Myanmar rijk aan grondstoffen maar gaat alles naar China. Het enige dat ze er voor terug krijgen is plastic. Dat laatste kon hij wel eens gelijk in hebben. Wanneer we door de straten van Mandalay rijden zien we grote borden van de aankomende “Grand opening” van een groot winkelcentrum. Een overdekt winkelparadijs dat de naam “The Great Wall” zal krijgen. Over twee maanden vertrekt hij voor een paar jaar naar de V.S. om daar aan de Universiteit van Minnesota te gaan studeren. Ik hoop dat hij de cultuurshock overleeft. Zelfs in de V.S. zal hij met andere mensen uit Myanmar niet over politiek praten zegt hij. Volgens hem heeft de regering van Myanmar overal zijn spionnen zitten.
‘And they don’t wear hornes on their heads.’


Pyin U Lwin en Hsipaw


Pyin U Lwin is een klein plaatsje op ongeveer anderhalf uur rijden van Mandalay. Met een taxi die we delen met twee locals gaan we er naar toe. Het plaatsje ligt wat in de bergen en het is er beduidend kouder dan in Mandalay. Het is er zo koud dat de lange broek en de jas weer uit de rugzak moet worden gehaald en ook de sokken gaan weer aan. Wanneer we op straat lopen dan zoeken we meestal de schaduw op. Hier is het andersom en willen we wel graag in de zon lopen om op deze manier wat op te warmen. In Pyin U Lwin is het net alsof je 68 jaar terug gaat in de tijd. De helmen die de mensen hier dragen op de motors zijn replica’s van de Duitse helmen die de soldaten in de Tweede Wereldoorlog droegen. Veel mensen hebben ook een sticker op de zijkant geplakt met een groot hakenkruis. Ik bedoel dus niet het Indiase gelukssymbool maar de Duitse “gekantelde” versie. Ook erg populair is de adelaar met dit symbool in zijn klauwen. Ik probeer er nog achter te komen waarom er zoveel mensen die symbolen dragen maar er is niemand die me het uit kan leggen. Een Duitse toerist die we in Hsipaw spreken verteld ons dat hij wel heel verbaasd was van de reactie die hij kreeg van een paar locals toen hij zei waar hij vandaan kwam.
Germany? Very good, we like nazi’s.

Het eten in Myanmar valt vies tegen. Vreemd als je je bedenkt dat het land tussen India, China en Thailand ligt. Je zou denken dat ze het beste dat de keukens van deze landen te bieden hebben hier wel op het menu zou staan. Maar niets is minder waar. Vaak is het eten erg flauw en smaakloos en een andere keer is het zo zout dat je er scheel van gaat kijken. De afgelopen maanden was eten vaak een feestje maar dat is hier wel over.

Ziek zijn is niet leuk. Twee keer ziek worden binnen twee weken in Myanmar al helemaal niet. En als de diaree, waar je net van af was, dubbel zo erg terug komt, dan ben je er heel snel, heel erg flauw van. Het overkomt me hier dus. Er zit duidelijk iets in mijn lijf dat er maar niet uit wil en ik besluit dus maar aan een antibiotica kuur te beginnen die we uit Nederland hebben meegenomen want mijn humeur wordt er niet beter op.
Twee jaar geleden kwam ik met een bacterie in mijn lijf terug in Nederland na een vakantie in India. Het heeft een paar maanden geduurd voordat het zaakje dat ik op het toilet doortrok er weer enigszins normaal uitzag. En ik heb echt geen zin in nog een keer dat gedonder. Ik had al een erg dubbel gevoel bij India maar nu ik hier in Myanmar ben dat me, zoals gezegd, erg aan India doet denken en ik binnen twee weken twee keer ziek ben vind ik het wel gescheten. Wat mij betreft geen India. Martine is al in het noorden van India geweest en hoeft niet zo nodig nog eens naar dezelfde plekken terug. Zo’n probleem is het dus ook niet.
Wanneer ik dit tegen Martine vertel zegt zij dat ze ook minder van Myanmar geniet dan dat ze denkt te hebben gedaan als we hier op vakantie vanuit Nederland naartoe zouden zijn gegaan. Na een paar maanden in Azië rond te hebben gezworven sluipt er bij haar een beetje Azië moeheid in. Je ziet zoveel dingen dat het op een gegeven moment iets teveel wordt. Om te voorkomen dat een mooie tempel, alweer een tempel wordt, hebben we het erover of het misschien niet verstandiger is om eerst naar een totaal andere omgeving te gaan.
Het kan ook zijn dat Martine minder van Myanmar geniet doordat ik me de laatste tijd lichamelijk niet zo goed voel. Want hierdoor ben ik duidelijk minder gezellig om mee rond te reizen. Ik erger me sneller aan kleine dingen. Als er geen warm water uit de douche komt is dat al een reden om even flink van me af te schelden. Antibiotica werkt over het algemeen erg goed en snel bij me dus ik hoop maar dat ik over een paar dagen weer de oude ben. Dat veranderd echter niets aan het feit dat ik met landen als Myanmar en India duidelijk minder heb dan de landen waar we tot nu toe zijn geweest. Ik vind het er af en toe zo smerig. Ik heb het gevoel dat wanneer ik de straat op ga alleen maar stof en uitlaatgassen binnen krijg. Het is niet normaal meer als je ziet wat voor zwarte rookwolken er hier uit de auto’s en vrachtwagens komen. Tegen de avond heb ik er koppijn van. En als het eten dan ook nog niet goed is en je elke keer op moet passen of het wel veilig is om het te eten dan is de lol er wat mij betreft snel af. Kortom, het is goed mogelijk dat we al snel in het nieuwe jaar ons reisplan drastisch gaan veranderen. Daar gaan we de komende dagen eens over nadenken.

Met de bus gaan we naar Hsipaw, een nog kleiner gehucht. De bus is volgepakt met weet ik het wat. Kratten uien, tassen kleding, manden met groenten en het hele gangpad is volgestapeld met zakken rijst. Bij de deur moet je al op de zakken klimmen om bij een stoel te komen. Ik vind een plekje in het gangpad waar ik lekker onderuitgezakt op de zakken rijst kan liggen. Zo kom ik die vijf uur wel door. Martine zit voor in de bus en houdt de chauffeur in de gaten. Bij een tussenstop verteld ze dat de chauffeur regelmatig wat zat te dommelen achter zijn stuur. Martine zegt dat ze de hele reis in de startblokken stond om het stuur te grijpen mocht hij echt in slaap zijn gevallen.
In Hsipaw begin ik me wat beter te voelen. De antibiotica slaat gelukkig goed aan. Een hele dag wandelen dat zit er nog niet in maar een stuk fietsen op een fiets uit het jaar nul dat gaat wel.
In de trein terug naar Mandalay, waar we merken dat de muizen in de wagons hier blijkbaar standaard tot het interieur behoren, hakken we de knoop definitief door. We hebben het huis niet verkocht om de komende paar jaar een leuke tijd te hebben maar we hebben het verkocht om een fantastische tijd te hebben. Dus onder het motto “verandering van spijs doet eten”, besluiten we om na Myanmar eerst naar Nieuw Zeeland en Australië te gaan. Om vervolgens later dit jaar weer Azië in te duiken.


Inle Lake


Met een shared taxi gaan we richting Inle Lake. Dit is gewoon een chauffeur die je in een afgetrapte personenauto voor veel geld naar je bestemming brengt. Zo gauw hij vier personen gevonden heeft vertrekt de taxi.
Even denk ik dat de rit wel relaxed zal verlopen want het eerste gedeelte van de reis rijden we over een prima weg waar we gemakkelijk een snelheid van boven de tachtig km/h halen. Binnen een uur slaan we echter al links af en zitten we weer op de inmiddels vertrouwde stoffige wegen vol gaten en keien.
Van een Amerikaan die we onderweg ergens tegenkwamen kregen we de tip om naar het guesthouse “The Four Sisters” te gaan. Een gezellig guesthouse net buiten het centrum van het dorp. In het restaurant van het guesthouse krijg je aan het eind van de maaltijd geen rekening maar bepaal jezelf hoeveel je wilt geven. Dit geldt niet alleen voor het eten. Als we onze kleren laten wassen en aan het eind van de middag de zak met schone kleren weer op komen halen is het weer: ‘You pay what you like.’Wat het je waard is betaal je en het is altijd goed. Het guesthouse wordt, zoals de naam al doet vermoeden, gerund door vier zussen. Wanneer we aankomen worden we welkom geheten door één van de vier. Als we zeggen dat we uit Nederland komen zegt ze: ‘Hoe gaat het.’
'Zeker van een toerist geleerd' denk ik en ik verwacht dat ze daarna wel naar mijn naam zal vragen in het Nederlands.
‘Mijn naam is Thay Thay en ik woon in Amsterdam’ is echter de volgende zin. Het blijkt dat de vrouw is getrouwd met een Nederlander en al zes jaar in Amsterdam woont en prima Nederlands praat. Ze is voor een aantal weken op familiebezoek in Myanmar met haar man Hans en zijn vriend Chris. Een andere zus woont de ene helft van het jaar samen met haar man in Duitsland. Een gepensioneerde Duitser.
De andere helft zitten ze hier en helpen ze bij het runnen van het guesthouse. Het is te merken dat er twee zussen in Europa wonen en weten wat toeristen prettig vinden. De douche is schoon en netjes betegeld. De kamers zijn schoon en het eten is heerlijk. Hier kun je zonder problemen een salade eten omdat de sla in “veilig”water wordt gewassen. De eerste avond eten we zelfs gebakken aardappelen. Het is een hele tijd geleden dat we dat hebben gehad.

De volgende dag worden we door Chris, Hans en Thay Thay uitgenodigd om mee te gaan naar het weeshuis waar ze zich voor inzetten. Ze moeten een aantal kinderen wat interviews afnemen die op de website van de stichting zullen komen te staan. Met een motorboot duurt het twintig minuten om bij het weeshuis te komen. Een mooie tocht over het Inle lake. We zien veel vissers die met hun kenmerkende roeimethode zich over het meer bewegen om hun handel van die dag bij elkaar te vissen. Met één been om een peddel geslagen “trappen” ze zich vooruit over het meer. Ik vraag me af hoe vaak ze in het water zijn gevallen voordat ze deze techniek onder de knie hadden. Wat een ongelofelijke beheersing van de beenspieren hebben die mensen.

 

 

 

 

Vissers op het Inle Lake 

Bij het weeshuis zijn we niet de enige buitenlanders. Vier Canadezen van middelbare leeftijd en een hele oude man reizen door Myanmar op zoek naar een weeshuis waar ze hun geld goed kunnen besteden. Wanneer de kinderen gaan eten wordt de oude man gevraagd of hij deze voorstelling nog wil aanschouwen. Met moeite komt hij van zijn stoel. En met behulp van twee van die “ik-weet-dat-ik-voor-lul-loop-maar-doe-alsof-het-de-gewoonste-zaak-van-de-wereld-is” ski / wandelstokken beweegt hij zich naar de eetzaal. De kans is groter dat hij ergens op een stoffige straat in Myanmar in elkaar zakt dan dat hij ooit nog weer de frisse Canadese lucht in zal ademen. Voordat het zover is wil de oude man blijkbaar onze lieve Heer gunstig stemmen om er zo zeker van te zijn toegelaten te worden tot het Paradijs. Want dit weeshuis valt af. Ze zijn op zoek naar een weeshuis waar de kinderen het “Onze Vader” uit hun hoofd kennen en deze foutloos in het Engels op kunnen dreunen. Misschien is het een idee voor dit weeshuis om dit in te voeren om zo aan meer geld te komen via dit soort gasten. Want het opdreunen van zinnetjes blijken de kinderen stuk voor stuk erg goed te kunnen.

Juf: ‘The founder of the orphanage comes from The Netherlands. Some typical Dutch things are wooden shoes, tulips, kantoorruimte te huur and Roed van Nistelroey.'

Kinderen: ‘THE FOUNDER OF THE ORPHANAGE COMES FROM THE NETHERLANDS. SOME TYPICAL DUTCH THINGS ARE WOODEN SHOES, TULIPS, KANTOORRUIMTE TE HUUR AND ROED VAN NISTELROEY.'

Juf: 'For the best fish and chips in London, you go to Shepherd’s Bush. If you want to become realy sick, you go to King’s Cross'

Kinderen: 'FOR THE BEST FISH AND CHIPS IN LONDON, YOU GO TOO SHEPHERD’S BUSH. IF YOU WANT TO BECOME REALY SICK, YOU GO TOO KING’S CROSS.'

Juf: 'When it is lunchtime, I want you to eat your damn rice and curry very quickly because I am very hungry and want to eat my rice with fresh vegetables and meat as soon as possible.'

Kinderen: 'WHEN IT IS LUNCHTIME………………..

Dit laatste is echter geen grapje. Chris verteld dat één van de meisjes die ze hebben geïnterviewd heeft “verklapt” dat het eten van de leraressen er veel lekkerder en gevarieerder uitziet dan de rijst met waterige curry die zij elke dag krijgen voorgeschoteld.
Ze papagaaien alles in perfect Engels na maar ze hebben geen flauw idee wat ze zeggen. Dat blijkt wel als we een gesprekje beginnen met de kinderen.
‘What is your name?’ begrijpen ze nog wel maar als je vraagt of het leuk vinden op school dan wordt er vragend naar de lerares gekeken en zie je ze denken.
‘Help!, wat vraagt hij in vredesnaam nu aan me.’
Maar met behulp van de leraressen en onze handen en voeten komen we een heel eind. Ons wordt een paar zinnen in het Birmees geleerd die altijd nog van pas kunnen komen zoals
‘Ik wil niet met je taxi meerijden.’
Vaak wordt er hard gelachen om onze uitspraak en het feit dat we sommige zinnen maar niet uit kunnen spreken. Het woord “orphanage” dat op een bord staat geschreven dat aan de weg staat, kan ook wel worden overgeschilderd want veel kinderen blijken nog gewoon ouders te hebben. Ze zitten hier op school omdat in hun eigen dorp geen voortgezet onderwijs wordt onderwezen. Vaak is er alleen een soort van lagere school.

Vanuit Nyaunshwe maken we verder nog een mooie boottocht naar de overkant van het meer en bezoeken o.a. een markt en een tempel. Het is een verademing om na alle vieze steden hier te zijn. Het is hier aanmerkelijk schoner. En eindelijk heb ik het idee weer wat frisse lucht in te ademen. Inle Lake, en dan vooral het guesthouse zijn een heerlijk rustpunt in dit gekke, vaak vieze land. Hoe mooi het hier ook is, hier bij het Inle Lake eet ik ook het smerigste dat ik in maanden gegeten heb. In een restaurant bestel ik een Nasi Goreng. Daar kan weinig mis mee gaan denk ik. Maar wat ze er van gemaakt hebben is echt zo vies. De ober maakt veel goed. De oude man is erg vriendelijk en kijkt geïnteresseerd naar het Skip-Bo spel dat we aan het spelen zijn. Als we zijn uitgespeeld vraagt hij of hij de kaarten even mag zien.
‘I know a very good joke.’
Nou kom maar op.
Het duurt even voordat hij alle goede kaarten heeft maar dan maakt hij ons duidelijk dat we goed op moeten letten.
‘Very good joke, good joke.’
De grap blijkt een soort van puzzel die we op moeten lossen. Maar hij is wel aardig en het duurt even voordat Martine als eerste de oplossing heeft.
Het gaat als volgt. Pak uit een spel speelkaarten de kaarten Aas tot en met de negen. Aas = 1. Maak drie rijen van drie kaarten. Leg ze zo neer dat de uitkomst bij de drie horizontale, de drie verticale en de twee diagonale rijen bij allemaal 15 is.

We hebben de prijs inmiddels gekocht. Diegene die ons via de email als eerste de goede oplossing stuurt en daarbij zijn naam en adres vermeld zal de prijs opgestuurd krijgen. En echt, het is zooooooooo een verschrikkelijk mooie prijs!!!
Succes.
O ja mensen die we in Myanmar hebben ontmoet en de oplossing al weten zijn uitgesloten van deelname.


Bagan


Het eerste deel van de reis naar Bagan doen we per trein. Dit betekent dat we moeten overnachten in Thazi en dat het twee dagen zal duren voordat we in Bagan zijn. Op het station ontmoeten we Eef en Brechtje, twee Nederlandse vakantiegangers. De reis naar Thazi duurt ongeveer vijftien uur. Maar met Eef en Brechtje is het gezellig dus is het prima vol te houden. De reis duurt zo lang omdat het lijkt dat de trein nergens boven de 50 km/ h kan komen. Bovendien moeten we een steile helling al zigzaggend afdalen, wat erg veel tijd kost. Met zigzaggend bedoel ik dat de trein langzaam een dood spoor op rijdt, om vervolgens achteruit van spoor te wisselen en een “verdieping lager” zijn weg vervolgt. En dit dan een aantal keren achter elkaar.
Het is al tegen negenen wanneer we voor het guesthouse in Thazi staan. De eigenares ligt al op één oor en laat ons met een slaperig gezicht binnen. De kamers zijn simpele houten hokken. De bedden die er staan zijn met plastic ingepakt wat waarschijnlijk betekent dat ze schoon zijn.


Ik ben gek op de natuur, mijn grootste vrienden zijn de dieren.
Van de vogels tot de pieren, raak ik helemaal in vuur en vlam
De pelikaan, een leguaan, ik hou er zoveel van
Maar waar ik echt, echt, echt, echt, echt niet tegen kan…..
DAT ZIJN KROLSE KATTEN !

 

Want twee van die klotenbeesten in combinatie met claxonnerend verkeer, schreeuwende mensen en Indiase muziek zorgen ervoor dat ik al om zes uur klaarwakker beneden sta. Niet veel later gevolgd door Martine die me verteld dat ze ook bijna geen oog dicht heeft gedaan. Voordeel is wel dat we nu vroeg een pick-up taxi kunnen nemen naar een plaats dat een half uur rijden van Thazi ligt en vanwaar we de bus naar Bagan zullen nemen. Onderweg stopt de taxi op verschillende punten om passagiers op te pikken.
Bij één punt, ergens op een stoffige landweg in The Middle Of Nowhere staat een groep mensen aan de kant van de weg bij een bamboe afdakje. Ze staan er met zilver en goudkleurige kommen in hun handen te collecteren voor de plaatselijke stupa. Veel automobilisten gooien wat geld uit het raam wanneer ze de groep passeren, wat enthousiast door de collectanten wordt opgeraapt. Op het dak van het bamboe afdakje is een gigantische luidspreker gemonteerd waaruit Indiase sitarmuziek en de stem van een zangeres schalt. En de muziek staat…..HARD!, HARD! Het lijkt erop dat de zangeres in Mandalay bij één van de pornokraampjes een maatje te groot heeft gekocht en deze vergeten is eruit te halen. Het pijnlijke, klagelijke gekreun is niet om aan te horen. Ik heb een erg brede muzieksmaak, maar hier begrijp ik echt niets van. Martine is het blijkbaar met me eens want zij probeert zich, tot groot vermaak van de collectanten en onze medepassagiers, met haar vingers in de oren te concentreren op de vier sterren sudoku puzzel die ze van Eef heeft meegekregen.

Okay, zelfs wanneer je al heel veel tempels, stupa’s en pagodes gezien en ben je onderhand wat “temple tired” geworden, Bagan is toch wel heel erg speciaal. Honderden, zo niet duizenden grote en kleine stupa’s staan in een relatief klein gebied bij elkaar. Het is echt een ongelofelijk mooi gezicht.
Ik heb de wegen in Myanmar al verscheidende keren vervloekt maar hier in Bagan wil ik even dat ze er niet hadden gelegen. Op die manier zou ik me nog beter voor kunnen stellen hoe het er hier meer dan duizend jaar geleden heeft uitgezien en hoe de mensen hier toen leefden en al dit moois hebben gebouwd. Ik weet niet of Bagan op de lijst van wereldwonderen staat. Maar wat mij betreft hoort het daar zeker thuis.
Wanneer we met onze fietsen, uit het jaar nul, even later een stuk “vals plat” moeten beklimmen, ben ik blij dat de geasfalteerde wegen er liggen. Het is af en toe hard werken op de oude barrels in de brandende zon.

Het hoogtepunt van de dag in Bagan is de zonsondergang. Drommen toeristen nemen tegen vijf uur hun plaats in op één van de stupa’s om de zinkende bol in Bagan voor eeuwig vast te leggen. De “Bagan Vieuw Tower” lijkt ons de aangewezen plek om dit spektakel te aanschouwen.
Op de kaart van de omgeving die we hebben gekocht zien we dat het maar ongeveer vier kilometer fietsen is vanaf het guesthouse. Dus tegen vier uur stappen we op de stukken ijzer die door moeten gaan voor een fiets en gaan op weg. Het is simpel. Tot aan de Bagan Golf Club zijn er verharde wegen en daarna is het nog ongeveer 500 meter over een zandpad tot aan de toren volgens de kaart. Het eerste stuk is inderdaad over geasfalteerde wegen en de Golf Club is gauw gevonden. En het begin van het zandpad ook. Een paar vrouwen die op het complex werkzaam zijn probeert ons duidelijk te maken dat we om moeten fietsen. Een rit van nog eens vier kilometer.
‘Volgens de kaart moeten we hier ook langs kunnen dus laten we het maar gewoon proberen.’ zeg ik tegen Martine. Even later houdt het zandpad echter op staan we met onze fietsen voor een grote muur. We proberen nog om ons door het gras en de doornstruiken een weg te banen langs de muur op zoek naar een doorgang maar het is al gauw duidelijk dat dit niet gaat lukken.
De zon gaat inmiddels rustig door met zakken en ik zeg tegen Martine dat er niets anders over blijft om het advies van de vrouwen op te volgen en de langere route te nemen. Mijn sokken zitten inmiddels vol met doorns die af en toe naar in mijn enkels prikken en ik heb geen zin om nog eens dezelfde weg af te leggen. Dan maar over de golfbaan. Op onze barrels sprinten we, als Jean Paul van Poppel in zijn beste dagen, over de keurig gemaaide graszoden van het meest luxueuze ressort van Myanmar.
‘Zolang je geen schoten hoort moet je blijven trappen.’ roep ik naar Martine. En na alleen wat verbaasde gezichten van wat werknemers te hebben gezien bereiken we zonder problemen de uitgang. In volle vaart gaan we op weg naar de “Vieuw Tower” en komen gelukkig nog ruim op tijd aan om de zonsondergang mee te maken.
Van een afstand is de toren een afgrijselijk ding dat totaal niet in het landschap van Bagan past. Dichterbij blijkt de met hardhout beklede toren best mee te vallen. Na de vijf dollar entree te hebben betaald worden we door een piccolo naar de lift gewezen. Het valt ons direct op hoe overdreven behulpzaam het personeel hier is. Als we zijn aangekomen op de negende verdieping staat het personeel in de rij om ons behulpzaam te zijn. Het restaurant in de top van de toren is er één waar Hennie van de Most zijn vingers bij af zou likken. Okay, het draait niet maar het uitzicht dat je hier hebt is toch wel een stuk mooier dan dat op de A28. Twee mannen maken ons duidelijk dat wanneer we ons entreekaartje inleveren we een gratis drankje krijgen. En met onze glazen cola gaan we aan een tafeltje zitten bij het raam. Eén van de obers vindt dat het op die plek echter veel te warm is en gebaart dat de tafel een meter naar achteren moet omdat het daar veel prettiger zitten is.
‘Vent doe rustig.’ denk ik
‘We are fine, thank you.’
Ik begin onderhand behoorlijk opgelaten te voelen. Als dezelfde man even later vraagt of we al naar boven willen naar het dakterras terwijl Martine haar glas pas half leeg heeft, probeer ik het hem nog een keer duidelijk te maken.
‘Everything is okay, thank you!’
‘Als ze vragen wat voor werk ik doe dan zeg ik dat ik een acteur ben’ zeg ik tegen Martine. We zijn in Myanmar al een paar keer vergeleken met beroemde acteurs en actrices ( ja ja ) en het zal me dus niets verbazen dat ze het zonder twijfel zullen geloven.
‘Wedden dat we een super de luxe diner krijgen aangeboden' zeg ik tegen Martine. En in mijn gedachten zie ik de schalen vlees, pasta’s en salades al naar me toe komen. Maar helaas, het blijft een droom. Het is tijd om naar de zonsondergang te gaan. Maar dat is geen straf. Vanaf de dertiende verdieping van de toren hebben we een prachtig uitzicht over Bagan en zijn vele stupa’s. Eerst is de zon nog wat fel maar hoe meer hij zakt, hoe meer stupa’s er tevoorschijn lijken te komen.

 

 

 

Uitzicht en zonsondergang in Bagan 


Net als bij het Inle Lake rijden in Bagan minder auto’s die grote zwarte rookwolken uitkotsen. De meeste toeristen gaan er op een fiets opuit of met een horsecar. Hierdoor wordt de maand in Myanmar er ook voor mij nog één die de moeite waard was. Want eerlijk gezegd was ik in het begin er even bang voor dat ik het hier geen maand vol zou houden. Maar de tijd bij de “Four Sisters” in Nyaungshwe en het prachtige Bagan heeft veel goedgemaakt. En niet te vergeten de mensen. Ondanks dat ik weinig begrijp van hun gewoontes, die ik zoals gezegd vaak vies en erg onhygiënisch vindt, zijn het wel ongeveer de aardigste mensen die we hebben ontmoet in Azië.

In India zijn we een keer met de nachtbus van de ene plek naar de andere gegaan. Dat is toen erg slecht bevallen. Sindsdien geven we de voorkeur aan de trein als dit mogelijk is. Martine wil echter graag met de nachtbus terug naar Yangon. De trein doet er meer dan twintig uur over om in Yangon te komen, vijf uur langer dan de bus. En daar stap je nadien ook bijna zeeziek uit is nu wel onze ervaring, dus ik stem er mee in.
Wanneer ik instap bereid ik me voor op een nacht niet slapen. Dan kan het alleen maar meevallen. En inderdaad, het is zo’n rit waarbij een niet rokende geheelonthouder ook na een uur al om een joint en een fles whisky zou vragen om het nog enigszins aangenaam te maken. Martine is het niet met me eens en vindt het nog wel meevallen. Maar ik maak haar duidelijk dat ik de volgende keer toch echt weer graag met de trein wil als het mogelijk is. Ik ben goed genezen van nachtbussen.

Van Yangon zien we weinig meer. De meeste tijd van de laatste twee dagen in Myanmar zitten we in ons guesthouse om foto’s uit te zoeken voor op de website en ben ik dit verhaal aan het tikken.

We zijn net in Bangkok geland. Op het vliegveld hebben we een optie genomen op twee tickets naar Christchurch in Nieuw Zeeland. We moeten nog een aantal dingen regelen maar als dat lukt dan vliegen we er morgenavond (5 feb ) al naar toe. Ik krijg er steeds meer zin in om er naar toe te gaan. Ik ben er van overtuigd dat we er verstandig aan doen om even naar een totaal andere omgeving te gaan. Even geen taxichauffeurs waar je elke keer weer in mee onderhandeling moet om tot een redelijke prijs te komen, geen gefrituurde slangen, gebakken honden of gepofte kikkers meer op onze borden, geen tempels, stupa’s of ander moois, geen temperatuur van boven de dertig graden, geen jungle en bergdorpjes, niets van dit alles.
Saai?
Voor jullie misschien wel maar voor ons allerminst. Wanneer je op Google zoekt op de termen: Nieuw Zeeland, foto’s, zie je door wat voor een prachtig land we straks met ons campertje zullen rijden.
Campertje!
We hebben straks weer een eigen huisje voor een paar maanden! En we zitten ons nu al te verlekkeren aan wat we als eerste gaan koken en de wijn die we gaan drinken! Heerlijk!

Tot gauw.
Tot in Nieuw Zeeland.

 

You need to have flashplayer enabled to watch this Google video

Diashow van Myanmar




 
LAST_UPDATED2
 
Reacties (5)
mooooi
5 woensdag, 04 februari 2009 11:52
arie bloed
moooooi, weer. Die foto van de boot en de meeuwen!!!!

En die lui met die spalken aan hun been in de boot.

Leuke humor als je dat beschrijft:

....voordat ze deze techniek onder de knie hadden...
'kneem een dag vrij om alles te lezen;-)
sterke benen
4 vrijdag, 02 januari 2009 10:01
arie bloed
Eigenlijk wel slim, roeien met de benen. Die zijn toch veel sterker dan de armen??? Ik fiets meestal ook met de benen, daarom.
Zou dit een nieuwe Olympische sport kunnen zijn?

Nu dat visum nog!
sterke benen
3 zaterdag, 27 december 2008 00:03
regina
HAAAAI, vet grappig hoe ze roeien in Myanmar! Tgaat nog snel ook. weet je zeker dat ze niet stiekem een fluister-motortje verstopt hebben? (gniffel)
Hopen voor die mannen dat ze af en toe van plaats wisselen. anders heb je 1 sterk been, en 1 slap been.

hahahahahhahahahahahaha
Kerst
2 donderdag, 25 december 2008 22:14
Arjan en Gina
Hallo Edwin en Martine,

Ook wij hebben vanavond (want wat moet je anders op 1e kerstdag)evenuitgebreid de laatste verslagen doorgenomen (liepen al weer een paar weekjes achter) Ook de fotos van het eten en drinken nog eens goed bekeken. Toch wel wat anders dan het echte nederlandse stamppotbuffet wat wij vanmiddag gegeten hebben!
Vanuut de Voart (onder de kerstboom) nog fijne kerstdagen (voorzover jullie daar nog iets van merken) en alvast heel veel reisplezier voor 2009.

En natuurlijk heel veel plezier de komende dagen met de family, die bij jullie op bezoek zijn.

Groetjes Arjan en Gina
_______________________________________
REACTIE EDWIN EN MARTINE
Stamppotbuffet? Ohh maak mie gek!:-)) Jullie ook een goed nieuwjaar!!
Pratende hoofden ?
1 woensdag, 24 december 2008 23:51
yoke stevens en egbert brinkman
Hallo Edwin & Martine. Op kerstavond vinden we eindelijk de rust om door jullie dagboek enzo te surfen. Mooi werk ! Alvast een goed en gezond 2009 toegewenst. Het is hier chilly Morgen denken we aan jullie als we naar de kerstliedjes van E's broertje Sufjan luisteren
groet Egbert / Yoke
_____________________________________________________
REACTIE EDWIN
Ha die zus en zwager.
Oei, nu pas rust!? Werk niet te hard. Ook een goed 2009 toegewenst! En veel plezier met de warme songs van Sufjan. Ik neem nu een slok op jullie. Proost!